april 2024


 

De musical Jesus Christ Superstar
viel laatst weer behoorlijk in de prijzen, dit keer bij de Musical Awards 2024.
Deze musical – die oorspronkelijk in 1971 voor het eerst het levenslicht zag –
werd door de jaren heen een aantal keren in Nederland op de planken gebracht.

Waar vroeger de gemiddelde christen niet gezien wilde worden,
is tegenwoordig de tone of voice van de christenen een stuk milder geworden.
Er is een ook open en soms zelfs ronduit positieve houding
tegenover de musical vanuit veel christelijke media.
Je ziet daarin een verandering ten opzichte van weleer.
De vraag kan gesteld worden waarom dit zo veranderd is?

De Jesus Christ Superstar van 2024 is niet de Jesus Christ Superstar
die eerder in Nederland werd opgevoerd.
De insteek is net even weer anders dan in oudere versies.
Zo is deze uitvoering ‘rauwer’, aldus het Nederlands Dagblad
en sluit het meer aan op de moderne tijd.
Maar is er inhoudelijk ook veel veranderd?
Is het verhaal bijvoorbeeld nu wel Bijbels te verantwoorden
en wordt aan de goede boodschap van Jezus
en zijn verlossing en genade nu wel recht gedaan?
Is dat waarom de reacties zo open en positief zijn?
Het antwoord daarop moet ‘nee’ zijn.
Zo is er ook in deze editie een romantische spanning
tussen Jezus en Maria Magdalena
en Judas is nog steeds een soort van ‘held’
waar de makers begrip en een zekere sympathie voor proberen te kweken.
Maar wat een groter en meer fundamenteler probleem vormt
is dat het evangelie er niet in zit, ja, dat het zelfs verdraaid wordt.
Zo gaat het nergens over zonde en vergeving.
Ook sterft Jezus niet aan het kruis en dientengevolge is er ook geen opstanding.
Als er in Jesus Christ Superstar iets van een ‘evangelie’ wordt verkondigd
is dat geen Bijbels evangelie.

Wat is er dan veranderd?
Wat wel is veranderd is het Nederlandse christendom.
Zoals ik al eerder schreef dat je als christen
vroeger niet naar deze voorstelling ging vanwege de aard en inhoud,
is het nu best interessant om voor de verandering
het verhaal van Jezus uit dit perspectief te bekijken.
Dat kan dan verrijkend werken voor je eigen visie en geloof.
Ook willen we vandaag minder stellig zijn met ons oordeel,
want wie weet wat voor goeds deze musical
nog kan uitwerken bij mensen?
Misschien komen er wel mensen dichterbij God
of raken ze geïnteresseerd in geloof en Jezus door de voorstelling.
Daar kun je toch niet tegen zijn!
En natuurlijk, daar zit allemaal wel wat in,
ware het niet dat in Jesus Christ Superstar van 2024
nog steeds het evangelie zelf wordt verdraaid en aangetast.
En zoals Paulus ons al leert
moeten we elke evangelie dat niet overeenkomt
met de Bijbelse onderwijzing daarover, pertinent en volledig afwijzen:
‘er is geen andere waarheid!
Mensen brengen jullie in de war.
Zij willen van alles veranderen
aan het goede nieuws over Christus.
Maar wat ik verteld heb, is de waarheid.
Als iemand iets anders vertelt,
dan zal hij door God gestraft worden. ’ (Galaten 1: 7-8)

 

‘De broers vergeven elkaar.’

Op dat moment denk je als lezer en toeschouwer:
Wow!
Alles is nu toch helemaal goed gekomen.
En je denkt te weten hoe dit verhaal verder zal gaan.
Ze vertellen elkaar hoe goed God voor hen is geweest al die jaren.
En als Ezau Jakob uitnodigt met hem verder te reizen naar Seïr,
neemt Jakob de uitnodiging blij en dankbaar aan.
En de twee broers, die jarenlang van elkaar vervreemd zijn geweest,
reizen nu schouder aan schouder samen verder, terug naar huis.
Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen!

