juni 2024


 

De mens heeft issues met grenzen.
Als we iemand grensdoorbrekend, grensverleggend noemen
bedoelen we dat als een compliment.
We leven liefst in een land van onbegrensde mogelijkheden.
Life-coaches vertellen je op hun websites en blogs:
Er zijn geen grenzen.
Alleen die je jezelf oplegt. Grenzen zijn illusies.

Dat grenzeloze mateloze zit ook wel in onze manier van leven.
De drang om steeds iets anders, nieuws, hogers, meer en beters te willen.
Iemand noemde dat: perfectieterreur, opgelegd geluk.
De versnelling van alles lokt uit tot meer en te veel doen in dezelfde tijd.
Het hiernamaals is praktisch uit beeld verdwenen
dus alles moet in dit ene leven worden gepropt.
YOLO, zeggen we dan: you only live once.

En er zit natuurlijk een waarheidselement in.
We kunnen onszelf en elkaar klein houden.
Zo druk in de weer zijn met muurtjes en grenzen,
met verwachtingen en conventies
dat we onszelf en elkaar kortwieken en we nooit echt de vleugels uitslaan.
Dat leidt tot een verkrampt, geremd, benepen leven.
Weer soms nog maar weinig vrijheid en spanning in zit.
En er kan vroeg of laat dan een moment komen
dat ineens de remmen los gaan en je losbreekt uit je kooi.

Maar als de mens zijn grenzen overschrijdt
kan dat negatieve impact hebben op de schepping.
De schepping zucht natuurlijk ook doordat we niet duurzaam leven
en te veel consumeren
wanneer we bossen omhakken zonder nieuwe aanplant aan te brengen.
Of de atmosfeer zo vervuilen dat ze niet meer kan absorberen.
Maar er is ook een bredere impact.
Van wie wij zijn en de keuzes die wij maken.
Grenzen overschrijden is als het kapot maken van een draad in een web van een spin.
Dat ontwricht het hele web.

Ik bedoel niet te zeggen dat natuurrampen altijd rechtstreeks te linken zouden zijn
aan menselijk gedrag en bijvoorbeeld een oordeel of straf is
voor wie erdoor worden getroffen.
Wat ik wel bedoel is dat we de oplossingen voor de milieucrisis
niet alleen gaan oplossen met onderwijs en wetenschap.
Of alleen met voorlichting en bewustwordingscampagnes.
Er ligt een dieper moreel, geestelijk probleem onder.
Wat echt nodig is is een verandering van ons hart.

Waar ben je, roept God.
Waar ben je, het betekent hier: wat bezielt je?
Waar ben je mee bezig? Waar ben je in verstrikt geraakt?
Wat is er met je mens?

God wandelt door de wereld steeds op zoek naar de mens
die zo geneigd is zich in de nesten te werken.
In iedere generatie zoekt hij naar mensen om een verbond mee te sluiten.
Mensen die de schepping willen dienen en bewaken.
Mensen die de grenzen weer in ere herstellen.
Mens, waar ben je, die roep klinkt door de hele schepping heen.
In Romeinen 8, 19 lezen we:
de schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn.
Een paar verzen daarvoor lezen we:
U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven.
U hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn.
De schepping ziet reikhalzend uit naar mensen
die de geest van het zoonschap met zich mee dragen.
En steeds meer leren hun verantwoordelijkheid te nemen.
Mensen, die de stem horen roepen: waar ben je?
En dan uit hun schaamteboom tevoorschijn komen en zeggen:
Heer, hier ben ik, leer mij uw wil te doen.

 

