augustus 2009
Monthly Archive
19 augustus 2009
Volgende maand ploft de nieuwe Ikea-gids op de mat. Met jaarlijks 180 miljoen exemplaren is de 300 pagina’s dikke catalogus het meest verspreide
drukwerk ter wereld. De gids verschijnt in 28 talen. Harry Potter en Gods Woord kunnen daar zelfs niet tegen op. De Bijbel, eeuwenlang onbetwist op nummer één, is namelijk op forse achterstand gezet. 
Alleen al in Nederland krijgen jaarlijks 6,3 miljoen huishoudens de gids. Naar schatting worden er jaarlijks tussen de 50 miljoen en 150 miljoen Bijbels verkocht. Critici vragen zich wel af of Ikea trots moet zijn op het enorme papierverbruik. Het bedrijf maakt immers goede sier met een reductie van verpakkingsmateriaal. Anderzijds is er nog wel die gigantische papierberg, goed voor een enorme houtkap. En dat terwijl de gids na een jaar weer wegkan, in tegenstelling tot de Bijbel.
Op zich is dit bericht niet echt opzienbarend: al eerder schreef zich op dit blog dat het christendom in de westerse wereld op zijn retour lijkt te zijn. Kerken lopen leeg en het lijkt erop dat mensen hun spirituele behoefte op een ander manier trachten te bevredigen. En ja, dan zie dat de Ikea-gids de Bijbel inhaalt. Zeker als de gids van 2009 de veelzeggende leader draagt: design your own life, ‘ontwerp je eigen leven’. Het lijkt er steeds meer op dat de mens probeert haar eigen leven te ontwerpen en op te bouwen zonder rekening te houden met God en de naaste. En dat de Bijbel dan minder verkocht wordt dat spreekt voor zich. In de Bijbel wordt immers de boodschap verkondigt dat de mens niet als een individualistisch schepsel op deze aarde is geplant, maar in afhankelijkheid leeft, in relatie leeft met zijn Schepper en de naaste. Het is alleen maar de vraag of het design your own life de mens werkelijk voldoening geeft, of wordt het, de analogie met de Ikea volgend, om de zoveel jaar weer ingeruild voor een nieuw interieurtje, de volgende trend?
Design your own life; geeft dit werkelijke troost?…
Design your own life; hoe graag houden we ons leven niet graag niet zelf in de hand, richt ik graag zelf in?…
Design your own life; een tijdelijke hype, want de gids kan alweer na een jaar weg, inruilen voor de eeuwigheid?…
18 augustus 2009
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
maatschappij |
Geef een reactie
Oke, het is komkommertijd maar toch…
Bovenstaand bericht las ik op de nieuwssite nu.nl. Het is toch triest dat zelfs de jongens van de dierenwinkel het moeten ontgelden. Het is toch schandalig dat in de zomertijd en vooral tijdens
de zomervakantie de huisdieren het moeten ontgelden en plaats moeten maken voor het zomergeluk en vakantiegevoel van hun baasjes: massaal worden huiskatten uit huis gezet en moet zo’n kat verder door het leven als zwerfkat. Ook honden worden door hun ‘liefhebbende baasjes’ getrakteerd op een heel eigen vakantiegevoel, namelijk eindelijk verlost van die andere huisgenoten aan een erg kort lijntje in een heel bosrijke omgeving.
Het is toch triest dat een diskjockey die aandacht aan deze hartverscheurende praktijk wilden geven door ostentatief een plaatje van de Pet Shop Boys te draaien dit moest ontgelden doordat een aantal gefrustreerde en waarschijnlijk door schuldgevoel gedreven ex-huisdierbezitters hem in elkaar is sloegen!
17 augustus 2009
Dat was de leader van de nieuwe Intermediair van week 32/33. Kerken lopen legen, maar steeds meer Nederlanders geloven dat er meer is tussen hemel en aarde.
