Thomas van Aquino,

de grote filosoof en theoloog uit de 13e eeuw

voegde aan de vier klassieke deugden,

drie ‘theologale’ of goddelijke deugden toe:

geloof, hoop en liefde.

Die drie deugden komen

uit de eerste brief van Paulus aan de gemeente in Korinthe.

Daar schrijft Paulus

‘Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie,

maar de grootste daarvan is de liefde’ (1 Korintiërs 13,13).

De grootste, de belangrijkste is de liefde,

en met die deugd zullen we deze serie dan ook afsluiten.

Geloven is volgens Thomas

een gerichtheid op het ultieme goede, op Gód.

Maar geloof is volgens hem ook een geschenk,

een genadegave van God.

God is oorsprong en doel en zin.

We zijn van nature gericht op het goede,

maar dan wel het goede voor onszelf.

Het gaat er om dat wij ons richten op het goede

voor de gemeenschap.

Er is een kracht of een impuls buiten onszelf nodig

die ons richt op dat goede dat ons overstijgt.

Hemelvaartsdag

 

Macht is een ingewikkeld thema.
Mensen streven ernaar.
Wie macht heeft, is geneigd om anderen naar zijn hand te zetten.
In je eigen voordeel.
Of in lijn met wat jij denkt dat het beste is.
Het werkt verslavend.
Maar het roept ook verzet op als iemand zijn macht inzet.
De verhalen van machthebbers worden met wantrouwen gevolgd.
Je gelooft niet dat dit het hele verhaal is.
Wat probeert iemand echt te bereiken?
Politici proberen erachter te komen wat er gebeurt.
Vooral als het fout gaat.
Wie is waar verantwoordelijk voor?
De Tweede Kamer moet de regering toch controleren?
Journalisten vragen door, zoeken het uit, leggen verborgen verhoudingen bloot,
onderzoeken wie er rijker van wordt.
Macht is een ingewikkeld thema.
Wie of wat trekt er achter de schermen aan de touwtjes?
En kan ik dat vertrouwen? Waarom?
Of waarom beter niet?

Hemelvaartsdag draait om macht.
Onze Heer Jezus Christus heeft de hoogste macht gekregen.
God heeft hem de plaats aan zijn rechterhand gegeven,
lezen we in de Bijbel.
Alles heeft God aan de voeten van Christus gelegd.
‘Mij is alle macht gegeven in hemel en op aarde,’

Hemelvaartsdag, waarop de macht in de wereld definitief gekanteld is,
brengt ons tot het gebed om het beter te begrijpen.
Om beter zicht te krijgen op Gods werk.
De wonderlijke gebeurtenissen van die dag toen Jezus opsteeg,
die wekken nieuwsgierigheid.
Wat gebeurde er? Wat gebeurde er echt?
Wat betekent het dat Hij alle macht heeft?
Maar laat Hemelvaartsdag je niet alleen tot gebed voor de kerk brengen.
Want gebed helpt je om zelf je weg te zoeken.
In de brieven van Paulus komen vaak geloof, hoop en liefde voor.
Als een prachtige samenvatting van de nieuwe levensstijl in Christus.
Een onafscheidelijke drietal.
Maar Paulus begint eerst met danken voor het geloof en voor de liefde.
Maar waar blijft de hoop?
Waar blijft de hoop?
De zekerheid van de bestemming?
Het anker in de hemel?
Het kompas voor je route?
Kennelijk blijft die achter.
En niet alleen bij Paulus, denk ik.
Het gebed om meer zicht op Gods werk is daarop gericht.
Dat je goed zicht blijft houden op de heerlijkheid die komt.
Dat je weet waar het op uit loopt.
Dat je besef hebt van Gods macht.
En je laat meenemen door zijn kracht.
Dan leer je wat belangrijk is.
Dan wordt niet alleen geloof en liefde,
maar ook de hoop een krachtbron voor je leven.

Wie trekt er achter de schermen aan de touwtjes?
Jezus Christus, je Heer, onze Koning!

