The Old Chapel at Rame Head in Cornwall (één van de filmlocaties van Het Zoutpad)
De waarheid achter het boek en de feelgoodfilm van de zomer 2025 The Salt Path (Het Zoutpad) werd kortgeleden in twijfel getrokken. Waarschijnlijk ook gedreven door de komkommertijd, was het verhaal niet uit de media te slaan. Er rezen serieuze vragen over de eerlijkheid van The Salt Path. Kritiek op het verhaal van Raynor Winn over haar wandeling langs de kust van het zuidwesten samen met haar zieke echtgenoot Moth, was de afgelopen tijd zeer fel. Onderzoeken die de echte namen van het duo, hun financiële geschiedenis en de medische onwaarschijnlijkheid van de omkeer in Moths degeneratieve aandoening – zoals beschreven in het boek – onthulden, brachten duizenden lezers tot woede en teleurstelling over het feit dat ze bedrogen waren. Maar erin trappen en ervan leren hoort bij het mens-zijn: een les in hoe je verstandiger kunt vertrouwen, in plaats van helemaal niet te vertrouwen.
Dit soort reacties nodigen ons ook uit om te verklaren hoe sommige van de twee miljoen lezers van The Salt Path het verraad dat sommige voelden. Zij investeerden emotie en empathie in het opbeurende verhaal van een door nood getroffen stel dat troost vindt in de natuur. Want de identificatie met het doorsnee duo op middelbare leeftijd in de verhalen en de overtuiging dat een lange tocht door het zuidwesten een wondermiddel is tegen dakloosheid, financiële problemen en een degeneratieve medische aandoening, maakt de voormalige fans van The Salt Path niet zielig, maar juist prachtig menselijk.
De reputatie van auteur Raynor Winn ligt aan flarden, verscheurd door de onthullingen die aan het licht zijn gekomen door meedogenloze onderzoeksjournalistiek.
Het hartverwarmende verhaal over hoe een stel te maken krijgt met financiële ondergang, dakloosheid en een terminale ziekte tijdens een wandeling over het South West Coast Path, is een inspiratiebron geweest voor velen die het boek hebben gelezen of de film hebben gezien, of allebei. Het verhaal werkt omdat het ons een leven laat zien dat we kennen, de levens die we leiden.
Maar nu moet het in een heel ander licht worden gezien.
Zeker, het artikel onder de kop in The Observer was grondig onderzocht, zorgvuldig opgebouwd en compromisloos in de beweringen die de ontdekkingen, observaties en commentaren op het verhaal impliceerden.
‘… niet haar echte naam
‘… ze was een dief… verduisterde het geld’
‘… gearresteerd en verhoord door de politie’
‘… vijf vonnissen van de rechtbank’
‘… ze bezaten land in Frankrijk’
‘… negen neurologen… waren sceptisch’
Punt voor punt wordt het verhaal achter Het Zoutpad uit elkaar gehaald.
Ten eerste zijn Raynor en Moth Winn niet de ‘echte’ namen van Sally en Tim Walker.
Ten tweede onthulde The Observer dat het echtpaar financiële problemen had om andere redenen dan de mislukte zakelijke investering die ze beweerden te hebben. Als parttime boekhouder voor een makelaar en taxateur werd Sally ervan beschuldigd £64.000 van de rekeningen van het bedrijf te hebben weggesluisd. Hierover werd gemeld dat ze door de politie was gearresteerd en verhoord.
Ten derde waren het de oplopende schulden die ze hadden door de schikking met haar voormalige werkgever, naast andere schulden, die er feitelijk toe leidden dat hun huis in beslag werd genomen en ze dakloos werden. Dus niet de mislukte zakelijke investering.
Ten vierde waren ze niet echt dakloos, aangezien ze een woning bezaten in Frankrijk, in de buurt van Bordeaux. Hoewel deze in vervallen staat en onbewoonbaar was, hadden ze eerder ter plaatse in een caravan gewoond.