Het artikel maakt dus gewag van de door atheïsten zo gewenste ontwikkeling dat de mens eindelijk zou inzien dat al dat religieuze en spirituele gedoe ‘onzin’ is. Helaas lijken de cijfers deze ontwikkeling volledig tegen te spreken: bijvoorbeeld het geloof in een leven na de dood is in vergelijking met 1991 en 2007 gestegen van ruim 50 procent naar circa 65 procent. Hoewel het wereldwijde netwerk van Dinesh D’Souza ‘bashers’ de boodschap blijft bagatelliseren, moet toch helaas worden gezegd dat het aantal van gelovigen wereldwijd blijft groeien. In feite lijkt het alleen een westerse tendens dat het aantal gelovigen afneemt.
Ze hebben de mens leuk uitgevonden, maar ze hadden de emoties weg moeten laten zo reageerde een jongere op het feit van de absurde stijging van het aantal zelfmoorden onder jongeren in Noord-Holland. Voor mij is dit een antwoord dat ook zou kunnen worden opgetekend uit de mond van een atheïst. Volgens mij heeft dit antwoord eigenlijk te maken met de vreselijk moeilijke vraag naar het kwaad. Dat is een vraag die een christen al snel voor de voeten krijgt geworpen. Met de woorden van Christopher Hitchens als Jezus een blinde kon genezen die hij toevallig tegenkwam, waarom zijn er dan nog blinden?
Nee, ik denk niet dat wij christenen het kwaad kunnen verklaren, maar ik denk dat wij wel troost kunnen geven. In ieder geval meer troost dan een atheïst, die alleen maar kan zeggen dat het leed geen enkele reden heeft. Het leven gebeurt gewoon zoals het gebeurt, niet meer en niet minder. En vervolgens wordt er geconcludeerd dat in een wereld waar leed is er dus geen plaats voor (een) God is. Terwijl het christendom in feite ook het kwaad en het lijden niet kan verklaren. Het christendom biedt in geval van het lijden op het vooruitzicht van een hiernamaals.
Blaise Pascal zei eens dat we als we een weddenschap aan zouden gaan of God wel of niet zou bestaan, het slimst zou zijn in Hem te geloven. Immers, als Hij niet blijkt te bestaan dan begaan we een metafysische vergissing. Als we er echter van uit gaan dat Hij niet bestaat, en Hij bestaat toch, dan lijden we een veel groter verlies: we zullen eeuwig van Hem gescheiden zijn.
Ze hebben de mens leuk uitgevonden, maar ze hadden de emoties weg moeten laten Ja, in een wereld zonder troost is de mens beter af te functioneren als een robot, zonder emotie. Maar de mens is iet zo geschapen, maar als een levend wezen met emotie, met een eigen vrij wil. Ondanks al het tromgeroffel van atheïsten die vinden dat het geluid van de religie veel te luid klinkt, blijkt het toch dat religie helemaal niet zo gek is.
13 augustus 2009
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
calvinisme,
christelijke ethiek,
christendom,
christenzijn,
economische ethiek,
ethiek,
geloof,
gerechtigheid,
koninkrijk van God,
maatschappij,
protestantisme,
rentmeesterschap |
1 reactie
Oké, misschien is het komkommertijd maar het blijven toch altijd weer leuke onderzoeken die gedaan worden in de zomer. Neem nou dit onderzoek: Nederlandse christenen sparen meer en beleggen minder risicovol dan niet-christenen. Dat blijkt uit een onderzoek van twee economen van de Universiteit van Tilburg.Ook vinden zij het belangrijker om geld na te laten aan hun kinderen. In het onderzoek ‘Where angels fear to trade: The role of religion in household finance’ stellen Luc Renneboog en Christophe Spaenjers dat religieuze huishoudens meer geld opzij zetten dan niet-religieuze huishoudens.