 

Uiteindelijk belandt Jakob in Sukkot.
‘Sukkot’ is een plaats die we allemaal wel kennen en aandoen.
Het zijn de momenten waarop we terugvallen
in taaie, oude, ongezonde patronen.
‘Sukkot’ staat voor ons gesukkel.
Ons onvermogen om ons leven blijvend te vernieuwen.
Jakob is na Pniël weliswaar drager van een nieuwe naam: Israël.
Maar in de tijd na Pniël wordt hij, als ik goed tel,
nog twee maal zo vaak aangesproken
met zijn oude naam Jakob dan met zijn nieuwe naam Israël.

En in de volgende hoofdstukken treffen we steeds een wonderlijke mix aan
van Jakob en Israël verenigd in één en dezelfde persoon.
Genesis 34 gaat over het drama van de verkrachting van zijn dochter Dina,
de uitzinnige wraak van zijn zonen hierop resulterend in een bloedbad.
Jakob maakt in dit hele gebeuren een afwezige,
lakse, krachteloze en passieve indruk.
Maar een hoofdstuk later treffen we dan weer een bezielde man aan
die met zijn hele clan naar Bethel trekt
voor een proces van reiniging en vernieuwing van het verbond met God.
En daar, bij Bethel, bevestigt de Heer Jakobs nieuwe bestaan:
Hij zei: ‘Tot nu toe heette je Jakob.
Die naam zul je niet langer dragen:
Israël is je nieuwe naam.’ (Genesis 35,10)

Die tweestrijd in deze man tussen Jakob en Israël
wordt voor mij gevangen in dat ene beeld.
Als deze tweemens Pniël achter zich heeft gelaten,
lees ik in de Naardense Bijbel:
‘Dan gaat de zon over hem stralen zodra hij Penoeël (Pniël) is doorgestoken;
maar hij loopt voortaan mank, om zijn heup.’ (Genesis 32,32)
Dat beeld beklijft.
Waar het lang donker was in Jakobs leven
kan nu echt de zon weer gaan schijnen.
Het is echt een andere, nieuwe tijd.
Iedere stap die deze man zet, brengt hem dichterbij huis.
Maar als je goed kijkt, zie je,
dat iedere stap tegelijk ook iets anders zichtbaar maakt.
Deze man loopt kreupel, vanwege een mankement aan zijn heup.
Deze drager van een nieuwe naam, is tegelijk een getekend mens.

Jakob trekt en sleept voortaan met zijn ene been.
Hij zal vast nog vaak op de zaken vooruit willen lopen.
Ongetwijfeld zal hij opnieuw dwaalwegen inslaan
en zich soms toch weer in rare bochten wringen.
Maar steeds zal dat ene manke been hem in de weg zitten.
Hem herinneren aan Pniël en het gezicht van God.
Hem doen terugdenken aan de verzoening met Esau.
Dit mankement zal hem er toe aanzetten
zich steeds opnieuw te wenden tot de ander.
De ander in de ogen de zien, in verbinding te treden.
En zo in kleine stapjes steeds opnieuw een beetje heel te worden.

Jakob met zijn manke been kan steeds minder goed uit de voeten als jager.
Maar juist dankzij zijn mankement is hij meer en meer het type herder.
Het is een detail dat eigenlijk alles zegt:
Als Jakob op weg gaat naar Sukkot zegt hij:
‘ik pas me aan het tempo van het vee dat ik bij me heb
en aan dat van de kinderen.’ (Genesis 33,14)
Jakob 2.0, die nu Israël heet, is al bij al vaker een fijnere reisgenoot.
Minder gejaagd, meer in verbinding.

 

De musical Jesus Christ Superstar
viel laatst weer behoorlijk in de prijzen, dit keer bij de Musical Awards 2024.
Deze musical – die oorspronkelijk in 1971 voor het eerst het levenslicht zag –
werd door de jaren heen een aantal keren in Nederland op de planken gebracht.

Waar vroeger de gemiddelde christen niet gezien wilde worden,
is tegenwoordig de tone of voice van de christenen een stuk milder geworden.
Er is een ook open en soms zelfs ronduit positieve houding
tegenover de musical vanuit veel christelijke media.
Je ziet daarin een verandering ten opzichte van weleer.
De vraag kan gesteld worden waarom dit zo veranderd is?

