maart 2023


 

Voor ons, mensen die leven in een tijd
waarin iedereen mag begeren wat hij wil en van alles mag opeisen, is vragen moeilijk.
Het roept diepe spanningen in ons wakker.
We ervaren vragen als vernederend, vragen maakt ons kwetsbaar,
omdat we weten dat het nooit zonder risico is.
Maar steeds klinkt tot ons de bevrijdende roep: ‘Vraag en er zal je gegeven worden’.
Vragen is de ander toelaten om op jouw spoor te komen. Vragen is je bekend maken.
Het is verbondenheid zoeken en in verbinding willen staan.
Vragen is belangrijk in deze wereld van groeiende polarisatie.
Vragen oftewel bidden daar gaat het om.
In de Bijbel begint het niet met óns verlangen naar God, óns bidden, óns zoeken, óns kloppen.
God is de eerste.
Hij verlangt naar u en jou, om je als verloren zoon en dochter in Zijn Vaderarmen te sluiten.
Het begint met Zijn verlangen dat het weer goed zal zijn tussen Hem en ons.
En daarom zoekt Hij ons op, klopt Hij op de deur van ons hart.

De hele Bergrede tekent voor ons hoe geweldig mooi het leven met God is.
Dat is werkelijk een eeuwig gelukkig leven.
Dat we ernaar zijn gaan verlangen om zo te mogen leven!
In navolging van Jezus, met God door het leven.
Maar dat we vooral hebben gemerkt dat dat allemaal te hoog gegrepen is voor ons,
als God ons daarbij niet helpt, ja, als Hijzelf niet bij ons is.

En daarom: Vraag, zoek, klop. Bid tot God, zoek God, klop aan bij God.
En je zult van Hem krijgen wat nodig is om Jezus te kunnen volgen.
Dat is in feite wat Jezus belooft. Het gebed werkt gegarandeerd.
Niet dat je alles zomaar krijgt wat je bidt,
maar je krijgt in ieder geval God zelf en wat nodig is om Hem te dienen.

Keer op keer heeft Jezus het in de Bergrede over de ‘Vader die in de hemel is’.
Hier legt Hij ons uit, waarom Hij God zo noemt:
Om te leren vertrouwen dat God ons zal verhoren.
Hij leert ons dat elk kind een vader nodig heeft, om niet van honger om te komen.
En dat je als kind mag vertrouwen dat een vader ook voor je zorgt.
Zo gaat het precies tussen u en God: U heeft God nodig, of u het weet of niet.
En God wil er dan ook als Vader voor u zijn.

Wat ga je vervolgens doen met die ‘goede gaven van de hemelse Vader’? Houd je dat voor jezelf?

‘Alles dan wat u wilt dat mensen u doen, doet u hun ook zo, want dat is de Wet en de Profeten.’
Wet en Profeten, daarmee bedoelt Jezus het Oude Testament.
Die is niet voor op de boekenplank om als schat bewaard te worden.
Die is ook niet alleen om in gelezen te worden. Al begint het daarmee wel.
Je moet ermee aan de slag.
Zoals de Hemelse Vader ons zijn gaven geeft en niet wacht tot wij Hem komen zoeken,
maar zélf de eerste is.
Zo wil Jezus ook, dat wíj de eerste zullen zijn om er te zijn voor onze naaste.
We mogen niet blijven hangen in de theorie als het om het geloof in God gaat.
We mogen niet stil blijven staan. We worden erop uit gestuurd.

Als je bidt om vrede in de wereld, zul je zelf een vredestichter moeten zijn.
Als je zoekt en verlangt naar het Koninkrijk van God, zul je zelf leven als een Koningskind.
Als je aanklopt bij God en Hij heeft opengedaan,
zul je zelf ook openstaan voor wie er ook bij je aanklopt.

‘Gegroet, koning van de Joden,’ en ze spuwden op Hem,
pakten Hem de rietstok weer af en sloegen Hem op het hoofd. ’.
Mattheüs 27: 30

Wat deze opgefokte Romeinse soldaten schreeuwen is zeker waar:
Jezus ís de koning van de Joden!
Nee. niet een koning naar onze maatstaven gemeten.
Niet een koning zoals de Romeinen en de Joden van zijn tijd zich dat voorstelden.
Niet een koning op een paard, maar een koning op een ezelsveulen.
Niet een koning die over de ruggen van zijn vijanden loopt,
maar een koning die zijn eigen rug laat doorploegen door zijn vijanden.
Niet een koning die er op los hakt en slaat,
maar een koning die zelf tot bloedens toe wordt geslagen.
De lijdende dienaar van de HEER bespot en bespuwd.
Ondanks alles blijft hij trouw aan zijn roeping.
Hij is een leerling van de HEER.
Elke ochtend luistert hij aandachtig naar de stem van de goddelijke Meester
om toegerust te worden tot zijn taak.
De lijdende dienaar van de HEER. Bespot en bespuwd. Zo wordt Hij onze Bevrijder.
‘Voor ons welzijn werd Hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.’
Omdat Hij ons – zijn onderdanen – zo intens liefhad,
heeft Hij de spot en de striemen gedragen.
De lijdende dienaar van de HEER …
wat houdt Hij toch intens veel van ons.

