Wanneer we alles hebben bereikt, de hoogste berg hebben beklommen, de hoogste titel hebben ontvangen en de meeste punten hebben behaald, kun je nog steeds een innerlijke leegte, een innerlijke onrust ervaren. Je verlangen wordt kennelijk gevoed door iets anders dan wat je kan zien, waarnemen en bereiken. Niets kan die onrust wegnemen of de leegte vullen. Je zult pas tot rust komen als je de bron vindt. En die bron is God. De bron die nooit opdroogt, die geborgenheid en veiligheid geeft en die put uit liefde die nooit eindigt. Kerkvader Augustinus verwoordde het zo in zijn Belijdenissen: ‘Want zo hebt u ons geschapen, gericht op u, en ons hart kent geen rust tot het rust vindt in u.’ Die bron brengt ons bij onze diepste zielenroerselen en bij lagen in onszelf die raken aan dimensies die mijzelf overstijgen. Tijdens de zoektocht naar dat diepste verlangen kom je niet alleen bij vragen als: ‘Wie ben ik?’ ‘Wat doen ik hier?’, maar steekt ook een andere vraagde kop op: ‘Welk spoor wil ik in deze wereld achterlaten?’ Als je allerlei ontwikkelingen om je heen ziet kan je dat soms onrustig maken: het coronavirus, bevolkingsgroepen die zich steeds meer tegen elkaar afzetten, klimaatverandering, gigantische bosbranden. En dan zijn er nog de problemen op langere termijn: verarming van een groot deel van de wereld, verwoestijning, het stijgende water dat ook ons hier in Nederland zal treffen. In gedachten gaat het dan wel eens door je heen. Kan het ook heel anders gaan? Deze wereld omgekeerd, in positieve zin – zou dat ook kunnen? Een kanteling van alle bedreigende ontwikkelingen, zodat we weer opgelucht adem kunnen halen. Vaak denken we: het is allemaal te groot om aan te pakken en wat heeft het voor zin als alleen wij ons hier in zouden zetten dan moet iedereen meedoen. Of zou je toch het vertrouwen moeten hebben, dat het zo ver komt, dat iedereen bij zichzelf wil beginnen?
De grote kanteling. Je kunt in alle fasen van de geschiedenis over zoiets nadenken. Komt dat dan voort uit de inzet van mensen? Mentaliteitsverandering? Is het iets dat ons aangereikt wordt… God weet waarvandaan? Jezus geloofde in ieder geval dat het kòn en dat het absoluut zou gaan gebeuren. Want – zo geloofde hij – de werkelijkheid is geen onbeweeglijk massief blok onze wereld vindt zijn grondslag in God, die in en door ons werkt. De kracht van zijn Geest doortrekt ons. En dat maakt Jezus vol vertrouwen. Als je dit allemaal beseft en gelooft, zegt hij, ben je intens gelukkig ook als je het nu nog niet ziet. We naderen het kantelpunt: deze wereld omgekeerd.
Jezus zegt in de lijn van Mozes: het begint met Thora: het volgen van Gods leefregels en recht doen aan elkaar. Maar je zou ook het vertrouwen moeten hebben, dat waar wij ons inzetten, de liefde en de vrede van God door ons heen werken. En dat er dus een omslag kan komen: een nieuwe wereld, een Rijk van liefde en vrede. Het kantelpunt is al gekomen. Diep gelukkig ben je als je vanuit dat vertrouwen leeft en als je je vandaar uit inzet.
Hebben wij hier nu ook iets aan in het gewone leven? Lukt het ons om intens gelukkig te zijn bij wat we nog niet zien? Dat zal niet altijd gaan. Toch denk ik, dat Jezus’ woorden nog steeds een bezielende kracht hebben. Ze stellen ons de vraag: hoe kijk jij naar onze wereld? Zie je alleen maar met zorgelijkheid allerlei ontwikkelingen aan: klimaatveranderingen, aantasting van het leven, polarisatie, uitbarsting van geweld, ongelijkheid tussen mensen. Als was het niet meer dan het lot van onze wereld. Of geloof je toch in die kanteling: deze wereld omgekeerd. Geloof je dat God, in alles diep verscholen, ons niet loslaat, maar aanspreekt. Pak het dan allemaal weer op: de troost die je elkaar geeft, de inzet voor verbetering, de weg van de eerlijkheid. Geloof dan dat het kan kantelen, de goede kant op. Diep gelukkig ben je als je je daaraan toevertrouwt.
