april 2023


 

In en artikeltje in een krant met als titel ‘Wat geloven de Oranjes precies?’

waar het gaat over het geloof van de huidige koninklijke familie

doet historicus Bouwman een – vind ik – opmerkelijke uitspraak:

Hij stelt dat het voor het koningshuis vooral ‘van het grootste belang is’

dat er nu geen gedoe ontstaat over het geloof.

‘Vergeet niet, het protestantisme is bezig een kleine minderheid te worden in Nederland.

Het is van belang dat men zich daar niet te sterk mee associeert;

met geen enkele minderheid en zeker niet met een religieuze.

Dat blijft gevoelig liggen.’

 

Waarom ik dit opmerkelijk vind:

Toen in de zestiende eeuw het calvinisme opkwam in Nederland,

bleek stadhouder Willem van Oranje (1533 – 1584) al snel een beschermer van het protestantisme.

In zijn jeugd had Willem, die later als stadhouder de bijnaam Willem de Zwijger kreeg,

een protestantse opvoeding gekregen.

Opvallend, want het protestantisme was toen nog gloednieuw en een minderheid.

Slechts een paar procent van de bevolking (3 – 5%) was een aanhanger van een deze nieuwe religie.

Veel van Willem van Oranjes gedragingen en uitingen na 1573

duiden erop dat Willem van Oranje zich niet als een rasechte lidmaat

van de ‘calvinistische’ kerk heeft gedragen.

Sterker nog, dankzij Willem van Oranje zou ‘de calvinistische kerk’ geen staatskerk worden.

Kerk en staat waren in die dagen niet te scheiden,

maar toch is het Willem van Oranje gelukt om de Staat niet te laten samenvallen

met een honderd procent Gereformeerde (calvinistische) religie.

Dat werd Willem van Oranje al bij zijn leven kwalijk genomen.

Van Willem van Oranje is bekend dat hij zich verre hield van theologische disputen.

Waar het Willem van Oranje om ging, was een tolerante maatschappij zonder geloofsbeperkingen.

Net zoals een protestant (Lutheraan, calvinist),

moest ook een katholiek in alle vrijheid kunnen leven.

Het leverde Willem van Oranje heel wat conflicten op,

eerst met de Katholieke Plakkaten gericht tegen de ‘Nieuwe Religie(s)’,

later met vooral de calvinisten die zich ook weer weinig tolerant zouden opstellen tegenover de Katholieken.

Kortom, kun je dan zeggen Willem van Oranje een calvinist was. Dat ligt wat genuanceerd:

Van Oranje was er vooral van overtuigd dat de heerschappij van het katholicisme,

zoals geëist door Filips II, niet wenselijk was

en dat religieuze minderheden ook een (vol-)waardige plaats moesten krijgen.

Dus dat Bouwman stelt dat de huidige koninklijke familie

zich niet moeten committeren aan één minderheid

lijkt in lijn te liggen met hoe de voorvader Willem van Oranje zich in het verleden opstelde.

Willem van Oranje was een meester in het tussen de klippen doorvaren,

en dat vooral op godsdienstig gebied!

De identiteit van een christen is af te lezen
aan het houvast waarmee die zich identificeert.
Dat is een persoon, Jezus Christus,
over wie we kennis hebben en in wie we kunnen geloven.
Zonder Jezus Christus geen evangelie, maar ook omgekeerd,
geen sprake van Jezus Christus zonder evangelie.
God zoekt huizen van mensen waar Hij wonen kan.
Waar een cultuur groeit van genade.
Waar mensen hun kwetsbaarheden niet hoever te verbergen, te maskeren.
Waar mensen niet leven op eigen kracht
en zich iedere dag maar weer moeten bewijzen.
Maar waar mensen echt zijn wie ze zijn.
En een passie ontwikkelen voor God.
En gaan ontdekken wat Gods genade is.
Genade die sterker is dan mijn harde hart.
Genade die sterker is dan wat ook van mijn kant.

Het is mooi als je zelf zo groeien mag in Jezus.
En Hij steeds meer gestalte in je krijg.
Dan mag jij voor de mensen om je heen
zijn mond zijn, Zijn gezicht, Zijn stem, en Zijn handen.
En dat laatste mag je dan ook leren letterlijk te zijn.
We mogen elkaar zegenen in Jezus naam.
Zo mogen we elkaar zegenen als Gods kinderen.
En iedere handoplegging draagt iets over van Gods kracht,
Gods liefde, Gods genade, Gods wijsheid, Gods vrede, Gods genezing.

