juli 2009
Monthly Archive
31 juli 2009
Het kerkbezoek vergroten door de inzet van Google? Het is iets wat steeds meer Amerikaanse kerken ontdekken. De wereldwijde zoekmachine op internet wijst via Google AdWords belangstellenden op hún kerk en dat werpt zijn vruchten af. En het mooie: het kost amper wat. Het Amerikaanse blad Leadership Journal schrijft over de ontwikkeling in de Verenigde Staten. Het kerkbezoek in de Radiant Church in Colorado Springs nam al jaren af. Tot Todd Hudnall aantrad als voorganger. Hij zag dat zijn nieuwe gemeente niet echt bij de tijd was als het ging om nieuwe media, zoals Internet. Dus formeerde hij een team dat de website van de kerk een opfrisser gaf en bekeek hoe Google gebruikt kan worden om reclame te maken voor de kerkelijke gemeente.
Nieuwe media worden daarin echter steeds belangrijker, zo merkte ook de kerk in Colorado Springs. Na twee jaar gebruik van Google AdWords is het aantal mensen dat voor de eerste keer in contact kwam via internet met de Radiant Church gestegen naar 25 procent.
Buiten de Verenigde Staten wordt ook al hevig geëxperimenteerd met ‘nieuwe’ media. Zeker binnen de Rooms-Katholieke kerk.
Vandaag meldde het nieuws dat paus Benedictus in november waarschijnlijk uitkomt met een nieuwe cd. In Nederland hebben we ook al de twitterende rooms-katholieke priester Roderick Vonhögen die ons eveneens elke morgen vergast op zijn podcast. En we hoeven maar te zwijgen over de kaskrakers van The Priests en Cisterciënzer Monniken Van Stift Heiligenkreuz.
Nu ben ik benieuwd naar het protestantse volksdeel der natie. Wanneer zal bijvoorbeeld de P
rotestantse Kerk in Nederland van zich laten horen? Een duet van synodepreses Verhoeff (
die het echter niet zo heeft op de ‘nieuwe’ media, getuige zijn column in Kerkinformatie) met tweede voorzitter Haasnoot? Ik hou de media de komende tijd maar goed in de gaten… Voordat je het weet is het Sint-Nicolaas en Kerst en kunnen we ons te buiten gaan aan allerlei nieuwe cd-releases en misschien ook nog een dvd of een blu ray…
30 juli 2009
Sinds 19 juli is Nederland in het bezit van een ‘eerlijke kerk’ staat in een bericht: een protestantse wijkgemeente in Delft mag zich de eerste Nederlandse kerk noemen met het fairtrade keurmerk
, omdat ze veel eerlijke producten gebruikt of promoot.
Dan vind ik nou opmerkelijk nieuws: een filiaal van de christelijke kerk dat eindelijk voor het eerst in haar meer dan 2000 jaar bestaan dit keurmerk opgespeld krijgt. Volgens waren wij al eeuwenlang verkondigers van een eerlijke ‘weg’ (zoals je het Engelse trade ook kunt vertalen). Als aankomend ‘makelaar in ongeziene waren’ zoals een dominee door Constantijn Huygensz. wordt omschreven, ben ik mij al degelijk bewust van dit keurmerk, deze opdracht. Ik probeer vele ‘ongeziene’ eerlijke ‘producten’ te promoten en te gebruiken. 😮
Maar goed, fijn dat het rentmeesterschap van de kerk in deze vorm erkenning krijgt en ik hoop dat vele gemeentes zullen volgen. En wat mij persoonlijk betreft: ik hoop nog jarenlang deze eerlijke en ware ‘weg’ te promoten.
29 juli 2009
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
calvinisme,
Charles Taylor,
christendom,
christenzijn,
Dinesh d'Souza,
Een seculiere tijd,
geloof,
Het christendom is zo gek nog niet,
Johannes Calvijn,
kerk,
kerkzijn,
maatschappij,
postmodernisme,
protestantisme,
Rooms-Katholieke Kerk,
secularisatie |
[2] Comments
De invloed van reformator Johannes Calvijn op de Nederlandse volksaard wordt steeds minder, ook onder zijn laatste aanhangers, de protestanten. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Religie aan het begin van de 21ste eeuw van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). ‘De calvinistische leefstijl van sober leven en hard werken is vijfhonderd jaar na de geboorte van Calvijn nog maar in beperkte mate een onderscheidend kenmerk van protestanten , aldus het CBS. Ze zijn weliswaar minder zware rokers en drinkers dan katholieken en mensen zonder kerkelijke gezindte, maar ook onder protestanten daalt het kerkbezoek. ‘
Het heeft er mede toe bijgedragen dat calvinistische leefstijlen verder zijn verwaterd.’ meldde het Nederlands Dagblad vanochtend. (Aanvullende berichtgeving van het CBS meldde dat het kerkbezoek onder protestanten eigenlijk nauwelijks afneemt, dat in tegenstelling tot rooms-katholieken en bezoekers van de moskee.)