Het enige wat je kunt met dit soort onderzoeken is er een beetje over doormijmeren. Want laten we eerlijk zijn: wat is er verder de relevantie van…
Wat me eigenlijk altijd weer verbaasd is dat christenen het altijd lukt om zoveel geld over te houden: meestal hebben grotere huishoudens en geven ze meer geld uit aan goede doelen (en dat is nog exclusief het geld dat ze kwijt zijn aan hun eigen geloofsgemeenschap).
En het geld wat ze dan overhouden zetten ze weg op een spaarrekening of beleggen ze.
Protestanten en mensen van evangelische kerken hebben meer gevoel van financiële verantwoordelijkheid. zo besluit het artikel. Ik vraag me af of dit te maken heeft met het ouderwetse weberiaanse idee dat de protestant een arbeidsethos heeft van hard werken en sober leven, het voorportaal van het kapitalisme? Immers, zo stelde Max Weber voor een protestant kon het kapitalisme niet alleen een uitwendig gebeuren zijn, maar moest het ook bezield zijn door een bepaalde ‘geest’. Deze ‘kapitalistische geest’ uitte zich in de levensstijl van individuen, zoals hard werken, een door blijven werken ook als men voor het levensonderhoud al genoeg had, een niet verspillen van tijd, een continu streven naar gewin, sparen van geld in plaats van uitgeven (sober leven en een uitgestelde behoeftenbevrediging) (hierdoor waren nieuwe investeringen mogelijk) en een positieve waardering van welvaart. In landen waar wel de materiële voorwaarden voor het kapitalisme aanwezig waren, maar deze geest ontbrak, zette het kapitalisme zich niet door. Nodig was een religieus gevoed ethos dat mensen krachtig motiveerde tot dat nieuwe, het traditionalisme doorbrekende, handelen. Weber wilde aantonen dat het calvinisme en in bijzonder het engelse puritanisme de weg baanden voor deze kapitalistische geest. Het calvinisme zag de mens namelijk als rentmeester van God die de wereld zo goed mogelijk moest beheren voor Zijn eer (en niet ter eigen nutte). Deze roeping gold een ieder en niet alleen zoals in de Middeleeuwen voor de monniken. De calvinisten droegen de gedisciplineerde levensstijl de wereld in: ‘innerweltliche Askese’. En hoort daar dan ook sparen bij als het hebben van een appeltje voor de dorst?
Maar je kunt het bericht ook negatief uitleggen: christenen potten juist meer hun geld, zijn toch gericht op het hier en nu, terwijl ze juist goed zouden kunnen weten dat het niet alleen draait om het heden.
Zou een christen niet moeten streven naar een economie die in sociaal en ecologisch opzicht duurzaam is, dat wil zeggen niet het milieu vernietigt en niet leidt tot sociale uitsluiting, armoede en vergroting van sociale ongelijkheid. Specifieke aandacht behoeft de verhouding tussen armoedebestrijding en milieu. Om armoede te bestrijden is economische groei noodzakelijk, die onvermijdelijk beslag legt op milieu en schaarse hulpbronnen. Met tegengaan van verspilling en technologie zijn schadelijke gevolgen van deze groei en van de consumptie van middenklassen en rijken in te perken, maar dat zal niet voldoende zijn. Onvermijdelijk is dan ook als men verdere milieuvernietiging wil tegengaan dat middenklassen en rijken een consumptiepatroon ontwikkelen dat minder een beslag legt op het milieu. Dat betekent anders en minder consumeren. Kortom, die ouderwetse terminologie van rentmeesterschap. En dat kost een paar centen…
Christenen sparen meer…
Is dat een deugd, een goed teken voor een christen dat hij zoveel geld overhoudt voor de spaarrekening?
12 augustus 2009
Laatst weer een opmerkelijk bericht: Politieagenten wreven maandagochtend vroeg op de A20 bij Rotterdam eens goed hun ogen uit. Op de vluchtstrook van de snelweg zat een man te dutten op een regisseursstoel.
Hij droeg een EHBO-tasje en een oranje veiligheidsvest en had bovendien een wc-rol om zijn nek hangen.
