De moeite van gebed en geloof is een heel specifieke moeite.
Het is niet de moeite van het leren
van nieuwe dingen, die vraagt om oefening.
In die zin is bijvoorbeeld het leren zeilen, preken moeilijk.
Het is ook niet de moeite van de inspanning en motivatie,
die vraagt om vastberadenheid en doorzettingsvermogen.
In die zin kost, letterlijk,
bijvoorbeeld het spitten van de tuin moeite;
in figuurlijke zin geldt dat bijvoorbeeld voor een moeilijk gesprek.
Ten slotte is het ook niet de moeite van het begrijpen,
die vraagt om aanleg en om intellectuele helderheid.
In die zin kost, voor sommigen, bijvoorbeeld
de abstractie van de wiskunde moeite.
De moeite waar het hier over gaat,
de moeite van de Godsontmoeting,
is de moeite van de innerlijke ervaring,
die een mens vooral overkomt.
Het gaat hier om een ‘passieve’ moeite,
in de Griekse betekenis van het woord:
ondergaan, ervaren.
Daarin spelen de andere elementen natuurlijk wel een rol,
maar zij vormen niet de diepste betekenis.
Oefening, vastberadenheid en doorzettingsvermogen,
intellectuele verheldering:
het zal de moeite ten diepste niet wegnemen.

De moeite van deze innerlijke ervaring
heeft te maken met de ongrijpbaarheid van God,
en die ongrijpbaarheid is blijvend.
Ook de christelijk beleden genadevolle mogelijkheid
om God zélf te ontmoeten neemt haar niet weg.
Integendeel: dat verscherpt juist.
Blijkbaar is de God die ons wil ontmoeten
ook een God die onkenbaar blijft.
Karl Rahner, een Duits rooms-katholiek theoloog,
heeft hier over nagedacht en zegt dan dat God zich ‘mededeelt’ en bekendmaakt:
maar dat God altijd ook ‘onderscheiden’ en dus onbekend blijft.

Dat dubbele van God probeert Rahner te begrijpen
met de woorden ‘het heilige geheim’.
God is een geheim, in de zin dat het begrip van God
en het contact met God nooit alomvattend en volledig zijn.
Dat die God zich toch laat kennen, ja:
de mens bevestigt in de openheid voor Hem,
kan alleen maar als pure liefde beschouwd worden.
Dat is volgens Rahner het ‘heilig’ geheim’.

Maar dat laat onverlet
dat de moeite met God heel concreet voorkomt.
Ook Rahner observeert het bij tijdgenoten die proberen te bidden:

Het gebed schijnt voor de mensen van deze tijd een monoloog
of, in het beste geval, een gesprek met zichzelf,
en niet een gesprek dat men serieus
en zonder al te veel voorbehoud een tweegesprek,
een dialoog, zou kunnen noemen. (…)
Dat de persoonlijke God door ons aangesproken kan worden,
dat blijft duister; en vooral dat hij antwoordt
als hij aangesproken wordt, en niet blijft zwijgen,
dat zou in ieder geval duidelijker gemaakt moeten worden’.

Men ervaart heel duidelijk, dat God anders is dan al het andere,
anders dan de vele concrete dingen in het bestaan.
Ook Rahners eigen ervaring getuigt van moeite met God.
Hij bidt en schreeuwt tot God:

‘God van mijn leven!
Maar wat zeg ik dan, als ik u mijn God,
de God van mijn leven noem?
Zin van mijn leven?
Doel van mijn levenswegen? …
God van mijn broeders? God van mijn voorvaders? …
nooit zou ik u met één van die woorden volledig uitdrukken.
Maar waarom begin ik er dan eigenlijk aan
om met u over u te spreken?
Waarom kwelt u mij met uw oneindigheid,
als ik die toch nooit kan uitmeten? …
Heer, wat wordt mijn geest radeloos,
als ik over u met u praat!
Hoe kan ik u anders noemen dan de God van mijn leven?
Maar wat heb ik daar dan mee gezegd,
als immers toch geen naam u benoemt?’

Het kennen van God
blijkt meteen ook de ‘kwelling’ van de ervaring
dat God mijn kennen overstijgt.
Dat geldt bovendien niet alleen voor het gebed,
maar voor heel het christen-zijn.
Rahner aarzelt niet om te stellen dat christenzijn
ons brengt naar de

donkere afgrond van de woestijn,
ja zelfs: dat God die donkere afgrond is.
En die donkere afgrond wordt niet straks, ooit eens,
tot een met licht overgoten vlakte,
als we namelijk God in zijn hemelse heerlijkheid mogen aanschouwen
van aangezicht tot aangezicht.
Integendeel: dan zal de stekel van Gods onbegrijpelijkheid
pas echt duidelijk worden’.

De hemel biedt volgens hem in dezen dus geen hoop.

(dit draadje pak ik begin volgend jaar weer verder op)