Toch is dat niet helemaal hoe het gaat met Jakob en Ezau.
Jakob gaat niet op Ezau’s uitnodiging in.
Hij wijst de uitnodiging ook niet beleefd af maar doet toch weer een ‘Jakobje’, zijn typische handelswijze.
Wat we lezen is dit:
‘Hierna zei Ezau: Laten we verdergaan, ik zal je vergezellen.
Maar Jakob antwoordde:
‘Mijn heer weet hoe zwak kinderen zijn,
en ik heb de zorg voor zogende schapen, geiten en runderen.
Als die ook maar één dag worden opgejaagd, gaan ze allemaal dood.
Laat mijn heer toch voor zijn dienaar uit trekken,
dan zal ik hem op mijn gemak naar Seïr volgen
en mij aanpassen aan het tempo van het vee dat ik bij me heb
en aan dat van de kinderen.
Ezau zei: ‘Laat me dan tenminste een paar van mijn mannen bij je achterlaten.
Maar Jakob sloeg dat af: ‘Waarom al die moeite?
Het is mij voldoende dat mijn heer mij goedgezind is.
Diezelfde dag nog keerde Ezau terug naar Seïr.
Jakob echter reisde naar Sukkot en bouwde er een huis.’ (Genesis 33,12-17).

Jakob is notabene bij de Jabbok door de Heer zelf gezegend.
Hij is ondanks alles zojuist hartelijk en vol liefde en vergevingsgezindheid
in de amen gesloten door zijn broer.
En toegegeven: hij stelt zich in de ontmoeting met Ezau kwetsbaar en nederig op.
Maar toch, heel worden en heel blijven, is en blijft een proces.
Zijn vertrouwen in Ezau en in de zegen van God is kennelijk nog flinterdun.
Hij zegt en belooft het één maar doet toch weer iets anders.
En daarmee beschadigt hij het broze vertrouwen van zijn broer
en zet hij zijn heelheid opnieuw op het spel.

 

Heel worden is geen groots en eenmalig gebeuren.
Het is nooit af.
Ook dat zien we bij Jakob.
Net voor Pniël had hij nog een sluwe strategie uitgezet
om zijn broer gunstig te stemmen.
Hij had een hele stoet aan geschenken vooruit willen sturen
en ook zijn vrouwen en kinderen voorop willen laten gaan.
Zijn minst favoriete vrouw en kinderen voorop,
zijn lievelingen daarachter.
Om tenslotte zelf als allerlaatste zijn broer onder ogen te komen.

Maar na Pniël laat Jakob zijn handige, manipulatieve plannetjes varen.
Hij verstopt zich niet langer voor wie dan ook.
Er staat:
‘Zelf liep hij voor iedereen uit en terwijl hij zijn broer naderde
boog hij zevenmaal diep voorover.
Ezau rende hem tegemoet, sloot hem in zijn armen en kuste hem.
Beiden huilden.’ (Genesis 33,3-4)
Ik moet hierbij sterk denken
aan de terugkeer van de verloren zoon.
In Lukas 15,20 staan soortgelijke woorden:
‘Zijn vader zag hem in de verte al aankomen.
Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af,
viel hem om de hals en kuste hem.’
Jakob is hier als de verloren zoon
die na een jarenlange ballingschap eindelijk thuis komt.
Ezau vervult hier de rol van de barmhartige.
Hij ziet hem aankomen, rent hem tegemoet, omarmt hem,
kust hem en huilt om hem en met hem.