De Jesus Christ Superstar van 2024 is niet de Jesus Christ Superstar
die eerder in Nederland werd opgevoerd.
De insteek is net even weer anders dan in oudere versies.
Zo is deze uitvoering ‘rauwer’, aldus het Nederlands Dagblad
en sluit het meer aan op de moderne tijd.
Maar is er inhoudelijk ook veel veranderd?
Is het verhaal bijvoorbeeld nu wel Bijbels te verantwoorden
en wordt aan de goede boodschap van Jezus
en zijn verlossing en genade nu wel recht gedaan?
Is dat waarom de reacties zo open en positief zijn?
Het antwoord daarop moet ‘nee’ zijn.
Zo is er ook in deze editie een romantische spanning
tussen Jezus en Maria Magdalena
en Judas is nog steeds een soort van ‘held’
waar de makers begrip en een zekere sympathie voor proberen te kweken.
Maar wat een groter en meer fundamenteler probleem vormt
is dat het evangelie er niet in zit, ja, dat het zelfs verdraaid wordt.
Zo gaat het nergens over zonde en vergeving.
Ook sterft Jezus niet aan het kruis en dientengevolge is er ook geen opstanding.
Als er in Jesus Christ Superstar iets van een ‘evangelie’ wordt verkondigd
is dat geen Bijbels evangelie.

Wat is er dan veranderd?
Wat wel is veranderd is het Nederlandse christendom.
Zoals ik al eerder schreef dat je als christen
vroeger niet naar deze voorstelling ging vanwege de aard en inhoud,
is het nu best interessant om voor de verandering
het verhaal van Jezus uit dit perspectief te bekijken.
Dat kan dan verrijkend werken voor je eigen visie en geloof.
Ook willen we vandaag minder stellig zijn met ons oordeel,
want wie weet wat voor goeds deze musical
nog kan uitwerken bij mensen?
Misschien komen er wel mensen dichterbij God
of raken ze geïnteresseerd in geloof en Jezus door de voorstelling.
Daar kun je toch niet tegen zijn!
En natuurlijk, daar zit allemaal wel wat in,
ware het niet dat in Jesus Christ Superstar van 2024
nog steeds het evangelie zelf wordt verdraaid en aangetast.
En zoals Paulus ons al leert
moeten we elke evangelie dat niet overeenkomt
met de Bijbelse onderwijzing daarover, pertinent en volledig afwijzen:
‘er is geen andere waarheid!
Mensen brengen jullie in de war.
Zij willen van alles veranderen
aan het goede nieuws over Christus.
Maar wat ik verteld heb, is de waarheid.
Als iemand iets anders vertelt,
dan zal hij door God gestraft worden. ’ (Galaten 1: 7-8)

 

‘De broers vergeven elkaar.’

Op dat moment denk je als lezer en toeschouwer:
Wow!
Alles is nu toch helemaal goed gekomen.
En je denkt te weten hoe dit verhaal verder zal gaan.
Ze vertellen elkaar hoe goed God voor hen is geweest al die jaren.
En als Ezau Jakob uitnodigt met hem verder te reizen naar Seïr,
neemt Jakob de uitnodiging blij en dankbaar aan.
En de twee broers, die jarenlang van elkaar vervreemd zijn geweest,
reizen nu schouder aan schouder samen verder, terug naar huis.
Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen!

Toch is dat niet helemaal hoe het gaat met Jakob en Ezau.
Jakob gaat niet op Ezau’s uitnodiging in.
Hij wijst de uitnodiging ook niet beleefd af maar doet toch weer een ‘Jakobje’, zijn typische handelswijze.
Wat we lezen is dit:
‘Hierna zei Ezau: Laten we verdergaan, ik zal je vergezellen.
Maar Jakob antwoordde:
‘Mijn heer weet hoe zwak kinderen zijn,
en ik heb de zorg voor zogende schapen, geiten en runderen.
Als die ook maar één dag worden opgejaagd, gaan ze allemaal dood.
Laat mijn heer toch voor zijn dienaar uit trekken,
dan zal ik hem op mijn gemak naar Seïr volgen
en mij aanpassen aan het tempo van het vee dat ik bij me heb
en aan dat van de kinderen.
Ezau zei: ‘Laat me dan tenminste een paar van mijn mannen bij je achterlaten.
Maar Jakob sloeg dat af: ‘Waarom al die moeite?
Het is mij voldoende dat mijn heer mij goedgezind is.
Diezelfde dag nog keerde Ezau terug naar Seïr.
Jakob echter reisde naar Sukkot en bouwde er een huis.’ (Genesis 33,12-17).

