november 2023
Monthly Archive
23 november 2023
De Kroatische theoloog Miroslav Volf
vertelt ergens het volgende, waargebeurde verhaal.
Toen hij klein was, paste zijn oude tante Milica vaak op hem.
Milica was zijn lievelingstante.
Altijd deed ze leuke dingen met hem en ze liet hem nooit alleen spelen
terwijl zij iets anders ging doen.
Na zijn ouders hield Miroslav het meest van haar.
Bij haar voelde hij zich veilig,
en hij kom merken dat ze ook graag voor hem zorgde.
Toch was er iets dat Miroslav niet wist.
Tante Milica was verantwoordelijk voor de dood
van zijn oudere broertje Daniël,
dat maar vijf jaar was geworden.
Hij hoorde dat pas na haar dood van zijn ouders,
toen hij zelf al een student was.
Wat was er gebeurd?
Tante Milica moest eens passen op Daniël
en de kleine Miroslav,
die toen nog nauwelijks meer was dan een baby.
Maar ze lette niet goed op.
Daniël, de oudste, sloop de poort uit om te gaan kijken
bij de soldaten in de kazerne naast het huis.
Dat vond hij enorm interessant.
En de soldaten vonden hem ook leuk.
Eén van de soldaten liet hem een eindje meerijden
op een paardenkar waarmee ze brood vervoerden.
Toen gebeurde het vreselijke:
Daniël viel van de kar, werd overreden en stierf.
Zijn ouders waren bijna gebroken van verdriet.
Maar ze joegen tante Milica niet boos weg uit hun leven.
Nee, toen ze na een paar maanden hun leven weer oppakten
en een oppas nodig hadden, vroegen ze… Milica.
Ze werd de meest toegewijde oppas die er maar te bedenken is.
De ouders pasten wel op dat Miroslav
nooit iets meekreeg wat zijn lievelingstante meedroeg.
Hoe konden die ouders deze keuze maken?
Alleen omdat ze iets wisten
van de nieuwe kansen die God ons allen geeft.
Hun keuze laat iets van Jezus zien in deze wereld:
niet boosheid en schuld, maar liefde verspreidde zich.
Zo zijn zij heiligen, al staan ze in geen enkele almanak.
Moge God ons ook maken tot mensen
die iets van zijn liefde tonen in deze wereld!
16 november 2023
Maar er is nog een reden om in elke preek
het hele verhaal van het evangelie te vertellen.
Als predikant moet je er volgens mij altijd van uitgaan
dat er ook ongelovigen in de kerk zitten.
Dat kunnen buitenkerkelijken zijn,
die om wat voor reden dan ook voor het eerst een kerkdienst meemaken.
Het kunnen ook kerkleden zijn die hun leven lang al elke week preken horen,
maar toch nog nooit echt tot geloof gekomen zijn.
Ze hebben het evangelie wel gehoord.
Maar het heeft ze nog nooit echt geraakt.
Ze hebben het nog nooit echt begrepen.
Of ze hebben het nog nooit van harte aangenomen.
Bovendien zijn we allemaal sterfelijke mensen.
Je weet nooit wie van de aanwezige kerkgangers
bij de volgende kerkdienst nog in leven is.
En anders kan er iemand zijn die simpelweg afhaakt
en de volgende keer niet meer komt.
En dan heb ik het nog niets een gehad over de reële mogelijkheid
dat Jezus vandaag of morgen terugkomt
en de genadetijd voor iedereen voorbij is.
Hoe dan ook,
elke preek kan voor één of meer aanwezigen niet alleen de eerste,
maar ook de laatste preek zijn die hij in zijn leven te horen krijgt.
Alleen om die reden al mag je als predikant volgens mij
geen kans voorbij laten gaan om de aanwezigen op te roepen,
nee te bevelen, om zich te bekeren!
Elke preek moet de luisteraar naar huis laten gaan met de wetenschap:
ik moet me nú bekeren. Nu meteen.
Want als ik nog heel even wacht, kan het te laat zijn.
Bovendien is dit in elke preek terugkerend bevel tot bekering
ook heel belangrijk voor hen die wel tot de ware gelovigen behoren.
Want ook als opnieuw geboren christen,
moet je je elke dag opnieuw bekeren.
Bovendien is het belangrijk
dat je jezelf regelmatig onderzoekt of je wel echt een kind van God bent.
Zeker, je mag erop vertrouwen dat je dat bent.
