oktober 2009
Monthly Archive
15 oktober 2009
Er is een prijzenswaardig initiatief van de grond gekomen onder verschillende protestantse kerkgenootschappen. Men wil een een nieuwe Nationale Synode

organiseren. Dit allemaal natuurlijk in het licht gezien van de nationale synode te Dordrecht uit 1618-19. Naast het gegeven startschot tot de Statenvertaling is deze synode toch vooral bekend geworden door de afwijzing van de remonstranten, een loot aan de protestantse stam die niet de goedkeuring kon verdragen van een groep anderen.
Momenteel is er dus een nieuw initiatief ontstaan om in deze tijd van toenemende ontkerkelijking de protestantse handen – want als we de Rooms-Katholieke Kerk zouden uitnodigen wordt het allemaal een beetje te complex, zo werd gezegd – ineen te slaan en over onze kerkmuren heen te reiken om elkaar te ontmoeten in ons gezamenlijk geloof en belijden.
Maar helaas, het plan lijkt al gedoemd vroegtijdig ten onder te gaan. Vanmorgen werd bekend dat de Hersteld Hervormde Kerk waarschijnlijk niet mee zou doen als ook Remonstrantse Broederschap zou worden uitgenodigd en dat ook andere protestantse kerkgenootschappen zouden schitteren door hun afwezigheid.
Wat een demasqué!! Wat zal dit allemaal een gunstige uitstraling hebben op de kerken? Waarom moet de uitspraak ‘waar er twee protestanten in de wereld zijn, is er altijd ruzie’ nu weer bewaarheid worden?
… niet tweemaal aan denzelfden steen
14 oktober 2009
Op het gevaar af dat ik de komende tijd als reactionair en voor nostalgische kwezel wordt versleten dan toch in dit blog aandacht voor een opmerkelijk item dat ik vanmorgen oppikte bij Radio 1: het is onderzocht of de Nederlander de laatste jaren hufteriger is geworden. En ja, wat schetst onze verbazing: het klopt!!
In de jaren 60 van de vorige eeuw is er met succes verhit gestreden voor meer vrijheden. Mensen kunnen vanaf die tjd meer dingen zelf beslissen, Nederland is in elke zin van het woord sindsdien kleurrijker geworden. Maar tegenwoordig wordt meermalen geconstateerd dat die verworven vrijheden ook een donkere, zwarte kant kunnen hebben. Opkomen voor jezelf wordt soms het idee van het ‘dikke ik’: de wereld draait om mezelf. Mondigheid wordt grote monderigheid.
Laatst hoorde ik de parlementariër Mei Li Vos van iemand zeggen ‘dat hij zijn kop had moet houden’. De laatste tijd besteedt de stichting SIRE aandacht aan hufterigheid van mensen met hun campagne Onbewust asociaal. Het lijkt er wel op dat niet iedereen op een goede manier met die bevochten vrijheid kan omgaan. Meer over het fenomeen van misbruik van vrijheid kun je ook lezen in de boeken van Britse psychiater Theodore Dalrymple.
Ook besteedde ik in dit verband eerder aandacht aan het boek van Rüdiger Safranski Het kwaad of het drama van de vrijheid. In dit boek beschrijft Safranski – nadat hij allerlei filosofen heeft behandeld – de mens die leegte en chaos ervaart wanneer geen god of levensbeschouwing hem de weg wijst. Nu dacht men dat de mens vanwege het feit dat hij redelijk is op een normale wijze kan samenleven met de ander. Immers, er is geen dominante waarheid meer en de ene waarheid is dus niet beter dan de andere waarheid. Zolang ieder zich maar houdt aan de basisspelregels. Zolang de redelijkheid bewaard wordt, blijft ook het samenlevingssysteem overeind. Maar de redelijkheid weet niet iedereen meer te boeien. Het onredelijke, het kwaad blijkt diep in de mens verborgen te zitten. Het jezelf als middelpunt van het universum te wanen.Het kwaad tracht zich ‘zich een goed geweten aan te meten’. Wat ik doe dat is in de regel toch goed? Safranski waarschuwt aan de hand van filosofen voor dat demonische, een onredelijke, door de massa gedragen kracht. We blijven toch maar hopen op redelijkheid, soms tegen beter weten in. Vrijheid is geen gemakkelijkheidsoplossing, maar iets waarmee de uitdaging nog maar gesteld is. Maar de angst voor de vrijheid is ook geen reden om in verhalen en illusies weg te vluchten. Vrijheid zoekt ook naar ankerpunten, een ethiek en leefregels die haar mogelijk maken.