Jakob is notabene bij de Jabbok door de Heer zelf gezegend.
Hij is ondanks alles zojuist hartelijk en vol liefde en vergevingsgezindheid
in de amen gesloten door zijn broer.
En toegegeven: hij stelt zich in de ontmoeting met Ezau kwetsbaar en nederig op.
Maar toch, heel worden en heel blijven, is en blijft een proces.
Zijn vertrouwen in Ezau en in de zegen van God is kennelijk nog flinterdun.
Hij zegt en belooft het één maar doet toch weer iets anders.
En daarmee beschadigt hij het broze vertrouwen van zijn broer
en zet hij zijn heelheid opnieuw op het spel.

 

Heel worden is geen groots en eenmalig gebeuren.
Het is nooit af.
Ook dat zien we bij Jakob.
Net voor Pniël had hij nog een sluwe strategie uitgezet
om zijn broer gunstig te stemmen.
Hij had een hele stoet aan geschenken vooruit willen sturen
en ook zijn vrouwen en kinderen voorop willen laten gaan.
Zijn minst favoriete vrouw en kinderen voorop,
zijn lievelingen daarachter.
Om tenslotte zelf als allerlaatste zijn broer onder ogen te komen.

Maar na Pniël laat Jakob zijn handige, manipulatieve plannetjes varen.
Hij verstopt zich niet langer voor wie dan ook.
Er staat:
‘Zelf liep hij voor iedereen uit en terwijl hij zijn broer naderde
boog hij zevenmaal diep voorover.
Ezau rende hem tegemoet, sloot hem in zijn armen en kuste hem.
Beiden huilden.’ (Genesis 33,3-4)
Ik moet hierbij sterk denken
aan de terugkeer van de verloren zoon.
In Lukas 15,20 staan soortgelijke woorden:
‘Zijn vader zag hem in de verte al aankomen.
Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af,
viel hem om de hals en kuste hem.’
Jakob is hier als de verloren zoon
die na een jarenlange ballingschap eindelijk thuis komt.
Ezau vervult hier de rol van de barmhartige.
Hij ziet hem aankomen, rent hem tegemoet, omarmt hem,
kust hem en huilt om hem en met hem.

 

We gaan verder met het thema tweestrijd:

Bij Paulus, Jezus en Jakob zien we een tweestrijd.
Paulus lijkt te stikken in zijn tweestrijd en zegt:
‘Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan.’
Maar hij vindt een tweede adem
als hij zich in zijn tweestrijd wendt naar zijn God:
‘God, zij gedankt, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer.’ (Romeinen 7,24-25)
Zo verzoent Paulus zich met zijn gebroken bestaan.
En begint hij aan de mooiste, meest krachtige passage die hij ooit heeft geschreven.
Romeinen 8 dat uitloopt op de vaststelling dat niets,
ook geen enkele tweestrijd,
ons zal scheiden van de liefde van God in Christus Jezus onze Heer.

Jezus wordt innerlijk verscheurd door tweestrijd.
Hij kruipt als een worm door het stof in bloed, zweet en tranen.
Hij hervindt zichzelf als hij zich in zijn tweestrijd
tot driemaal toe wendt naar zijn hemelse vader.
‘Abba, Vader’, horen wij hem bidden in de nacht.
Zo richt hij zichzelf op en zegt daar in Getsemané:
‘Sta op, laten wij gaan.’
Zo verzoent Jezus zich met zijn weg.
Met het kruis dat Hij zal dragen.

