juni 2020


naar aanleiding van psalm 103

Nu het er op lijkt dat de Covid-19 pandemie een beetje over zijn (eerste?) hoogtepunt heen lijkt
wil ik toch eens het volgende bespreken.
Want wij mensen hebben de neiging om het waardevolle, het positieve te vergeten.
Namelijk dat velen van ons gespaard zijn.
Want niet alleen bij mensen individueel maar ook bij een hele gemeenschap, een heel volk.
Er is zoiets als collectieve vergeetachtigheid.
Al vanouds. In Bijbelse tijden riep profeet na profeet zijn tijdgenoten op
om vooral niet te vergeten welke wonderen die Heer in vroeger tijden heeft gedaan.
Welke beloften en geboden Hij meegaf aan eerdere generaties.
En ook in de psalmen kom je steeds de aansporing tegen
om niet te vergeten maar te blijven gedenken.
Zo ook psalm 103 die inzet met een krachtige oproep:
Prijs de Heer, mijn ziel, vergeet niet één van zijn weldaden.
De Naardense Bijbel vertaalt deze zin nog wat preciezer:
Zegen mijn ziel, de Ene, en vergeet nooit al wat Hij volbrengt.
Vergeten, dat heeft iets van verwaarlozing, vervlakking.
Van een gebrek aan verwondering en dankbaarheid.
En tegenover dat vergeten staat in verderop in vers 18 de aansporing om:
zijn verbond in acht nemen zijn bevelen gedenken om ze te doen.
Dat gedenken gaat dus om meer dan alleen je geheugen.
Het gaat er om je leven te laten bepalen door de genade en geboden van God.
Daarvan leven, daar verwonderd over zijn. Daar Hem voor zegenen, loven en prijzen.
Prijs de Heer, mijn ziel, en vergeet niet één van zijn weldaden.

Prijs de Heer, dat zijn meestal niet de eerste woorden waarmee wij ’s morgens onze dag beginnen. Misschien voel je je wel wat overvraagd met deze inzet.
Zo lekker zit je misschien niet in je vel; maak je je zorgen, heb je vragen, voel je je eenzaam, je pijn. Ben je gestrest,ben je onrust, boos of geïrriteerd. Of gewoon je vlakheid, lauwheid, je sleur.
Dat kan je dan behoorlijk in de weg zitten. En wat moet je dan met dit: ‘prijs de Heer’.
Wat kun je dan met deze psalm? Is dat niet wat te uitbundig, te hoog gegrepen.

Nou, dat kon nog wel eens iets meevallen.
Want dit ‘prijs de Heer’ is niet de jubel van iemand voor wie zomaar vanzelf spreekt.
Hier is niet iemand aan het woord die het geloof altijd op zak heeft.
Je proeft in dit lied het besef dat het leven fragiel is.
Zo vergankelijk, zo tijdelijk, zo vluchtig, zo eindig.
In vers 15-16 lezen we:
de mens, zijn dagen zijn als het gras, hij is als een bloem die bloeit op het veld en verdwijnt
zodra de wind hem verzengt. De plek waar hij stond, kent hem niet meer.

En de mens is niet alleen zwak, maar ook schuldig.
Hij schiet tekort, hij laat steken vallen, hij valt zichzelf en anderen vaak tegen.
Hij komt niet tot zijn bestemming, mist zijn doel.
Dat is niet echt de taal van ‘te hoog gegrepen’ toch?
Dat is niet taal van iemand die het goed met zichzelf heeft getroffen.
In deze psalm ontmoeten we iemand die zich realiseert:
Mijn bestaan is gebroken, begrensd, zwak en zondig.