En juist dat laatste laten we ons niet aanleunen, dat laten we ons niet gezeggen. We laten ons toch zeker de wet niet voorschrijven!!
Want, geachte lezer, u weet het net zo goed als ik: wat hierboven geschreven staat geldt alleen voor de ander…
13 oktober 2009
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
economische cisis,
economische ethiek,
ethiek,
globalisering,
klimaatconferentie Kopenhagen,
klimaatcrisis,
maatschappij,
ontwikkelingshulp,
ontwikkelingslanden,
samenleving,
solidariteit,
wereldeconomie |
1 reactie
Door alle commotie omtrent het DSB-debacle valt het nieuws van de voedsel- en landbouworganisaties van de Verenigde Naties (FAO) toch een beetje buiten de radar van velen.
De FAO stelt dat de voedselproductie de komende veertig jaar met 70 procent moet stijgen om aan de vraag van de groeiende wereldbevolking te kunnen voldoen. Volgens de FAO moet er vooral meer geld worden geïnvesteerd in landbouw in ontwikkelingslanden, waar toename van de voedselproductie het hardst nodig is. Een jaarlijks bedrag van 56 miljard euro, 50 procent meer dan nu, moet de problemen oplossen. Voedselproductie krijgt te maken met de effecten van klimaatverandering, zoals hogere temperaturen, grotere veranderlijkheid in regenval, vaker extreme weersomstandigheden.
Het is en blijft een hete aardappel die de Westerse wereld blijft toespelen. Natuurlijk, aan de ene kant willen we de ontwikkelingslanden best helpen, maar als ze dan economisch er bovenop komen en hun producten willen afzetten in onze markt dan trekken we snel allerlei marktbeschermende muren op. Het lijkt wel of al dat ontwikkelingsgeld – dat voor een groot deel niet eens op de plaats aankomt waar het hardst nodig is – voor het Westen een soort wiedergutmachungsgeld is als ‘herstelbetaling’ voor het koloniale verleden. Maar als dan de ‘patiënt’ op eigen benen kan staan dan begint het Westen te beven. Misschien is het ook om die reden dat veel ontwikkelingslanden geen stabiele regering kennen. Lekker makkelijk voor het Westen: corrupte regeringen kun je beter naar je hand zetten.
Daarom ook dat bekende poplyric als titel Money makes the world go around. 
Solidariteit is mooi, zolang het onze economische dominantie maar geen parten speelt. Het draait in de hele wereld om geld.
Maar tegenwoordig zie je steeds meer de andere meningen in de media komen, bijvoorbeeld het boek de crisiskaravaan van Linda Polman. In het boek wordt de traditionele hulpverlening aan ontwikkelingslanden tegen het licht gehouden en wordt deze aan de kaak gesteld. Een ander geluid komt uit een deel van de ontwikkelingslanden zelf. Kortgeleden zag ik in een interview met een persoon waarin naar voren kwam dat er vanuit de ontwikkelingslanden zelf stemmen opgaan om het Westen ervan te overtuigen dat het de ontwikkelingshulp in de huidige vorm alleen maar afhankelijk maakt. Eigenlijk was de conclusie: Stop ermee!! We willen niet langer gepiepeld worden. Misschien is de hulp die China geeft, namelijk alleen vanuit economische drive – wij halen iets bij jullie en geven jullie er dan iets voor terug – zonder verdere verplichtende moraliteit, zo populair in ontwikkelingslanden. Het Westen had altijd de mond vol van allerlei democratische initiatieven die van de grond moesten worden getild in ontwikkelingslanden. Maar in feite werd er met twee tongen gesproken. We wilden wel helpen, maar het moest ons niks ‘kosten’!!
