Wie ontworteld is, nergens meer aan toe behoort,
of nergens meer houvast in kan vinden,
voelt zich bedreigd door de ander, de vreemdeling.
Dan hoeft er maar iets te gebeuren of de onderbuik gaat spreken.
Dan zien we, ook al willen we het niet,
dat we op de denkbeeldige lijn van angst aan de ene kant
en interesse aan de andere, gaan opschuiven richting de angst.
We voelen ons ontworteld,
we zijn niet meer zeker van onze religieuze overtuigingen,
het land waarin we opgroeiden is er niet meer
en dan komen er mensen
die wel allemaal vol overtuiging hun religie lijken te beleven,
die elkaar allemaal lijken op te zoeken,
die wel nog allemaal geworteld lijken te zijn in hun cultuur.
Dat is bedreigend.
‘Blijf in Jezus Christus geworteld en gegrondvest’
wordt er gezegd in Kolossenzen.
Dat is het beeld van een boom
waarvan de wortels diep de grond in zijn gegroeid.
Er moet heel wat gebeuren voor zo’n boom ontworteld wordt.
Wortelen in Christus betekent dat je Hem kent,
dat je op meerdere manieren met Hem verbonden bent,
niet langs één lijn maar langs veel lijnen.
Allerlei facetten van je leven zijn met Christus verbonden.
En je weet: wat er onder de grond aan wortels is,
is er boven de grond aan takken.
Dat geldt ook in je relatie met Christus:
hoe dieper en breder de band, hoe meer groei en vrucht.
In dit verband zegt Paulus er ook: ‘wees op je hoede’
voor menselijke tradities, voor de principes van deze wereld,
voor de richting waarin de samenleving beweegt.
Concentreer je op Christus alleen.
Maak goed onderscheid tussen wat bij Hem vandaan komt
en wat uit je eigen hart komt.
Je eigen hart dat zo vaak vol is van de dingen van deze wereld.
Behoed je hart.
Laat het gevuld zijn met Christus
en de dingen die Hij belangrijk vindt.
augustus 2021
26 augustus 2021
19 augustus 2021
Als we voor Jezus kiezen, dan is dat niet zomaar iets.
Niet iets dat je doet in je vrije tijd of als je er zin in hebt.
Het is een ongewis avontuur. Het vraagt om een focus.
Je leven staat daar in dienst van.
Met scherpe woorden roept Jezus ons daartoe op:
‘Weet wat je doet als je voor mij kiest.’
Trouw zijn aan God gaat soms tegen de wereld in,
soms zelfs tegen je eigen familie of tegen je eigenbelang.
Het is geen gemakkelijke weg: je moet je kruis dragen.
Anderen verklaren je voor gek.
Want niet bouwen op mensen maar op God
is in onze tijd een vreemd fenomeen. We hebben de tijd niet mee.
De wetenschap komt met grootse inzichten,
terwijl religie als gevaarlijk wordt gezien.
‘De Kerk’ is regelmatig in opspraak.
Geloof wordt beschouwd als achterhaald.
Hoe moet je in deze tijd ‘radicaal christenzijn?’
of kun je beter stellen ‘laten we radicaal zijn’.
Geworteld in Gods Vaderliefde.
Stop maar met radicaal zijn vanuit een idee van de hemel verdienen
of vanuit angst voor de hel.
Radicaal word je door je zicht op Gods Vaderliefde.
Die liefde is de wortel van alles.
Het fundament voor je leven als christen, de grond waarop je staat.
Het is de oorsprong van alles en de geboorteplaats van je nieuwe leven. Het was Christus zelf die zijn radicale gehoorzaamheid
ontleende aan de liefde van zijn Vader.
Die liefde van de Vader kende Hij zo goed, zo diep, zo van binnen uit,
zo van eeuwigheid af.
De Geest van de Vader maakte Hem bereid
de uiterste consequentie te ondergaan: sterven, omwille van de mens. Liefde maakt radicaal.
Alleen liefde.