En dan ten slotte, in een onthulling die de kern van het verhaal van hun gezamenlijke reis ondermijnde, merkten medische experts op dat het uiterst twijfelachtig was dat Moth al 18 jaar aan corticobasale degeneratie (CBD) leed. De journalist had met negen neurologen contact gehad, en dit was de de consensus. Niet alleen waren Moths symptomen niet wat verwacht werd, de normale levensverwachting met de aandoening was ook tragisch kort: zes tot acht jaar.
The Observer, dat verschillende onderdelen van het onderzoek samenvoegende, legt de lat hoog wat betreft het belang van ‘waarheid’: Het is onacceptabel dat er een idee van waarheid wordt aangepraat wanneer belangrijke passages in het boek verzonnen zijn. Er zijn zowel ‘…zonden van nalatigheid als van nalaten’:
‘Het verhaal bevat ongetwijfeld elementen van waarheid, maar het geeft ook een verkeerd beeld van wie ze waren, hoe ze aan hun reis begonnen en de financiële omstandigheden die de achtergrond vormden.’
Maar denk ik dan: het leven is echter ingewikkeld en er zijn altijd twee kanten aan een verhaal.
In een reactie op haar website beantwoordt Raynor Winn elk van de beschuldigingen één voor één. Te midden van de storm van venijn en bedreigingen die online door het artikel werd ontketend, protesteert ze dat ‘… [het] grotesk oneerlijk en zeer misleidend is en erop gericht is mijn leven systematisch te ontleden.’
Het meest verontrustend is hoe Moth getraumatiseerd is door de suggestie dat zijn diagnose verzonnen is. Naast haar verklaring online heeft Winn brieven van de neurologen die Moth behandelen geplaatst, die zijn diagnose en het verhaal in het boek bevestigen.
Wat betreft de beschuldigingen van verduistering, geeft ze toe dat er problemen waren met een voormalige werkgever. Er werden beschuldigingen ingediend bij de politie en ze werd erover ondervraagd. Er werd echter geen aanklacht ingediend en er werd een schikking getroffen, waaronder het terugbetalen van geld.
‘Alle fouten die ik in de loop der jaren op dat kantoor heb gemaakt, betreur ik ten zeerste, en het spijt me oprecht.’ zegt Raynor Winn
Dit was echter niet de mislukte zakelijke deal die aan de basis lag van hun financiële problemen en die hun dakloosheid en zo het Salt Path-verhaal in gang zette.
Winn meldt dat het pand in Frankrijk een eigen, losstaand verhaal. Toen ze op het dieptepunt van hun problemen overwogen het te verkopen, schatte een lokale Franse makelaar het als vrijwel waardeloos en vond het zinloos om het op de markt te zetten.
Uiteindelijk kozen ze ervoor om zichzelf niet failliet te laten verklaren en hun schulden kwijt te schelden. In plaats daarvan sloten ze een overeenkomst met hun schuldeisers voor minimale aflossingen. Het succes van het boek heeft ervoor gezorgd dat al hun schulden zijn kwijtgescholden.
Wat resteert is de impliciete beschuldiging dat ze niet zijn wie ze beweerden te zijn, dat ze zich verschuilen achter pseudoniemen en niet hun ‘echte’ namen gebruikten. Ze legt uit dat de reden waarom Sally Ann en Tim Walker Raynor en Moth Winn heten, eigenlijk heel eenvoudig is.
In de beginjaren van hun relatie vertelde ze Moth hoezeer ze het niet prettig vond om Sally Ann genoemd te worden en dat ze liever de achternaam Raynor had gehad. Moth noemde haar vanaf dat moment Ray. Winn is haar meisjesnaam. En wat Moth betreft, zijn naam is Timothy dus Moth is op TiMOTHy te herleiden.
Nadat ik het boek had gelezen en de film eerder deze zomer had gezien, was ik vooral onder de indruk van The Salt Path. De menselijkheid van hun verhaal, de reis die ze hadden gemaakt en de inzichten in een goed geleefd leven die het bood.
Toen de bom van The Observer barstte, zakte mijn hart in mijn schoenen. Moraalridders klommen hoog te paard en Raynor Winn werd publiekelijk aan de schandpaal genageld.