En ook bij Jakob gebeurt iets van heelheid juist
in de ontmoeting met de ander.
Eerst wordt hij gedwongen God in de ogen te kijken bij Pniël.
En daarna kijkt hij Ezau in het gezicht.
En voor beide ontmoetingen gebruikt Jakob soortgelijke woorden.
Na Pniël zegt hij:
‘Ik heb God gezien, van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is gered.’ (Genesis 32,30)
En als hij Ezau ontmoet:
‘Ik heb uw aangezicht gezien, alsof ik het aangezicht van God zag
en u bent mij goedgezind geweest.’ (Genesis 33,10)

 

Ze hebben het wel eens over

‘als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’.

Ofwel: nooit, dat kan niet.

Maar toen ik met de Paasdagen hier in de buurt rondreed,

kreeg ik een moment de indruk dat Pasen en Kerst op één dag vielen.

Ik zag namelijk iets, met Pasen dus,

dat mijn gedachten direct naar de Kerst voerde.

Het zal wel een beroepsafwijking zijn…

Wat zag ik dan? Wel, onderweg zag ik verschillende bomen

die bij de grond waren afgezaagd.

Meer boomstronken dan bomen dus eigenlijk.

Maar nu zo mooi: uit die boomstronken groeiden allemaal nieuwe uitlopers,

er kwamen takken omhoog.

Het leven is er niet zomaar onder te krijgen!

Direct moest ik denken aan woorden van de profeet Jesaja

‘er zal een twijg voortkomen uit de afgehakte stronk van Jesse’

woorden die gewoonlijk klinken in de tijd net voor Kerst.

Een belofte in de vorm van een beeld:

als alle hoop vervlogen lijkt, zal er tóch een nieuw begin zijn.

Dat nieuwe begin is dan het kindje Jezus dat geboren wordt met Kerst.

Echter, past dit beeld ook niet prachtig bij Pasen?

De weg van de mensheid lijkt dood te lopen:

mensen gaan voor zichzelf, gebruiken geweld, onderdrukken onschuldigen…

In de kruisiging van Jezus werd het allemaal onthullend zichtbaar,

en anders wel in het wereldnieuws.

Is er dan nog een toekomst?

Of is de mensheid een afgehakte boomstronk waar het niets meer mee wordt?

Maar dan is daar het antwoord van Pasen.

Na Jezus’ kruisiging kwam zijn opstanding.

De boomstronk loopt uit!

Pasen zegt ons: er is een leven dat sterker is dan de dood!

Liefde overwint uiteindelijk de haat.

Er is hoop, want Jezus leeft! Hij als eerste ‘uitloper’,

toont dat er toekomst is bij God vandaan.

Wat zijn die boomstronken dan mooi!

Tekens zijn ze, om nooit op te geven,

maar verwachting te blijven hebben.

Jezus leeft, en deelt leven uit.

Geloof dat maar!

Goede Vrijdag

Ik neem je mee naar Golgotha. Het is vrijdagmiddag tegen drie uur.
Het is dus nog volop dag en toch is het hier.
Al sinds het middaguur vreemd donker.
Alsof er een sluier van duisternis ligt over alles.
Alle geluid en kabaal is inmiddels door deze deken gesmoord.
De ophitsende hogepriesters en oudsten.
De menigte die als uit één mond kruisigt hem riep.
De lallende Romeinse soldaten met hun wrede grappen.
De venijnige spot van omstanders en voorbijgangers.
Er valt over dit alles een diepe vreemde stilte.
Ook de natuur hult zich in stilzwijgen.
Je hoort geen vogel meer fluiten.

Kom, dan lopen wat dicht naar het kruis toe.
Die ene Man daar aan dat middelste kruis.
Hij wordt gemeden als de pest.
Op pakweg anderhalve meter links en anderhalve meter rechts van hem
hangen nog twee mannen aan een kruis.
De een spuwt zijn laatste venijn, de ander wendt zich naar Jezus toe.
Zelf hangt hij op laten we zeggen anderhalve meter boven de aarde, van de mensheid.
Weggehoond, verguisd, bespot, uitgekotst.
Met pek en veren de stad uitgedragen.
Geen intensive care maar intense haat.
Geen beademing maar bespotting.
Niet omringd door helden uit de zorg maar verlaten, zelfs door zijn beste vrienden.