Uiteindelijk was dit geen verrassend nieuws. Als ik al simpel kijk in mijn eigen woonplaats waar in de afgelopen jaren al ettelijke kerkgebouwen hun deuren hebben moeten sluiten en in de komende jaren nog een aantal zal volgen kan ik alleen maar constateren dat het kerkbezoek daalt, of dat er in ieder geval minder inkomsten binnen komen. En natuurlijk, de calvinistische leefstijl die juist in de kerkdiensten de mensen wordt ingeprent zal dientengevolge ook minder in leven wordt gehouden. Misschien schrijf ik een onwelkome boodschap: in hoeverre ‘oogstten we niet wat we ooit gezaaid hebben’? Was onze boodschap voor de samenleving en voor de mensen binnen de kerk in het verleden altijd wel duidelijk? Joegen wij de mensen misschien niet de kerk uit door te ‘algemeen vrome praatjes’ die mensen ook buiten de kerk kunnen verkrijgen? Waarin wilden wij ons nog onderscheiden van de mensen om ons heen? Wilden wij nog uitkomen waar we voor staan? Zeiden we nog waar het op aankomt? Waren we écht nog anders dan anderen?
Natuurlijk, ik kan me in slaap laten sussen door een auteur als Dinesh d’Souza die in zijn boek Het christendom is zo gek nog niet mij vertelt dat hoewel het christendom in West-Europa krimpt, het in andere werelddelen juist een groei doormaakt, en dat het christendom zo’n beetje een elke ontwikkeling in het Westen aan de wieg heeft gestaan. En natuurlijk, je hoort tegenwoordig op geluiden dat sowieso allerlei georganiseerde verenigingsactiviteiten niet veel mensen meer kunnen trekken. En het is toch zo dat, hoewel mensen minder de kerk bezoeken, er duidelijk steeds meer belangstelling komt voor allerlei vormen van spiritualiteit. (Misschien is dit wat de filosoof Charles Taylor bedoelt met the immanent frame we al share)
Ik gebruikte bewust de woorden ‘ me in slaap laten sussen door’. Want ik denk dat als we ons door deze feiten laten leiden dan kunnen we in feite het christendom in het Westen vaarwel zeggen. Wat we dan krijgen is een soort multi religieus containergeloof waar een ieder het zijne of het hare naar eigen gelang uit kan halen.
Ik ben ervan overtuigd dat het christendom in het Westen nog steeds een zeggingskracht heeft voor de hele maatschappij, dat uitdagend kan zijn, prikkelend, dat aantrekkingskracht heeft, maar bovenal maatschappijkritisch dient te zijn. Dat is ook wat ik heb proberen duidelijk te maken in mijn post over Calvijn en het calvinisme. Ik denk dat we ons niet hoeven neer te leggen bij de geest van de tijd. Misschien worden we marginaal, maar dat betekent niet dat we ons niet hoeven te onderscheiden. Laten we eerlijk zijn, het christendom is zo ook begonnen, als een kleine splintergroepering die door wat zij deed verbazing, soms zelfs afkeuring oogstte. En ja, wanneer dan de traditionele kerken moeten worden hervormd, misschien opnieuw uitgevonden, het zij zo. Wat 0p de eerste plaats moet staan is dat de kerk, de christenen, een zoutend zout moeten zijn dat reinigt, misschien zelfs soms bijt, maar een boodschap heeft die uniek is! En dat is meer dan een soort algemeen spiritueel gevoel.
28 juli 2009
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
calvinisme,
christelijke ethiek,
christendom,
christenzijn,
economische ethiek,
ethiek,
geloof,
gerechtigheid,
Jean Cauvin,
Jehan Cauvin,
Johannes Calvijn,
maatschappij,
protestantisme |
Geef een reactie
In het kader van het Calvijnjaar 2009 dan ook een post van mij over Johannes Calvijn.

(Noyon, 10 juli 1509 — Genève, 27 mei 1564)
Waar andere artikelen al heel veel andere en achtergrondinformatie over Jehan Cauvin (want zo heet hij natuurlijk eigenlijk) hebben gegeven en ook verschillende andere kanten van Calvijn hebben belicht, wil ik mij graag beperken en richten op de ethische kant van Calvijn. Je bent ten slotte ethicus of je bent het niet.