Het gebruik van het woord ‘u’ neemt af in de samenleving,
en het gebruik van ‘jij’ komt er voor in de plaats.
Ik heb er geen cijfers over, maar de tendens is onmiskenbaar.
Wie zei er twee generaties terug jij tegen de juf, of Piet tegen je baas?
Of als ik in mijn eigen leven kijk:
ik moest u zeggen tegen mijn ouders, maar mijn neven nichten zeggen jij
(tegen mij dan, en ook tegen hun ouders…)
Is het erg, zo’n verandering?
Er zijn wel mensen die het een teken vinden van verloedering en verlies van respect.
In sommige gevallen kan dat zo zijn,
maar ik denk dat het te kort door de bocht is om zo meteen in het negatieve te schieten.
In heel veel talen is er niet eens een verschil tussen u en jij!
Denk aan het Engels, daar is iedereen ‘you’.
Belangrijker is waar het verschil tussen ‘u’ en ‘jij’ voor staat.
Daar las ik iets belangrijks over: vroeger was ‘u’ een uiting van respect,
nu is het veelal een uiting van afstand geworden.
Ik denk dat dat waar is.
Tegen je manager mag je ‘jij’ zeggen, tegen een vreemde zeg je ‘u’,
ook al is hij niet hoger in rang.
Dit verklaart ook meteen waarom kinderen geen ‘u’ meer zeggen tegen ouders:
die zijn vertrouwd, niet vreemd.
Wat dat betreft is er iets opvallends.
Nederlandse gelovigen spreken vanouds God aan met ‘U’,
als uiting van respect.
In andere talen die een beleefdheidsvorm kennen,
gebeurt dat echter niet! Duitsers zeggen ‘Du’
en Fransen ‘Tu’ tegen de Allerhoogste.
Als je dat voor het eerst hoort, komt het even vreemd over.
Het geeft een gebed echter wel iets vertrouwds.
Hij is nabij, niet een hoogste instantie ver weg!
Wat dat betreft is het Nederlandse ‘U’
tegen God in gebeden eigenlijk minder passend in onze tijd.
Het straalt meer en meer niet alleen respect uit, maar ook afstand.
Voortaan dan maar ‘Jij’ zeggen als ik bid?
Toch voelt dat niet helemaal goed.
Om maar te zwijgen van de reacties die ik zou krijgen
als ik het in de kerk wilde invoeren…
Lastig, dat ‘u’ en ‘jij’.
Toch maar Engels gaan spreken allemaal?

 

Deze gelijkenis zegt namelijk ook iets over het leven.
Letterlijk zijn de gelijkenissen die Jezus hier,
aan het einde van het evangelie vertelt,
gelijkenissen van het Koninkrijk.
Het leven zoals God het bedoelt, het leven zoals het zou moeten zijn,
kunnen zijn, wordt door Jezus getekend in verhalen
die uit het leven zelf gegrepen zijn.
Verhalen die ieder begrijpen kan,
maar die toch ook weer verborgen diepten hebben.

Hoe dan ook,
de gelijkenis van de talenten is het verhaal van het vertrouwen
dat de heer (de Heer) in zijn mensen stelt.
Ieder naar wat hij of zij aankan.

Waarom groeit het bezit van de eerste twee knechten?
Omdat zij er mee de wereld in gaan.
Omdat zij zich onder de mensen begeven;
handel en wandel en wat al niet meer – het wordt verder niet uitgelegd.
Maar vertrouwen groeit als vertrouwen wordt gedeeld.
Zo is het menselijk leven.
Samen kun je meer; kun je meer dan je dacht aan te kunnen.

Dat doet die derde nu juist niet.
Hij durft de deur niet uit.
Hij begraaf het bezit en kruipt zelf het liefste weg.
Hij blijft alleen, verlegen met zijn bezit,
vertrouwen dat niet wordt gebruikt,
maar omslaat in wantrouwen en angst.

Je krijgt niet meer dan wat je aankan.
Of dat altijd zo is?
Het is moeilijk, eigenlijk onmogelijk,
om dat in zijn algemeenheid te zeggen,
laat staan dat jij dat voor een ander invult.
Misschien kun je het zo zeggen:
het is niet altijd dat je krijgt wat je aankan,
maar het is vaak wel: wat je krijgt, dat kun je aan.
Dat ontdek je pas gaandeweg en achteraf.
Maar dan moet je wel durven gaan.
De derde knecht kan dat niet.
Hij wordt verlamd door angst.
Zo jammer. Tandenknarsend.

Daarom is de boodschap:
Laat je niet verlammen door de angst.
Vertrouw op de Heer, die jou zijn vertrouwen geeft.
Hij weet wat jij aankan.
Hij ziet altijd meer in jou dan jij van jezelf geneigd bent te denken.

Durf daarop te vertrouwen.
Dan zal jouw vertrouwen zich vermenigvuldigen,
in het contact met anderen,
in de zorg en wederzorg,
in hoe mensen voor elkaar bestaan en elkaars bestaan verlichten, verrijken.

Jullie zullen horen dat er oorlog is, of dat er oorlog komt. Maar je moet daar niet van schrikken.             Want dat moet allemaal gebeuren, maar het is nog niet het einde.

Mattheüs 24 : 6

 

De oorlog in Oekraïne is al enige tijd bezig.
En de gebeurtenissen volgen elkaar snel op.
Hoe zal Oekraïne eraan toe zijn, als u dit leest?
Ook de Europese verkiezingen draaien onder andere om dit thema.
Hoe kan Europa zich weren tegen een oorlog en desinformatie.