Je mag onbekommerd Gods beloften geloven.
Maar dat mag nooit iets vanzelfsprekends worden.
Want juist dan is de kans groot dat je geloof verdort
en uiteindelijk toch geen echt geloof blijkt de zijn.
Het steeds opnieuw gehoor geven aan de oproep tot bekering
is juist het middel dat Gods Geest wil gebruiken
om de ware gelovigen tot het eind tot te laten volharden
in hun geloof en voor afval te bewaren.
Ik besef dat dit soort preken decennialang juist werd afgekeurd.
Als predikant moest je er juist van uitgaan
dat er alleen echte gelovigen in de kerk zaten.
Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken
dat dit geleid heeft tot een klimaat
waarin eenzijdig het verstand werd aangesproken,
ten koste van het gevoel,
en waarbij het geweten van de mensen onterecht werd gesust
met het idee dat het allemaal wel goed zat.
Kerkgangers werden niet of nauwelijks opgeroepen
zichzelf te onderzoeken óf ze wel echt kinderen van God waren.
Nee, hun werd simpelweg verteld dát ze dat waren.
Zo’n klimaat biedt volgens mij een ideale voedingsbodem
voor luie, oppervlakkige christenen
met weinig besef van de ernst van de zonde
en de diepte van Gods genade.
Daar plukken we nu de wrange vruchten van.
Velen zijn op zoek naar meer bezieling
en meer beleving in het geloof.
Maar in plaats van het te zoeken in de rijke traditie
zoeken ze het in een armoedig surrogaat.
9 november 2023
Als een preek bedoeld is om Gods Woord te brengen,
dan betekent dat dus dat
in een preek in de eerste plaats de Bijbel uitgelegd moet worden.
Tegenwoordig wordt die stap nogal eens overgeslagen.
Het lijkt wel alsof de gekozen Bijbeltekst vaak alleen nog dient
als een kapstok om de preek aan op te hangen.
Het is niet meer de voedingsbodem waar de preek uit opkomt.
Sommigen zeggen ook ronduit dat de exegese, de uitleg van de tekst,
in de studeerkamer moet gebeuren
en dat je daar de kerkganger niet mee moet lastig vallen.
Maar ik ben het daar echt niet mee eens.
Hoe kun je de gemeente Bijbelkennis bijbrengen,
als je ze niet voordoet hoe je de Bijbel moet lezen en interpreteren?
Hoe kun je preken met gezag, als je niet duidelijk maakt
hoe je argumentatie precies in de Bijbel geworteld is?
Wil de luisteraar je woorden als gezaghebbend aanvaarden,
dan moet je hem in de gelegenheid stellen je na te rekenen.
Dat kan alleen als je de luisteraar
de belangrijkste stappen van je exegese laat meebeleven.
Verder leer je volgens mij het meest van een preek als je laat zien
hoe het gekozen Schriftgedeelte past in het geheel van de Schrift
en in het geheel van de geloofsleer.
Leren doe je door wat je nog niet weet te verbinden met wat je al wel weet.
Dat geldt ook voor de geloofsleer en Bijbelkennis.
Om een voorbeeld te noemen,
hoe kun je preken over de menselijke verantwoordelijkheid
zonder expliciet het verband te leggen met leer over uitverkiezing en voorzienigheid?
Misschien dat veel predikanten ervan uitgaan
dat doorgewinterde christenen die verbanden zelf wel leggen.
Maar ik vrees dat de meeste kerkgangers
inmiddels zo weinig kennis hebben dat hun dat niet meer lukt.
Vervolgens een waardevolle drieslag uit de Heidelbergse Catechismus:
ellende, verlossing en dankbaarheid.
Dat wil zeggen dat elke preek moet vertellen hoe zondig we zijn,
hoe we gered worden
en hoe we als bekeerde christenen moeten leven.
Veel mensen willen alleen nog maar het laatste horen.
De eerste twee delen vinden ze gepasseerde stations.
We zijn immers al gered? Dus daar hoeven we het niet meer over te hebben.
Dat is alleen maar deprimerend.
Nú moeten we horen hoe we voortaan als christen moeten leven.
En het liefst op een manier die ons helpt om enthousiaste christenen te worden
die vol vreugde in het leven staan.
Het probleem is alleen dat het zo nu eenmaal niet werkt.
Ook als bekeerde christenen hebben we elke dag weer vergeving nodig.