Wat de komende tijd – het postcovidium – zal brengen: we weten het niet. Of de kerk openblijft, we weten het niet. Of de diensten weer als vanouds opstarten, we weten het niet. Eén ding hoop ik in elk geval. Dat de Bijbel open blijft bij de mensen thuis. Juist als we meer thuis waren, meer samen aten, lees dan ook uit het Woord van God. Zoals kerkvader Augustinus al zei: ‘De Schrift is een eerlijk en betrouwbare tekst. Zij probeert vat te krijgen op de geest zonder mooie woorden en zij ziet af van iedere opsmuk van de taal en maakt geen kabaal met een ijdele en zweverige boodschap. De Schrift inspireert mensen die meer op daden dan op woorden zijn gesteld. Aanvankelijk schrikt zij lezers af, maar later neemt zij alle afkeer weg.’ Laat die gewoonte, waarvan ik vrees dat hij kwijnt bij velen, maar weer dagelijkse praktijk worden. Ik hoor met regelmaat dat in de hectiek van alle dag het er soms gewoon niet van komt om met het Woord bezig te zijn. Druk. Veel aan je hoofd. Spitsuur aan tafel. Gebrek aan discipline. Sporten. Er kan van alles zijn, maar het gaat niet goed met je geloof als je het Woord van God dicht laat of weinig opendoet. Weet je wat de gevolgen zijn? Als de Bijbel het boek van de Geest en van de Hoop is, dan geef je de Geest minder gelegenheid om tot je te spreken, dan kan de Geest niet langer vanuit het Woord in je hart stromen, dan ervaar je minder van God, en uiteindelijk doet het wat met de hoop. Minder hoop, meer wanhoop. Minder hoop en zekerheid, meer twijfel. Dat staat met elkaar in verband. Als God zulke rijke beloften aan Zijn Woord verbonden heeft, en je laat het vaak dicht, dan leidt je geloof schade. De levende omgang met God loopt gevaar op te drogen. Maak er een gewoonte van: na de lichamelijke voeding, ook de geestelijke. Lees de Bijbel en praat er liefst ook over na. En ook persoonlijk, als je de dag begint of eindigt: Open het heilige Boek. Of zomaar midden op de dag. Dan kan deze vreemde tijd van veel thuiszijn nog een gezegende tijd zijn. Want ‘Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen’. Ook nu!
Wat moet ons dagelijks leven bepalen volgens Jezus? Waar vindt Hij dat we iedere dag mee bezig moeten zijn? Jezus zegt: maak je in je dagelijkse leven druk om het komende koninkrijk! Het koninkrijk van de hemel. Want dat koninkrijk komt er echt aan. En alleen in dat koninkrijk komt je leven tot zijn bestemming. Daar leef je zoals leven bedoeld is. Een leven vol vreugde omdat het een leven dichtbij God is.
Maar bepaalt dit ons leven ook? Of maken wij ons iedere dag druk om heel andere dingen dan het koninkrijk van God? Veel mensen zijn vooral bezig met het leven hier op aarde. Veel mensen hebben ook geen weet van het komende koninkrijk of willen er niet van weten. Maar wij dan? Wij weten wel dat het koninkrijk van God komt en dat ons leven daar aan zijn bestemming zal beantwoorden, maar houdt dit koninkrijk ons bezig? Ik heb het idee dat wij ons ook iedere dag druk maken over heel veel andere dingen.
Eén ding moet wel duidelijk zijn: het Koninkrijk van God is geen alternatieve economie, ook geen politiek manifest, en maakt politiek en economie ook niet overbodig. Het is naïef te denken dat we zonder kunnen in een wereld die op weg is naar acht miljard mensen. Het schept echter een andere basis en een nieuw perspectief waardoor economische en politieke vragen, en daarmee ook onze verhouding tot de aarde en de natuur, in een ander licht komen te staan.
Het Evangelie verkondigen houdt in dat je in eenvoudige en nauwkeurige woorden getuigenis van Christus aflegt, zoals de apostelen dat deden. Het is echter niet zinvol om overtuigende gesprekken te verzinnen. De verkondiging van het Evangelie kan ook gefluisterd worden, maar zij gaat altijd gepaard met de onthutsende kracht van de schande van het kruis, en ze volgt altijd al de weg die in de brief van de apostel Petrus aangeduid wordt als eenvoudigweg ‘rekenschap afleggen van de hoop aan anderen’. Hoop die in de ogen van de wereld aanstootgevend en onnozel blijft. In de 1e Petrusbrief is er vanuit de omgeving sprake van spot en hoon, intimidatie, bedreiging, uitsluiting. En Petrus dringt erop aan daar priesterlijk mee om te gaan. Een priester doet geen kwaad en scheldt niet terug maar verspreid om zich heen liefde en verdraagzaamheid. Is een toonbeeld van vriendelijkheid, geduld en compassie. Me dunkt dat in onze tijd van onbehagen met veel korte lontjes en verbaal geweld onze wereld misschien wel meer dan ooit priesters nodig heeft. Priestertypes met heilige eerbied en passie voor God. Priesters met een warm en ruim hart voor mensen. Priesters met handen die zegenen, genezen en bevrijden. Omdat zij in deze wereld de handen mogen zijn van Jezus.