Ze trok zich vervolgens terug uit haar aanstaande Saltlines-tournee, waarbij ze tijdens een reeks evenementen voor zou lezen uit haar boeken. Uitgeverij Penguin werd ook opgeroepen om de publicatie van haar volgende boek, dat in oktober zou verschijnen, te annuleren.
Echter, terugkijkend op de onthullingen over het Salt Path-verhaal, vind ik het verhaal nog beter. En om precies dezelfde redenen als voorheen. Omdat het ons het leven weerspiegelt zoals we dat kennen, zoals de levens die we leiden.
Om te beginnen is het leven rommelig. Soms is het zelfs troebel, vol misverstanden, verkeerde interpretaties en geconstrueerde verhalen. Ja, wie van ons heeft nog nooit een fout gemaakt, een verkeerde beslissing genomen of een verkeerde keuze gemaakt, ‘uit zwakte, uit onwetendheid of door onze eigen opzettelijke schuld’? Lijken in vele kasten hebben we allemaal, toch?
En vervolgens, op basis daarvan, creëren we allemaal ons eigen levensverhaal. Of het nu gaat om het samenstellen van onze online aanwezigheid met de afbeeldingen die we op sociale media plaatsen, of de anekdotes die we delen en het gezicht dat we laten zien aan degenen die deel uitmaken van ons dagelijks leven. De aantrekkingskracht is altijd gericht op een versie die ons in het beste daglicht stelt.
Sterker nog, het kan zelfs gaan om de verhalen die we over onszelf vertellen, over onszelf. De interpretatie van wat ons is overkomen en waarom. Interpreteren hoeveel van onze ervaring te danken is aan wat ons is aangedaan of het resultaat is van onze eigen verantwoordelijkheid.
Wanneer we dus de verleiding voelen om iemand af te schrijven vanwege wat hij of zij heeft gedaan, doen we er goed aan om te reflecteren op onze eigen ervaring. Dan zijn we misschien wel dankbaar dat we niet zijn afgeschreven vanwege onze eerdere misstappen. Dit verhaal houdt onszelf dus ook een spiegel voor. Want ondanks het feit dat ze decennialang in kleine, landelijke gemeenschappen hebben gewoond, heeft niemand tijdens de hele controverse rond The Salt Path bijvoorbeeld gezegd dat de Winns of de Walkers misschien wel goede buren waren. Hierover spreken zou zomaar hun volgende avontuur of weer een bestseller kunnen worden.
Verder denk ik aan hoe Jezus zich in zulke omstandigheden gedroeg. Toen een zelfingenomen groep mensen in de Bijbel in Johannes 8 snel een oordeel wilde vellen over de gebrekkige seksuele keuzes van een vrouw, moedigde Jezus degenen die geen schuld hadden aan om als eersten in actie te komen. Langzaamaan beseften ze allemaal wat hij zei en dropen af.
Ik heb het onderstaan gebed van boetedoening altijd enorm nuttig gevonden. Het houdt ons gegrond in de realiteit van onze eigen ervaring en zou ons moeten waarschuwen om anderen niet af te schrijven:
‘Almachtige God, onze hemelse Vader, wij hebben tegen U gezondigd en tegen onze naaste in gedachten, woorden en daden, door nalatigheid, door zwakheid, door onze eigen opzettelijke fout. Het spijt ons oprecht en we berouwen al onze zonden. Omwille van uw Zoon Jezus Christus, die voor ons gestorven is, vergeef ons al het verleden en geef dat wij U mogen dienen in een nieuw leven tot eer van uw naam. Amen.’
Voor al onze lijken in al die kasten is er vergeving.
Voor wat voor ons ligt, hebben we de mogelijkheid om opnieuw te beginnen.
Het Zoutpad (The Salt Path) is een internationale bestseller en is zelfs verfilmd. Maar hoe kan het dat de memoires van een echtpaar van middelbare leeftijd dat het South West Coast Path bewandelt, toch zo’n impact hebben?
Nou, omdat we ons kunnen herkennen in het verhaal. Het klinkt oprecht. Het gaat over het leven zoals we dat kennen, ook al hebben we de 1014 kilometer van het pad niet van begin tot eind afgelegd; Een reis die gelijkstaat aan het vier keer beklimmen van de Mount Everest.
