Als Den Haag een oorlog bespreekt,
gaat het vooral over Den Haag.
En nu al helemaal,
want er is iets
veel belangrijkers aan de hand:
de gemeenteraadsverkiezingen.
Ja, ja prioriteiten.

Dus terwijl de VS en Israël bommen
op Iran gooien
en de wereldorde
een beetje uit elkaar
begint te vallen,
is Den Haag druk met… blokjes.
Dinsdag: diesel.
Woensdag: een fregat.
Donderdag: een debat over Iran.
Alles netjes opgeknipt,
alsof je een verjaardagstaart snijdt.
Niemand wil het hele ding op tafel zien,
want dat wordt rommelig.

Het hoogtepunt kwam
toen de minister het had
over zijn “favoriete blokje”:
de veranderende wereldorde.
Favoriet, ja.
Alleen niet belangrijk genoeg
om tijd voor te maken.
Binnen een paar minuten
werd het onderwerp
vriendelijk edoch resoluut
naar de toekomst verwezen.
Komt later wel.
Net als die ene goede voornemens
die je elk jaar opnieuw uitstelt.

Ondertussen gebeurt er iets
dat nét iets groter is
dan een blokje:
de machtigste landen
trekken zich niets meer aan van regels.
Parlement?
Bondgenoten?
Internationaal recht?
Ach, details.
De sterkste wint gewoon.
En de rest mag daar
een commissiedebat over plannen.

Maar in Den Haag
spelen we nog steeds
de oude hitjes.
Links zegt:
we zijn tegen domme oorlogen.
Rechts zegt:
kies een kant, anders ben je fout.
En zo krijg je een soort
politiek karaoke,
waarbij iedereen zijn
favoriete nummer uit 2005 zingt
terwijl buiten het gebouw
de wereld verandert.

“Aan welke kant sta je?”
klinkt het dan.
Alsof geopolitiek
een aflevering van The Voice is.
Druk op de knop
voor Team Amerika
of Team Iran.
Bonuspunten als je erbij
een verontwaardigde tweet uit perst.

En ergens snap je het ook wel.
Want het alternatief is ingewikkeld.
Dan moet je nadenken
over wat het betekent
als regels verdwijnen.
Als macht het enige argument wordt.
Als kleine landen,
zoals Nederland,
vooral toeschouwer zijn
bij hun eigen toekomst.

Maar ja,
daar win je geen
gemeenteraadsverkiezingen mee.

Dus gaat het weer over stoeptegels wippen.
Over afvalcontainers.
Over parkeerdruk.
Terwijl de benzineprijs
straks explodeert
door een afgesloten
Straat van Hormuz,
discussiëren wij
of er nog een fietsenrek
bij kan in de binnenstad.

En alsof het nog niet wrang genoeg is,
lijkt uitgerekend Forum voor Democratie
– u weet wel, de partij
die Rusland meestal
net iets te interessant vindt –
lokaal te groeien.
Dezelfde partij die niet eens
kwam opdagen
bij het debat over die oorlog.
Te druk met belangrijkere zaken,
vermoedelijk.

Het heeft iets tragikomisch.
De wereld schuift richting
een soort geopolitieke jungle,
en wij stemmen morgen
over drempels en hondenveldjes.
Alsof je tijdens een woningbrand
eerst even de kleur
van de voordeur gaat bespreken.

Natuurlijk, lokale politiek doet ertoe.
Maar timing is ook een vak.

Wat je nu ziet, is iets anders:
een land dat zich verschuilt
in het kleine,
omdat het grote te ongemakkelijk is.
Een Kamer die liever praat
over diesel dan over macht.
En een kiezer die straks braaf
naar de stembus gaat,
terwijl niemand hem vertelt
in wat voor wereld
hij eigenlijk wakker wordt.

Maar geen paniek. Alles onder controle.

Morgen stemmen we gewoon.
Daarna zien we wel verder.
Misschien komt die wereldorde
dan eindelijk aan bod.

En de wereldorde?
Die komt later wel.
In een apart blokje.

Zoals het hoort.

Misschien.

 

Het lijkt erop dat Donald Trump
de bestaande wereldorde op z’n kop zet:
hij heeft – volgens hem – Venezuela overgenomen
en richt nu zijn blik nu op Groenland, Mexico
en tal van andere landen en organisaties.
Dit heeft geleid
tot veel discussie over een ‘nieuwe wereldorde’.
Oude zekerheden lijken af te brokkelen,
zowel op het gebied van
internationale betrekkingen als politieke systemen.

Met wat een ‘Donroe’-doctrine wordt genoemd,
proberen de VS controle uit te oefenen
over hun eigen continent.
Donald Trump is, vanuit het perspectief
van de internationale diplomatie,
een anarchistische figuur in de wereld,
die de oude regels aan flarden scheurt
en steeds brutaler wordt in zijn gebruik van
Amerikaanse militaire macht
om te krijgen wat hij denkt
dat goed is voor Amerika.
Tegelijkertijd wijst de toenemende
wereldwijde invloed van China,
met name de controle over onze technologie
en digitale connectiviteit
– die niet alleen onze mobiele telefoons,
maar ook defensiesystemen, infrastructuur
en industrie beïnvloedt
– op een dreigende wereldwijde machtsstrijd
tussen deze twee grootmachten,
waarbij Europa niet weet welke kant het op moet.

Tegelijkertijd stort de politiek
niet zo gemakkelijk in als nu.
Vroeger vertrouwden we op linkse partijen
die opkwamen voor de arbeiders
en rechtse partijen
die de belangen van het bedrijfsleven
en de traditionele
heersende klasse beschermden.
Tegenwoordig hebben we
onder andere Geert Wilders,
die een grote aantrekkingskracht heeft
op kiezers uit de arbeidersklasse,
en linkse partijen die zich laten leiden
door progressieve agenda’s.