Allerlei vragen borrelden bij mij op: Wat zou zo’n man bezield hebben? Was het een opname voor een nog onbekende film? En vreemd genoeg zag ik ook meteen een overeenkomst van een soap die gaande is in medialand: de gekte en de verwarring rondom de Evangelische Omroep. De ma in de regisseursstoel moet de directeur zijn van de EO, die misschien even heeft zitten dutten toen hij was vergeten in te schatten wat het nieuws van omstreden Arie niet te weeg zou brengen bij de gemêleerde achterban van de EO.
Sommige daarvan willen voortrazen over de grote mediasnelweg, meegaan met the flow zonder het eigen geluid te laten verstommen. Anderen willen juist alleen dat eigen authentieke, misschien nostalgische geluid blijven horen en zo snel mogelijk van die snelweg afkomen om in eigen tempo (onder luid gejubel) rustig een B-weg te berijden: bekende omgeving, geen plotselinge zaken die je kunnen opschrikken. En daar zit hij dan, de man langs de snelweg; E(HB)O-tasje bij de hand voor het letsel dat wordt geleden, om wonden te verbinden, pijn te verzachten. WC-rol in de buurt om strepen en kaders die door anderen worden getrokken eventueel uit te vegen, openingen er in te maken. En terwijl hij daar zit is hij ingedut… het maakt hem zo moe dat dilemma: hoe moeten we weer invoegen op deze mediasnelweg, moeten we weer invoegen en hoe houden we in die kruiwagen vol kikkers al die beesten binnenboord.
Sterkte Evangelische Omroep. Het blijft een enorme klus om die hoekige, die controversiële boodschap van Gods Woord uit te dragen. Niet alleen krijg je kritiek van buitenaf, ook van binnenuit en van allerlei goedbedoelende aan wal staande stuurlui krijg je kritiek.
Loopt een man over de snelweg…
Haalt hij de overkant?
8 augustus 2009
Communicatie tussen God en mens was in het vroege christendom heel gewoon. Maar verstand won van intuïtie en dogma’s namen de dienst over in de kerk. Een spiritueel christendom kan ons weer ‘de weg naar binnen’ wijzen, zegt spiritueel hulpverlener Roelof Tichelaar.
Dagblad Trouw biedt podium aan spiritueel hulpverlener Roelof Tichelaar met zijn boodschap dat een spiritueel christendom ons weer ’de weg naar binnen’ kan wijzen, waar we een ’bezielend, hoger bewustzijn’ vinden. Volgens Tichelaar is het christendom de weg kwijtgeraakt door het verstand te veel te laten overheersen over het intuïtief gevoel. Anders gezegd: het dogma won het van een open communicatie van mens tussen God. Tichelaar meent dat het vroege christendom veel meer openstond voor de communicatie tussen mens en God. Gods geest zoekt in vele bijbelverhalen op bovennatuurlijke wijze contact met mensen. In de Bijbel komt helderziendheid voor, helderhorendheid, voorspellende dromen en de zogeheten profetische vervoering, waarin iemand in een trancetoestand door Gods geest wordt gebruikt om iets uit te spreken of te doen. Deze verschijnselen, die in het vroege christendom heel gewoon waren, stuiten in de christelijke, vooral kerkelijke wereld op nogal wat verzet, en worden al snel afgedaan als ’duivels’. zo laat hij in Trouw dit optekenen. De schrijver van onder andere het boek
De weg naar overgave : is thuiskomen in jezelf meent dat allerlei dogma’s onze innerlijke bron vervuild hebben en dat daardoor voor een aantal mensen de communicatie tussen God en mens gestoord is geworden. Wat Tichelaar hier volgens mij probeert aan te prijzen is de ‘zelfverlossing’. Immers, als we diep genoeg in onszelf afdalen en weer contact maken met ons ‘diepste ik’ zullen we weer goede mensen kunnen worden, niet vervuild door allerlei zaken die ons van het juiste pad afbrengen. Dat is natuurlijk een ideaal plaatje: de mens heeft niets of niemand nodig om zichzelf te verlossen. Verwonderlijk is het dan ook niet dat bij dit soort berichtgeving altijd weer op dat de dogmatiek de grote zondebok blijkt te zijn. De dogmatiek is bij uitstek bedoeld als systematische doordenking over de relatie tussen alle gegevenheden van God aan de mens en zij vormt een waardevol fundament voor het gevoel van de afhankelijkheid van de mens jegens zijn God. Tevens is de dogmatiek een zinvol hulpmiddel geweest voor de kerk om zich als instituut vorm te geven (iets wat misschien voor een aantal christenen op zich al een verkeerd proces is geweest). Tichelaar pleit ervoor om de oude communicatie tussen God en mens weer in ere te herstellen waardoor de mens weer dichter bij haar eigen bron komt. In werkelijkheid komt juist daardoor die afhankelijkheid van de mens onder druk te staan, immers de mens zelf is de bron… Verlosser van zichzelf en is niet afhankelijk van wie of wat dan ook… Een puur populaire, individualistische en menselijke reflex.
