januari 2021


De tweede fase in het rouwproces is die van de woede.
Woede steekt in het licht van het rouwproces de kop op wanneer zelf of een geliefde besmet is geraakt
met het coronavirus of dat de angst leeft, dat dit gebeurt.
In het begin van de coronacrisis is de woede
duidelijk aanwezig bij hen bij wie de ernst
van het hele gebeuren doorgedrongen was.
Woede dat de overheid en het RIVM
niet eerder maatregelen getroffen hebben,
het op z’n beloop lieten.
Woede dat evenementen,
bijeenkomsten en kerkdiensten doorgingen.
Woedend op hen die op dat moment
niet doordrongen waren van de ernst van de situatie.
Deze woede is zichtbaar geworden richting hen
die door zijn gegaan met het houden van kerkdiensten,
maar was er ook andersom.
Woedend op hen die terechtwezen.
Want was het kerkgebouw niet vele malen groter
dan de plaatselijke supermarkt
en ze mochten er toch met 30 mensen in.
De woede begrijp ik wel als je ziet hoe erg het leed kan zijn.
Ook ik ken die woede jegens hen
\die zich niets van de maatregelen aantrokken.
‘Hoe haal je het in je stomme kop
om in deze situatie door te gaan met …………’
Ach… vult u maar in.
Woede is echter een fase in het rouwproces,
die niet in stand gehouden moet worden.
De pijn die onder de woede ligt
zal wel benoemd behoren te worden.
De pijn van hen die direct te maken hebben
met de gevolgen van het coronavirus.
Doordat ze zelf besmet zijn geraakt
en er ernstige gevolgen van ondervinden
of doordat ze werken op een ic-afdeling
en met eigen ogen gezien hebben
wat het virus kan aanrichten. Dood en verderf.
Deze pijn moet niet verdrongen worden,
maar uitgesproken worden.
Iets dat in bij de eerste golf in het voorjaar
door de #frontberichten werd gedaan.

De eerste fase die ik bespreek is die van de ontkenning.
In het licht van het coronavirus
is de eerste fase uitermate herkenbaar.
In het begin vooral door de ontkenning
dat het een groot probleem is of zal worden.
Het niet onder ogen willen en kunnen zien,
dat ook de Nederlandse samenleving ontwricht zal raken.

Ontkenning kwamen en komen we ook volop tegen bij mensen die niet onder de indruk zijn van het coronavirus.
Maatregelen vinden zij maar overbodig.
Elkaar ontmoeten en begroeten, waarom zou je dat beboeten?
Alle informatie komt niet binnen.
Het idee dat het allemaal wel mee zou vallen
en dat alle maatregelen maar overbodig waren, was sterk. Langzaam, heel langzaam drong het door.
Het is mogelijk dat mensen in deze fase blijven hangen
en de ernst van het coronavirus blijven ontkennen.
Op kerkelijk gebied zagen we een tijdje het ontkennen terug
in het door laten gaan van kerkdiensten.
Wel of niet met de gedachte dat God zal beschermen
tegen de verderfelijke pest.
Ook zagen we het in de duiding van het coronavirus
als een straf van God vanwege zondige gedragingen.
Dan leeft het idee dat alleen anderen geraakt zullen worden.
Gelukkig is zo’n beetje heel kerkelijk Nederland
deze fase nu wel voorbij

Elisabeth Kübler-Ross 1926-2004

Vele woorden zijn er inmiddels al gewijd aan het coronavirus.
Hoe er mee om te gaan? Hoe het te duiden?
Nieuwe woorden zijn aan het Nederlands toegevoegd,
zoals anderhalvemetersamenleving en coronacrisis.
Discussies laaien op over de waarde van de mens
en die van de economie.
Voorzichtig wordt er gesproken over de tijd na het coronatijdperk.

