Religie wordt over het algemeen gezien als iets inherent gewelddadigs omdat het gebaseerd zou zijn op irrationele overtuigingen, terwijl secularisme wordt voorgesteld als een rationele manier om meningsverschillen te organiseren. Is religie nu dus echt de bron van geweld? Ach, U kent wellicht Arjan Lubach wel. Hij had eens iets bedacht op dit vlak: de heilige boeken-legger. Deze boekenlegger zou wat hem betreft verplicht als bijsluiter bij elk heilig boek gevoegd moeten worden. Erop staat een eenvoudig stroomschemaatje: ‘ik wil iets doen uit naam van mijn geloof’ → ‘beïnvloed ik er levens van anderen mee?’ → ‘gaan die anderen akkoord?’ De laatste vraag is cruciaal. Alleen als het antwoord bevestigend is, geeft de boekenlegger groen licht om tot actie over te gaan. Als iedereen de stappen op zijn boekenlegger maar volgt, is religieus gemotiveerd geweld volgens Lubach zó de wereld uit! Over deze boekenlegger zijn heel wat vragen te stellen. Bijvoorbeeld: kan ik volgens Lubachs richtlijnen mijn kinderen nog wel christelijk opvoeden? Het lijkt me dat die keuze van mij grote invloed op hen heeft. En waarom deze vragen alleen stellen aan religies – niet bijvoorbeeld aan een ideologie als het liberalisme? Wat mij echter meteen inviel is dit: christenen hebben zo’n bijsluiter helemaal niet nodig. In de Bijbel is zo’n bijsluiter allang gegeven door Jezus zelf! Hij zegt namelijk ergens het volgende: ‘behandel anderen dus steeds zoals jij zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is de Wet en de Profeten.’ Deze woorden komen uit zijn zogenaamde Bergrede, de grondwet voor al zijn volgelingen. Dit is volgens Jezus dus waar het op neerkomt in de Wet en de Profeten – de heilige boeken van zijn tijd. Heb je dan nog een boekenlegger nodig van Arjan Lubach? En natuurlijk, er zijn genoeg voorbeelden te noemen waar christenen akelige dingen hebben gedaan uit naam van hun geloof. Maar doe nu niet alsof iedereen die de Bijbel leest een potentiële terrorist is die vermaand moet worden met een boekenlegger! Ik geloof dat de woorden, en nog meer het voorbeeld van Jezus, een stuk méér helpen tegen terreur en intolerantie dan zo’n stukje karton…
‘Van krantenjongen tot miljonair’ zo wordt de Amerikaanse droom wel uitgedrukt: iedereen kan ver komen, als je de kansen maar benut en een beetje geluk hebt. Maar is dat wel zo in ons land? Uit onderzoek blijkt dat de afstand tussen rijkeren en armeren steeds groter wordt, en de kans om van de ene groep in de andere te komen steeds kleiner. Wat dat betreft lijkt er een Bijbels gezegde van toepassing ‘aan wie heeft, zal gegeven worden’. Een paar voorbeelden maken het principe wel duidelijk. Als je rijk genoeg bent om een huis te kopen, heb je na dertig jaar geen hypotheeklasten meer, maar wel een huis dat je kunt verkopen. Als je je echter geen koophuis kunt veroorloven, hebt je na je pensioen nog steeds de maandelijkse huurkosten, en géén huis dat geld waard is… Ander voorbeeld: als je geld hebt, kun je het je veroorloven om het maximale risico te nemen bij de zorgverzekering, en ben je maandelijks goedkoper uit. Iemand zonder buffer kan dat niet doen en betaalt meer. En zo is het met opleiding ook: wie geld heeft kan bijles voor de kinderen betalen, zodat ze een hogere opleiding voltooien en meer gaan verdienen dan de kinderen van iemand met weinig geld.
‘Aan wie heeft zal gegeven worden’ – het is wel waar. Maar waarom staat zo’n cynische wijsheid in de Bijbel? Of is dit anders bedoeld? Als je het nazoekt, gaan deze woorden in elk geval niet over geld. Het gaat over hoe je in het leven staat. Het gaat over groeien in een leven met God. En daarin werkt het inderdaad zo: als je daar eenmaal iets van kent dan neemt het gaandeweg een steeds grotere plek in in je leven. Het wonderlijke is: juist wie veel ‘heeft’ op aards vlak is in spiritueel opzicht vaak nogal arm. Wat dat betreft keert God de rollen om. Maar de gift is beschikbaar, voor iedereen. Strek je er maar naar uit, dan begint er een sneeuwbal te rollen!
Op een bepaalde leeftijd val je van je van je geloof. Kleuters geloven nog heilig in Sinterklaas en zijn goede gaven. Iets oudere kinderen weten van ‘hulpsinterklazen’ maar geloven toch ook nog in een échte. Maar ergens in de onderbouw blijkt dat niet meer dan een verhaal. Wil je cadeautjes, dan zullen we die elkaar moeten geven! Op een bepaalde leeftijd van je van je geloof. Tenminste, als je de hoofdlijn van krant en televisie volgt. In veel artikelen in tijdschriften en kranten vertelt bijna wekelijks iemand hoe hij of zij ergens in de tienertijd stopte met geloof serieus te nemen. Geloven in God als fase in de ontwikkeling naar volwassenheid, zo wordt het vaak in de media neergezet, ook bijvoorbeeld bij verscheidene praatprogramma’s. Over geloof en geloven wordt een beetje smalend gedaan. Grow up!! Een weldenkende volwassene die nog gelovig is? Dan is er zeker iets mis gegaan! Lijkt Sinterklaas op God? In bepaalde opzichten wel. Alwetend over ieders daden, het goede belonend en het kwade straffend. In het bezit van een groot boek. Wensen verhorend, vanwaar die ook worden opgezonden. Als contrast een duistere figuur – Zwarte Piet is echt geen ‘onderdrukte slaaf’ maar oorspronkelijk een symbool van duistere machten. Is het dan niet logisch dat je na je geloof in Sinterklaas ook van je geloof in God afvalt? Er zijn genoeg mensen die God zien als een soort hemelse Sinterklaas, met eerbied gesproken. Doe je goed dan word je beloond, doe je fout dan zwaait er wat. Echter, is dat nu de God waar christenen in geloven? Zo’n god is slechts een projectie van het gevoel voor goed en kwaad. Ik wenste wel dat meer mensen van dat geloof vielen! De God waar ik in geloof is heel wat meer. Hij leert me wat liefde is, en genade. Hij geeft geen cadeautjes, maar Hij geeft zichzelf – in de kribbe en aan het kruis. Hij komt niet ééns per jaar, maar is er altijd. Hij inspireert mensen tot goede daden, in plaats van ze erop af te rekenen. Nee, God is geen Sinterklaas. En ik geloof nog steeds. In Hem.