In de aanloop naar hun wandeling krijgen Raynor (Ray) en Moth Winn een reeks klappen te verduren. Ze raken bankroet en dakloos, en worstelen met een verslechterende gezondheid.
En op het punt dat de deurwaarders aan de deur kwamen om beslag te leggen op hun boerderij, ziet Ray een oud boek liggen: 500 Hundred Mile Walkies van Mark Wallington, en ze raakt geïnspireerd.
Zij zegt tegen Moth: ‘We zouden gewoon kunnen gaan lopen.’
En dat deden ze.
Maar welke waarheden over het leven en onze menselijke ervaring onthult dit verhaal dan voor ons?
Ten eerste dat leven onzeker is. Want er gebeuren nare dingen in ons leven. Soms veroorzaken we het zelf, als gevolg van verkeerde of ondoordachte beslissingen. Een andere keer is het volkomen onverdiend. Het leven keert zich tegen ons en bijt ons hard in de kuiten. We blijven achter met een verdoofd hoofd en tollen rond met de aanhoudende maar onbeantwoorde vraag: ‘Waarom ik?’
Voor Ray en Moth Winn is het mislukte een investering in het bedrijf van een goede vriend. De deal die de vriend smeedde, maakte Ray en Moth verantwoordelijk voor alle schulden van zijn bedrijf. Het einde van een lange juridische strijd en betekende dat ze alles verloren: hun boerderij, hun huis, hun bedrijf én de goede vriend.
Maar diezelfde week bevonden ze zich ook in een ziekenhuis in Liverpool waar ze de diagnose kregen voor de chronische schouderpijn van Moth. Het was niet een vermoedelijke zenuwschade, maar eerder de fatale neurologische aandoening corticobasale degeneratie: CBD.
En of het nu gaat om het South West Coast Path of de bekende details van ons eigen leven, we kunnen nooit volledig anticiperen op morgen. We weten niet wat er achter de volgende landtong ligt of welke onaangename verrassingen het leven ons kan brengen. Nee, we moeten in het nu leven. Het heeft geen zin om ons zorgen te maken over morgen; We kunnen alleen in vandaag leven.
Of zoals Ray tegen het einde van hun tocht memoreerde:
‘Deze seconde in de miljoenen seconden was de enige, de enige waarin we konden leven.’
Want wie ben ik werkelijk?
Aan het begin van het boek herinnert Ray zich: ‘Ik heb ooit een lezing van Stephen Hawking bijgewoond, waarin hij zei: ‘Het is het verleden dat ons vertelt wie we zijn. Zonder het verleden verliezen we onze identiteit.’ Misschien probeerde ik mijn identiteit te verliezen, zodat ik een nieuwe kon verzinnen.’
Wie zijn we als alles ons ontnomen wordt? Wat definieert ons? Dakloosheid en werkloosheid, vragen over waar we vandaan komen en wat we doen zijn niet alleen ongemakkelijk, ze creëren ook een existentiële leegte.
Ray en Moth, die vaak voor zwervers worden aangezien, merkten dat mensen hen anders behandelden: Sommigen vertrokken stilletjes, en met het oog op de ziekte van Moth waren anderen nog directer: ‘Compleet onverantwoord!’ Maar het oordeel van anderen bepaalt niet wie we zijn. Maar wie waren zij eigenlijk in deze nieuwe wereld van hen?
En dan is er nog de impact van een verslechterende gezondheid. Elke fase van achteruitgang belooft te ondermijnen wat er fysiek mogelijk is en vereist een herdefiniëring totdat er helemaal niets meer over is.
Maar identiteit gaat dieper dan dat. Het vormt de kern van wie we zijn, in ons diepste wezen. Het is de som van onze ervaringen en keuzes, onze successen en mislukkingen, van wat we met plezier hebben omarmd en wat het leven ons onverwachts heeft toegeworpen. We zijn unieke individuen met intrinsieke waarde, waarde en waardigheid. Mensen die liefhebben en bemind worden.