Maar ja, wat willen we. Eigenlijk willen we het volgende. Namelijk dat de ontwikkelingslanden afhankelijk blijven van ons, want anders missen we onze mogelijkheid om ons zelf goed te voelen.
Money makes the world go around allerlei geopolitieke overwegingen en mondiale economische ideeën liggen ten grondslag aan allerlei beslissingen. Als andere landen mee willen delen in de taart die welvaart heet dan vrezen we voor ons deel dat dan kleiner wordt. China, India en andere landen, natuurlijk mogen zij zich ontwikkelen, maar niet ten koste van onze welvaart!!
En dan heb ik het nog geen eens gehad over de verstrekkende gevolgen van de klimaatcrisis. Natuurlijk, we willen daar allemaal iets aan doen, maar o wee, we moeten er niets bij inschieten, het moet geen geld kosten – of het moet binnen redelijke termijn terug te verdienen zijn. Daarom heb ik ook weinig hoop voor klimaatconferentie in Kopenhagen in december…
immers…
Money makes the world go around
12 oktober 2009
Vandaag ben ik het slachtoffer geworden van skimmingtechnieken: criminelen hebben op een ingenieuze wijze mijn pinpasgegevens en pincode gekopieerd en een énorm bedrag van mijn rekening afgeschreven. Sta je toch wel even vreemd te kijken: ben je ineens nagenoeg blut!! Gelukkig was alles weer geregeld na een telefoontje met mijn bank. Een pak van mijn hart!!
Financieel leed van een heel andere orde was er vandaag natuurlijk ook: de DSB-bank werd onder curatele gesteld en er zullen veel mensen (financieel) gedupeerd raken. In vergelijking daarmee is mijn leed natuurlijk klein bier.
Als je vandaag de verschillende actualiteitenprogramma’s hebt gevolgd hoorde je verschillende zaken de revue passeren: men had het het over de reus op lemen voeten en over hoogmoed komt voor de val – de DSB-bank en de persoon van Dirk Scheringa
– en men had het over de beerput die nu moet worden opengetrokken en dat er een bijltjesdag zou volgen waarop de verantwoordelijken stevig aan de tand zouden worden gevoeld en – zo werd er omineus aan toegevoegd – eventueel het veld zouden moeten ruimen!!
Verantwoordelijkheid. Het blijft een moeilijk begrip voor de mens: verantwoordelijkheid is vooral iets wat we uiteindelijk graag bij de ander leggen. O, natuurlijk we willen ons eigen leven altijd zelf onder controle houden. Maar als er dan iets verkeerd gaat, nee dan zijn wij zelf niet verantwoordelijk!! Mensen willen graag de controle houden over eigen handelen en leven, maar als er dan iets verkeerd gaat in het leven, iets faliekant fout gaat, dan gaan we op zoek naar anderen om hen de schuld te geven.
De mens wil zo graag vrij zijn, maar dan wel in een wereld, een samenleving die vrij is van voetangels en valkuilen.
10 oktober 2009
On this day, we gather because we have chosen hope over fear, unity of purpose over conflict and discord.
Zo verwoordde president Barack Obama zijn missie in de inaugurele toespraak in januari 2009.
Hoop blijkt het centrale begrip in zijn toespraak. Hoop die Obama linkt aan de Bijbel:
We remain a young nation, but in the words of Scripture, the time has come to set aside childish things. The time has come to reaffirm our enduring spirit; to choose our better history; to carry forward that precious gift, that noble idea, passed on from generation to generation: the God-given promise that all are equal, all are free, and all deserve a chance to pursue their full measure of happiness.
Je ziet hier duidelijke verwijzingen naar de monumentale speech van Martin Luther King jr. met zijn I have a dream speech: I have a dream that one day this nation will rise up and live out the true meaning of its creed: We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal. Ook refereert president Obama aan 1 Korintiërs 13:
Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was. Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.