Heer, leg uw machtige hand ook op mijn leven.
Een woord uit uw mond Heer is ook voor mij genoeg.
Heer zegen ook mij op de weg die ik moet gaan.
Zodat ik voor de mensen om mij heen
ook zelf weer een zegen kan zijn.

De bekende Amerikaanse theoloog Eugene Peterson schreef eens het volgende:
‘Opstanding heeft niets te maken met wat er gebeurt nadat we begraven zijn.
Natuurlijk, daar gaat het ook over,
maar in de eerste plaats heeft het te maken met de manier waarop we leven in het hier en nu.
We oefenen voor onze dood door onze wil
om te leven op onze eigen voorwaarden op te geven.
Alleen door zo los te laten en onszelf te verloochenen,
kunnen we leven vanuit de opstanding.’

Het opstandingsleven wordt beoefend in de praktijk.
Je hoeft er niet voor naar conferenties of speciale bijeenkomsten.
Het opstandingsleven wordt in praktijk gebracht
in het leven van alledag, thuis en op de werkplek.
Een paar kernpunten:
– rust en ontspanning.
We cultiveren het opstandingsleven niet door iets aan ons leven toe te voegen,
maar juist door het jachtige leven dat draait om het ego af te zweren,
de culturele en religieuze warboel op te ruimen,
en wat we meestal samenvatten als ‘de wereld’ de rug toe te keren.
Onze levens zijn te druk en onze agenda’s te vol, en onze kerken,
die hierin onze bondgenoot zouden moeten zijn,
veel en veel te druk bezig.
– Jezus volgen. In de doop worden onze levens door opstanding gekenmerkt.
We kennen en worden gekend door de levende Jezus Christus te kennen
en door Hem gekend te worden.
Dit is het begin.
Een begin dat elke dag van ons leven opnieuw beleefd wordt.
Denk terug aan je doop,
want in dit leven kunnen we niet op onszelf vertrouwen.
Het is maar een begin, maar weet dit:
‘Bij God zijn we altijd beginners’ (Karl Barth).

 

God kan ons uitschelden. God kan ons best pijn doen. Omdat het nodig kan zijn.
Wij blijven niet buiten schot.
Het Woord van God kan ons treffen als een open-hart-operatie.
God weet precies wat er bij je van binnen zit.
En als Hij daar niet blij mee is, gaat het mes er in.
Dan heb je een nieuw hart nodig. En dat is wel diep ingrijpend.

Moet Jesaja dan wel van die harde woorden spreken?
Dat deed hij in eerste instantie tegen de inwoners van Jeruzalem en dus nu ook tegen ons.
‘Maar’ denk je misschien ‘kan hij niet beter troosten, gerust stellen, moed in spreken?
Gelukkig komt Jesaja dat wel op uit,
maar eerst moet het even pijn doen, moeten we even doorbijten.

‘Maar, hoezo, wat is er mis met ons dan?’
Dat hebben de mensen zich in Jeruzalem vast ook afgevraagd.
Ze vonden zichzelf hele vrome mensen. Ze dienden de HEERE voorbeeldig.
Wij zijn toch Jeruzalem, Gods eigen stad!

Maar als we God willen leren kennen, dan kan het niet anders dan zo:
de weg die voor ons geopend is door Jezus Christus gaan, achter Hem aan.
Alleen die zijn leven zal willen verliezen, die zal het vinden,
maar die het wil behouden, zal het verliezen.

Gewillig zijn en luisteren. Accepteren wat God over je leven te zeggen heeft. Je laten gezeggen.

Dat is voor ons moderne mensen niet gemakkelijk. Wij zijn mondige mensen.
Maar voor nu: Mond houden en luisteren. God zegt: Het is je redding als je het doet.
Luisteren, dat is hier meer dan horen alleen. Het is ook gehoorzamen.
Doe nou gewoon wat God van je vraagt. Open staan voor God zelf.
Wat je gezegd wordt in de kerk, door Zijn Woord. Neem dat nou eens echt serieus.
Niet alleen ernstig knikken, maar het ter harte nemen. En er handen en voeten aan geven.