Aan het einde van het pad mijmert Ray:
‘De meeste mensen gaan hun hele leven door zonder hun eigen vragen te beantwoorden: Wat ben ik, wie heb ik in mij? De grote dingen. Wat een verspilling.’
Misschien is dat één van de aantrekkelijke kanten van wandelen het ruimte maken is: ruimte om de afleidingen en drukte van ons extreem compliceerde leven te vergeten, zodat zelfontdekking kan intreden.
Maar hoe krijg je het voor elkaar om 1000 kilometer te lopen? Hoe kun je de eisen voldoen van het beklimmen van onbekende heuvels en kliffen en het navigeren door hun kloven en ravijnen?
En bovendien het beruchte Engelse weer trotseren? En dat met weinig geld en alleen een tent als rustpunt: als het regent, word je nat en blijf je nat, en als het koud is, ril je en trek je zoveel mogelijk lagen kleding aan. Zélfs in augustus kan het een uitdaging zijn.
Wandelen, eten, slapen en dat maar blijven herhalen. Soms is het enige wat je kunt doen, de ene voet voor de andere zetten.
‘Elke stap had zijn eigen resonantie, zijn moment van kracht of mislukking. Die stap, en de volgende en de volgende en de volgende, was de reden en de toekomst. Elke dag overleefd was een reden om de volgende te overleven.’
Ja, er is altijd keuzevrijheid. Er is altijd de mogelijkheid om vandaag te kiezen welk pad je wilt bewandelen en met welke houding. Toegeven of doorgaan, defaitistisch of hoopvol zijn, klagen of gul zijn; Die keuzes zijn er altijd, zelfs als ze beperkt zijn. Zelfs na oneerlijke beslissingen en onverwachte tragedies kiezen we vandaag de weg die we nemen. En soms is dat alles wat we kunnen opbrengen.
Het verhaal van Ray en Moth zit vol momenten van vriendelijkheid en warmte. Van de verliefde serveerster die hen de overgebleven pasteitjes van de dag toestopt tot de vrijgevigheid van een hippiecommune: er is een terugkerend thema dat een onderliggende goedheid in de aard van mensen weerspiegelt. En vaak zijn het degenen met het minste die het meest vrijgevig en attent blijken te zijn.
Meer dan eens delen Ray en Moth zelf hun schamele voedselvoorraad – met name hun kostbare fudgerepen – met mensen die in een onzekerdere situatie verkeren dan zijzelf. Een andere keer belanden ze in een gespannen en potentieel gewelddadige situatie met een jonge vrouw, die het slachtoffer is van een gewelddadige relatie. Ze bieden haar gezelschap aan en een uitweg en betalen uiteindelijk haar busreis van £5 om naar haar familie te gaan.
Er is iets hartverwarmends aan vriendelijkheid, iets verheffends. Zowel de gever als de ontvanger voelen zich bemoedigd, lichter en gelukkiger. Het gezegde ‘het is ‘beter te geven dan te ontvangen‘ blijkt de tand des tijds te hebben doorstaan.
Vriendelijkheid blijkt dieper in de aard der dingen te zitten, dan we ons kunnen voorstellen.
The Salt Path gaat over de relatie tussen Ray en Moth: Hoe ze onvoorstelbaar moeilijke omstandigheden trotseren en er samen een weg doorheen vinden. Dit is een diep hoopvol verhaal. En daaruit kunnen wij ook hoop putten.
Er was niets religieus aan wat ze deden of zoals in het boek klinkt: ‘Het is toch geen pelgrimstocht?’
Aan de ene kant is het puur een reactie op wanhoop. Maar te midden van dit alles hebben ze elkaar. Tweeëndertig jaar samen, begonnen ze hun relatie toen Ray 18 was, en ze zijn nog steeds diep verliefd. Ze belichamen de waarden die in de huwelijksgeloften zijn vastgelegd:
‘… om te hebben en te houden vanaf deze dag, in voor- en tegenspoed, in rijkdom en armoede, in ziekte en gezondheid, om te beminnen en te koesteren, tot de dood ons scheidt…’
Nee dat is geen slap sentimenteel gewauwel, maar eerder liefde die zichzelf bewijst in het licht van de aanval van ‘het ergere… het armere…’ van ‘de ziekte… de dood’.