‘Calvinism was an active and radical force. It was a creed which sought, not merely to purify the individual, but to reconstruct Church and State, and to renew society by penetrating every department of life, public as well as private, with the influence of religion’ schreef Tawney in 1926. In zijn tijd nam Calvijn zelf actief deel aan het verbeteren van de kwaliteit van leven van de zogenaamde minder geprivilegieerde bevolkingsgroepen omdat volgens Calvijn geestelijke en politieke waarheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Volgens Calvijn moeten christenen altijd storende elementen zijn in hun samenleving omdat zij zich verzetten tegen elke vorm van onrechtvaardigheid. Dat was de reden waarom Calvijn zo hartstochtelijk sprak over armoede en rijkdom, rente en arbeidsloon. De eigen activiteiten die Calvijn in zijn tijd ontplooide op het gebied van sociale hervorming geven duidelijk een voorbeeld van het feit hoe anders zijn inzichten over sociale kwesties waren dan de gangbare mening. Calvijn was namelijk niet geïnteresseerd in conservatieve restauratie, maar hield zich bezig met het plaatsen van alle gegevens onder de norm van het Woord van God. Natuurlijk was hij ook een kind van zijn tijd en daarom was het voor hem onmogelijk recht te doen aan veel aspecten van de sociale ethiek die pas veel later aan de orde kwamen. Zijn uitgangspunt schiep echter ruimte voor een benadering waarin het sociale aspect niet is beperkt tot het individu en waarin de bestaande orde en sociale en politieke structuren en de publieke instituties niet zomaar worden geaccepteerd als een gegeven met eeuwigheidswaarde. De Heilige Schrift is voor Calvijn ook de uiteindelijke norm voor het scheppen van humaan leven in de samenleving.
Dus: natuurrecht (dit begrip staat hier voor de regels en beginselen die voor alle mensen gelden, omdat ze voortvloeien uit het verstand, zoals dat bepalend is voor de menselijke natuur) is zeer zeker belangrijk voor burgerlijke rechtvaardigheid en de publieke orde, maar uiteindelijk zullen al onze sociale instituties moeten vallen onder de kritiek van Gods Woord. Calvijns ethos sprak uit zijn uiteenzetting over het leven van een christen. Dit is het hart van de ethiek van Calvijn. Zijn verstaan van het leven van een christen berust op de kennis dat wij niet aan onszelf toebehoren, maar aan God door Jezus Christus.Wij zijn niet van onszelf, hierop gebaseerd ontwikkelde Calvijn zijn ‘ethiek’ als volgt. Aangezien wij bij God behoren, worden we opgeroepen te zoeken naar rechtvaardigheid en gerechtigheid in onze relaties met anderen en met God. Dat is het hart van het leven van een christen. God toebehoren in Jezus Christus betekent ook dat we elkaar toebehoren. Je zou dit kunnen omschrijven als een wereldtransformerend christendom waarin rechtvaardigheid en vrede elkaar omarmen of sociaal humanisme. De World Alliance of Reformed Churches (dat is een christelijke organisatie met meer dan 200 kerken) zou de economische en sociale getuigenis van Calvijn met betrekking tot het huidige leven van een christen omschrijven als een kritische uitdaging voor onze huidige economische politiek en praktijk.
Het standaardbeeld dat we van Calvijn hebben is er een van gebod, verplichting, verantwoordelijkheid en de oproep tot gehoorzaamheid. Maar de zorg voor rechtvaardigheid vanaf haar begin; de zoektocht naar sterkere vormen van gemeenschapszin en solidariteit in onze huidige wereld; de overtuiging van het belang van menselijke waardigheid en mensenrechten; ondersteuning bieden aan de worsteling tegen racisme, uitsluiting en onrechtvaardigheid. Dat zijn nu juist de connotaties die het denken van Calvijn stempelen, en die ook belangrijke kenmerken (dienen te) zijn van de hedendaagse calvinisten. Calvinisme wil mensen krachtig motiveren tot nieuw, het traditionalisme doorbrekende, handelen. Het calvinisme ziet de mens namelijk als rentmeester van God die de wereld zo goed mogelijk moest beheren voor Zijn eer (en niet ter eigen nutte). Calvijn legt zo de vinger op de zere plek van het egoïsme
en zelfverrijking. Zijn waarschuwing tegen ‘overtollige overvloed’ (of zoals adagium van Mahatma Gandhi luidde: ‘Er is genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders begeerte.’) en oproep tot ‘onthouding, soberheid, matigheid en ingetogenheid’ klinken ouderwets en wereldvreemd in de oren en zijn dan ook volstrekt niet wervend, maar bevatten een diepere waarheid: overmaat belet het genieten, omdat men de waarde van de dingen niet meer kent. Goede relaties, een democratische samenleving, bestaanszekerheid, veiligheid en een zinvol bestaan blijken dan veel belangrijker dan egoïsme en ongelimiteerde zelfverrijking.