Twee mannen die aan het begin stonden van een weg vol beloftes van hoop en verandering. En in een sombere tijd als deze lijkt het wel of de mensheid behoefte heeft aan zulke opbeurende, hoopgevende woorden. Vandaar de Nobelprijs voor de Vrede voor Barack Hussein Obama. En ja, misschien heeft hij voor velen nog niet veel voor elkaar gebokst en zijn het alleen maar woorden. Maar woorden kunnen hoop geven, kunnen mensen in beweging brengen. Daarom vind ik deze prijs een aanmoediging voor president Obama op een ingeslagen hoopvolle weg.
Ik vind het altijd weer interessant dat de wereld altijd op zoek is naar mensen die hoop geven, iets om in te geloven; ondanks alle zure kritiek van anderen die de prestaties van president Obama (soms ook terecht) nuanceren. Mensen willen blijven geloven in het ongrijpbare, in het onzichtbare. Soms zijn dat kleine groepjes mensen die zich willen verbinden met elkaar en met een hoopvolle boodschap. Eeuwenlang werd dit geloof, deze hoop beleeft in kerkelijke gemeenschappen. Nu lijkt het een grote groep die benieuwd is naar de vervulling van gedane beloftes van president Obama: eenheid, gelijkheid en geluk voor velen, voor allen.
Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. Het zijn grote woorden, honderden jaren geleden opgetekend, vaak bezoedeld en verraden. Het zijn Bijbelse woorden die voor veel mensen in de Westerse wereld blijkbaar geen zeggingskracht meer hebben.
Of toch wel?
9 oktober 2009
Vandaag het tweede deel over het thema solidariteit. Het eerste deel verscheen op 2 oktober jl.
In dit tweede deel wil ik meer aandacht besteden aan dit thema vanuit de christelijke ethiek. Zonder twijfel is één van de kernbegrippen binnen het christendom naastenliefde. Dit geeft meteen aan hoe een mens vanuit de christelijke optiek in het leven zou moeten staan: karakteristiek voor een christelijke basishouding is het omzien naar de ander, zeg maar leven vanuit een gemeenschapsbesef.
Dit gemeenschapsbesef zie je duidelijk vormgegeven worden in de kerkelijke gemeenschap: de gemeente van Christus is een gemeenschap waarin je wordt opgenomen; die gemeenschap was er al voordat jij er was en heeft ook een zeker gezag over jou. Natuurlijk is er ook sprake van interactie, want het behoren bij een gemeente is ook een innerlijke keuze. Maar niet in de sfeer van: ik kies. Eerder: jij wordt gekozen. En je bent deel van een gemeenschap. Dit gemeenschapsbesef is zodoende kenmerkend voor een christelijke visie op de samenleving.
In het huidige economische klimaat is lijkt gemeenschapsbesef steeds meer op het tweede plan gekomen, mede door de sterk individualiserende samenleving. Eén van de taken van de overheid is het stimuleren van de economie. Tegenwoordig zie je dat zich dat uit door het stimuleren van felle concurrentie, ook op gebieden die van oudsher sterke overheidsregulering kende. Hierbij valt te denken aan zorginstellingen voor verstandelijk gehandicapten. Het stimuleren van die concurrentie kennen we ook onder de naam ‘marktwerking’. Hierdoor wordt een situatie gecreëerd waarin geld een allesbeslissende rol kan gaan spelen. De motivatie voor iets als maatschappelijk verantwoord ondernemen neemt dan af.
Ik denk dat ik niet in raadselen spreek als ik schrijf dat we een soortgelijke beweging nu zien in de zorg, waardoor mensen die niet in bepaalde hokjes kunnen worden ingedeeld buiten de boot vallen óf dat groepen mensen hun eigen zorg moeten organiseren óf dat een instelling de te geven zorg te complex of te duur vindt.