Over één ding is de Bijbel duidelijk:
oorlogen zijn tekenen van het naderende einde van de wereld.
De profeten zeiden het al en Jezus, de ware Profeet,
zegt het ook in zijn rede over de laatste dingen.
Oorlog betekent heel veel.
Leugenachtigheid, verraad, haat, onderdrukking, vernietiging, moord.
En dat in massale vorm.
Het is de terugkeer van de chaos
en de verdwijning van de mogelijkheid
om te leven en samen te leven.
Het is de vernietiging van Gods goede schepping
door de totale uitbraak van het kwaad.
Maar hoe erg ook, het kan niet anders.
Het zijn de laatste consequenties van de in de zonde gevallen
en van God afgevallen mensheid,
die voor die val en afval de verantwoordelijkheid
en het oordeel moet dragen.
Blijkbaar moet dat.
‘Want dat moet allemaal gebeuren.’
Hoe onbegrijpelijk ook.
Het is de weg van Gods gerechtigheid.
Tot het einde toe.

Een oorlog maakt je vreselijk angstig.
Ieder moment kan de dood en verderf zaaiende bom op jou vallen.
En een bericht over een oorlog geeft al onrust.
Je denkt aan de doden, gewonden, hongerenden, daklozen, vluchtelingen.
Mensen zoals jij.
Hoe dichter bij het is, hoe meer onrust het geeft
en helemaal als het je eigen volk betreft.
Wie te midden van luchtalarm, geluiden van bominslagen,
in puin geschoten flats leeft, kan niet anders denken dan:
dit is het einde.
Het definitieve einde van alles.

Maar ’weest niet verontrust, dit is het einde nog niet.’
Bij God is het einde het nieuwe begin.
De herschepping van alle dingen.
Zijn Rijk van vrede en gerechtigheid.
Oorlogen zijn de geboorteweeën van de nieuwe tijd.
Het einde van Jezus, zijn dood aan het kruis
als veroordeelde misdadiger,
was het nieuwe begin: zijn opstanding.
Dat is de garantie dat het einde niet een oorlog is,
maar de vrede, niet de dood is, maar het eeuwige leven.
God belooft Zijn toekomst voor Zijn kinderen,
die in Jezus de Verzoener van hun zonden zien.
Dat is het einde.
Het einde is goed bij Hem.
Kijk niet vreemd op van oorlogen.
Wees dus niet verontrust en angstig.
Maar houd moed, houd hoop.
Hoop op Hem, die de Alfa en de Omega is:
het begin en het einde.

Voor de fijnproevers, oftewel de ‘uitverkorenen’.

 

Ieder kreeg wat hij aankon.
Maar het teleurstellende is dat de derde knecht dat toch niet aandurft.
Het gaat natuurlijk om die derde.
Hij geeft zelf het antwoord. Hij handelde uit angst.
Of beter, uit angst durft hij niet te handelen.
Hij kiest voor de veilige oplossing.
De derde knecht is er verlegen mee.
Wat hem is toevertrouwd, wordt nooit zijn hart en ziel.
Hij wil er eigenlijk het liefst zo snel mogelijk van af.
Van de andere twee staat dat zij op weg gingen
met het talent dat ze ‘ontvangen hadden’.
Het was een deel van hun leven geworden.
Het vertrouwen dat de heer in hun stelt,
geeft hen kracht en zelfvertrouwen,
dat ze er iets van kunnen maken.
Het geschonken vertrouwen doet hen groeien
en dan groeit het vertrouwen ook.
Van de derde staat er veelbetekenend dat hij besluit
‘het geld van zijn heer’ te begraven.
Het is nooit van hemzelf geweest.
Hij durft het vertrouwen dat de heer in hem stelde niet toe te laten.
Hij blijft gevangen in de angst.
Daarom verbergt hij het in de aarde, zoals je een dode begraaft.
Vandaar ook dat er bij de afrekening staat: ‘hier hebt u uw talent terug’.
Het is nooit iets van hem zelf geworden.
De angst regeert zijn leven;
blokkeert hem zodat hij vergeet te handelen.
Apathisch.

Nu blijf ik eerlijk gezegd moeite houden met dat slot.
Angstige mensen moet je juist niet gaan dreigen en straffen;
dat werkt eerder averechts zou ik denken.
Het wringt ook met het beeld van de heer
die vol vertrouwen met zijn mensen omgaat.

De andere kant is dat die strenge reactie
misschien een beeld is van de diepe teleurstelling,
die dus voor ons een waarschuwing is.
Laat je niet leiden door angst; heb vertrouwen;
durf daarvan te leven.
Je kunt altijd meer dan je zelf dacht aan te kunnen.