Vorming, vernieuwing van ons karakter,
dat is waar het in de Bijbel vaak om gaat.
Jakob, Mozes, David,
stuk voor stuk kenden ze tijden waarin ze werden gevormd, gekneed.
En woestijnperioden, in tegenslagen en beproevingen, soms vele jaren lang.
Zo ontwikkelden ze het karakter dat ze nodig hadden
om hun roeping te vervullen en tot hun bestemming te komen.

Het is ook een belangrijk inzicht in het bedrijfsleven
In het beroemde boek ‘De zeven eigenschappen voor succes in je leven’
van managementgoeroe Stephen Covey
– die vooral inzet op het vlak van effectief leven en werken – staat:
‘wil je duurzaam succes hebben, focus dan op wie je bent als persoon.
Werk aan de ontwikkeling van je karakter.
Aan integriteit, aan loyaliteit, aan waarachtigheid.’
Duurzaam succesvol zijn, zegt ook Covey. Het is een kwestie van karakter.

Jezus mocht eerst opgroeien en gevormd worden.
‘Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid;
Gods genade rustte op hem.
Jezus groeide verder op en zijn wijsheid nam nog toe.
Hij kwam steeds meer in de gunst bij God en de mensen.’
Bij Jezus zien we dat juist Gods Geest zich bezig houdt met de vorming van karakter.
Als Jezus bij zijn doop in de Jordaan de Geest ontvangt
is het volgende wat we lezen dat diezelfde Geest
hem in de woestijn leidt voor een proces van beproeving, loutering.
Een karaktertest van maar liefst 40 dagen lang.

Jezus zelf is ook heel bewust bezig met karaktervorming.
Hij neemt mensen mee in een andere manier van leven.
Hij richt daarvoor geen klaslokaaltje in de lokale synagoge
maar vormt een leefgemeenschap.
Trekt intensief op met een kleine groep mensen
en door met elkaar op te trekken, samen door ervaringen heen te gaan,
en met vallen en opstaan vindt een proces plaats van karaktervorming.

Jezus noemt de Geest ‘een andere helper’
en wat hij bedoelt is:
Hij wil net als ik met je door alle dingen heen trekken
en werkelijk alles wat je meemaakt,
de kleinste dingen van iedere dag,
het zijn leermomenten, groeimomenten.
En ik wil erbij zijn, bij al die momenten
en stapje voor stapje je leren
hoe je in de stijl van Jezus om kunt gaan met wat er op je pad komt.

Misschien zit je erover na te denken en klinkt het je allemaal te maakbaar.
Je kunt zeggen: er is toch ook van alles wat invloed heeft op mijn karakter
waar ik weinig of geen invloed op heb?
Daar zit wat in. Je startpunt wordt sterk bepaald door anderen.
Je krijgt al van alles mee in je DNA.
In de opvoeding zetten anderen al een stempel op je.
Je kiest zelf niet je beginpunt, wat je meekrijgt.
En wellicht begin je in sommige opzichten aan een achterstand.
Maar bij karaktervorming draait het niet zozeer om waar je start, of waar je nu bent.
Maar veel maar om waar je heen gaat.
Je hebt de keuze waardoor je je laat leiden en vormen.

Er zit zeg maar een God-factor in en een mens-factor.
De God-factor is dat de groei zelf buiten mijn bereik ligt
De groei zelf kan ik niet realiseren.
Dat is aan Gods Geest.
Geestelijke groei is in de kern een geschenk dat je ontvangt.
Het is een vrucht van de Geest.

Tegelijk zit er ook een mensfactor aan.
Je kunt wel de juiste voorwaarden scheppen
waarin de groei kan plaatsvinden en doorzetten.
Zorgen voor voldoende voeding en zonlicht.
Zorgen dat er genoeg ruimte is, onkruid verwijderen.
Zo je leven inrichten dat je Geest niet in de hoek duwt
maar dat Geest steeds ruimer gaat wonen in je
en steeds meer vrij spel krijgt om diep in je binnenste te gaan schrijven
zodat je steeds meer wordt waar je voor bedoeld bent:
Een leesbare brief van Christus.

4 juni 1976 – 16 februari 2024

 

In de rechtszitting kort na zijn arrestatie,
waarin zijn voorwaardelijke straf werd omgezet in echte gevangenisstraf,
vertelde Navalny het gerechtshof in Moskou dat hij christen was geworden.