Prijs de Heer, mijn ziel, en al wat in mij is, zijn heilige naam.
Prijs de Heer, mijn ziel, vergeet niet één van zijn weldaden.
Want wij mensen zijn nogal vergeetachtige wezens.
En we onthouden gemakkelijker ellende en narigheid dan dat we onze zegeningen tellen.
Het zijn woorden waarmee ik mezelf aanspreek. Mijn ziel en al wat in mij is.
Dat is mijn hele bestaan met heel mijn wezen. Mijn verstand, mijn gevoel, mijn wil.
Mijn bestaan vol idealen, verlangens en dromen. Maar ook een met breuklijnen, littekens en wonden

Maar wat deze psalmist heeft ontdekt is dit. Ik ben in dat alles niet alleen.
Er is iemand die mij kent zoals ik ben. Vers 14: Hij weet waarvan wij gemaakt zijn.
Hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd. Ik wordt niet overvraagd, ik wordt gekend.
Juist in mijn begrensde, fragiele en gebroken bestaan. Hij weet waarvan wij gemaakt zijn.
Hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd. Dat wij slechts leven op de adem van zijn stem.

naar aanleiding van psalm 34

Schuilen, dat doen we allemaal wel eens: tegen de regen, of het onweer.
Als het echt gevaarlijk wordt, ga je rennen: naar waar je veilig denkt te zijn.
Zoveel mensen, met uiteenlopende ellende of angst of andere omstandigheden hebben behoefte aan plekken en aan mensen bij wie ze kunnen schuilen; het was de aanleiding voor het populair geworden en vaak gezongen liedje ‘Mag ik dan bij jou’, het werd ook gezongen tijdens The Passion 2015 in Enschede.
Nee, het ging niet over God, maar misschien juist meer dan op wat ook past
bij geloof en vertrouwen op God (ik maak van ‘jij’ en ‘jou’ U):
Mag ik bij U schuilen, als het nergens anders kan?
en als ik moet huilen, droogt U m’n tranen dan?

Het zijn moderne woorden voor waar de Bijbel en vooral de psalmen vol van zijn.
Zeker uit de mond van David horen we in allerlei toonaarden en vanuit allerlei situaties de roep om hulp: Heer, mag ik bij U schuilen, verberg me in uw tent, onder uw vleugels, of hoog op een rots, waar mijn vijanden niet bij mij kunnen.
Het was precies waar David op had gehoopt en op uit was: wegwezen hier, snel!
Om terug in eigen land zich te verstoppen in de grotten bij Adullam.

Naast het feit dat de vlucht natuurlijk een afgang en reputatieschade was voor David
was het tegelijkertijd een gevoelige les die David hier kreeg van God zelf:
dat hij geen hulp moest zoeken buiten God om, bij de tegenstanders van zijn volk.
Het is ook de les van een andere psalm, psalm 118:
‘Beter te schuilen bij de Heere dan te vertrouwen op mensen.
Beter te schuilen bij de Heere dan te vertrouwen op mannen met macht’
Ooit is uitgerekend dat dit het middelste vers van heel de Bijbel zou zijn.
In elk geval is het een kerntekst voor wat geloven is: schuilen bij de Heere.
Deze psalm getuigt er ook van dat David zijn redding niet toeschrijft aan eigen slimheid,
want wat was hij bang en in paniek, maar aan de macht en de genade van de Heer:
‘ik zocht de Heer en Hij gaf antwoord, Hij heeft mij van alle angst bevrijd…
in mijn verdrukking riep ik tot de Heer, Hij heeft geluisterd en mij uit de nood gered.’
Ja, en dat is precies zoals David de Heere had leren kennen
en wat hem steeds toch weer moed en vertrouwen gaf:
‘de Engel van de Heere waakt over wie Hem vrezen, en bevrijdt hen’
En daarom: ‘gelukkig de mens die bij Hem schuilt’.

Kijk, en dan komt het ineens veel dichter naar ons toe, ons leven binnen.
God komt zo ook zelf veel dichter naar ons toe, letterlijk ons eigen leven binnen.
In het Oude Testament wordt de naam ‘Engel’ vaak gebruikt en meestal in één adem met ‘van de Heer’, dus meer dan zomaar een engel.
Dat wijst op God die naar mensen toe komt, reddend, helpend, waakzaam, zoals hier: ‘De Engel van de Heer waakt over wie Hem vrezen, en bevrijdt hen’.
Vanuit het Nieuwe Testament kennen we de Heer ook in de persoon van Jezus Christus,
door wie God met ons en bij ons wil zijn, reddend, helpend.
Jezus die heel vaak tegen zijn leerlingen zei en ook tegen ons zegt:
wees niet bang, want Ik ben bij je en Ik ga met je mee, en kom maar bij Mij, dan geef Ik je rust.