Een seculiere ethiek met een vaag christelijk sausje die er helaas bij velen in gaat als koek. Bij het zoeken van je heil en van jezelf je afhankelijk weten van Iemand anders is geen populaire boodschap. Nee, dan liever deze boodschap dat je je heil in je zelf kunt vinden. Zelfontplooiing, zelfliefde zonder verantwoordelijkheid, want je bent immers je eigen norm en die is zo authentiek dat je daar gehoor aan moet geven. De tomtom op deze weg is de spiritueel hulpverlener Roelof Tichelaar met zijn eigen praktijk voor psychische, pastorale en spirituele hulpverlening vindt echter dat juist die eigen vervuilde, onontdekte bron weer moet worden opgedolven. Persoonlijk lijkt me dit een geval van op zijn minst als de vos de passie preekt…
6 augustus 2009
Het is en blijft een gevaarlijke match: de Evangelische Omroep en Arie Boomsma. De altijd goedgeklede Boomsma probeert de boodschap van het evangelie altijd op zeer controversiële wijze over het voetlicht te krijgen. En dit niet altijd op een wijze die een deel van de achterban van de EO apprecieert. Was de serie 40 dagen zonder seks al goed voor meterslange ingezondens in de (christelijke) pers, de pennen stonden ook niet stil toen Boomsma aankondigde niet-christelijke cabaretiers een programma te laten maken over Jezus. De commotie werd de leiding van de EO te groot en zij trok ijlings de stekker uit het project. De niet-christelijke cabaretier liet niet lang nadat de EO het programma de nek had omgedraaid weten dat hij zijn cabaretprogramma over Jezus bij een andere zendgemachtigde de ether in zal slingeren.
Ik begin me nu iets af te vragen: hoe denkt de ‘anti-Arie-coalitie’ (dat is mijn woord voor zij die Arie Boomsma te controversieel vinden) de normen en waarden van het evangelie en de boodschap van het evangelie te verspreiden? Mag het ook op de wijze die Boomsma voorstaat, misschien erg prikkelend en soms op het randje? Persoonlijk vind ik het jammer dat het programma met de niet-christelijke cabaretier niet bij de EO het levenslicht ziet, ik was erg benieuwd hoe de samenwerking tussen een christen en een niet-christen in deze context zijn vorm zou krijgen.
Laten we nu eens een Boompje over opzetten over hoe wij het christelijk geloof moeten ‘vermarkten’…
En misschien wel met als gespreksleider Arie Boomsma…

5 augustus 2009
Willem Bouwman vertelt in het Nederlands Dagblad van een plaat die in het midden van de negentiende eeuw de boodschap moest uitdragen om de mensen terug te brengen naar de kerk. De plaat is typerend voor de negentiende eeuw, toen de zondagsrust werd bedreigd door de snelle groei van het aantal fabrieken en de trek van miljoenen plattelanders naar de grote steden. Daar woonden ze in verpauperde wijken, ver bij de familie vandaan en zonder toezicht van de pastoor. Het was verleidelijk om ’s zondagsochtends uit te rusten en niet meer naar de kerk te gaan, als die er al was. Velen konden niet eens, omdat ze op zondag moesten werken. In die tijd ging de regel gelden: hoe groter de steden, hoe minder mensen in de kerk.