Tijdens dat proces in 2021 zei hij:
‘Feit is dat ik christen ben…
Ik was zelf ooit een behoorlijk militante atheïst…
Maar nu ben ik een gelovige, en dat helpt mij enorm bij mijn activiteiten…
Er zijn minder dilemma’s in mijn leven,
omdat er een Boek is waarin over het algemeen
min of meer duidelijk staat welke actie in elke situatie moet worden ondernomen.

‘Het is natuurlijk niet altijd gemakkelijk om dit Boek te volgen,
maar ik probeer het echt. En dus is het, zoals ik al zei,
waarschijnlijk gemakkelijker voor mij
dan voor vele anderen om zich met politiek bezig te houden.’

Navalny citeerde vaak verzen uit de Bergrede van Jezus, in het bijzonder:
“Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden”           (Matteüs 5:6).
‘Ik heb altijd gedacht dat dit specifieke gebod min of meer een instructie tot activiteit is’,
merkte Navalny op.

Aleksej Navalny vocht onbevreesd tegen de corruptie in Rusland
en werd vergiftigd, gevangengezet en op 16 februari 2024 vermoord door de staat.

Sinds het nieuws over zijn dood bekend werd,
heb ik nagedacht over de woorden van Navalny.
Hij zag de instructie van Jezus niet alleen als een belofte
die in de toekomst vervuld zou worden,
maar als een zeer actuele oproep tot actie.
Het motiveerde hem niet alleen om op te komen voor gerechtigheid,
maar ook om zich uit te spreken tegen onrecht.
Het gaf hem de moed om zijn eigen leven op het spel te zetten in het belang van anderen.

Zijn honger en dorst naar gerechtigheid
waren niet alleen spiritueel, maar letterlijk:
soms koos hij voor een hongerstaking
om de aandacht van de wereld te trekken,
soms werd hij uitgehongerd als straf in de gevangenis.
Hoe dan ook, hij bleef zich inzetten
voor het teweegbrengen van verandering
in het politieke systeem van zijn land.

Als Navalny zijn geloof kan vasthouden,
gerechtigheid kan blijven nastreven
en anderen kan uitdagen om de leer van Jezus te volgen,
zelfs terwijl hij gevangen wordt gezet,
gemarteld en zelfs vermoord,
moeten we misschien allemaal heroverwegen
hoe we de vrijheden en kansen die we hebben gebruiken.

Misschien moeten ook wij ons meer uitspreken
als er sprake is van misbruik van publieke middelen,
ongepaste invloed van de media,
het oppotten van rijkdom door enkelingen,
of om de verslaving aan geld, seks en macht aan te pakken.

Kunnen we nog meer doen om te pleiten voor de gemarginaliseerden
en om ervoor te zorgen dat degenen die aan de macht zijn,
werken ten behoeve van degenen die dit het meest nodig hebben?
Hoe kunnen we pleiten voor een goed landsbestuur
en onze leiders ter verantwoording roepen,
en eisen dat degenen die leiding geven
dit met integriteit en mededogen doen?

Navalny’s leven, dood en geloof dwingen de vraag af:
wat kunnen we vandaag de dag in de naam van Jezus
en met behulp van de Bijbel doen
om rechtvaardigheid en gerechtigheid na te streven?

In zijn eigen woorden: ‘You’re not allowed to give up!’

 

Om liefde te laten ontwikkelen, zijn minstens twee andere dingen nodig:

vrijheid en verantwoordelijkheid.

Vrijheid speelt in het Nieuwe Testament een belangrijk rol,

vooral bij Paulus als vrijheid ten opzichte van de wet, maar ook bij Jezus.

Ik zie de houding van Jezus heel duidelijk

in het verhaal over het ‘arenplukken op de sabbat’.

Jezus loopt tijdens een sabbat met zijn leerlingen langs een korenveld.

De leerlingen hebben honger en plukken een paar aren,

wrijven de tarwekorrels eruit en eten die op.

De farizeeërs hebben het gezien en roepen Jezus ter verantwoording.

Niet wegens broodroof,

maar omdat het plukken van een paar aren al als oogst geldt,

en oogsten is evenals andere arbeid verboden op sabbat. (…)

Geen uiterlijk vastgelegde geboden

die met pijnlijke precisie opgevolgd moeten worden,

maar een nieuwe instelling daar moet hem gaan:

God verandert mensen.