Volgens Mattheüs is Jezus zelf ook stil.
Daar hangend aan het kruis, heeft Jezus al die tijd
geen kik gegeven, geen woord gezegd.
Maar nu, aan het einde van drie uren duisternis
verbreekt hij de stilte met een schreeuw:
‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’

Wat hier gebeurt is een groot mysterie.
Laten we er stilletjes naar kijken.
Er om heen lopen, er wat over na denken.
Kijk alles wat er gebeurde met Jezus, de vernederingen, de martelingen,
Het venijn, de spot, de spijkers en het kruis.
Het was wreed en verschrikkelijk.
Maar in deze schreeuw proeven we dat zich hier
nog een ander, dieper lijden afspeelt

Jezus hangt daar niet voor zichzelf.
Hij hangt daar voor ons allen.
Hij is het hoofd van alle dingen.
Van alle mensen en de hele schepping.
En Jezus zegt niet: ik ben alleen.
Hij zegt: u hebt mij verlaten.
En God verlaat hier dus niet alleen Jezus.
Maar in hem verlaat God hier alles en iedereen.
En het hele gewicht daarvan, dat voelt alleen deze ene man.
En als God gaat, dan gaat het licht uit.
En wat overblijft is een godverlaten, godvergeten wereld.
Je kunt zeggen: dit is de hel.

Jezus ervaart hier iets wat niemand zo ervaren heeft.
Het is wat hij al aanvoelde in de hof van Getsemane.
Waar het hem zo aanvloog dat hij als een worm over de grond kroop en bloed zweette.
Als God verdwijnt is er in plaats van zegen vloek.
Dan verdwijnt alle zin en samenhang.
In plaats van heelheid, eenheid, shalom is er vloek, verval, verrotting, verwelking.
Zoiets als een doolhof zonder uitgang, waanzin zonder overkant.
Zonder zin en uitzicht wordt alles krankzinnig, absurd, idioot.
Dat klinkt door in deze schreeuw: tot wat? God van mij, tot wat?
Het is teveel, ondragelijk, je zou je ervoor willen afsluiten.

Deze schreeuw van Jezus aan het kruis.
Het is ook de schreeuw van de schepping.
Jezus schreeuwt hier niet alleen voor en namens de mensen.
Hij schreeuwt namens de hele schepping.
Waar nu alle licht is gedoofd, en geen vogel meer zingt.
Deze Godverlaten wereld waar de machten van de duisternis.
De woestheid en ledigheid van voor het begin weer vrij spel heeft.
Die schepping die zo deelt in de gevolgen van de zonde.
Die is hier begrepen in deze schreeuw.
Alles schreeuwt hier mee.

Jezus schreeuw neemt alle schreeuwen in zich op.
Voor alle machteloosheid, alle onrecht,
al het verdriet dat ons mensen kan overkomen.
Door andere mensen aangedaan,
of je overkomen door deze kapotte wereld.
Ziekte, depressie, gebrokenheid in je relatie,
of in de relatie met je kinderen, met je ouders, met vrienden.
Een ongeluk, of verdriet omdat niet lukt wat je wilt bereiken,
werkeloosheid en lichamelijk ongemak.

Soms praten wij mensen niet meer met God.
En als we niets meer weten te zeggen, zeggen we soms nog:
mijn God! O my God!
Begrijpen er soms helemaal niks meer van.
Maar Jezus daalt in die diepste, donkerste momenten af.
Begrijpt ons hierin beter dan wij onszelf begrijpen
en neemt ons zwijgen en ons schreeuwen
en alles er tussen in op in deze ene hartverscheurende schreeuw.
En is zo echt Immanuel, God mét ons!!

Deze schreeuw is een klacht.
Waarom? Tot wat?
En Jezus sterft te midden van zijn vragen.
Binnen zijn aardse leven is hij niet verhoord.
Er is een nare, wrede, niets ontziende dood.
Er is geen uitkomst, geen verhoring.
Daarmee deelt Jezus in al die pijn van onverhoorde gebeden,
van lijden zonder zin.