Preken die ons alleen maar aansporen om als goede christenen te leven,
ervaren we daarom zo maar als een zware last die ons wordt opgelegd
en die we nauwelijks kunnen dragen.
Er worden ons normen voorgehouden waar we niet aan kunnen voldoen.
In plaats van te bemoedigen, ontmoedigen zulke preken juist.
Soms wordt er voor gekozen om de normen maar af te zwakken.
Maar dat lijkt me niet de goede oplossing.
De enige manier om te voorkomen dat een preek ontmoedigt in plaats van bemoedigt,
is het evenwicht bewaren tussen de drie elementen ellende, verlossing en dankbaarheid.
We moeten voldoen aan Gods normen. Maar we kunnen het niet.
Dat wordt ons vergeven.
En we worden vernieuwd, zodat we toch meer willen
en ook gaan voldoen aan Gods normen dan we anders zouden doen.
Dat complete verhaal moet in elke preek terugkomen.
Alleen dan wordt je als gelovige echt bemoedigd
en gesterkt om als christen te leven.
Omdat alleen dit complete verhaal in een christelijk leven ontspanning brengt
en het bewaart voor overspanning.
Wordt vervolgd…
2 november 2023
Laatst las ik een artikel waarin Nederlanders als volgt worden omschreven:
‘ “we” zijn een raar, roekeloos volkje geworden, op zoek naar kicks en sensatie.’
Misschien dat het zelfde geldt voor ons als we luisteren naar een preek.
Want tegenwoordig willen mensen graag dat de preken hun iets doen.
Natuurlijk is dat begrijpelijk en ik kan daar weinig verkeerds van zeggen.
Preken moeten emotioneel raken. Maar preken dienen ook intellectueel uitdagend zijn.
Toch wil men ook graag iets nieuws leren, of geprikkeld worden
om ergens verder over na te denken of er verder op te studeren.
Het geloof is dus een zaak van het hart.
Maar in de Bijbel is het hart de plek waar gevoel én verstand samenkomen.
Een preek moet daarom zowel het verstand als het gevoel aanspreken.
Een dorre dogmatische verhandeling zonder beroep op het gevoel is geen preek.
Maar een emotioneel beladen verhaal dat je tot tranen toe roert,
brengt je uiteindelijk geen stap verder als het niet gebaseerd is
op een betrouwbare uitleg van wat er in de Bijbel staat.
Om te beginnen moet elke preek volgens mij gebracht worden met de pretentie:
‘Zo spreekt de Heer!’
niet te veel afzwakkingen tot het niveau van ‘ik denk, ik vind, volgens mij,’ enzovoort.
Natuurlijk zijn er soms meerdere interpretaties mogelijk
van een bepaald Bijbelgedeelte en dat mag je noemen in de preek.
Een de dominee is een feilbaar en zondig mens die niet boven de gemeente staat
en het is goed als hij dat ook op de preekstoel laat zien.
Maar de boodschap die hij brengt, moet uiteindelijk toch gebracht worden als Gods Woord:
‘Dit is Gods bevel! Dit is wat God van ons vraagt!
En wie hieraan ongehoorzaam is, is ongehoorzaam aan God!
Wie dit niet gelooft, gaat verloren!’
Dat is een enorme lading.
Maar zonder die lading, is de preek niet meer dan een menselijk praatje
waar je een positieve of een negatieve mening over kunt hebben,
maar dat je gemakkelijk naast je neer kunt leggen.
Verder moet een preek echt een preek van nu zijn.
In de eerste plaats qua taalgebruik. Geen ouderwetse taal.
De boodschap moet begrijpelijk zijn voor iedereen die modern Nederlands verstaat.
Maar in de tweede plaats moet een preek ook ingaan
op de vragen en problemen waar mensen nu mee zitten.
Maar dat moet wel gebeuren zonder water bij de wijn te doen.
En met gezag.
Een predikant mag best begrip tonen voor het feit dat kerkmensen
het tegenwoordig moeilijk vinden om zich in hun leer en leven te houden
aan duidelijke Bijbelse normen.
Maar hij moet die normen wel onverkort blijven verkondigen als Gods wil.
Hij moet niet bang zijn om de confrontatie aan te gaan
met het moderne levensgevoel en met populaire opvattingen.
En daarbij is het belangrijk dat een predikant duidelijk en concreet is.
Geen vage termen, om vooral geen ergernis te wekken.
Noem de dingen bij de naam!
Want anders laat je de gemeente in de kou staan.
Wordt vervolgd…