Dat blijkt in de relatie tot elkaar en tot de mensen om ons heen.

Het nieuwe leven dat God geeft bruist op vanuit de liefde van God

en bewijst zich in liefde naar elkaar en naar buiten.

Die liefde bestaat in oprechtheid, onderscheidingsvermogen, innigheid,

hoogachting, enthousiasme, standvastigheid, vrijgevigheid,

gastvrijheid, goedheid, sympathie, eensgezindheid en nederigheid…

Je ziet Jezus als het ware voor je ogen opdoemen.

Zo wil God ons leven veranderen. Nu al een echt begin.

Niet meer aangepast aan deze tijd en

waar wij mensen allemaal maar achter aan rennen,

maar veranderd naar wie Jezus is.

Hij komt in je wonen.

Hij komt door ons heen naar buiten.

Onze woorden zijn eigenlijk zijn woorden.

Onze blik is eigenlijk zijn blik.

Ons luisterend oor is eigenlijk zijn luisterend oor.

Onze arm om de schouder van de ander is zijn arm om de schouder.

Onze echte kleur is Christus!

Hij straalt van je gezicht af,

maar dat komt omdat Hij woont in je hart

en je van binnenuit verandert door zijn Geest!

Vraag Hem elke dag daarom.

dat is het nieuwe verbond.

Zo zal het koninkrijk God zijn.

Jezus zegt:

‘Ik sta voor de deur en klop aan.

Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten,

Ik met hem en hij met Mij.’

Openbaring 3,20

Laten wij Jezus binnen? Is Hij welkom?

Of hebt u als Hij aanklopt of belt voor een afspraak niet het lef om ‘nee’ te zeggen?

Maar eigenlijk zit je niet op Hem te wachten.

Want je bent druk, je hebt geen zin in kritische vragen.

Het kan ook zijn dat je Jezus in je huis binnen laat omdat je wilt weten wie Hij is.

Wat heeft Hij jou te bieden?

Of jullie vrienden worden hangt er maar net van af

of Jezus een beetje in jouw straatje past.

Want we willen wel zelf blijven bepalen wat er in ons huis gebeurt.

Dat gebeurde ook in het leven van Zacheüs. Dat Bijbelverhaal staat in Lucas 19.

Jezus liep door de stad Jericho. Daar was een man die Zacheüs heette.

Zacheüs was een rijke belasting ambtenaar voor de Romeinen.

Zacheüs wilde Jezus zien en omdat er veel mensen waren en hij klein van stuk was,

klom hij in een vijgenboom om Jezus te kunnen zien.

Toen Jezus daar langskwam, keek Hij naar boven en zei:

Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in jouw huis verblijven.’

Zacheüs kwam naar beneden en ontving Jezus vol vreugde bij zich thuis.

Ook Zacheüs is dus zo’n iemand die te weten wil komen wat voor iemand Jezus was.

En hij klimt daar zelfs voor in een boom.

Als Jezus dan passeert en onder die boom staat kijkt Hij omhoog en zegt:

vandaag moet ik in jouw huis zijn.’

Wilde Zacheüs dat?

Nee, het zal vooraf wel niet de bedoeling van Zacheüs zijn geweest.

Maar Jezus nodigt zichzelf uit

en door dat binnen laten van Jezus wordt z’n hele leven op zijn kop gezet,

verandert het leven van Zacheüs totaal.

Wij leven in een wereld waarin we volop met ons zelf

en onze eigen belangen bezig kunnen zijn.

Waarin we veroordelen wie anders is of anders denkt dan wij.

Maar Jezus is naar de aarde gekomen om ons een andere wereld te brengen,

een nieuwe wereld.

De wereld waarin God centraal staat, waarin we oog hebben voor elkaar,

waarin recht gedaan wordt en alles eerlijk verloopt.

Een wereld waarin niemand wordt buitengesloten,

vernederd wordt of tekort gedaan of benadeeld.

Die wereld komt Jezus bij Zacheüs brengen

en Hij wil die wereld ook achter jouw voordeur brengen.

Laat Jezus binnen in alle aspecten van je leven: in je relaties (slaapkamer),

je prioriteiten (de weekplanner in de keuken), je omgang met je bezit (zolder).

Laat Jezus je vuile was doen (badkamer).