Calvinisme achterhaald? Nee dus!
Dus ten bate van een ieder: Lang leve Johannes Calvijn!!
27 juli 2009
Een opmerkelijk nieuwsfeit werd ons gepresenteerd in het Nederlands Dagblad: ‘Protestantse kerken blijken aantrekkelijker te zijn voor bijzondere soorten varens dan Rooms-Katholieke gebouwen.’ Meteen haast het Nederlands Dagblad zich om daarbij aan te tekenen dat dit niets met kerkorde of liturgie te maken heeft. De reden: In rooms-katholieke kerken werd vaker gestookt. Het gebouw is warmer en daar houden varens niet van.
Zo’n nieuwsfeit kon ik niet laten lopen; ik wilde daar een postje over schrijven. Als je in een natuurhandboek iets over varens opzoekt stuit je op leuke informatie.
De varens zijn al een zeer oude groep waarvan fossielen bekend zijn uit het midden van het Devoon, in het Carboon was de groep zeer vormen en talrijk, hoewel de meeste van deze soorten in het Perm zijn uitgestorven is de groep altijd nadrukkelijk aanwezig geweest. Hmm, wij protestanten, van allerlei pluimage overigens, hebben getracht het oude geloof te ontdoen van allerlei aankleefsel, we zijn daarvoor bijna ‘uitgestorven’ (denk bijvoorbeeld aan de geschiedenis van o.a. de hussieten, de waldenzen, de albigenzen) maar we bleven een groep die steeds nadrukkelijk aanwezig zijn geweest. De wortelstok is voor de meeste varens uit koude en gematigde gebieden het enige deel van de plant dat winterhard is. In dat geval ontstaan iedere lente opnieuw nieuwe bladen vanuit de top of vanuit verspreid liggende knopen van de wortelstok zo vervolgt de informatie. Ja dat herken ik ook: protestanten hebben de neiging om, wanneer het in een gevestigde gemeenschap te ‘gevestigd’ lijkt te worden, de kern van het geloof in ‘een nieuw voorjaar’ weer in jonge bladeren te laten ontspruiten (zie hiervoor de initiatieven van de ‘emerging churches’ bijvoorbeeld). Jonge bladen zijn opgerold en hebben dan de vorm van een bisschopsstaf. Zou dit te maken hebben met het feit dat de jonge initiatieven zichzelf soms zien als ‘de enige richting die de kerk nog uit kan’? Ten slotte nog dit: De sporenhoopjes zijn de voorplantingsorganen van de varen. Wanneer de sporendoosjes rijp zijn barsten ze openen en laten de sporen vrij. Uit zo’n kleine spore ontstaat niet direct een varenplant. Eerst komt er een voorkiem, een hartvormig blaadje. Prachtig hoe het werk van de Geest in beeldspraak te berde wordt gebracht!! ‘Gij zaait uw naam in onze diepste dromen’ verwoordt gezang 487 dit wonder. Door dit wonder van de Geest mogen we het woord van God in ons laten groeien, Prachtig!! En eerst komt er dan een hartvormig blaadje. ‘Was ons hart niet brandende in ons’ verteld ons Lucas 24. Zo mogen we zijn, als mens met hartvormige blaadjes, brandende harten; zoals Aurelius Augustinus vaak wordt afgebeeld.
Een ding in de berichtgeving kon ik overigens niet goed duiden: In rooms-katholieke kerken werd vaker gestookt. Het gebouw is warmer en daar houden varens niet van.
Stoken Ik dacht dat wij protestanten daar nou juist het patent op hadden 😮
23 juli 2009
NRC-correspondent Anil Ramdas gaat voor zijn serie Hemel en Aarde op bezoek bij allerlei religieuze groeperingen om de sfeer te proeven. In een van zijn stukken doet hij verslag van zijn bezoek aan een christelijke gemeenschap. Natuurlijk wordt zijn verslag met enig cynisme gebracht. Uiteindelijk doet hij ook verslag van een preek.