En
tot ieders verrassing lijkt de weg die naar de kerk leidt verdacht veel op de brede die wij Nederlanders zo goed kennen van een heel andere plaat over de brede en de smalle weg en waar de brede weg de weg nou net niet de christelijke levensstijl uitbeeld. Ik vind dit een interessant gegeven. De laatste tijd komen er steeds meer zaken in het nieuws, al of niet geholpen door de spreekwoordelijke komkommertijd, dat christenen en/of christelijke organisaties het zelf niet zo nauw nemen met hun eigen christelijke ethische normen of dat ze het moeilijk vinden het christelijk geluid echt te laten klinken. ‘De brede weg’ lijkt ook voor christenen erg aanlokkelijk. Het begint er werkelijk op dat de brede weg naar de kerk leidt. Laatst las ik dat niet-christenen zich vooral ergeren aan het feit dat christenen zich niet houden aan hun eigen normen en waarden. Ik denk dat we ons dat moeten aantrekken. Het lijkt er op dat christenen zich schamen voor de boodschap die ze uit moeten dragen, dat ze graag willen opgaan in hun omgeving en daardoor ook hun normen en waarden aanpassen aan anderen. Eigenlijk willen we dat de brede weg naar de ‘kerk’ leidt. Niet te veel opvallen, niet te veel anders dan anders zijn. Terwijl de boodschap die het christendom kan en moet uitdragen er een is van een totaal ander beeld met betrekking tot de hele wereld en de samenleving.
De brede weg leidt naar de kerk?
Ik heb daar zo mijn twijfels bij…
4 augustus 2009
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
christelijke ethiek,
christendom,
christenzijn,
ethiek,
geloof,
geneeskunde,
koninkrijk van God,
leven,
levenskunst,
medische ethiek,
religie,
sterven,
zorg |
[5] Comments
Deze uitspraak tekende NRC redacteur Freek Schravesande op uit de mond van een ic-verpleegkundige in een ziekenhuis in Breda waar hij enkele diensten op de afdeling intensive care meeliep.
Eerlijk gezegd werd ik wel getroffen door deze uitspraak. Hoe vaak denken mensen niet dat de huidige geneeskunde wel tot in het oneindige het leven van een mens in de hand kunnen houden. ‘Mensen denken dat dokters alles kunnen. Op tv gaat het toch ook goed?’ Onwillekeurig moest ik ook denken aan die woorden van gezang 1: God staat aan het begin /en Hij komt aan het einde. / Zijn woord is van het zijnde / oorsprong en doel en zin.
Het artikel gaat over de dagelijkse gang van zaken op de intensive care afdeling waar het verplegend personeel steeds bezig is met de strijd voor behoud van het leven. En het idee bestaat bij veel mensen dat dat leven onder alle omstandigheden te redden is.
De vraag is alleen ‘kan dat altijd en is altijd even “zinvol”‘. Is het verantwoord om een patiënt te ‘redden’ als daarmee zijn leven voor de rest een ondraaglijke hel wordt? Een opmerking uit de praktijk: De techniek verfijnt, maar het vervolgtraject wordt vaak vergeten. ‘Nu zeg je tegen een tachtigjarige: gooi er maar een paar nieuwe hartkleppen in. Het automatisme is nog vaak: opereren. Of de patiënt daarna ooit nog thuis zal komen is de vraag.’ Moet je dan opereren? Kortom, mag een mens nog overlijden?
