Voor ons, mensen die leven in een tijd
waarin iedereen mag begeren wat hij wil en van alles mag opeisen, is vragen moeilijk.
Het roept diepe spanningen in ons wakker.
We ervaren vragen als vernederend, vragen maakt ons kwetsbaar,
omdat we weten dat het nooit zonder risico is.
Maar steeds klinkt tot ons de bevrijdende roep: ‘Vraag en er zal je gegeven worden’.
Vragen is de ander toelaten om op jouw spoor te komen. Vragen is je bekend maken.
Het is verbondenheid zoeken en in verbinding willen staan.
Vragen is belangrijk in deze wereld van groeiende polarisatie.
Vragen oftewel bidden daar gaat het om.
In de Bijbel begint het niet met óns verlangen naar God, óns bidden, óns zoeken, óns kloppen.
God is de eerste.
Hij verlangt naar u en jou, om je als verloren zoon en dochter in Zijn Vaderarmen te sluiten.
Het begint met Zijn verlangen dat het weer goed zal zijn tussen Hem en ons.
En daarom zoekt Hij ons op, klopt Hij op de deur van ons hart.
De hele Bergrede tekent voor ons hoe geweldig mooi het leven met God is.
Dat is werkelijk een eeuwig gelukkig leven.
Dat we ernaar zijn gaan verlangen om zo te mogen leven!
In navolging van Jezus, met God door het leven.
Maar dat we vooral hebben gemerkt dat dat allemaal te hoog gegrepen is voor ons,
als God ons daarbij niet helpt, ja, als Hijzelf niet bij ons is.
En daarom: Vraag, zoek, klop. Bid tot God, zoek God, klop aan bij God.
En je zult van Hem krijgen wat nodig is om Jezus te kunnen volgen.
Dat is in feite wat Jezus belooft. Het gebed werkt gegarandeerd.
Niet dat je alles zomaar krijgt wat je bidt,
maar je krijgt in ieder geval God zelf en wat nodig is om Hem te dienen.
Keer op keer heeft Jezus het in de Bergrede over de ‘Vader die in de hemel is’.
Hier legt Hij ons uit, waarom Hij God zo noemt:
Om te leren vertrouwen dat God ons zal verhoren.
Hij leert ons dat elk kind een vader nodig heeft, om niet van honger om te komen.
En dat je als kind mag vertrouwen dat een vader ook voor je zorgt.
Zo gaat het precies tussen u en God: U heeft God nodig, of u het weet of niet.
En God wil er dan ook als Vader voor u zijn.
Wat ga je vervolgens doen met die ‘goede gaven van de hemelse Vader’? Houd je dat voor jezelf?
‘Alles dan wat u wilt dat mensen u doen, doet u hun ook zo, want dat is de Wet en de Profeten.’
Wet en Profeten, daarmee bedoelt Jezus het Oude Testament.
Die is niet voor op de boekenplank om als schat bewaard te worden.
Die is ook niet alleen om in gelezen te worden. Al begint het daarmee wel.
Je moet ermee aan de slag.
Zoals de Hemelse Vader ons zijn gaven geeft en niet wacht tot wij Hem komen zoeken,
maar zélf de eerste is.
Zo wil Jezus ook, dat wíj de eerste zullen zijn om er te zijn voor onze naaste.
We mogen niet blijven hangen in de theorie als het om het geloof in God gaat.
We mogen niet stil blijven staan. We worden erop uit gestuurd.
Als je bidt om vrede in de wereld, zul je zelf een vredestichter moeten zijn.
Als je zoekt en verlangt naar het Koninkrijk van God, zul je zelf leven als een Koningskind.
Als je aanklopt bij God en Hij heeft opengedaan,
zul je zelf ook openstaan voor wie er ook bij je aanklopt.