Vanuit christelijk ethisch perspectief kun je wijzen op de het gemeenschapsbesef. Mensen staan niet alleen in deze wereld, ze worden aan elkaar gegeven. Door allerlei sociale verbanden staan ze in contact met elkaar. We leven in een maatschappij met elkaar en we dienen ons tot elkaar verhouden. We kunnen niet doen alsof de ander niet bestaat en het zelf maar moet oplossen. Wanneer we dat doen betekent dat het dat de hele structuur van onze samenleving wordt aangetast. In het licht van het sociale verband waarin we met elkaar leven is een verdeling van bestaansmogelijkheden pas ‘recht’ te noemen, wanneer een optimale participatie in die bestaansmogelijkheden voor de hele gemeenschap gerealiseerd is. IJkpunten voor deze ‘rechte’ verdeling zijn degenen die met betrekking tot deze participatie de meest kwetsbare positie innemen in de gemeenschap. Komen dezen iets tekort dan is de gemeenschap en daarmee de gerechtigheid geschonden.
Mijns inziens is passieve solidariteit, namelijk het door belastingmaatregelen veiligstellen van optimale zorg, juist een notie die vanuit de christelijke ethiek naar voren komt. Wij leven in een gemeenschap en dienen zorg voor elkaar te dragen!
8 oktober 2009
Als onversneden nieuwsjunk ben ik altijd op zoek naar nieuwe informatie en feiten die ons overal wordt aangeboden. Ik merk dat niet alle feiten even relevant zijn.
De afgelopen tijd ontstaat er steeds meer discussie over de presentatie van nieuws door de media. Een interessant boek dat deze kwestie behandeld is Het zijn net mensen van Joris Luijendijk.
Een nieuw nieuwsfeit in deze traditie is het volgende bericht: De wereld telt op dit moment circa 1,57 miljard moslims. Dat staat gelijk aan ongeveer 23 procent van het totale aantal mensen op aarde, zo meldde een Amerikaans onderzoeksinstituut in een rapport. Iets meer dan één op de twintig inwoners van Europa staat te boek als moslim. Bijna de helft van alle 38 miljoen Europese moslims woont in Rusland. Nederland telt volgens de Amerikaanse onderzoekers 946.000 islamieten. Dat is ongeveer 5,7 procent van de bevolking.
Ik ben altijd heel benieuwd wat de relevantie is van dit nieuws. Wat hebben we er aan om zonder verdere uitleg deze cijfers gepresenteerd te krijgen? Is het belang en het gevolg hiervan niets anders dan om angst en onzekerheid te zaaien over het voortbestaan van onze Westerse democratische samenleving onder mensen die dit lezen in het kader van hun ongenuanceerde angst voor de islam. Cijfers lezen en interpreteren is voor velen vaak erg lastig en multi-interpretabel.
Het is al vaker betoogd, maar ik denk dat het heel goed voor de media zou zijn in dit soort kwesties haar verantwoordelijkheid te kennen en te nemen.
7 oktober 2009
Posted by F.A. Slothouber under
Uncategorized | Tags:
christendom,
christenzijn,
geloof,
geloven,
Jezus,
Jezus Christus,
kerk,
maatschappij,
PKN,
Protestantse Kerk in Nederland,
religie,
samenleving |
[3] Comments
Nederland polderland: tot voor een aantal jaar was dit een gevleugeld begrip. Zo hadden die Nederlanders jarenlang door harmonieus samenwerken land kunnen winnen en kunnen behouden. Het poldermodel werd overal uitgevent en in de Nederlandse samenleving overal gebruikt.
De laatste tijd zie je een plotselinge kentering: Men offert land op voor De Blauwe Stad: een pretentieus project van woningbouw vlak bij of op het water in de provincie Groningen waarbij delen (landbouw)grond wordt opgeofferd voor water. Er wordt voorzichtig nagedacht om de Afsluitdijk, de Nederlandse vinding om de grootste binnenzee – de Zuiderzee – te bedwingen, niet meer zo hermetisch gesloten te laten zijn.