Ik heb onlangs een boek gelezen
over de overgang van het heidense Romeinse rijk
naar de nieuwe, gekerstende wereld van de vroegmoderne tijd.
Toen het Romeinse rijk vanaf de vijfde eeuw
begon te desintegreren,
was de snelgroeiende christelijke kerk
uitstekend gepositioneerd
om een nieuwe beschaving op te bouwen uit de ruïnes (letterlijk)
van het heidense Rome.
Heidense tempels maakten plaats voor een nieuwe geografie
van kerken en parochies.
Er ontstond een nieuwe tijdsbeleving,
waarbij het jaar niet langer werd gevormd en gemarkeerd
door de heidense feesten uit het verleden,
maar door christelijke feesten: Kerst, Pasen, Pinksteren
en een steeds groeiend aantal heiligenfeesten.
In plaats van de chaotische mengelmoes
van religies in het heidense Rome,
bracht de vastberaden christelijke beweging
de middeleeuwse wereld voort,
waarbij geleidelijk
een nieuwe christelijke wereld uit de oude ontstond.

Dit alles voedt het idee
dat we het begin meemaken
van een soortgelijke, tijdperkbepalende periode
van culturele verandering,
een die zich eens in de paar honderd jaar voordoet.
We bewogen ons van de heidense wereld
naar het christendom.
We hadden de Reformatie, daarna de Verlichting.
Dat gaf op zijn beurt geboorte
aan de moderne seculiere,
liberale wereldorde in het Westen.
Er ontstaat iets nieuws in onze tijd,
maar we weten nog niet wat het is.

Als dit waar is,
dan is het nieuws over de ‘Stille Opwekking’
wellicht meer dan een vage opleving
in de spirituele belangstelling van Generatie Z,
maar onderdeel van iets veel, veel groters.
Je ziet ineens overal mensen die,
verre van hun geloof te verbergen,
er juist veel opener over zijn.

Zou deze culturele verschuiving voortkomen
uit de afbrokkeling van de zekerheden
van het post-verlichtingsdenken?
Want de opvatting dat wetenschap en technologie
de oplossing zijn voor al onze problemen zijn
blijken te kort te schieten;
zo ook rotsvaste geloof
in een rooskleurige toekomst.

Jongeren kunnen zich inmiddels
niet meer voorstellen
dat ze ooit een huis kunnen kopen.
Ze vragen zich af of de planeet
de impact van de enorme bevolkingsgroei
van 1 miljard in 1800 tot 8 miljard in 2025
wel zal overleven.
En hoewel ze verslaafd zijn
aan sociale media en technologie,
vinden ze die verslaving ook niet prettig
en maken ze zich zorgen
over de gevolgen voor henzelf
en hun kinderen in de toekomst.
De rooskleurige toekomst
die onze snel ontwikkelende technologie
en de val van de Berlijnse Muur beloofden,
is niet werkelijkheid geworden.
Het is dan ook niet verwonderlijk
dat mensen elders naar antwoorden zoeken.
Of zoals iemand laatst vertelde:
‘Het arrogante zelfvertrouwen
van mijn seculiere leeftijdsgenoten
is vrijwel verdwenen.’

De tijd zal het leren,
maar misschien
is de hernieuwde belangstelling
voor religie onder westerlingen
niet slechts een kortstondige opleving,
maar een teken
van een veel diepere culturele verschuiving
van het ene tijdperk naar het andere,
van het seculiere
naar het post-seculiere tijdperk.

Wat wel duidelijk lijkt,
is dat we waarschijnlijk
geen terugkeer
naar een of andere vorm van christendom
zullen zien,
niet in de laatste plaats
omdat de christelijke kerk
in het Westen niet sterk
of zelfverzekerd genoeg is
om het moment te grijpen
zoals in de vijfde eeuw.
We hebben geen equivalent
van de grote figuren
zoals Augustinus of Hiëronymus.

Wat waarschijnlijk zal ontstaan,
is geen nieuw christendom
– de christelijke kerk
en de politieke macht
gaan altijd niet goed samen,
en we hebben te veel fouten gemaakt
om er nu nog naar te verlangen –
maar een nieuw religieus
en spiritueel pluralisme;
een beetje zoals het heidendom.

Als de belangrijkste trend
niet de terugkeer
van het christendom is,
maar de achteruitgang
van het secularisme,
dan betekent dit dat
we niet terugkeren naar de Middeleeuwen,
toen het christendom
de samenleving domineerde.
In plaats daarvan lijkt het
opkomende spirituele landschap
meer op dat van de late oudheid:
een uitgestrekte marktplaats
van geloofsovertuigingen,
culten en eclectische spirituele praktijken,
die elk beloven een ooit onttoverd tijdperk
opnieuw te betoveren.

De vraag is of de kerk
de uitdaging van het verwarrende tijdperk
die we op het punt staan te betreden, aankan.
Als ze simpelweg de vermoeide tonen
van links-liberalen napraat,
of zelfs de schelle tonen
van rechts-boze mensen,
en zichzelf ziet
als een zoveelste
politieke actor of lobbygroep
die probeert macht te verwerven
in de nieuwe wereldorde,
dán zal ze deze kans missen.
Kan ze iets van het vertrouwen
in haar eigen boodschap,
haar eigen spirituele dynamiek herwinnen
die de stervende heidense wereld
1500 jaar geleden bekeerde?
Zo ja, dan belooft de toekomst
interessant te worden.