‘Er is vandaag een gastspreker’, zo doet hij verslag, ‘die prompt begint over de kredietcrisis. Hij geeft voorbeelden van de ernst ervan. Hij vertelt over een oude vrouw in Amerika die haar hypotheek niet meer kon aflossen en toen de mannen aan de deur verschenen om haar uit te zetten, schoot ze zich met een revolver door de borst. De uitbundigheid is veranderd in grimmigheid, iedereen is nu muisstil en ik ben benieuwd hoe hij zo’n werelds gegeven als de kredietcrisis zal verbinden met het woord van God. De voorganger vertelt over een tolmeester in bijbelse tijden die zichzelf flink verrijkte en door iedereen werd gehaat. Maar hij kreeg tegen het eind van zijn leven wroeging, en toen hij hoorde dat Jezus naar zijn stad kwam, wilde hij hem zien. Jezus keek hem aan en zag zijn berouw. De tolmeester kreeg vergiffenis, waarop hij al zijn bezittingen verdeelde onder de armen en de benadeelden. Crisis opgelost. De voorganger besluit: “Obama zegt: yes we can. Maar alleen Jezus kan het.” Als Hij nu maar snel komt.’
Hoewel misschien een beetje karikaturaal gebracht wordt hier wel een achilleshiel van de kerk en de verkondiging in de kerk blootgelegd. Open je hart voor Jezus en alles komt goed! Ik vind dat een gevaarlijke binnenkerkelijke gedachte. Binnenkerkelijk omdat ik denk dat je vooral heel veel voorinformatie moet hebben om je een uitspraak als ‘aanvaard Jezus en je bent gered’ pas op waarde kunt schatten. Voor buitenstaanders en misschien ook wel voor veel christenen is deze sprong te snel gemaakt. Je zit echt diep in de zorgen en hup alles komt goed. Dat gaat er niet zo maar in, denk ik. Wij gaan binnen de kerk zo vaak van allerlei vanzelfsprekendheden uit. Voor een krimpend aantal mensen zijn bepaalde uitspraken nog vanzelfsprekend. Maar voor een groeiend aantal mensen worden de woorden en gebruiken in de kerk zo vreemd gevonden, dat ze eerder afstoten dan aantrekken. Laten we ons nog wel leiden door de tekst in de Bijbel dat het geloof in Christus voor anderen een dwaasheid is? Denkt iemand echt nog dat het zingen, de woordverkondiging in de kerk en al die vreemde gebruiken en kleding juist niet veel buitenstaanders in verwarring brengen? Niet dat alles anders moet, want volgens mij blijft het sowieso raar…
Niet dat wij nu maar het (missionaire) bijltje er bij neer moeten gooien, maar laten we proberen die communicatie tussen ons en de mensen buiten de kerk op een goede wijze aanpakken. Niet met allerlei hoogdravende uitspraken komen, maar er gewoon eerst eens voor de ander te zijn.
22 juli 2009
Op 16 juli 1969 sprak de astronaut Neill Armstrong deze legendarische woorden toen hij tijdens de Apollo 11 missie op de maan landde en daar zijn eerste maanwandeling maakte. Vanwege de veertigjarige herdenking van dit feit worden we rond deze tijd meermalen aan deze missie en deze woorden herinnert.
Wie zich meer verdiept in de geschiedenis van de gebeurtenissen die tot deze missie ziet, moet toch een een behoorlijk cynische grimas trekken bij de herdenking van deze gebeurtenis. Volgens de huidige geschiedschrijvers blijkt deze missie alleen van belang te zijn geweest als een gebeurtenis in de wedloop van de toenmalige Koude Oorlog. Een bewijs daarvoor, zo zeggen deze mensen, is het feit dat er daarna nooit meer een missie naar de maan gestuurd is. Het bleek dus een prestigeproject te zijn in geweest in de wedloop van de twee grootmachten van destijds, de USA en USSR.
That’s one small step for man; one giant leap for mankind…
Misschien kun je deze woorden uitgesproken door Armstrong ook iets breder trekken. Misschien zou je deze woorden kunnen plaatsen in de langlopende geschiedenis van de mens die probeert meer en meer aan zijn toren van Babel te bouwen. De mens probeert steeds maar weer op de troon van God plaats te nemen. Hiervan getuigen eigenlijk al heel veel verhalen in de Bijbel. Maar ook de buitenbijbelse geschiedenis getuigd van deze worsteling van de mens om zijn leven in eigen hand te nemen. Niet dat ik zeg dat elke uitvinding van de mens of verkenning van het heelal een aanval op God betekent. Nee, ik denk dat God de mens heeft geschapen met de opdracht om de schepping te verkennen en te onderhouden. Daarom zijn er erg veel goede uitvindingen gedaan, heeft de mens zich ontwikkelt en tracht de mens elke uithoek van de schepping te ontdekken. Maar ik meen dat God de mens ook heeft begiftigd met een geweten en juist daar zit hem de kneep. Juist die mens met een vrije wil gebruikt zijn mogelijkheden vaak niet ten bate van zijn medeschepselen of van de schepping. Dit is te zien in de vele oorlogen die door de eeuwen heen zijn gevoerd en alle haat en nijd die er onder de mensen onderling broeit. Er wordt gesleuteld aan de mens zowel aan het begin als aan het eind van het leven en dat niet altijd ten voordele van de mens zelf.