Als je maar wilt luisteren…

Het verhaal van Jezus’ lijden en uiteindelijke dood aan het kruis, is geen punt. Het is een komma. Want het verhaal gaat door.
Met dat zelfde beeld zou je het verhaal van Pasen kunnen samenvatten.
Het woord zelf, betekent zoveel als, doortocht, voorbij gaan.
Geen punt, maar een komma. Het leven gaat door. Zijn leven gaat door.
Het contact is niet verbroken,
ook al is het lijntje dat wij daarmee onderhouden misschien wel dun geworden,
of ben je het soms even kwijtgeraakt, dat kan.
Maar Pasen vieren, is toch steeds ook weer van ons uit bezien, de draad oppakken.
Weer gaan staan in het licht van dat verhaal, het verhaal van Jezus,
waarin jij zelf ook betrokken bent, hoe dan ook.

Pasen daagt ons uit, ten slotte, om na te gaan,
waar in ons eigen leven, punten in komma’s kunnen worden veranderd.
De liefde die van elke punt, een komma kan maken.
Het verhaal gaat door.
Het leven van Jezus is niet voorbij.
Hij leeft verder, in ons verhaal, in daden van bevrijding,
in elke nieuwe generatie, die opstaat en zich tot Hem bekent.
Hij zelf trekt ons in het licht en neemt ons mee op die weg.
De kracht van Pasen is toch ook, om onwrikbare situaties open te breken,
om ons uit onze stellingen te halen, waarin we onszelf hebben teruggetrokken,
in eigen gelijk of in verongelijktheid. Het kan altijd anders.
Maar dan moet je wel zelf ook op staan, in beweging komen,
meegaan in de beweging van bevrijding en van leven, die Jezus zelf heeft ingezet.

Wat moet bij jou in beweging komen, of blijven?
Brengt je werk, je geld, je twijfel, je gewone leven, het Paasevangelie in jou tot stilstand,
of is het andersom: brengt dit evangelie jouw geld, jouw werk,
jouw twijfel, jouw gewone leven, in beweging?

Pasen is juist: leven midden in de dood.
‘Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen’.

Petrus schrijft:
‘God heeft ‘ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop’.
Nee, de opstanding van Jezus tovert deze wereld niet om in een paradijs.
Maar die geeft wel hoop.
Niet alleen op een betere toekomst, maar zeker ook op een beter heden.
Omdat de opstanding ons in beweging zet.
Omdat de opstanding ons duidelijk maakt: God is een God van leven.
Omdat we ertoe aangezet worden om ons leven, om het leven, met anderen te delen.

Wat doet het evangelie van Jezus’ opstanding met mij?

O vlam van Pasen, steek ons aan,
de Heer is waarlijk opgestaan!

Biebel in de Twentse sproake

De Heer is waarlijk opgestaan! Dat vieren we met Pasen.
Sinds Jezus’ opstanding leven we in een andere wereld, een nieuwe werkelijkheid:
ook wij kunnen wakker worden in Gods koninkrijk en opstaan
en achter hem aangaan die zegt:‘Ik ben het licht voor de wereld’ (Johannes 8:12)
‘Ontwaak uitje slaap, sta op uit de dood, en Christus zal over je stralen.’
Het citaat dat Paulus hier gebruikt, komt zo nergens in het Oude Testament voor.
Er wordt wel gedacht dat de woorden uit een oud-christelijk Paaslied komen,
dat werd gezongen bij de doop.
Een Paaslied en een Dooplied tegelijk dus!
Paulus woorden laten de oproep van de Vader klinken
die ons wakker wil laten worden in zijn nieuwe wereld!
In de Bijbel is wakker worden ook een beeld van de zonde achter je laten
en een nieuw begin maken.
Dat je het donker achter je laat en kiest voor het licht.
‘Ga de weg van de kinderen van het licht’ (Efeziërs 5:8).
De opstanding van Jezus is een totaal nieuw en hoopvol begin:
er begint nu echt iets nieuws!
Omdat Jezus is opgestaan, kunnen ook wij opstaan in een nieuw leven.
Wakker worden is dat je ogen open gaan.
En de volgende stap is dat je opstaat: je komt uit je bed, je komt in beweging,
je laat je meenemen in de beweging die begon met de opstanding van Jezus
en die het koninkrijk van God heet: dat hemel en aarde elkaar overlappen!
Daar ontstaat door de heilige Geest het goede leven.
Je gaat op weg, telkens opnieuw.
‘Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd’ (Efeziërs 5:16).
Opstaan is ook opstaan tegen onrecht, opstandig zijn:
je inzetten voor een betere wereld. Jezus is al opgestaan, nu wij nog!
Pasen vieren is: het licht zien!
Het licht dat straalde op de opstandingsmorgen
omdat de hemel open ging, omdat de hemel op aarde kwam
dat licht gaat ook nu nog elke dag op. Christus is dat licht.
Elke morgen als we wakker worden en opstaan zien we het licht van een nieuwe dag,
van Gods nieuwe wereld. Het is de Geest die ons hart en onze ogen daarvoor opent:
‘Laat de Geest u vervullen’ (Efeziërs 5:18).
Zo gaat Christus over ons stralen:
als we wandelen in zijn licht,
gaan wij ook stralen en maken we iets zichtbaar van de goedheid en genade,
de vrede en de vriendelijkheid van Jezus.
‘Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de HEER!’ (Jesaja 60:1)