12 augustus 2021
In deze tijd is een veel gehoord adagium:
‘Weg met alle kleinburgerlijkheid.’
Verbreek de banden waarmee je gekluisterd zit aan je saaie bestaan. Nieuw leven, nieuwe baan, nieuwe vrouw.
West-Europeanen, zo schreef Sergi Boelgakov
meer dan honderd jaar geleden, hebben een typische levensstijl
en dito manier van denken.
Ze zijn ‘kleinburgerlijk’, met hun ‘alledaagse deugdzaamheid’,
hun ‘intensieve arbeidseconomie’, en hun ‘ongeïspireerdheid’.
Ik moest grinniken toen ik het las.
Daar typeert iemand gewoon even mijn cultuur, en mijzelf,
en het menstype dat onze samenleving voortbrengt.
Mensen vooral gericht op ‘deugen’
(en genadeloos zijn naar wie volgens ons niet deugen).
Gericht op werk en productiviteit,
en erg ingenomen met de resultaten daarvan.
En daardoor, door die kleinheid en drukte, veelal ‘ongeïnspireerd’.
Ik zat te denken:
wie mag er eigenlijk in onze eigen cultuur
‘grote verhalen’ vertellen, ons inspireren?
Het aparte is dat we vrij selectief zijn
in de ‘grote verhalen’ die wij verspreiden.
Als miljardairs fantaseren, over hun decadente bevlieging
(om deze door ons uitgewoonde aarde te verlaten
en ergens anders een betere samenleving op te bouwen),
dan haalt die mythologie het Journaal.
Als we een collectieve adoratie hebben voor wetenschap,
voor maakbaarheid, voor samen onze grote ziektes
‘de wereld uitschoppen;’ is dat ‘inspirerend’ en ‘hoopgevend’.
Een boek over ‘wij, die deugen’ is geliefd en geloofwaardig.
Grote ideeën genoeg.
Maar zijn het niet vooral verhalen waarmee we onszelf pleasen?
Waarmee we klein blijven, zelfingenomen en ongeïnspireerd.
Ook in de kerk loert het risico van een kleinburgerlijkheid.
Daar moet het vaak vooral praktisch zijn, ‘mooi’,
toepasbaar, de deugdzaamheid bevorderen en niet te veel overhoop halen.
Maar… ik kom niet naar de kerk voor de aardigheid.
Ik hoop dat mijn onwil, het onvermogen, het verdriet wordt benoemd.
Ik hoop het grootse te horen, van een God die mens werd
om de dood, de zonde en heel de mensheid te redden.
Een toekomst wordt geschetst van een nieuwe wereld
waarin die krachten die ons leven overeind houden
verder groeien en sterker zijn.
Waarin banden niet verbroken worden, maar verstevigd worden.
Waarin niet conflicten en strijd een nieuwe wereld baren,
maar verzoening, liefde en vrede.
Een vrede die zo sterk is dat ‘wolf en lam naast elkaar grazen’,
een beeld dat grote agressieve staten en kleine landjes
vreedzaam naast elkaar leven.
Die andere wereld heeft Johannes de Doper in Jezus Christus gezien.
Hij roept de mensen op om zich om te keren naar God.
Johannes vraagt de mensen om geen slechte dingen te doen:
aan soldaten vraagt hij hun wapens niet te gebruiken
om van gewone mensen geld af te persen.
Hij vraagt hen te delen met elkaar en zich om te keren.
Johannes wijst op Jezus. Je kan zelfs zeggen: hij belichaamt die omkeer: hij leeft zelf als een kluizenaar in de woestijn.
Juist deze Johannes, die die beweging van omkeer in zijn lichaam voelt.
Juist hij heeft zijn ogen open en ziet dat er nog iets komt.
Iets dat verder gaat dan zijn omkeer en voornemens voor een ander leven.
Ik wil knielen, biechten, berouw tonen, me bekeren,
de aarde kussen en ieder mens die mijn pad kruist.
