Deze gelijkenis zegt namelijk ook iets over het leven.
Letterlijk zijn de gelijkenissen die Jezus hier,
aan het einde van het evangelie vertelt,
gelijkenissen van het Koninkrijk.
Het leven zoals God het bedoelt, het leven zoals het zou moeten zijn,
kunnen zijn, wordt door Jezus getekend in verhalen
die uit het leven zelf gegrepen zijn.
Verhalen die ieder begrijpen kan,
maar die toch ook weer verborgen diepten hebben.

Hoe dan ook,
de gelijkenis van de talenten is het verhaal van het vertrouwen
dat de heer (de Heer) in zijn mensen stelt.
Ieder naar wat hij of zij aankan.

Waarom groeit het bezit van de eerste twee knechten?
Omdat zij er mee de wereld in gaan.
Omdat zij zich onder de mensen begeven;
handel en wandel en wat al niet meer – het wordt verder niet uitgelegd.
Maar vertrouwen groeit als vertrouwen wordt gedeeld.
Zo is het menselijk leven.
Samen kun je meer; kun je meer dan je dacht aan te kunnen.

Dat doet die derde nu juist niet.
Hij durft de deur niet uit.
Hij begraaf het bezit en kruipt zelf het liefste weg.
Hij blijft alleen, verlegen met zijn bezit,
vertrouwen dat niet wordt gebruikt,
maar omslaat in wantrouwen en angst.

Je krijgt niet meer dan wat je aankan.
Of dat altijd zo is?
Het is moeilijk, eigenlijk onmogelijk,
om dat in zijn algemeenheid te zeggen,
laat staan dat jij dat voor een ander invult.
Misschien kun je het zo zeggen:
het is niet altijd dat je krijgt wat je aankan,
maar het is vaak wel: wat je krijgt, dat kun je aan.
Dat ontdek je pas gaandeweg en achteraf.
Maar dan moet je wel durven gaan.
De derde knecht kan dat niet.
Hij wordt verlamd door angst.
Zo jammer. Tandenknarsend.

Daarom is de boodschap:
Laat je niet verlammen door de angst.
Vertrouw op de Heer, die jou zijn vertrouwen geeft.
Hij weet wat jij aankan.
Hij ziet altijd meer in jou dan jij van jezelf geneigd bent te denken.

Durf daarop te vertrouwen.
Dan zal jouw vertrouwen zich vermenigvuldigen,
in het contact met anderen,
in de zorg en wederzorg,
in hoe mensen voor elkaar bestaan en elkaars bestaan verlichten, verrijken.