Het diepere geheim van deze schreeuw is dit.
God verlaat niet alleen zijn zoon.
Hij verlaat niet alleen de mensen en de schepping.
Hij verlaat hier ook zichzelf.
God neemt deze scheur op in zichzelf.
Hij ondergaat dit, gaat er in onder.
God gaat tot het uiterste in zijn liefde.
De drie-ene God kraakt in zijn eenheid in zijn toewending naar ons.
God gaat hier zelf stuk, kapot.

Nou, stuk, kapot. Toch niet helemaal.
Want Jezus schreeuwt wel intens.
Maar hij blijft daar wel hangen.
En zijn schreeuw tot wat, zijn waarom gaat door merg en been.
Maar hij blijft ook schreeuwen:
God van mij, God van mij.
Wie U zegt of jij, is ondanks alles toch nooit echt alleen.
En in Jezus die daar aan het kruis blijft hangen tot het einde
zien we God zelf die wel kraakt in al zijn voegen.
Maar in Jezus ons en deze wereld toch niet loslaat,
trouw blijft en standhoudt.
En daarvoor de hoogste, zwaarste prijs voor wil betalen.
Wil afdalen tot in de hel. Wil sterven voor de wereld.

Als het langzaam weer licht wordt daar op Golgotha
zien we daar een paar mensen staan, onderaan het kruis.
Een Romeinse officier plus wat Joodse vrouwen.
Dit is zeg maar het begin van de kerk.
Mensen die deze laatste schreeuw niet meer, nooit meer kunnen vergeten.
Een schreeuw die we elke dag opnieuw horen.
Om ons heen en in onszelf.
En waar we deze schreeuw horen weten we:
die wordt gedragen en meegenomen
in de laatste schreeuw van deze man aan het kruis.

Dan is er die tweede schreeuw en sterft Jezus daar aan het kruis.
Je zou misschien verwachten dat het dan nog donkerder wordt.
Maar nee, als Jezus sterft, wordt het juist weer licht.
Jezus neemt in zijn dood alles mee en alles weg.
Dood, duisternis, vloek, oordeel, kloof, breuk.
Matteus schrijft: Nog eens schreeuwde Jezus het uit.
Toen gaf hij de Geest. Dat doet hij echt actief, als een eigen keuze.
De Geest geven.

Bij een afgematte, uitgeputte, stervende man
verwacht je als laatste hooguit nog een zucht, een kreun.
Maar Jezus schreeuwt het nog eens krachtig uit.
In deze schreeuw klinkt er naast al het andere ook iets mee van overwinning.
Want juist als Jezus met deze laatste schreeuw sterft
begint het weer licht te worden.
En zijn er de eerste tekenen van een nieuw begin.
De schepping begint aan een eerste vreugdedans.
De aarde beeft, graven barsten open, doden komen tot leven.
En in de tempel scheurt het voorhangsel van boven naar beneden.
Er gaat er bij God en in God een deur open.
Voor jou, voor mij en voor alle mensen.

Witte Donderdag

 

Iemand die begint om jouw voeten te wassen, komt dicht bij je.
Iemand komt jou je voeten wassen en dat moet je laten gebeuren.
Je hebt niet zelf meer de controle.
En je wilt graag de mens zijn die zelf handelt, die actief is.
Zelf handelen, zelf bepalen wat er gebeurt geeft je een gevoel van controle.
Jij bepaalt wat er gebeurt met je lichaam,
jij bepaalt wat er gebeurt met je leven.
Maar nu moeten de leerlingen toelaten dat Jezus hen aanraakt
en zoiets volstrekt ongewoons als het wassen van voeten bij hen doet:
Hij de leraar, de meester stelt zich op als dienaar.
Ook daar kunnen ze niet in ingrijpen, dat moeten ze ondergaan.
Als het mij was overkomen,
ik zou er zeer ongemakkelijke en verkrampt bij gezeten hebben.