5 augustus 2021
De afgelopen tijden wordt onze aarde geteisterd door natuurrampen: bosbranden en overstromingen zijn niet uit het nieuws
en je wordt geconfronteerd met beelden die je niet onberoerd mogen laten.
De vervuiling van de lucht, de zee en de bodem;
de opwarming van het klimaat; het plunderen van de ecosystemen;
de roofbouw van de schepping; de massaconsumptie van dieren.
Het mag ons niet koud laten als christenen.
Tenminste als wij Bijbelgetrouwe christenen willen zijn.
In de Bijbel immers staat dat God de wereld gemaakt heeft.
Hoe kun je, als iemand die van God houdt en in hem gelooft,
niet houden van datgene wat Hij gemaakt heeft.
De uitbuiting van de aarde is een belediging voor God.
Goede uitzonderingen en initiatieven daar gelaten,
over het algemeen hebben christenen
niet voorop gelopen in de zorg voor het milieu en de schepping.
Toch is het belangrijk.
Dat vraagt dus van ons bekering, om hele concrete keuzes,
om een levensstijl van soberheid,
om duurzame keuzes waardoor de schepping
niet nog meer in problemen wordt gebracht.
Maar in de kerk roept de aandacht voor een sobere levensstijl
ook soms ook allergie op.
We moeten al zoveel. Nu ook dit nog.
We vinden het niet fijn als anderen zich bemoeien
met de keuzes die wij maken.
Bovendien, in de samenleving wordt daar volop over na gedacht,
moeten we dat in de kerk ook nog eens doen?
Groen denken, nou ja vooruit, maar groen geloven, duurzaam geloven,
dat gaat velen te ver.
In de kerk gaat het toch om geloof en bekering, om wedergeboorte,
om redding van onze ziel. Zeker dat laatste is onmisbaar.
We kunnen duurzaam leven, maar als we niet in Christus geloven,
gaan we verloren en zullen we nooit delen
in schepping die wordt vernieuwd.
Zeker, het appel tot geloof moet altijd klinken.
Ik hoop en bidt dat u en je Christus liefheeft en dat Hij jouw Verlosser is.
Maar als u daar amen op zegt, dan kunnen bovenstaande zaken
ons niet onbewogen laten.
Dan moeten we onze allergie, als die er is, laten varen.
Waarom?
Omdat de schepping het werk is van God en als we Hem liefhebben,
dan zullen we ook dat wat Hij gemaakt heeft,
als een kostbare schat behandelen.
Want de wereld wordt geëxploiteerd
tot meerdere eer en glorie van de mens en niet van God.
De menselijke macht wordt een doel op zich.
De aarde worden niet gebruikt, maar opgebruikt en vernietigd.
Mensen zijn niet langer arbeiders en ‘scheppers’
maar productiemiddelen, instrumenten voor winst.
Het uiterste gevolg van dit proces van degeneratie
wordt bereikt wanneer alle menselijke vermogens
worden gericht op verspilling, beroving en vernietiging,
en de maatschappij is gericht niet alleen tegen God,
maar tegen de meest fundamentele belangen van de mens zelf.
Wat mij bijzonder raakte, is
dat niet alleen de schepping en de mensen zuchten,
maar ook de Geest van God.
God is door Zijn Geest in deze schepping aanwezig.
God zelf is betrokken op deze wereld. Hij deelt in het lijden en zucht mee. Vanwege het verderf en de vruchteloosheid.
Vanwege het slechte beheer van ons mensen.
God lijdt dus mee onder de last van het kwaad en misère.
Dat moet ons ter harte gaan.
Dat God lijdt onder wat ik doe of nalaat, dat zou mijn hart moeten breken. Als God mij het heil van Jezus heeft willen schenken,
dan kan ik wat de schepping betreft niet achterover leunen.
Nee, dan draag ik uit dankbaarheid mijn steentje bij,
ook al is het maar klein. Een druppel op een gloeiende plaat.
Omdat wij geroepen zijn om zuinig te zijn
op wat Hij ons heeft toevertrouwd.