 

We gaan verder met het thema tweestrijd:

Bij Paulus, Jezus en Jakob zien we een tweestrijd.
Paulus lijkt te stikken in zijn tweestrijd en zegt:
‘Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan.’
Maar hij vindt een tweede adem
als hij zich in zijn tweestrijd wendt naar zijn God:
‘God, zij gedankt, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer.’ (Romeinen 7,24-25)
Zo verzoent Paulus zich met zijn gebroken bestaan.
En begint hij aan de mooiste, meest krachtige passage die hij ooit heeft geschreven.
Romeinen 8 dat uitloopt op de vaststelling dat niets,
ook geen enkele tweestrijd,
ons zal scheiden van de liefde van God in Christus Jezus onze Heer.

Jezus wordt innerlijk verscheurd door tweestrijd.
Hij kruipt als een worm door het stof in bloed, zweet en tranen.
Hij hervindt zichzelf als hij zich in zijn tweestrijd
tot driemaal toe wendt naar zijn hemelse vader.
‘Abba, Vader’, horen wij hem bidden in de nacht.
Zo richt hij zichzelf op en zegt daar in Getsemané:
‘Sta op, laten wij gaan.’
Zo verzoent Jezus zich met zijn weg.
Met het kruis dat Hij zal dragen.

En ook bij Jakob gebeurt iets van heelheid juist
in de ontmoeting met de ander.
Eerst wordt hij gedwongen God in de ogen te kijken bij Pniël.
En daarna kijkt hij Ezau in het gezicht.
En voor beide ontmoetingen gebruikt Jakob soortgelijke woorden.
Na Pniël zegt hij:
‘Ik heb God gezien, van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is gered.’ (Genesis 32,30)
En als hij Ezau ontmoet:
‘Ik heb uw aangezicht gezien, alsof ik het aangezicht van God zag
en u bent mij goedgezind geweest.’ (Genesis 33,10)

 

Ze hebben het wel eens over

‘als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’.

Ofwel: nooit, dat kan niet.

Maar toen ik met de Paasdagen hier in de buurt rondreed,

kreeg ik een moment de indruk dat Pasen en Kerst op één dag vielen.

Ik zag namelijk iets, met Pasen dus,

dat mijn gedachten direct naar de Kerst voerde.

Het zal wel een beroepsafwijking zijn…

Wat zag ik dan? Wel, onderweg zag ik verschillende bomen

die bij de grond waren afgezaagd.

Meer boomstronken dan bomen dus eigenlijk.

Maar nu zo mooi: uit die boomstronken groeiden allemaal nieuwe uitlopers,

er kwamen takken omhoog.

Het leven is er niet zomaar onder te krijgen!

Direct moest ik denken aan woorden van de profeet Jesaja

‘er zal een twijg voortkomen uit de afgehakte stronk van Jesse’

woorden die gewoonlijk klinken in de tijd net voor Kerst.

Een belofte in de vorm van een beeld:

als alle hoop vervlogen lijkt, zal er tóch een nieuw begin zijn.

Dat nieuwe begin is dan het kindje Jezus dat geboren wordt met Kerst.

Echter, past dit beeld ook niet prachtig bij Pasen?

De weg van de mensheid lijkt dood te lopen:

mensen gaan voor zichzelf, gebruiken geweld, onderdrukken onschuldigen…

In de kruisiging van Jezus werd het allemaal onthullend zichtbaar,

en anders wel in het wereldnieuws.

Is er dan nog een toekomst?

Of is de mensheid een afgehakte boomstronk waar het niets meer mee wordt?

Maar dan is daar het antwoord van Pasen.

Na Jezus’ kruisiging kwam zijn opstanding.

De boomstronk loopt uit!

Pasen zegt ons: er is een leven dat sterker is dan de dood!

Liefde overwint uiteindelijk de haat.

Er is hoop, want Jezus leeft! Hij als eerste ‘uitloper’,

toont dat er toekomst is bij God vandaan.

Wat zijn die boomstronken dan mooi!

Tekens zijn ze, om nooit op te geven,

maar verwachting te blijven hebben.

Jezus leeft, en deelt leven uit.

Geloof dat maar!