Zou je nog steeds kunnen zeggen dat de mens een stap vooruit heeft gedaan? ik vraag het me af!
21 juli 2009
Vandaag een item op Radio 1: Een pedosite, dat is een site waarop veroordeelde pedoseksuelen die hun straf hebben uitgezeten en weer terug in de samenleving komen met naam en toenaam worden gepubliceerd om de ‘buurt te waarschuwen’ met als gevolg dat meermalen pedoseksuelen gedwongen worden te verhuizen omdat hun het leven wordt zuur gemaakt door de buurt, heeft haar ‘service’ uitgebreid door ook veroordeelde aanranders en verkrachters van jonge vrouwen met naam en toenaam te publiceren ‘omdat deze mensen zich wellicht ook kunnen gaan vergrijpen aan kinderen’.
Enkele eeuwen geleden was het ook in Nederland normaal om daders van misdrijven te straffen zonder de intentie dat zij iets zouden leren van hun straf en dat zij na enige tijd via de Reclassering weer langzamerhand terug in de maatschappij konden worden geplaatst. Gevangenisstraf en lijfstraf werd gezien als middel om de dader te straffen voor de door hem of haar gepleegde daden en zo was het vaak zo dat daders na hun straf niet meer een nieuwe kans kregen in de maatschappij.
Een instructief kijkje op deze manier van straffen vindt men in het Gevangenismuseum te Veenhuizen in Drenthe. Op een gegeven moment hebben inzichten in Nederland geleid tot het besef dat het niet goed is om plegers van misdrijven voor hun leven te tekenen en zo wordt hen via de dienst Reclassering een kans gegeven om weer als volwaardig lid in de samenleving te integreren. In de woorden van de dienst zelf: Dat is wat Reclassering Nederland bijdraagt aan een veiliger samenleving. Door gedrag van daders en verdachten positief te beïnvloeden en risico’s te beheersen. Door de voorwaarden te creëren waardoor daders kunnen stoppen met criminaliteit. En weer volwaardig kunnen samenleven in de maatschappij. Tegelijkertijd klinkt momenteel in Nederland de roep om zwaarder te straffen (als het mij maar niet overkomt, want het gaat alleen op voor de ander) en viert het idee hoogtij van ‘eigen rechtertje spelen’. Eén van de kenmerken van ‘eigen rechtertje’ spelen vind ik dit soort sites, waar veroordeelde plegers van misdrijven, hoe gruwelijk deze ook zijn geweest, openlijk een de schandpaal worden genageld. (deze metafoor die uit het oude strafregime komt, gebruik niet voor niets!) Hoewel ik er van overtuigd ben dat er ook fouten worden gemaakt in het strafrecht, vertrouw ik toch steeds dit systeem en vind ik het kwalijk, ook vanuit christelijk oogpunt, om mensen hun leven lang hun misdaden achterna te dragen. (en daar houdt het niet op: zelfs potentiële daders worden al ‘preventief’ gebrandmerkt) Hoewel ik er als protestant vanuit ga dat iedere mens van nature zondig is, weet ik ook dat wij als zondige mensen steeds opnieuw een kans mogen krijgen om een leven te leiden zoals God dat van ons vraagt. Ik vind ook dat wij mensen, vanuit deze grondhouding, plegers van misdrijven ook een kans moeten geven om weer een volwaardige plaats in te nemen in de samenleving.
Eens een dief, altijd een dief…
Heb uw naaste lief als uzelf!
17 juli 2009
Het Amsterdams Medisch Centrum gaat binnenkort eicellen van oudere vrouwen invriezen, zodat die desnoods op hun vijftigste nog kinderen kunnen krijgen. Op basis van de medische indicatie ‘zielig’ (want zonder man) kunnen vrouwelijke dertigers dus binnenkort op kosten van de belastingbetaler het ouderschap nog even tien jaar uitstellen.
Bij dit soort berichten denk ik waar er een eind komt aan de arrogantie van de mens. Vrouwen kunnen vanwege andere dan medische overwegingen ervoor kiezen om hun eicellen in te laten vriezen om op een later tijdstip (lees: wanneer het hun uitkomt) zie te laten bevruchten en zo hun kinderwens alsnog vervult te zien worden.
