
naar aanleiding van Jesaja 54
Bergen en heuvels zijn ook in de Bijbel toonbeeld van vastheid.
Bomen kunnen door de wind ontworteld worden, huizen kunnen door vuur verbranden, steden door een oorlog worden verwoest, maar bergen, die staan vast en wankelen niet. Bergen zijn indrukwekkend. Ze zijn er altijd.
Dat bergen wijken, kun je je gewoon niet voorstellen. Misschien alleen wanneer er een aardbeving komt.
Hier in de profetie zijn bergen ook zekerheden die zullen wankelen.
En dat niet alleen. Bergen werden in de oudheid, vanwege hun hoogte en majesteit, ook met de goden verbonden. De berg is de plek waar de goden hun verblijf houden.
Dat was in Griekenland zo. Maar ook in Egypte en Mesopotamië. Op de bergen hielden de goden hun vergadering. Daar werd het lot van mens en wereld beslist. Daarom heeft men altijd op de toppen en hoogten offers gebracht aan de goden. Dat was in Israël ook zo. Op de heuvels knielde men neer voor Baäl en de andere afgoden.
Dus wanneer deze bergen wankelen, dan gaat dat over de vastheid en zekerheid waarmee men leefde, die op de helling komt te staan. Dat heeft ook met het godsdienstige leven te maken.
Bergen zullen wijken en heuvels wankelen. Waar zouden wij aan moeten denken vandaag?
Er zijn veel dingen om ons heen die wankelen. Als het gaat om de zorg, de economie, het milieu, de politiek, je gezondheid.
Misschien zijn er ook andere zaken in ons eigen leven die aan het wankelen zijn.
Het kan ook zijn dat er aan onze levensboom geschut wordt, omdat God bezig is ons te snoeien. Dat Hij takken weghaalt, die verhinderen dat we voor Hem vrucht dragen. Dingen die misschien voor ons heel belangrijk zijn, maar niet voor Hem. Dat is niet leuk. Snoeien is een pijnlijk proces. Wat zeker was in ons leven, kan komen te wankelen.
Dan is er maar één ding wat maakt dat je toch niet de moed verliest:
dat is maar en dat is de belofte van God!
‘Bergen zullen wijken, heuvels wankelen, maar…’ en dat is de bemoediging.
Tegenover alles dat wankelen kan, staat iets dat onwankelbaar is; iets dat vast en zeker is, en dat is de trouw, de goedertierenheid van God ‘Mijn goedertierenheid zal van U niet wijken.’
En wat die belofte zo bijzonder maakt is dat het woordje ‘wijken’.
‘Bergen zullen wijken’, ‘Mijn goedertierenheid zal niet wijken.’
Hetzelfde werkwoord, maar met één verschil.
Het Hebreeuwse werkwoord betekent ‘bewogen worden’ als het om voorwerpen gaat, maar als het om mensen gaat dat betekent het ‘vertrekken’.
Zo zegt God tegen Israël en vandaag ook tegen ons: er kunnen heel veel dingen in je leven wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken. Niet vertrekken.
God zegt: Ik ga er niet vandoor! Ik zal er zijn!
Dat is een woord, een belofte, die we met beide handen moeten aanpakken. Dat is denk ik, de enige reden, waarom we met vertrouwen naar de toekomst kunnen kijken. Ook al is er veel onzeker, maar wat blijft, is dat de Heere blijft. Hij gaat er niet vandoor! Hij zal er zijn.
Met zijn goedertierenheid. Het Hebreeuwse woord ‘chesed’ is lastig te vertalen.
We hebben er twee woorden voor nodig in het Nederlands:
‘standvastige trouw’ of ‘onwankelbare liefde’. En die standvastige trouw is geworteld in het verbond. Het verbond van Mijn vrede, zegt God. Het is geen bevlieging. Dat kan ook niet bij God. Maar het rust in een verbond. De afspraak van God met zijn volk.
Dat verbond zal niet wankelen omdat er een handtekening onder staat namelijk
‘zegt de Here, uw Ontfermer.’
Dat is de handtekening, die de inhoud bekrachtigt. Uw Ontfermer.
Ontfermen, ‘rachamim’ heeft met de ingewanden te maken. Zo diep gaat Gods barmhartigheid.
Hij buigt zich voorover. Hij komt naar ons toe: ‘kom eens dichterbij’, en fluistert het in ons oor.
Ik ga er niet vandoor. Ik ben jouw Ontfermer.
Kijk niet angstig naar wat komt, kijk naar Mij. Ik zal er zijn!
naar aanleiding van psalm 84


Wat is het toch met de mens? Aan de ene kant wil men geen onduidelijkheden. Gerrit Hiemstra zei gister in het praatprogramma Knevel en Van den Brink dat mensen die contact opnemen met het KNMI altijd precies willen weten wat voor weer het op welke plaats wordt, wanneer er een bui gaat vallen of men geconfronteerd wordt met andere weersveranderingen. Men wil gewoon niet meer voor verrassingen worden geplaatst. Weers’voorspellingen’ moeten worden omgebogen naar weers’waarheden’. En als dan er toch iets verkeerd gaat, ach dan lopen we toch naar de rechter… Ik vraag me af hoe mensen zouden hebben gehandeld als het KNMI geen weeralarm had uitgegeven en het weer zich toch had ontwikkeld zoals het voorspeld was: hevige rukwinden, overal verwoestende hagel en verschrikkelijke blikseminslagen. Zouden bijvoorbeeld de organisatoren van evenementen als Lowlands en het Xnoizz Flevo Festival de betreffende autoriteiten niet aansprakelijk stellen voor de opgelopen schade? Voorspellingen hebben ook een preventief karakter, maar het zijn en blijven voorspellingen.