De VVD schreef in 1981: in de eerste plaats heeft de mens feitelijk niet de vrije keuze over leven en dood. Ziekte of ongeval zullen voor een belangrijk deel het tijdstip bepalen waarop hij zijn leven zal beëindigen. Bovendien leeft de mens in een gemeenschap en draagt hij verantwoordelijkheid jegens de andere leden van de gemeenschap. Hij zal zijn rechten alleen kunnen uitoefenen in het licht van die verantwoordelijkheid.(…) Aangezien hij voor de beëindiging van zijn leven de hulp van een ander of anderen inroept, betrekt hij deze medemensen bij zijn levenseinde en maakt hen mede verantwoordelijk. Ook hun belangen en gevoelens moeten dus geaccepteerd worden
Hoewel deze argumentatie zich vooral richt op het intermenselijk aspect zet het het sterven wel degelijk in een breder aspect. In heel zijn leven leeft de mens in sociale verbanden die aan het eind van het leven niet zomaar ophouden. Als christen zou ik daar nog het volgende aan toe willen voegen: als geboren en sterven beiden tot de goede schepping horen, en als wij door het geloof beide weer als weldaad weten te ervaren, dan moeten we ook aanvaarden dat God ons op zijn tijd het – natuurlijke – einde aandoet. Hiermee wordt het sterven verheven tot een ars vivificandi, een onderdeel dat bij de kunst van het leven hoort.
De Bijbel verwoordt dit als volgt Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. (Rom. 14,8) Dit geeft wat mij betreft juist die band aan die ik in het bredere perspectief zie in het mensenleven: we hebben niet alleen een verantwoordelijkheid naar de medemens, maar hebben die evenzeer naar God toe.
‘Wij zijn geen God de Vader, het houdt een keer op.’ Eigenlijk een prachtige uitspraak die de diepe afhankelijkheid van een mens jegens zijn God in beeld brengt.
3 augustus 2009
De bovenstaande zin is de slogan van de postbus 51 campagne over anti-discriminatie. Nederland is een land waar niemand zijn eigen ik hoeft te verstoppen. zo wil ons deze campagne doen geloven: Het is een plek waar niet geoordeeld wordt over bijvoorbeeld huidskleur, handicap, leeftijd of seksuele voorkeur. Iedereen moet zichzelf kunnen zijn en zich thuis kunnen voelen.
Dit staat volgens mij haaks op het volgende bericht
De uitval van studenten met een lichamelijke en/of geestelijke beperking die een opleiding volgen in het hoger beroepsonderwijs (hbo), is twee keer zo hoog als bij studenten met een handicap op de universiteit. Ook blijken de studenten met een beperking in het hbo vaker hun opleiding voortijdig af te breken dan hbo’ers zonder handicap. Terwijl dit verschil niet te zien is in het wetenschappelijk onderwijs. Daarmee kunnen hbo-studenten met een handicap gezien worden als een „risicogroep”.
Mijns inziens ligt het probleem bij het feit dat onze samenleving is geconstrueerd op de idee van het sociaal contract. In het sociaalcontractenken wordt geprobeerd onze huidige maatschappelijke samenleving te verklaren vanuit de fictie dat mensen ooit zonder regels en in onbeperkte vrijheid (in een soort natuurtoestand) leefden, maar om uiteenlopende redenen (maar altijd uit eigenbelang) een contract met elkaar hebben gesloten. Volgens het sociaal contract gaat het bij het afsluiten van een contract om partijen die relatief gelijk zijn in capaciteiten zoals intelligentie en lichaamskracht, dat wil zeggen dat ze een min of meer gelijke onderhandelingspositie hebben. In ieder geval zijn ze allemaal in staat om productieve arbeid te verrichten. Door deze aanname, denk ik, dat mensen met een beperking buiten de orde van rechtvaardigheid plaatst, of in ieder geval ‘marginaliseert’. Daarbij beschouwen de contractdenkers de contractanten niet alleen als subjecten van het contract, maar ook als enige ‘objecten van rechtvaardigheid’. Rechtvaardigheid is enkel verschuldigd aan hen die rechtvaardigheid kunnen betrachten. Een filosofe die zich hiermee heeft beziggehouden is de Amerikaanse Martha Craven Nussbaum. Zij is een toonaangevende en productieve filosofe. Zij werkt als hoogleraar recht en ethiek aan de universiteit van Chicago en schreef de voorbije jaren een indrukwekkend aantal essays en boeken over de relatie tussen filosofie en literatuur, menselijke emoties, feminisme, sociale rechtvaardigheid en wereldburgerschap. Het ethisch karakter van een samenleving kan volgens Nussbaum afgelezen worden aan de inspanningen die men zich getroost om ook voor diegenen die het fysiek of mentaal moeilijker hebben al deze ontwikkelingsmogelijkheden te waarborgen. Een aantal beperkingen zijn natuurlijk wel in de idee van het sociaal contract meegenomen. Contractanten kennen allemaal de frequent voorkomende klachten als rugpijn. Blindheid of doofheid zijn minder frequent voorkomende klachten de samenleving wordt ingericht door de mensen die alleen rekening houden met de meer frequent voorkomende klachten.