Dit valt voor mij onder het kopje wensgeneeskunde. Natuurlijk, ook ik vind het normaal dat deze methode om medische redenen toegepast mag worden. Maar mijns inziens bevinden was ons hier op zeer glad ijs. De menselijke autonomie stijgt hiermee naar grote hoogte. Artsen lijken meer en meer op de stoel van God, de Schepper van het leven te gaan zitten. Immers ‘als het u nu niet uitkomt, dan kunnen we uw kinderwens toch nog even met een “onnatuurlijke lange termijn” verlengen’. Jaren geleden heeft de filosoof Safranski een boek geschreven met de titel Het kwaad. Het drama van de vrijheid. Onwillekeurig moest ik toen ik hoorde over de voorgestelde praktijk in het AMC hieraan denken. Waarom? Ik vraag mij af of de mens in de roes van zijn welhaast onmetelijke vrijheid wel nadenkt over het kwaad wat hiermee kan worden ontketend. Realiseert men zich wel wat men een kind aandoet die op een heel vroege leeftijd wordt geconfronteerd met écht ouderwordende ouders met alle mogelijke consequenties vandien. Waar zadel je je kind mee op; denk je alleen maar aan je eigen geluk? En natuurlijk heb ik hier vanuit christelijk oogpunt kritiek op. Ik zie God als de Gever van het leven, die natuurlijk de mens kennis geeft om de geneeskunde aan te wenden voor wat het al in de term ‘geneeskunde’ besloten ligt: genezen. Ik zie dat hij een natuurlijke orde heeft gesteld, waar wij als mensen natuurlijk door geneeskunde heel wat zaken mogen genezen. Maar ik zie niet in dat de geneeskunde mag worden aangewend om vrouwen vanwege ‘maatschappelijke’ motieven (lees: wanneer het MIJ uitkomt) in de gelegenheid te stellen hun kinderwens met een veelvoud van jaren uit te stellen. Leven we in een maatschappij die denkt dat alles, maar dan ook alles maar altijd moet mogen en moet kunnen? Wanneer beseffen mensen dat alles wat ze graag willen niet altijd kan en dat er grenzen zitten aan de wat moet mogen.
Sinterklaas in het ziekenhuis… Wensgeneeskunde… waar is het einde aan de menselijke arrogantie?
16 juli 2009
Op 15 juli 2009 werd het nieuws openbaar dat het Britse dirigentenechtpaar Sir Edward Downes en zijn vrouw Joan samen een einde aan hun leven hebben gemaakt in de Zwitserse kliniek Dignitas. Deze ‘duozelfdoding’ zoals de NRC dit beschreef, kwam voort uit het feit dat de der lichamelijke conditie van de 85-jarige Sir Edward de laatste jaren achteruit was gegaan. Zijn gezichtsvermogen was sterk achteruitgegaan en hij werd steeds dover. Bovendien liep hij slecht. Het dirigeren had hij drie jaar geleden moeten opgeven. Belangrijker voor Downes was dat zijn 74-jarige echtgenote, die hem de laatste jaren had verzorgd, aan leverkanker leed en volgens artsen nog hooguit enkele maanden te leven had.
Zo’n bericht zet me er toe om mij als christen weer een te verhouden tot euthanasie. Want steeds vaker en meer worden argumenten die destijds ook in het ‘Brongersma-arrest’ werden gebruikt, op een bredere schaal geaccepteerd en normaal gevonden. We kunnen er toch alle begrip voor op brengen die iemand die een goed leven heeft geleefd op een zelf gekozen tijdstip en plaats uit het leven stapt. Leve de zelfverwerkelijking! Leve de autonomie!!

Als christen meen ik dat ik het leven uit Gods hand ontvangen heb – het zogenaamde leengoed, een begrip dat ik bij de Duitse theoloog Karl Barth vandaan heb – en ik meen dat tot een mensenleven ondermeer ook het lijden valt en dat dat niet ontvlucht moet worden. Het is volgens mij zelfs een roeping het leven te leven zoals God dat geeft en dit niet voortijdig af te breken. Het grootste goed is niet het leven maar trouw aan God. Mijns inziens kan er vanuit een christelijke visie geen sprake zijn van eigenmachtige levensbeëindiging omdat dit volgens mij een ingrijpen is in het handelen van God met de mens. Doordat de mens ingrijpt in – de lengte van – het leven, betekent het dat de mens op de stoel gaat zit van de Schepper. Dit is volgens mij twijfel aan de God die een weg gaat met de mens, ook door lijden heen. De dood en het lijden moeten worden gezien als laatste hindernis waartegen verzet moet worden gepleegd. Het lijden dient in geloof te moeten worden gedragen. Liefde tot jezelf of de medemens kan er niet uit bestaan het leven te bekorten. Het leven moet worden geleefd, de beker moet worden geleegd, ongeacht haar inhoud.
