de Bijbel Rechters/Richteren 9 ‘de fabel van Jotam’

Op een dag wilden de bomen een koning hebben.
Ze vroegen aan de olijfboom:
‘Wil jij onze koning worden?’
Maar de olijfboom antwoordde:
‘Waarom zou ik jullie koning willen worden?
Dan zou ik geen olijven meer kunnen geven voor olijfolie,
die gebruikt wordt om de goden en de mensen te eren!’
Toen vroegen de bomen aan de vijgenboom:
‘Wil jij onze koning worden?’
Maar de vijgenboom antwoordde:
‘Waarom zou ik jullie koning willen worden?
Dan zou ik geen heerlijke, zoete vijgen meer kunnen geven!’
Toen vroegen de bomen aan de druivenplant:
‘Wil jij onze koning worden?’
Maar de druivenplant antwoordde:
‘Waarom zou ik jullie koning willen worden?
Dan zou ik geen druiven meer kunnen geven voor wijn,
waar de goden en de mensen vrolijk van worden!’
Toen vroegen de bomen aan de doornstruik:
‘Wil jij onze koning worden?’
En de doornstruik antwoordde:
‘Als jullie mij echt koning willen maken,
dan mogen jullie in mijn schaduw komen zitten.
Maar pas op!
Als jullie me voor de gek houden,
zal er vuur uit mijn takken komen.
En dan zullen alle cederbomen
van de Libanon-bergen verbranden!’

 

Als Den Haag een oorlog bespreekt,
gaat het vooral over Den Haag.
En nu al helemaal,
want er is iets
veel belangrijkers aan de hand:
de gemeenteraadsverkiezingen.
Ja, ja prioriteiten.

Dus terwijl de VS en Israël bommen
op Iran gooien
en de wereldorde
een beetje uit elkaar
begint te vallen,
is Den Haag druk met… blokjes.
Dinsdag: diesel.
Woensdag: een fregat.
Donderdag: een debat over Iran.
Alles netjes opgeknipt,
alsof je een verjaardagstaart snijdt.
Niemand wil het hele ding op tafel zien,
want dat wordt rommelig.

Het hoogtepunt kwam
toen de minister het had
over zijn “favoriete blokje”:
de veranderende wereldorde.
Favoriet, ja.
Alleen niet belangrijk genoeg
om tijd voor te maken.
Binnen een paar minuten
werd het onderwerp
vriendelijk edoch resoluut
naar de toekomst verwezen.
Komt later wel.
Net als die ene goede voornemens
die je elk jaar opnieuw uitstelt.

Ondertussen gebeurt er iets
dat nét iets groter is
dan een blokje:
de machtigste landen
trekken zich niets meer aan van regels.
Parlement?
Bondgenoten?
Internationaal recht?
Ach, details.
De sterkste wint gewoon.
En de rest mag daar
een commissiedebat over plannen.

Maar in Den Haag
spelen we nog steeds
de oude hitjes.
Links zegt:
we zijn tegen domme oorlogen.
Rechts zegt:
kies een kant, anders ben je fout.
En zo krijg je een soort
politiek karaoke,
waarbij iedereen zijn
favoriete nummer uit 2005 zingt
terwijl buiten het gebouw
de wereld verandert.

“Aan welke kant sta je?”
klinkt het dan.
Alsof geopolitiek
een aflevering van The Voice is.
Druk op de knop
voor Team Amerika
of Team Iran.
Bonuspunten als je erbij
een verontwaardigde tweet uit perst.

En ergens snap je het ook wel.
Want het alternatief is ingewikkeld.
Dan moet je nadenken
over wat het betekent
als regels verdwijnen.
Als macht het enige argument wordt.
Als kleine landen,
zoals Nederland,
vooral toeschouwer zijn
bij hun eigen toekomst.

Maar ja,
daar win je geen
gemeenteraadsverkiezingen mee.

Dus gaat het weer over stoeptegels wippen.
Over afvalcontainers.
Over parkeerdruk.
Terwijl de benzineprijs
straks explodeert
door een afgesloten
Straat van Hormuz,
discussiëren wij
of er nog een fietsenrek
bij kan in de binnenstad.

En alsof het nog niet wrang genoeg is,
lijkt uitgerekend Forum voor Democratie
– u weet wel, de partij
die Rusland meestal
net iets te interessant vindt –
lokaal te groeien.
Dezelfde partij die niet eens
kwam opdagen
bij het debat over die oorlog.
Te druk met belangrijkere zaken,
vermoedelijk.

Het heeft iets tragikomisch.
De wereld schuift richting
een soort geopolitieke jungle,
en wij stemmen morgen
over drempels en hondenveldjes.
Alsof je tijdens een woningbrand
eerst even de kleur
van de voordeur gaat bespreken.

Natuurlijk, lokale politiek doet ertoe.
Maar timing is ook een vak.