Als je het goed bekijkt lijken we als Nederlandse samenleving uit een glorieuze tijd te komen.              Misschien wel een soort Gouden Eeuw.
Alles was mogelijk en bereikbaar. Je kon doen wat je wilde.
De mogelijkheden leken onbegrensd.
Maar ineens was alles niet meer mogelijk en bereikbaar.
Niet alles wat je wilde kon. Er werden grenzen gesteld.
Dit doet wat met de mens.
Terwijl de mens zich machtig waande
en het leven onder controle dacht te hebben,
maakte een onzichtbaar virus aan alle illusies een eind.
De machtige mens wordt schijnbaar machteloos
en dreigt de controle te verliezen.
Het leven is niet meer als hiervoor
en de vraag is of het wel weer wordt zoals het was.
De ‘punt op de horizon’ mist.
Dit brengt allerlei gedachten en gevoelens los bij de mens
en ik meen dat het goed is wanneer we ten volle beseffen
dat we als samenleving een rouwproces doorgaan.

Dit besef bracht mij ertoe om op een andere manier
naar de huidige tijd te kijken.
De Zwitsers-Amerikaanse psychiater Elisabeth Kübler-Ross heeft vijf fasen van rouwverwerking omschreven die de meeste mensen geheel of gedeeltelijk doorlopen om na een traumatische ervaring weer tot rust te komen. Deze fasen zijn niet voor iedereen even intensief en ook verschilt de volgorde vaak.
Dit proces kan optreden bij het verlies van een baan,
een geliefde, een woning, ouders of kinderen, of een wedstrijd.
Kübler-Ross onderscheidde in het rouwproces 5 fasen.

De indeling die zij hanteert is als volgt:

• Ontkenning
“Dit gebeurt niet bij mij.”
Ontkenning is een bewuste of onbewuste weigering
om de realiteit onder ogen te zien.
Het is een natuurlijke vorm van zelfbescherming.
Het helpt om zelf te bepalen in welk tempo
het verdriet wordt toegelaten.
We laten niet meer binnen dan we aankunnen.

• Woede
“Waarom met mij?”
Als de waarheid tot iemand is doorgedrongen
ontstaat er vaak boosheid. Onder de woede ligt de pijn.

• Marchanderen
“Ik beloof een betere persoon te worden als…”
In deze fase probeert men te onderhandelen.
Men belooft het één te doen
als er iets anders tegenover staat.

• Verdriet en depressie
“Ik geef het op.”
Wanneer men de realiteit begint te accepteren
komen gevoelens van verdriet, spijt,
angst en onzekerheid naar boven.

• Aanvaarding
“Ik ga verder met mijn leven.”
Als iemand voldoende tijd en vaak ook enige hulp
heeft gehad om door de genoemde fasen te gaan
begint men de realiteit te accepteren.
Het is het verlies een plaats geven in het leven
en verder gaan.

Vanuit deze fases van de rouwverwerking van Kübler-Ross
wil ik in komende blogs mij buigen
over het omgaan met met de coronacrisis.

Het lijkt wel of corona  een spaak in het wiel
van de zogenaamde vooruitgang heeft gestoken.
Voor veel mensen markeerde corona een knik in het bewustzijn.
Corona begrenst het maakbare leven dat rimpelloos en glansrijk moet zijn. Het enig legitieme antwoord op de vraag: ‘hoe gaat het?’,
kan volgens velen niet anders luiden dan: ‘goed’. Of: ‘fantastisch’.
Maar is dat zo? Is dit Westers adagium nog langer houdbaar?
Je zou kunnen stellen dat het biologische leven wel een godheid lijkt,
een absolute grootheid waaraan alles ondergeschikt wordt gemaakt.
We lijken niet meer te aanvaarden dat een mensenleven eindig is.
Maar waarachtig menselijk leven is in Bijbelse zin
meer dan een biologisch leven: een leven dat bijdraagt aan menselijkheid.’