de sabbat brak aan
Lucas 23,54b

Stille Zaterdag.
Ik weet ik nooit zo goed wat ik van deze dag moet vinden.
Wat horen we op Stille Zaterdag wel te doen?
Wat is niet gepast op Stille Zaterdag?
Hoort het leven op de normale manier verder te gaan?
Moeten we treuren, in rouw verkeren,
omdat we eraan denken hoe onze Heer in het graf lag en dood was?
Het leven is van Jezus geweken. Hij heeft de geest gegeven.
Wat er overblijft, is een levenloos lichaam.
De zaak is voorbij. Over en uit.
Wat er overblijft is de herinnering aan Jezus:
wat Hij tijdens Zijn leven deed, Zijn tragische en wrede dood.
Het enige dat zijn volgelingen kunnen doen,
is ervoor zorgen dat Hij een waardige begrafenis krijgt.
Zodat het lichaam van Jezus niet verdwijnt in een anoniem massagraf.
Als dit de betekenis is van de graflegging van Jezus
zouden we inderdaad op deze dag
moeten treuren en terugdenken aan de dagen, dat Zijn lichaam in het graf lag.
Dan zou Stille Zaterdag een dag van verontwaardiging moeten zijn
vanwege het onrecht dat Hem is aangedaan door Hem te kruisigen.
Lukas geeft echter één signaal, waardoor we niet deze kant op moeten denken.
Eén signaal in zijn tekst,
waardoor Stille Zaterdag een heel andere betekenis krijgt:
Stille Zaterdag is namelijk een sabbat.
Lukas vertelt dat ook: de dag van de sabbat brak aan.
De sabbat werd ingesteld om Zijn volk te dat te laten weten.
Een dag in de week moest het werk rusten, om te beseffen dat het de Heere is die werkt.
Dat Zijn trouw van dag tot dag doorgaat.
Dat er geen moment komt, waarop Hij deze wereld loslaat.
Op de sabbat wordt er niet gewerkt om te weten dat God werkt.
Als Jezus in het graf gelegd wordt, breekt de sabbat aan.
Het werk van God is voltooid.
Nu is het geen, maar verlossing.
Nu wordt niet alleen de duisternis van het kwaad en van het lijden beteugeld,
maar ook de nacht en de duisternis van de zonde.
Stille Zaterdag, de dag waarop het lichaam van Jezus in het graf lag, wil zeggen:
elke dag en elke week die nu volgt,
volgt na wat Jezus heeft volbracht aan het kruis op Golgotha.
Heel de wereldgeschiedenis die volgde,
ons leven dat daarop volgde kan moet gezien worden
in het licht dat straalt van het kruis op Golgotha,
het licht van Gods genade.