Wat je nu ziet, is iets anders:
een land dat zich verschuilt
in het kleine,
omdat het grote te ongemakkelijk is.
Een Kamer die liever praat
over diesel dan over macht.
En een kiezer die straks braaf
naar de stembus gaat,
terwijl niemand hem vertelt
in wat voor wereld
hij eigenlijk wakker wordt.

Maar geen paniek. Alles onder controle.

Morgen stemmen we gewoon.
Daarna zien we wel verder.
Misschien komt die wereldorde
dan eindelijk aan bod.

En de wereldorde?
Die komt later wel.
In een apart blokje.

Zoals het hoort.

Misschien.

 

Het is weer zover.
De borden vol verkiezingsposters staan er weer,
de socials stromen over,
de bakfietsen en SUV’s
staan weer symbolisch tegenover elkaar
bij het verkeerslicht.

Gemeenteraadsverkiezingen 2026.
Feest van de democratie.

Toch…?

Of is het tijd voor wat mínder politiek in plaats van meer?

In oktober 2024 gooide
de Amerikaanse gezondheidsminister Robert F. Kennedy Jr.
olie op het vuur – letterlijk.
Make Frying Oil Tallow Again”, riep hij op X.
Wie in plantaardig vet bakte,
vergiftigde het volk
en stond sowieso
aan de verkeerde kant van de geschiedenis.
Frituurvet als ideologisch strijdtoneel.
Bitterbal als beginselverklaring.

Klinkt absurd?
Welkom in 2026.

Alles is politiek geworden.
Wat je eet.
Wat je draagt.
Hoe je iemand aanspreekt.
Of je een warmtepomp hebt.
Of je nog durft te zeggen dat je twijfelt.
Politiek is een onverzadigbaar monster
dat zelfs je koelkast leegvreet.
In tijden van crisis
– stikstof, asiel, woningnood, oorlog –
zuigt het alledaagse mee
in een draaikolk
van morele verontwaardiging.

In 1789,
vlak na de bestorming van de Bastille in Parijs,
veranderde niet alleen de macht,
maar ook de mode.
Fluweel verdween,
witte katoenen hemden
werden revolutionair chic,
overal verschenen kokardes;
versierselen gedragen
om je mening te delen.
Je kon op straat zien
wie “goed” zat en wie niet.
Wie zich nog tegoed deed
aan een aristocratisch diner
in de salle à manger,
liep het risico
kennis te maken
met de guillotine.
Brood en bouillon
waren politiek correcte producten.

Het ging officieel
over bestaanszekerheid
en een nieuw sociaal contract.
Maar in de praktijk
ging het over symbolen.
Over kleding.
Over eetgewoonten.
Over hoe je elkaar aansprak.

Herkenbaar?

Probeer anno nu maar eens
op een partijborrel van de BBB
een bietenbal te serveren
in plaats van een bitterbal.
Of bij D66
een ambtsgebed uit te spreken.
Succes.
Het onderscheid tussen
links en rechts zou vervagen,
werd jarenlang gezegd.
Nou, probeer het maar eens.
Het is geen scheidslijn meer,
het is een loopgraaf.

We noemen het affectieve polarisatie.
Klinkt chic.
Betekent gewoon:
ik vind jou niet alleen ongelijk,
ik vind jou stom,
gevaarlijk of moreel verdacht.
En het besmettelijke is dit:
steeds meer neutrale dingen
worden in dat wij-zij-kamp getrokken.
Je sjaal.
Je auto.
Je woordkeuze.
Zelfs de inhoud van je frituurpan.

Waarom?
Omdat complexiteit vermoeiend is.
Omdat twijfel eng is.
Omdat het lekker overzichtelijk voelt
om te weten aan welke kant je staat.
Eén verkeerde term en je hangt.
Eén misstap
en je wordt digitaal gevierendeeld.

Maar ondertussen
sneeuwen de echte kwesties onder:
woningbouw die muurvast zit.
Gemeentelijke financiën die kraken.
Jeugdzorg die piept en kraakt.
De vraag hoe we onze buurten
leefbaar houden
zonder elkaar de tent uit te vechten.

Misschien is de meest radicale stem
bij deze gemeenteraadsverkiezingen
wel de stem die weigert
overal een cultuurstrijd van te maken.
De stem die zegt:
laat die symbolische loopgraven
even voor wat ze zijn.
Ga het hebben over riolering, veiligheid,
woningen, armoede.
Saai?
Misschien.
Maar wel waar het lokaal bestuur
voor bedoeld is.

Want als we elk meningsverschil
blijven opblazen
tot existentiële strijd,
dan groeit de roep
om één sterke leider
die “orde op zaken” stelt.
In 1799 heette hij Napoleon Bonaparte.
Die maakte een eind
aan het politieke gekrakeel.
Iedereen hetzelfde uniform.

Dat was overzichtelijk.

De vraag is:

willen we overzicht?

Of willen we democratie?