Zouden daarom theologen dan niet wat vaker
in praatprogramma’s moeten optreden,
om de waan van de dag met die westerse denktradities te pareren?
Zou er niet een debat moeten plaatsvinden over de vraag
wat er onder de oppervlakte van corona
en andere actuele thema’s écht speelt.
Moet er niet een Bijbels weerwoord worden geboden
tegen de leukigheidssamenleving vol ‘ikkigheid’?

Momenteel zie je dat het vertrouwen van mensen
in de instituties en de wetenschap wankelt.
Coronavermoeidheid en het potten-en-pannenprotest
tijdens de rede van de premier doen daar niets aan af.
We zitten nu in de woestijntijd,
waar het Joodse volk na de uittocht uit Egypte ook doorheen ging.
Eerst waren zij ook vol goede moed en zongen ze opgewekte liederen. Toen het allemaal wat lang duurde, vervielen ze in geklaag.
Enerzijds is dat natuurlijk gezond, want de mens moet vragen stellen. Maar we zijn onze ankerpunten kwijtgeraakt.
Ik vind dat de kerk moet meer een rol spelen
in het bieden van ruimte tot reflectie vanuit haar eeuwenoude traditie.
Aan het begin van de coronacrisis schreef Ad van Nieuwpoort
een boek over Job, de oudtestamentische figuur die van zijn weelde,
zijn nakomelingen en zijn gezondheid werd beroofd,
maar toch het geloof in zijn God behield.
Wat van dit oeroude verhaal de relevantie kan zijn
voor de mensen die gebukt gaan onder corona?
En de waarheid dat het leven slechts tot op zekere hoogte maakbaar is?

Het zijn interessante vragen die ik graag
de komende tijd op mijn weblog verder wil uitdiepen.

We hebben een raar jaar achter de rug.
Halverwege maart kwam alles er opeens heel anders uit te zien.
Er kwamen allerlei beperkingen om een mysterieus virus tegen te houden.
Wat er nu eigenlijk op ons af ging komen, wisten we niet.
In het nieuws was er al wel enige tijd aandacht voor.
Ik herinner me van het begin van het jaar
dat ik een filmpje zag van Chinezen uit Wuhan
die werkten op een kantoor,
waarbij elke werkplek met plastic folie afgeschermd was
waarbij ze zelf ook ook in plastic waren ingepakt.
Toen was het nog iets van ver weg.
Al vrij snel kwam het dichterbij en kwam het virus in Europa.
Met name vanuit Italië kwamen verhalen die stil maakten:
veel overlijdens, waardoor er geen tijd was voor een begrafenis.
Een beetje onwennig werden kerkdiensten
op een andere manier gehouden.
was en wie moest worden opgenomen in het ziekenhuis.
Uiteindelijk kwam het virus ook in Nederland
Er was even een tijd geweest waarin ik de paniek voelde:
dit gaat maar door.
Wanneer houdt het op? Wie gaan we nog meer kwijt raken?
Ik denk dat iedereen wel een moment kan bedenken,
waarbij je stil werd en niet meer wist wat je moest zeggen,
omdat er zoveel gebeurde,
dat je er niet onbewogen bij kon blijven.
Een intensief jaar, een bewogen jaar.

Toch was in 2020 God er ook.
In dat ingrijpende jaar met zoveel verlies en spanning en zorg.
De ellende heeft niet het laatste woord.
Er komt een andere tijd door God.
Hij zal er zijn, zal redden en helpen
en mij er nu doorheen helpen.
God is sterker dan de dood en dan alle zorg en nood
en zal er zijn en helpen en dragen.
Dat is wat ook bijvoorbeeld een profeet uit het Oude Testament – Habakuk –
zo diep raakte in wat hij zag en hoorde, wist.
Dat is iets wat je in de Bijbel steeds weer tegenkomt:
Juist als je heel diep zit en voor je gevoel niet dieper kan,
kun je daar God ontmoeten, in de diepte.
Het is een voorafschaduwing van Christus
die zelf neerdaalde in de dood en in de hel,
dieper kon Hij niet gaan en toch stond Hij op uit de dood
en verbrak de macht van de dood.