‘Wat betekent dan wat er geschreven staat:
“De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden?”
Iedereen die over die steen struikelt zal gebroken worden,
en iedereen op wie die steen valt zal worden verpletterd.’
Lucas 20: 17

Als je een huis gaat bouwen kies je met zorg de stenen uit die twee muren
– die haaks op elkaar staan – met elkaar verbinden.
Hoekstenen noemen we die.
Het verrassende is nu dat God een door de bouwers afgekeurde steen gebruikt
als hoeksteen van het gebouw van zijn liefde. Die steen is Jezus.
De bouwers zijn de geestelijke leiders van het volk van Israël.
Zij hebben Jezus afgekeurd. Zij hebben Jezus verworpen.
In de tijd van Jezus was er een spreekwoord:
‘Valt de steen op de lemen pot, wee de pot;
valt de lemen pot op de steen, wee de pot.’
De tegenstanders van Jezus, zij die Hem zullen verwerpen,
zullen als een lemen pot die op een steen valt gebroken worden.
En als steen op de lemen pot valt zal deze verpletterd worden.

De geestelijke leiders van het volk van Israël weten precies wat Jezus bedoelt.
Zij zijn het die de Zoon en de Steen verwerpen.
Het liefst willen ze Jezus gevangen laten nemen
en Hem laten veroordelen voor Godslastering.
Maar wat zijn ze bang voor de reactie van het ‘gewone’ volk.
Jezus is hier dé Struikelsteen van God.
Iedereen die Hem verwerpt zal als een lemen pot gebroken worden.
Het alternatief: Je laten verpletteren door zijn liefde.
Een liefde die gaat tot het uiterste.
Tot in de dood aan het kruis!

‘Ík ben het Licht voor de wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis,
maar heeft het Licht dat Leven geeft.’
Of met andere woorden: ‘Zoals God in de woestijn het Licht was voor het volk van Israël,
zo ben Ik nu het Licht dat Leven geeft aan iedereen.’
Dat was vele generaties terug. De mensen in de tijd van Jezus denken:
‘Onze tempel, dat is de plaats waar God nú woont.
Hier moeten de mensen naar toe komen om God – het Licht – te ontmoeten.
Onze tempel … dat is het Licht voor de wereld!’
Begrijp je hoe woedend de geestelijke leiders van Israël op die rabbi uit Nazareth zijn?
Juist op déze plek, de plek waar de kandelaars en de vuren zijn aangestoken, zegt Jezus:
‘Ík ben het Licht voor de wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis,
maar heeft het Licht dat Leven geeft.’
‘Wie denkt Hij wel Wie Hij is?’
De Farizeeën en de andere geestelijke leiders kunnen die rabbi uit Nazareth niet uitstaan.
Al hun heilige huisjes gooit Hij omver. Hun haat wordt met de dag groter.
Uiteindelijk zullen ze Hem monddood maken. Ze zullen zijn Licht voorgoed doven!
‘Weg met Hem!’
Het is best wel opvallend hoe vaak Johannes het in zijn evangelie over ‘de wereld’ heeft.
Voor Johannes was de aanduiding ‘de wereld’ gelijk is aan het ‘rijk van de duisternis’.
Het is de wereld waarin mensen leven zonder God. De wereld waarin het donker en duister is.
Waar de zonde het voor het zeggen heeft.
In díe wereld, die God-vijandige en donkere wereld, is Jezus gekomen.
Hij is de strijd aangegaan met de heerser van deze wereld
en Hij heeft uiteindelijk het rijk van de duisternis verslagen.
Dat wordt ook duidelijk als op Goede Vrijdag
na een drie uur durende angstaanjagende duisternis God zijn Licht weer op aarde laat schijnen.
Wie een volgeling van Jezus wil zijn kan deze wereld niet ontlopen.
Wie echter in Jezus gelooft, wie in Jezus God de Vader heeft leren kennen,
wandelt niet langer meer in het donker, in de woestijn van het leven.
Jezus, het Licht wijst je de weg naar het land van Gods beloften.
Het land waar het Licht … Leven is!