‘Twintig keer wordt Gaza in de Bijbel genoemd, en dat is eigenlijk altijd negatief. Dat kán geen toeval zijn,’ denkt de Amerikaans-Israëlische prediker Joel Rosenberg. Rosenberg staat erom bekend dat hij het nieuws duidt
in het licht van Bijbelse profetieën.
En heeft wat betreft de Gaza-oorlog de profeet Amos het niet al voorzegd?
God zal de muren van Gaza ‘in vlammen doen opgaan’,
omdat de stad ‘misdaad op misdaad heeft begaan’ (Amos 1, vers 6-7).
Volgens Rosenberg lijdt het geen twijfel:
Gaza speelt een rol in Gods plan aan het einde van de geschiedenis.
Hoe verleidelijk het ook is om de Bijbel en de krant
op die manier naast elkaar te lezen, er schuilen wel een aantal fikse gevaren in.
Over hoe je de Bijbel moet uitleggen,
en of je daaruit werkelijk voorspellingen voor oktober 2023 kunt halen,
zijn christenen het onderling niet eens.
Voor veel gelovigen wereldwijd vertelt de Bijbel
eerder hoe de geschiedenis keer op keer blijkt te werken,
dan dat ze een spoorboekje is voor het einde der tijden.
Voor wie de Bijbel toch graag zo leest,
heeft de geschiedenis van het geloof wel een paar tips:
– Voorspellingen op grond van de Bijbel zijn vaker níet dan wel uitgekomen.
Meestal moet je teksten geweld aandoen
om ze in de mal van de actualiteit te laten passen.
Dat zou de profetische duiders van vandaag bescheiden moeten maken.
– Mensen zijn geen duivels.
Misschien zijn ze soms kwaadaardige, sadistische zondaren.
Maar geen door God geschapen mens is puur duivels.
Groepen (moslims of Joden of wie ook) demoniseren doet niemand recht,
en is ronduit gevaarlijk.
– Het kwaad zit zeker ook in vrome, christelijke harten.
De geschiedenis is niet zwart-wit,
en het is geen uitgemaakte zaak dat wie Jezus wil volgen
aan de goede kant ervan staat.
Dat vraagt om voortdurend zelfonderzoek.
‘Zij zijn fout, en wij zijn goed’ is een te simplistische kijk op de wereld.
– Volgelingen van Jezus kunnen moeilijk anders dan vredestichters zijn. Onafhankelijk van hun kijk op de eindtijd.
Welke christen verlangt niet soms naar Jezus’ terugkomst?
Toch is het christelijker te ijveren voor vrede in het Midden-Oosten
dan te hopen op een groots en kosmisch gevecht
dat talloze mannen, vrouwen en kinderen het leven zal kosten.
Het is herfst, prachtig najaarsweer. Strakblauw is soms de hemel en de lucht is fris maar niet bijtend koud. Wat is het dan heerlijk om dan een eind te lopen of te fietsen. Daarbij weet je natuurlijk dat het zó over kan zijn. Misschien word je zo overvallen door gure regens!
Ik vind de seizoenen één van de mooiste dingen die God heeft uitgedacht, een voortdurende afwisseling waar je nooit genoeg van krijgt! Soms ga je een eindje fietsen. en zie overal de prachtigste herfstkleuren, je kijkt je ogen uit. Grote lanen geflankeerd door rijen bomen, waarvan de bladeren prachtig goudgeel waren. En als de wind even blies daalde er een regen van bladeren als gouden muntstukken neer. Ik moest intussen aan een zin uit gedicht van Jacqueline van der Waals:
‘Waar gouden de portalen zijn, Hoe zullen daar de zalen zijn!’
De schoonheid van de wereld in herfstpracht als een vooruitwijzing naar Gods wereld die komt! Soms wordt er wel eens gezegd dat verlangen naar de hemel een soort ‘escape’ is voor mensen die het moeilijk hebben. ‘Opium van het volk’ zoals Marx zei. Maar dit gedicht leert wel anders! Niet ellende of pijn doet de dichteres verlangen naar de hemel. Nee, juist de mooiste dingen van deze wereld kunnen soms het verlangen oproepen naar iets dat we niet kennen. Een andere wereld voorbij de horizon waar dit een reflectie van is.
Hebt u dat nooit? Zou dat niet de stille roep zijn van God, om op zoek te gaan naar zijn rijk voorbij deze wereldrand?
‘In welk een grote heerlijkheid Zal ik dàn binnengaan, Indien van goud de gangen zijn, Hoe groot moet mijn verlangen zijn, De zalen in te gaan!’
U hebt misschien wel eens uitspraken gehoord als de volgende: de rijkste 10% van de wereldbevolking bezit 90%, en de armste 90% bezit 10% van de welvaart. Als je daar even over denkt, is dat natuurlijk krom, het voelt oneerlijk. Onlangs echter was het volgende in het nieuws: ‘de 62 rijkste mensen ter wereld bezitten samen evenveel als de armste helft van de wereldbevolking’. Verbijsterend bericht! Ik heb het eens goed gecheckt, en het klopt echt. 62 mensen die samen even rijk zijn als 3,5 miljard anderen. Ofwel: de eigenaars van de helft van de wereldrijkdom passen samen in één bus; of misschien toepasselijker: één bescheiden vliegtuig. Zegt dit meer over hun rijkdom, of over de armoede waar miljarden in leven? Tegelijk is denk ik dan: wat moet je ermee, behalve je hoofd schudden in verbazing? Je kunt natuurlijk wijzen op grote zaken zoals de structuur van de wereldeconomie, of de belastingontduikende trucs van de grootste bedrijven. Zeker waar! Alleen: zo blijft het ver bij ons vandaan. Immers, ik schat in dat géén van mijn lezers bij het kleine groepje superrijken hoort, en gelukkig ook niet bij die grote groep van zeer armen. Kunnen wij iets doen? Ja en nee. Nee, U en ik kunnen de wereldproblemen niet oplossen. Maar, – Ja – we kunnen wel zoeken hoe wij kunnen delen van wat we hebben. Daar hoef je niet superrijk voor te zijn. Wie twee tientjes per maand kan missen, kan een kind in Bangladesh een schoolopleiding geven, ik noem maar wat. Eén van de rijkste mensen ter wereld is Bill Gates, de oprichter van Microsoft. Hij heeft plechtig beloofd om vrijwel zijn hele miljardenvermogen weg te geven bij zijn leven. Wordt hij daar arm van? Nee, hij zal vast wel wat miljoenen overhouden, al heeft hij nu miljarden. Maar ook in een ander opzicht wordt hij niet armer. Delen maakt rijker dan bijeenharken! Daarom, ook voor ons: zorg dat je zó rijk wordt! Een rijkdom die niet in geld is uit te drukken.