En als laatste loot aan de stam van de ontpoldering wordt sterk nagedacht over het doorprikken van dijken om de Hedwigepolder in Zeeland onder water te zetten.
Ook in onze van ouds her ‘polder’politiek van harmonieus overleg ziet men zo’n omslag: de besprekingen tussen werkgevers- en werknemersorganisaties lopen vast die volgens de poldertheorieën hadden moeten slagen. Opeens vallen ook traditioneel Oranjegetrouwe partijen over het voornemen van het kroonprinselijk paar om een vakantieverblijf te betrekken in Mozambique.
Een organisatie waar tot voor kort ook de ‘polder’politiek hoogtij vierde was de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De PKN is immers een kerkgenootschap ontstaan uit een fusie van de drie Samen op Weg-kerken: de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. Vanzelfsprekend werd er tijdens het fusietraject ‘water in de wijn gedaan’ door de verschillende partijen. Om nog een spreekwoord te gebruiken: ‘waar gehakt vallen spaanders’ doet ook bij deze fusie opgeld. Een aantal mensen kon zich niet vinden in de grote Protestantse Kerk en vormde een eigen kerkgenootschap (of zoals sommigen zeggen: zetten het oude kerkgenootschap voort).
Nederland ontpoldert: er gaan nu binnen de PKN stemmen op de zinsnede in artikel 1 van de Kerkorde namelijk het belijden dat Jezus Christus onze Heer en verlosser is weg te halen. Dit moet worden gedaan om ruimte te geven aan esoterisch geloof, namelijk een geloof dat van binnenuit komt, gebaseerd is op een innerlijke zoektocht, zonder vaststaande waarheden. Het lijkt mij toch vreemd: een protestantse, christelijke kerk zou afstand doen van – volgens mij – haar kernwaarde: haar belijdenis van Jezus Christus als Heer en verlosser.
Misschien wordt het voor de Protestantse Kerk ook tijd om te ontpolderen…
6 oktober 2009

Mijn welgemeende excuses aan alle dierenvrienden: ik ben gisteren helemaal vergeten Vergetendierendag te vieren. Memoreerde ik op 4 oktober nog dat Dierendag gevierd werd om je bewust te worden van de rechten van alle dieren, het wordt ons nu ingeprent dat we naast alle dieren nog een aantal vergeten dieren hebben.
Theoretisch gezien kun je dan bezig blijven: herinner je je op vergetendierendag de vergeten dieren, dan zijn het geen vergeten dieren meer dus… enzovoort, enzovoort.
Eerlijk gezegd word ik een beetje kregel van dit soort initiatieven: waar is het einde? Krijgen we in vervolg ook een vergetenvaderdag, een vergetenmoederdag, een vergetenrampendag et cetera, et cetera…
5 oktober 2009
En weer zijn er opmerkelijke feiten verschenen die natuurlijk de krant halen; in dit geval Trouw.
Had iedereen gedacht dat elkaar pesten iets voor jongeren was; sinds kort zijn we er achter gekomen dat dat niet zo is, getuige programma’s als de Rijdende Rechter.
We mogen ongegeneerd meekijken met allerlei burenruzies en pesterijen. Dus we weten het nu: ook volwassen mensen kunnen er wat van!!
Maar goed… we dachten dat dit soort grappen uiteindelijk wel zou ophouden bij de deur van het bejaardentehuis. Maar helaas, niets is minder waar!!
Gedragswetenschapper Hester Trompetter van de Radboud Universiteit in Nijmegen heeft onderzoek gedaan naar het gedrag van ouderen. En wat blijkt: Eén op de vijf bewoners van een verzorgingstehuis wordt wel eens gepest door een medebewoner. De klachten variëren van iemand negeren en roddelen tot systematische persoonlijke uitsluiting bij activiteiten of gezamenlijke maaltijden.
Het uitleg van het onderzoek: Het hoort gewoon bij het sociaal gedrag van de mens.
Jôh, dat had ik nou nooit verwacht.
« Vorige pagina — Volgende pagina »