Ga met Jezus de kelder in om donkere herinneringen op te ruimen,

zodat jij de deur niet meer krampachtig dicht hoeft te houden.

Laat Jezus toe in je bijkeuken, waar je iedere keer struikelt

over de niet-opgeruimde rommel in je leven.

Laat Hem helpen om zonden en verleidingen op te ruimen.

Vaak laten we Jezus buiten de deur staan, op de stoep. De regie opgeven is voor ons moeilijk.

Je wilt je leven graag houden zoals het is.

En als we Jezus al in ons huis binnen laten,

dan is het vaak alleen in de gang of in de opgeruimde woonkamer, waar Hij nauwelijks kwaad kan.

Kapsel jij Jezus in of kapselt Hij jou in?

Probeer jij Jezus in jouw straatje te passen of ga jij de weg die Hij wijst?

Jezus wil bij ons binnenkomen, Hij wil ons leven binnenkomen.

Hij staat voor de deur en Hij klopt.

Jezus wil in ons leven komen als brenger van een nieuwe wereld,

Gods nieuwe wereld.

Het Pinksterfeest is het feest waarop Jezus de Geest van God uitgiet over al zijn leerlingen.
God had al lang geleden beloofd zijn volk de heilige Geest te geven.
Gelovigen zagen uit naar de komst van Gods Geest.
Nu, op de Pinksterdag, is het eindelijk zover.
God wil ons leven vernieuwen. Door Jezus. Door de Heilige Geest.
Wij mogen elke keer opnieuw beginnen.
Hier proef je weer Gods goede begin.
Daar zal gauw genoeg van allerlei kanten de klad in komen.
Het blijven mensen.
Mensen die neigen naar alles wat tegen God en tegen het mens zijn ingaat.
Maar toch:
Jezus zal ervoor zorgen dat er altijd en overal leerlingen van Hem zullen zijn die anders zijn.
Die wel weer laten zien hoe God de mens bedoeld heeft.
Die niet leven ten koste van zichzelf, hun medemens en Gods schepping.
Bij wie het leven juist ruimte krijgt en opbloeit.
Het leven voor de aarde en voor de mensen die daar op wonen.
Maar is dat geen toekomstmuziek?
Het is waar: de hemel op aarde is er nu nog niet.
Dat komt nog. Als Jezus terugkomt.
Maar in alles wat gebroken is wil God nu al iets daarvan laten zien.
De oude klanken van het paradijs waar alles goed was.
De nieuwe klanken van de nieuwe aarde.
Dat nieuwe leven wil God laten zien door jou en mij.
Als je naar Jezus gaat en je vraagt Hem om de Geest van God, dan gaat Hij je dat leren.
Dat is een prachtige taak.
God wil mensen gebruiken in zijn goede beheer van zijn schepping.
In zijn liefde voor de aarde en de mensen die daarop wonen.
Kom daarvoor elke dag bij God.
Laat Jezus Heer zijn over jouw leven.
Ontvang van Hem de Geest van God.
En als je die ontvangen hebt, laat Hem dan steeds jouw leven vullen.

‘Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren,
kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee,
maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze Hem niet herkenden.’

Lucas 24,15-16

‘Als christenen leven vanuit de blijde boodschap,
dan zouden ze er wel eens wat verloster uit mogen zien.’
Dat zei Friedrich Nietzsche. Filosoof in de 19e eeuw en domineeszoon.
Want het evangelie is goed nieuws, tintelt van hoop.
Maar in hoeverre is dat ook te merken aan wie ik ben, de taal van mijn lichaam.
De sfeer die ik om me heen heb hangen.
Zien anderen die met mij leven en optrekken
in mijn leven van iedere dag iets van een blij en verlost mens?
Zou Nietzsche niet een punt hebben met deze uitspraak?
‘Als christenen leven vanuit de blijde boodschap,
dan zouden ze er wel eens wat verloster uit mogen zien.’

De twee wandelaars op de Emmausweg zien er in elk geval niet erg blij en verlost uit.
Je krijgt de indruk dat zij geestelijk gezien nu juist wel te pletter zijn geslagen
nu zij van God niets anders ervaren dan zijn doordringende afwezigheid.
Overspannen verwachtingen stukgelopen op de weerbarstige realiteit.