Als ander argument voor levensbeëindiging zou het argument van barmhartigheid kunnen worden aangevoerd. Mensen kunnen het een teken van barmhartigheid vinden, wanneer zij een ander of zichzelf helpen het leven te bekorten. Hierdoor wordt het sterven niet meer gezien als een proces dat bij het leven hoort, maar dat in eigen – of andermans – hand kan worden genomen. Degene die doodt op verzoek, plaatst zich in de rol van de Verlosser (of je wordt je eigen Verlosser). Men bereflecteert het gebeurde niet in termen van tragiek, maar in termen van de goede dood, dankzij hem bewerkt. Maar euthanasie is een responsief handelen.
Tegen bovenstaande argumenten blijken echter ook veel tegenargumenten te zijn. Het argument van eerbied voor het leven in dat God dan wel als Gever van het leven mag worden beschouwd, maar dat wil nog niet zeggen dat we niet zelf mogen beslissen over het moment waarop wij,weloverwogen, willen sterven. Zelfbeschikking zegt niets over onze verhouding met God, maar over onze verhouding jegens anderen. Het draait hier vooral om de idee van autonomie: mag ik mijn leven in eigen hand nemen. De huidige discussie rondom euthanasie is in Nederland verschraald tot een stoelendans rond de autonome zelfbeschikking die op dit moment gemeengoed is in onze cultuur. Ik meen echter dat dodend handelen een responsief handelen is.
Op dit moment wordt het debat over de wenselijkheid van het koesteren van een doodswens niet gevoerd, omdat men vindt dat het recht op zelfbeschikking van een individu te allen tijde moet worden gerespecteerd. Maar dodend handelen een responsief handelen is tussen de doodswens van het individu en hetgeen een samenleving toestaat. Er is sprake van een sterk gesubjectiveerde oordeelsvorming en dat lijkt me een doodlopende weg. Ik pleit dan ook voor het ontwikkelen van standaarden over het goede leven en de goede dood waaraan individuen hun opvattingen kunnen toetsen. Wij dienen woorden als ‘ontluisterend’ en ‘mensonwaardig’ te herijken, waar ze nu vaak in het debat rond euthanasie worden gebruikt als angstig voorland waar een ieder zijn eigen nachtmerries over heeft. Actief-initiërend handelen optreden bij een euthanasieverzoek door artsen en andere hulpverleners wordt gelegitimeerd onder de vlag van ‘barmhartigheid’ in een situatie die zij interpreteren als ontluisterend, uitzichtloos of mensonwaardig. Artsen, maar ook andere hulpverleners, zien zich als een Verlosser, die hun handelen als daad van barmhartigheid beschouwen. Hier treedt een verschuiving op op het medisch-ethisch gebied bij het handelen van artsen. Waar vroeger de medische traditie het in dubio abstine hoog hield, treedt een aantal artsen ten onzent op als evidente actor in alle levensprocessen. In feite treedt dan een arts ook op als Verlosser die doodt op verzoek, en de goede dood bewerkt. Maar wat je in feite ook doet bij een ethanasieverzoek is dat je de ander die je opdraagt jouw wil uit te voeren, maakt tot het instrument waarmee jij jezelf doodt. Je kunt niet zomaar zeggen dat het bij zelfbeschikking alleen maar draait om jouw verhouding tegenover de ander. Ook je verhouding met God als Gever van het leven komt hier in het geding. In essentie gaat hier om het idee dat het leven aan de mens gegeven is en dat hij zodoende er zelf over mag beslissen. Dit is mijns inziens geen argument, maar eerder een voorstelling van zaken: je kunt erin geloven dat het leven ons eigendom is, of je kunt erin geloven dat je het leven ontvangen hebt. Ik geloof het laatste. Mijns inziens maakt het uit hoe je dood plaats in het door God gegeven leven. Ikzelf denk dat de dood een onderdeel uitmaakt van het door God gegeven leven en dat het tot de ars vivificandi hoort, en dat we ook het sterven en de dood niet in onze hand mogen nemen. Dit betekent niet dat we geen gebruik mogen maken van de door de medische wetenschap ons aangereikte hulpmiddelen om het lijden te verzachten middels sedatie. De arts dan dan nog altijd het doel voor ogen om het lijden van de patiënt te verlichten en hoeft niet in een ‘conflict van plichten’ te verzeilen. Naast het sterven en de dood meen ik dat ook het lijden een plaats heeft in het leven dat God ons toebedeeld.
Goede Dood?
Volgende pagina »