‘Proef en geniet de goedheid van de HEER, gelukkig als je bij Hem schuilt’.

naar aanleiding van Johannes 14

‘Wees niet ongerust maar vertrouw op God en vertrouw op Mij.’ Jezus zegt dat tegen z’n discipelen. En wij kunnen ons denk ik wel wel voorstellen waarom. Want de discipelen moeten zich op dat moment natuurlijk ook heel ongerust gevoeld hebben.
Immers, er is een grote verandering op komst, dat voelen ze wel aan. Jezus’ heeft het over een vertrek, een afscheid, alsof Hij binnenkort van plan is weg te gaan. En waarom dan? Waarom kan het niet blijven zoals het is? Waar gaat Hij naar toe?

En in die situatie van angst en spanning
zegt Jezus tegen hen:
‘Wees niet ongerust.
Maar vertrouw op God en vertrouw ook op Mij.’
Het zal je maar gezegd worden
op zo’n moment dat alles in je leven
op losse schroeven komt te staan.
‘Wees niet ongerust. Maar vertrouw op God en vertrouw op Mij.’
Kun je dat?
Want, laten we wel wezen
wij kunnen in ons leven ook van die situaties meemaken
dat alles opeens op losse schroeven komt te staan.
Je gaat voor onderzoek naar het ziekenhuis.
De uitslagen komen en het is niet goed.Je bent ernstig ziek.
Als zzp-er zie je door de crisis
je orderportefeuille volledig opdrogen.
Buffers om dat op te vangen heb je niet
en de vaste laten lopen wel door…
Je komt op je werk en wordt bij de manager geroepen.
Van het één op het andere moment krijg je te horen
dat je niet meer nodig bent vanwege een reorganisatie.
Over een paar maanden is het over en uit.
In één klap ziet je leven er totaal anders uit.
Of je kunt te maken krijgen met spanningen in je huwelijk,
in je gezin, in de familie, in de kerk.
Nooit gedacht dat het jou zou overkomen.
‘We zijn zo mooi met elkaar begonnen!’
Maar nu kijk je elkaar aan
en voel je dat er ongemerkt een diepe kloof is ontstaan.

Vragen beroven je van je rust. ‘Hoe ter wereld is het mogelijk?’
Het lijkt wel alsof alles wat er ooit aan liefde en trouw was, in één klap weggevaagd wordt.
Donkere krachten lijken je leven in z’n greep hebben
en opeens tonen ze hun ware gezicht.

Hoe ter wereld is het mogelijk?
Voel die ten diepste zelfde situatie
waarin de discipelen zich op dat moment in bevinden.
Met een knoop in hun maag en een wurgende onzekerheid
over de toekomst.
Alles wat veilig en vertrouwd leek,
staat opeens op losse schroeven.

En in die situatie zegt de Heere Jezus dan:
‘Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en vertrouw op Mij.
Hoe kan dat nu een troost en een bemoediging zijn
als wij in ons leven met veel angst en onzekerheid te maken hebben?
Wordt het dan niet snel een doekje voor het bloeden: ‘Stil maar wacht maar alles wordt nieuw’?
Vooral die woorden van de Heere Jezus die volgen:
‘Ik ga heen om voor jullie een plaats gereed te maken’
Is dat werkelijk een bron van kracht zijn voor ons nu?Want als wij denken aan de hemel, het eeuwige leven, het Vaderhuis met z’n vele kamers
dan ligt voor ons het accent vaak vooral op later.
Als je komt te overlijden dan hoop je dat je daar welkom bent.
Er voor jou ook een plaats gereed gemaakt zal zijn.
Als wij denken over de hemel denken we vooral in termen van tijd. Nu op aarde. Later in de hemel. En dat worden dan al heel snel gescheiden werelden.
Maar als Jezus hier zegt ‘Ik ga heen om jullie een plaats te bereiden….’
dan bedoelt Hij niet te zeggen dat Hij vanaf dat moment alles in de hemel klaar gaat zetten.
Als het in het Nieuwe Testament over de hemel gaat,
dan gaat het niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats over tijd – nu nog niet, straks hopelijk wel – maar dan heeft de hemel in het Nieuwe Testament vooral te maken met bereikbaarheid, contact.
We mogen in de hemel kind aan huis zijn. Nu al.
Laat ik dat ook praktisch proberen te maken. Anders blijft het een mooie fantasie.
Hoe werkt dat nou – dat de hemel de aarde begint te raken –
hoe kun je dat ook in je eigen leven steeds meer zo gaan ervaren?
En dan zegt dit Bijbelgedeelte: ‘Door te bidden in Zijn naam’. Zo gaat de hemel open.
Misschien wel op de puinhopen van heel veel wat eerder kapot is gegaan, van de wanhoop en onzekerheid
Dat er dan toch opeens bloemen beginnen te bloeien waar je het helemaal niet meer verwacht had. Nieuw leven in je huwelijk, in je gezin, in je familie, in de kerk.