En dan is daar die derde in het gesprek.
Het is de opgestane Heer zelf die zich incognito bij deze wandelaars voegt.
Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee.
Er zit iets genadigs, iets pastoraals in dit meegaan.
Jezus had hun gesprek ook abrupt kunnen afbreken.
Hij had hun wandeling tot stilstand kunnen brengen.
Maar dat is niet wat hij doet.
Terwijl zij zo met elkaar in gesprek waren
kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee.
Hij loopt met hen mee de hele Emmausweg uit. Zo lang als dat nodig is.

Hij voegt zich naar het proces dat in hen gaande is.
Hij luistert, stelt af en toe een vraag en luistert opnieuw.
Nee, het klinkt bij hen allemaal niet zo blij, niet zo verlost.
Maar het weerhoudt de Heer er niet van bij hen te zijn.
Al luisterend en vragend brengt Jezus deze twee bij hun verdriet, hun verwondheid.
En ook ons als wij van God niets anders ervaren dan zijn doordringende afwezigheid.
Toen kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee.

Ja, Nietzsche heeft volkomen gelijk.
‘Als christenen zo echt léven vanuit de blijde boodschap,
zouden we er samen een stuk verloster uit zien.’
Niet als mensen met een Messiascomplex
die zichzelf en elkaar voortdurend overroepen en overvragen.
Maar als imperfecte mensen die weten dat we aanvaard zijn.
Aanvaard inclusief onze schaduwkanten, ons tekortschieten, onze schuld en onze schaamte.
Dat hij vertrouwd is met al mijn wegen, zelfs met verkeerde afslagen,
dwaalwegen, zijsporen en doodlopende stukken.
Dat lang voordat ik hem zien, herken en lief heb, Hij mij ziet, kent en liefheeft.

Toen zeiden ze:
‘Laten we een stad gaan bouwen met een toren die tot in de hemel komt.
Dan worden we heel beroemd.
En als we in die stad blijven, raken we niet over de hele aarde verspreid.’

Genesis 11,4

De mensen in Babel bouwen voor zichzelf een toren bouwen.
Ze willen voor zichzelf een naam maken.
Ze willen het allemaal zelf voor het zeggen hebben, ze dulden niemand boven zich.
Zien we het vandaag niet om ons heen?
Dat mensen, wijzelf, God naar de kroon willen steken.
Wanen onszelf God. We denken Hem niet nodig te hebben.
Wetenschappelijk aantonen dat God niet bestaat.
Zekerheden voor onszelf bouwen?

Zo willen mensen – in Babel en ook nu – zich een naam verwerven. Dat ze niet vergeten worden.
Ze willen zichzelf verheffen. Opklimmen naar boven. Kapitaal, carrière.
Misschien zelfs wel op godsdienstig terrein door ernstig en vroom te leven.

Ze willen zelf bepalen wat ze willen worden.
Zo bouwen ze aan hun eigen torentje.
Ik als middelpunt van de aarde.

Toen de geleerde Blaise Pascal was overleden
werd ergens in de voering van zijn jas een stukje perkament gevonden.
Daarop stonden een paar losse woorden,
halve zinnen waarmee Pascal kennelijk een ervaring wilde beschrijven en vastleggen.
De meest intieme ervaring die hem was overkomen, een ontmoeting met God.
Op het papiertje stond met grote letters: VUUR!
En daaronder: God van Abraham, God van Izaäk, God van Jakob.
Niet van filosofen niet van geleerden.
Zekerheid, zekerheid, gevoel, vreugde,
vrede van God en Jezus Christus, Uw God zal mijn God zijn.

Zekerheid, zekerheid, dat schreef Pascal op dat kleine stukje perkament.
Hij had kunnen kiezen voor het woordje:
securité, wij kennen dat van het Engelse woordje security.
Het is een soort van zekerheid zonder enig risico de zekerheid die volledige controle wil hebben.

Dat is de soort zekerheid van de polis van veiligheidsdiensten en verzekeringsmaatschappijen.
Van de hoogste gebouwen van onze steden zeg maar.

Maar als Pascal schrijft: zekerheid, zekerheid,
dan gebruikt hij heel bewust een ander woordje:
certitudo. We kennen het van het Engelse certain.
Dat is een ander soort van zekerheid, een zekerheid die durft te leven met onzekerheid.
Een zekerheid die uit uithoudt te midden van vragen.
En dat is wat Pascal vond in God.
Niet een alles dekkende verzekering zonder eigen risico.
Wel de zekerheid dat Hij er is en was en altijd zal zijn.