Petrus – altijd Petrus – probeert er nog een eigen draai aan te geven.
Hij probeert meteen weer het initiatief te grijpen.
Hij probeert terug te komen in de rol van handelende en controlerende mens.
Hier vindt een reiniging plaats, denkt hij,
o, maar dan moeten ook mijn handen en mijn hoofd, roept hij.
Maar nee, Jezus wijst hem terug,
Petrus moet deze voetwassing ontvangen.
‘Alleen als je dit toelaat, kan je bij me horen’ zegt Jezus.

In het evangelie van Markus lees je hoe een vrouw olie uitgiet over het hoofd van Jezus.
Dat heeft iets van wijding en heiliging – een priester of een koning worden gezalfd –
en het heeft ook iets begrafenisachtigs,
want een dode wordt gezalfd om hem nog even de geur van het leven te laten houden.

In het evangelie van Johannes, wordt Jezus ook gezalfd.
Alleen in het evangelie van Johannes wordt niet zijn hoofd,
maar worden zijn voeten gezalfd.
Een vrouw zalft zijn voeten.
En in een intiem gebaar van liefde
droogt ze de voeten van Jezus met haar eigen haar.
De vrouw zalft hem – ze maakt hem de gezalfde, de Christus –
en ze bereidt hem voor op zijn begrafenis.
Als Jezus de voeten van zijn leerlingen wast,
dan doet hij iets soortgelijks als de vrouw aan hem heeft gedaan.
Hij geeft iets van wat met die zalving te maken heeft door.
Het is wel net anders, maar het staat in dezelfde lijn.

Jezus wast de voeten van zijn leerlingen.
Eigenlijk wast hij onze voeten.
Hij geeft ons op die manier iets van zijn zalving door,
hij betrekt ons bij zijn gang naar het kruis.
‘Als je dit toelaat, kan je bij me horen’ zegt Jezus.

Soms kom je op je eigen weg van lijden.
Je verliest een baan, je verliest gezondheid, een geliefde van je sterft.
Je kan je leven dan onaangedaan vervolgen.
Er gebeuren nu eenmaal nare dingen, maar ja, die gebeuren nu eenmaal.
‘Shit happens’.
Je parkeert ze, kadert ze in, dat was het en je gaat verder.
Je doet alsof er verder niets aan de hand is.
En dat vind je mooi want op die manier houd je je leven in je hand,
blijf je de mens die je was.

Maar je kan er ook anders in staan. Je kan het ook toelaten.
Het verdriet, het lijden het ongeluk in je leven
is niet iets dat geparkeerd staat,
je kan het toelaten als onderdeel van je leven.
Als iets wat ook bij je leven hoort.
Niet van: dat hoort nu eenmaal bij het leven.
Nee, in al zijn vreselijkheid hoort het bij jouw leven.
Is het daar onderdeel van geworden.

Maar het staat er niet alleen.
Het is onderdeel van het leven van Christus geworden.
Hij heeft je betrokken bij zijn gang naar het graf.
Hij heeft jouw voeten gewassen,
Hij heeft ze gewikkeld in zijn linnen doodsdoek
en je hebt het toegelaten.
Je bent met hem mee gegaan in zijn gang.
Oké, net even anders, het is niet jouw kruisiging,
maar je hebt in je eigen leven je eigen portie wel en dat is genoeg.

Jezus nodigt je uit, om jouw verdriet en de moeilijke dingen van jouw leven
te zien als iets dat te maken heeft met zijn lijden.
Het is jouw manier om zijn kruis te dragen
en zijn lijden is zijn manier om jouw kruis te dragen.
Hij nodigt je uit om jouw verdriet te zien
als iets dat net als zijn dood en lijden bij God terecht komt.
Met de belofte dat hij het verzorgen zal,
dat hij je vernieuwen zal als een mens van pijn en een mens van verdriet,
maar wel als Zijn mens, hersteld, herrezen.

En zoals het is tussen Christus en jou, zo is het tussen ons, als zijn leerlingen.
Wij gaan met elkaar om in de geest van dit voeten wassen.
Hij wast onze voeten en wij wassen de voeten van een ander.
We gaan met elkaar om in deze geest van dienstbaarheid.
En in het besef dat we elkaar zo betrekken
bij de gang van Christus door de dood en naar het leven.
Dat we zo elkaar dragen naar het leven.