Het is echter vreemd dat de contractanten zich dan wel de wetenschap toedichten dat hun fysieke vermogens binnen het zogenaamde ‘normale’ bereik vallen. Nussbaum schrijft dan dat de omgeving aangepast was aan mensen met een ‘normale’ handicap. Geluid kan worden gehoord door mensenoren en niet alleen voor hondenoren, bijvoorbeeld. De samenleving houdt geen rekening met mensen met atypische beperkingen. Er wordt soms geen rekening gehouden met de protheses van mensen met beperkingen. ‘Normale’ mensen kunnen ook gebruik maken protheses, die heten dan bus of auto. Voor mensen die afhankelijk zijn van anderen is er geen plaats in de basisstructuur van de samenleving. Globale gelijkheid als structureel kenmerk, en wederkerig voordeel als het beoogde doel, bepalen nog steeds wie er oorspronkelijk participeren en wat elke betrokkene uit de samenwerking probeert te halen. In het sociaal contractdenken vigeert de de aanname dat burgers over ‘normale capaciteiten’ moeten beschikken om in ieder geval productieve arbeid te kunnen verrichten. Er is geen plaats voor atypische maatschappelijke voorzieningen die mensen met een beperking in staat kunnen stellen zo goed mogelijk te participeren. Want vervolgens moet niemand opdraaien voor de kosten die voortvloeien uit de aanpassingen die gedaan moeten worden voor speciale voorzieningen. Vooral deze laatste toevoeging maakt het interessant om over mensen met een beperking na te denken in de huidige context. Mensen worden steeds ouder en zullen op een bepaalde leeftijd moeten gaan leven met beperkingen die inherent zijn aan het ouder worden. Als we het sociaal contractdenken nu extreem doorvoeren zou dit betekenen dat deze mensen die tijdelijk met een beperking leven, niet meer meetellen in de samenleving van ‘normale’ mensen. Deze theorie schaart mensen met een levenslange beperking en zij die met een tijdelijke beperking onder dezelfde noemer: het zijn beide personen die niet meetellen in de ‘normale’ samenleving. Zeker in de huidige context waarin mensen een steeds hogere leeftijd bereiken, met alle tijdelijke beperkingen vandien, is een ‘herwaardering’ van de sociaal contracttheorie op zijn plaats.
Dat de uitval van hbo-ers met een beperking momenteel zo hoog is, heeft volgens mij ook te maken met dit denken waar onze samenleving op gebaseerd is. Aanpassingen zijn er voor de beperkingen van ‘normale’ mensen. Maar mensen met een atypische beperking zullen door ‘stroperige’ instanties die bepaalde voorzieningen zouden moeten faciliteren en door het feit dat onze samenleving niet ingericht is op mensen met atypische beperkingen niet snel op een volwaardige wijze kunnen deelnemen aan de samenleving!
« Vorige pagina