De God die afdaalt en mij en jou wegroept uit onze zelfgebouwde schijnzekerheden.
Een God die afdaalt en mij en jou roept.
Om in plaats van altijd maar te klimmen, ook zelf te leren af te dalen.
Een God van onderweg die mij en jou uitnodigt om niet te verzanden,
te blijven steken in vrome idealen en goede voornemens.
Maar echt stappen te zetten on de richting van het goede leven.
Leven met God is één groot avontuur.
Als je Jezus volgt geef je het heft uit handen.
Leven met God is één avontuur, soms hachelijk, soms spannend,
maar altijd uitdagend.
Want waar Hij je ook brengt, Hij is er altijd bij.

Met deze God heeft Pascal het gewaagd.
Met deze God is ook Abram onderweg gebleven.
Met deze God komen ook jij en ik nooit beschaamd uit.

De identiteit van een christen is af te lezen
aan het houvast waarmee die zich identificeert.
Dat is een persoon, Jezus Christus,
over wie we kennis hebben en in wie we kunnen geloven.
Zonder Jezus Christus geen evangelie, maar ook omgekeerd,
geen sprake van Jezus Christus zonder evangelie.
God zoekt huizen van mensen waar Hij wonen kan.
Waar een cultuur groeit van genade.
Waar mensen hun kwetsbaarheden niet hoever te verbergen, te maskeren.
Waar mensen niet leven op eigen kracht
en zich iedere dag maar weer moeten bewijzen.
Maar waar mensen echt zijn wie ze zijn.
En een passie ontwikkelen voor God.
En gaan ontdekken wat Gods genade is.
Genade die sterker is dan mijn harde hart.
Genade die sterker is dan wat ook van mijn kant.

Het is mooi als je zelf zo groeien mag in Jezus.
En Hij steeds meer gestalte in je krijg.
Dan mag jij voor de mensen om je heen
zijn mond zijn, Zijn gezicht, Zijn stem, en Zijn handen.
En dat laatste mag je dan ook leren letterlijk te zijn.
We mogen elkaar zegenen in Jezus naam.
Zo mogen we elkaar zegenen als Gods kinderen.
En iedere handoplegging draagt iets over van Gods kracht,
Gods liefde, Gods genade, Gods wijsheid, Gods vrede, Gods genezing.

Heer, leg uw machtige hand ook op mijn leven.
Een woord uit uw mond Heer is ook voor mij genoeg.
Heer zegen ook mij op de weg die ik moet gaan.
Zodat ik voor de mensen om mij heen
ook zelf weer een zegen kan zijn.

Het verhaal van Jezus’ lijden en uiteindelijke dood aan het kruis, is geen punt. Het is een komma. Want het verhaal gaat door.
Met dat zelfde beeld zou je het verhaal van Pasen kunnen samenvatten.
Het woord zelf, betekent zoveel als, doortocht, voorbij gaan.
Geen punt, maar een komma. Het leven gaat door. Zijn leven gaat door.
Het contact is niet verbroken,
ook al is het lijntje dat wij daarmee onderhouden misschien wel dun geworden,
of ben je het soms even kwijtgeraakt, dat kan.
Maar Pasen vieren, is toch steeds ook weer van ons uit bezien, de draad oppakken.
Weer gaan staan in het licht van dat verhaal, het verhaal van Jezus,
waarin jij zelf ook betrokken bent, hoe dan ook.

Pasen daagt ons uit, ten slotte, om na te gaan,
waar in ons eigen leven, punten in komma’s kunnen worden veranderd.
De liefde die van elke punt, een komma kan maken.
Het verhaal gaat door.
Het leven van Jezus is niet voorbij.
Hij leeft verder, in ons verhaal, in daden van bevrijding,
in elke nieuwe generatie, die opstaat en zich tot Hem bekent.
Hij zelf trekt ons in het licht en neemt ons mee op die weg.
De kracht van Pasen is toch ook, om onwrikbare situaties open te breken,
om ons uit onze stellingen te halen, waarin we onszelf hebben teruggetrokken,
in eigen gelijk of in verongelijktheid. Het kan altijd anders.
Maar dan moet je wel zelf ook op staan, in beweging komen,
meegaan in de beweging van bevrijding en van leven, die Jezus zelf heeft ingezet.