Kerk in het Zwart 1

naar aanleiding van psalm 31,12

De dichter van Psalm 31 is omringd door vijanden.
David is omringd door vijanden.
Ze hebben het op zijn leven gemunt.
Ze zijn uit op zijn ondergang.
Ze willen hem – kost wat kost – dood hebben!
In deze Psalm – het is als het ware een gebed tot God –
is David op zoek naar een schuilplaats.
En hij heeft die schuilplaats gevonden bij God.
God, die hij in deze Psalm vergelijkt met:
– een beschuttende rots;
– een sterke vesting.
Beelden waarbij wij ons vandaag ook best nog wel wat bij kunnen voorstellen:
God als een beschuttende rots.
Bij Hem ben je veilig voor je vijanden.
Een sterke vesting.
Onbereikbaar voor mensen die je naar het leven staan.
David worstelt hier in zijn gebed om uitredding, om vergeving, om veiligheid en bewaring.
‘Wees mij genadig, o HERE, want ik ben benauwd;
van verdriet verkwijnt mijn oog, mijn ziel en mijn lichaam.
Red mij uit de hand van mijn vijanden en vervolgers.
Doe Uw aanschijn lichten over Uw knecht,
verlos mij door Uw goedertierenheid.’
Je voelt de worsteling van David; David laat ons meemaken wat er in hem omgaat.
We voelen met hem mee. We proberen ons te verplaatsen in zijn nacht vol lijden.
Maar in die donkerheid, in die duistere momenten van zijn leven, straalt er ook licht.
Ondanks alles is zijn vertrouwen op zijn God.
Zijn geloofsvertrouwen is de reddingslijn, die hij blijft vasthouden
ook al is zijn situatie uitzichtloos geworden.
Vertrouwen is de basis voor elke relatie. Dat je op iemand aan kunt.
Het leven van een gelovige met de HERE
gaat over machtige bergen met van die prachtige vergezichten,
maar ook door diepe, donkere dalen van duisternis en de dood.
Van die geloofshoogten, dat je je heel dicht bij de HERE voelt
en van die momenten, dat je je juist van God vervreemd voelt.
Dat je je angstig afvraagt: Waar is nu God in mijn nood, in mijn leven?
Waar is de hoogte van mijn geloof, zoals ik dat in vroeger tijden mocht ervaren?
‘Mijn tijden zijn in Uw hand.’
Ik vind het een prachtige psalm die troost en bemoedigt.
Want mijn tijden, heel mijn leven, van dag tot dag, van moment tot moment,
met blijde en met verdrietige momenten, zijn in de handen van de Here God.
Welbewaard, beschut, veilig.
Zo heeft David het mogen ervaren.
Zo ervaar ik het ook: in Gods handen ligt heel mijn leven.
Aan zijn handen mag ik mij toevertrouwen, mijn leven is in zijn handen veilig.
‘Mijn tijden zijn in Uw hand.’
Het geeft mij in ieder geval heel veel rust.
God ziet en kent en doorgrondt mij, mijn tijden, mijn leven, mijn bestaan.
Ik mag leven voor Zijn aangezicht.
Ik ben niet aan mijzelf, aan het noodlot of aan mensen overgelaten.
Ik mag mij veilig weten in de holte van Gods hand.
Hij sluit zijn handen beschermend om mij heen.