Tussen de mannentaal
die zich verhardt,
tussen de stemmen
die langzaam verstenen

– de ene hand
wast de andere,
Pilatus in marmer;
het verraad
gaat van mond tot mond,
Judas in kalksteen –

het geluid
van een brekende kruik,
brekend hart,
balsem stroomt als een klaaglied,
doortrekt zijn kleed,
zijn huid, zijn haar,
heel het verstoorde huis

– Herodes wordt de geur gewaar,
de hogepriester,
zelfs de soldaten
die zijn kleed verdobbelen
snuiven de mirre –

dat ene gebaar,
meer dan tienduizend woorden

Jaap Zijlstra

Tijdens het eten stond Jezus op. Hij trok zijn kleren uit
en deed een doek om zijn middel, alsof hij een slaaf was.
Hij deed water in een bak, en begon de voeten van zijn leerlingen te wassen.
Hij droogde hun voeten af met de doek die hij omgedaan had.

Johannes 13,4-5 (BGT)

Begrijpen jullie wat ik gedaan heb? vraagt Jezus.
Dat ik”namelijk jullie leven zie zoals het is.
Niet hoe jij denkt dat is het is.
Maar dat wat jij daadwerkelijk laat zien.
In je doen en laten, in hoe je kiest met je voeten.
Je dwaalwegen, je misstappen, de zijsporen.
De harde plekken, de kneuzingen, de wonden.
Wat in je leven je vervuld is, verwaarloosd, vergroeid.
Ik zie het, ik raak het in liefde aan.
Ik leg mijn leven af voor jou.
Wil jou dienen, jou wassen, jou vernieuwen.
Trek je nu niet terug, maar laat je aanraken.
Laat je veranderen door mijn liefde voor jou.
En toon jij dan op jouw beurt mijn liefde aan de ander.

Wat Jezus achterlaat voor zijn vrienden
zijn geen symbolen van waardigheid en gezag.
Het zijn de gebruiksvoorwerpen van een slaaf, een dienaar.
Je veegt er zweet mee weg, en stelpt het bloed uit iemands wond.
Je wast er iemands vuile voeten mee en droogt ze af.
Een teiltje water en een doek
Zo, als een dienaar, mogen we iets laten zien
van de diepe liefde van een wonderlijke God.
Die kwam, niet om te heersen maar om te dienen
en zijn leven af te leggen voor mensen zoals wij.

Tijdens het eten kwam er een vrouw bij Jezus. Ze had een flesje bij zich met heel dure olie. En ze goot die olie over Jezus’ hoofd.’ (Matteüs 26,7 BGT)

De vrouw doet het. Ze volgt haar hart, de liefde in haar hart.
En het is opvallend hoe alleen ze daarin staat.
Iemand zei: ‘Zo is zij de enige die Jezus van te voren geëerd heeft om zijn offerbereidheid’,
want daar gaat het bij zijn sterven om, niet om een noodlottig sterven,
waarbij Jezus slachtoffer wordt van mensen,
nee, ten diepste is het een offerbereidheid, sterft Hij voor ons.
Dat is het Evangelie. ‘Het goede nieuws’.
De blijde boodschap van het lijden en sterven van Jezus Christus.
Deze week, de Stille Week, mogen we daar weer bij stilstaan, en stil van worden.
We zijn op weg naar Goede Vrijdag en Pasen. Het is de kern van het Evangelie.
Nee, dat is geen verdrietige boodschap,
omdat alles met Jezus eindigt aan een kruis, in een donker graf.
Nee juist in dat sterven is het leven!
Juist in dat sterven is Zijn koninkrijk gefundeerd.
Nee, juist zo is Hij de Koning, die de zonde en dood overwint.
Juist dat is de geur van leven, van eeuwig leven.

En dat Evangelie, dat goede nieuws, wordt dus geïllustreerd met plaatjes, zou je kunnen zeggen.
De plaatjes van mensen die dat Evangelie geloofden, die er handen aan voeten aan gaven.
Zoals dat plaatje van die vrouw met haar uitgegoten fles.
Zij laat zien dat het Evangelie van Gods overvloedig uitgestorte liefde in Christus,
om wederliefde vraagt, om een gebroken hart, om een hart dat zich uitstort en geeft voor Hem.
Een prachtige illustratie.
En geloof me, het Evangelie kan nog genoeg van zulke illustraties gebruiken, via ons leven!
Tot eer van God, tot heil van onze naaste.

Volgende pagina »