Wat moet bij jou in beweging komen, of blijven?
Brengt je werk, je geld, je twijfel, je gewone leven, het Paasevangelie in jou tot stilstand,
of is het andersom: brengt dit evangelie jouw geld, jouw werk,
jouw twijfel, jouw gewone leven, in beweging?

Pasen is juist: leven midden in de dood.
‘Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen’.

Petrus schrijft:
‘God heeft ‘ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop’.
Nee, de opstanding van Jezus tovert deze wereld niet om in een paradijs.
Maar die geeft wel hoop.
Niet alleen op een betere toekomst, maar zeker ook op een beter heden.
Omdat de opstanding ons in beweging zet.
Omdat de opstanding ons duidelijk maakt: God is een God van leven.
Omdat we ertoe aangezet worden om ons leven, om het leven, met anderen te delen.

Wat doet het evangelie van Jezus’ opstanding met mij?

O vlam van Pasen, steek ons aan,
de Heer is waarlijk opgestaan!

Jezus’ woorden aan het adres van degenen die erop vertrouwen
dat hun geld hun een vorm van veiligheid kan bieden,
zijn net zo scherp als die aan het adres van degenen
die vertrouwen op een verzameling religieuze vormen.
De leerlingen zijn geschokt al ze merken hoe weinig respect Jezus heeft voor de rijken.
Als hij bijvoorbeeld zegt:
‘Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan
dan voor een rijke het koninkrijk van God binnen te gaan’ (Mattheüs 19,24),
is dat zo’n fundamentele ondermijning van wat zij tot op dat moment onder macht hebben verstaan,    dat ze zijn woorden maar nauwelijks kunnen geloven.
Ze zijn er altijd van uitgegaan dat rijkdom en status tekenen waren van Gods goedkeuring,
en de basis van die overtuiging werd gevormd
door het onbewuste idee dat alle vormen van rijkdom en aanzien
in wezen hetzelfde zijn en dat God daardoor op de een of andere manier
een onderdeel is van de heersende elite.
Nu zie je ook waar je je op moet richten als je radicaal christen wilt zijn.
Namelijk op de liefde van je Vader in de hemel. Ga bij Vader in de leer.
Kijk naar zijn liefde. Bedenk wat Hij zich ontzegde voor jou.
Hij gaf zijn eigen Zoon. Zo zocht Hij jou, zo is Hij op jouw geluk gericht.
Wie radicaal wil zijn moet zich focussen op de wortel. Dat is Gods Vaderliefde.
Maar dan je christelijke levenshouding….
Daar loop ik vaak mee te worstelen. Hoe doe je dat nu?
Vooral toen ik in aanraking kwam met Filippenzen 2,5:
‘Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had’.
Dit betekend een soort jas die als het ware gegoten om je heen zit.
Maar hoe doe je dat? Hoe onthoud je dat?
Kolossenzen 3,23 zegt:
‘Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen’.
Alles in het teken te zetten van het koninkrijk?
Als je s ’morgens op staat, eten gaat, naar je werk of school gaat….
Ik probeer bij veel dingen dan te denken dat ik het voor Jezus doe, alsof hij staat te kijken.
Een soort Big Brother alleen dan op een hele positieve manier.
Wat als je alles doet voor Jezus?
Rijdt je dan nog harder dan 100 km per uur? Download je dan nog een film?
Roddel je dan nog over je familie of de buren? Praat je dan nog negatief over buitenlanders?
Voor mij is het een Bijbeltekst die inmiddels mijn leven bepaald.
Het schrijven van dit stukje, het maken van mijn preken maar ook de strijk en het huishouden,
doe ik voor de Heer. Het is niet meer een hele zware opgave. Ik ben er van gaan genieten.
Laat je keuzes hun oorsprong hebben in de genade van Vader.
In de Bergrede in Mattheüs 5 preekt Jezus geen werkheiligheid.
Hij legt geen last op je schouders van doe dit en doe dat.
Je kunt de toegang tot het hemelrijk niet verdienen.
Denk daarom in het beeld van de wortel en de plant.
Of een plant vrucht draagt hangt af van de wortel.
Wat is de grond waarin die wortel staat? God heeft je in goede grond geplant.
Daarom zegt Paulus:
‘blijf in hem (in Jezus, dat is Gods zichtbare Vaderliefde) geworteld en gegrondvest’.
Dan zal je leven vruchten voortbrengen van gerechtigheid.