Het einde van hun reis bracht Ray tot het besef: ‘Ik was thuis, er was niets meer te zoeken, zij was mijn thuis.’
of zoals een oude Bijbelse dichter ooit eens schreef:
‘Draag mij als een zegel op je hart, als een zegel op je arm. Sterk als de dood is de liefde, beklemmend als het dodenrijk de hartstocht. De liefde is een vlammend vuur, een vuurgloed van de HEER. Zeeën kunnen haar niet doven, rivieren spoelen haar niet weg. Zou een man met al zijn rijkdom liefde willen kopen, dan werd hij smadelijk veracht.’ (Hooglied 8)
Het boek wekt herkenning op omdat ze ons het leven dat we kennen, omdat het de levens die we leiden, weerspiegelt. Ja, onze levens zijn als het ware aanwezig in de keuzes die Ray en Moth maken, maar dat verheldert de zaken voor ons. De meesten van ons zullen zich nooit in dezelfde situatie bevinden als zij, maar we kunnen ons inleven. De meesten van ons zouden nooit overwegen om te doen wat zij deden, zelfs als we dat wél waren. Maar ondanks alles zien we het, begrijpen we het en lijkt het logisch.
Voor mij speelt het meest aangrijpende en veelzeggende moment van het verhaal zich af als Moth zegt:
‘Als het zover is, het einde, wil ik dat je me laat cremeren. Bewaar me dan ergens in een doos, en als je doodgaat, kunnen de mensen ook jou erin stoppen, ons dan door elkaar schudden en ons samen op pad sturen. Zo kunnen ze ons naar de kust laten gaan, in de wind, en samen vinden we de horizon.’
NASCHRIFT Recentelijk zijn er twijfels gerezen over de de waarachtigheid van delen van dit verhaal. Ja, als deze kritiek waar is doet het zeker iets af van het verhaal. Toch denk ik dat de onderliggende ervaringen of ze nu fictief of niet-fictief zijn blijvende universele zeggingskracht mogen hebben die mensen kan bemoedigen. Daarover in mijn volgende webpost.
Iemand anders die zich kort na de eeuwwisseling tot het christendom werkte op de Zuidas vertelde mij over zijn leven: Het enige doel van zijn kantoorethos was om in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk geld te verdienen; Mede-werknemers verdwenen op vrijdagmiddag in toilethokjes om drugs te snuiven.
Als nieuwe bekeerling verliet híj daarentegen het kantoor om tijdens de lunchpauze de mis bij te wonen. Dat voelde enorm tegencultureel. ‘Ik las’ zei hij ‘bij Dietrich Bonhoeffer dat wanneer Christus een man roept, gebiedt Hij hem te komen en te sterven.’
Een jaar later zegde hij zijn baan op om theologie te studeren.
De apostelen van Jezus legden destijds hun netten niet neer om vissers van mensen te worden. De mystici putten zichzelf uit door te vasten; dat deden ze niet om onze vrijheid van meningsuiting te verdedigen. De martelaren stierven niet voor de goede onderwijsresultaten van stabiele gezinnen. Centraal in alles wat beweert christelijk te zijn, moet altijd de verstorende realiteit staan van levens die worden geleefd en samenlevingen die worden geleid op manieren die niet onze keuze zijn.
Al deze gedachten kunnen in een notendop worden samengevat, maar verder ook eindeloos worden uitgewerkt. De korte versie zou een bekentenis moeten bevatten dat ons leven een doel heeft. Nadenken over de verdwijning van het christendom is van belang omdat de kerk het stevigste vat is voor het behoud van waarden zonder welke de beschaving zal vergaan. Én omdat de christelijke leer verder gaat in het volhouden dat onze menselijke zoektocht naar liefde en vreugde één is met de orde en het doel van de wereld als Gods schepping.
Laatst zat ik op een mooie zomeravond in de tuin, genoot van een goed boek en de rust om mij heen. Maar plotseling werd ik opgeschrikt door een zoemend geluid – ik dacht dat we al weer last kregen van wespen; ik had namelijk wat zoetigheden op tafel staan. Ik keek om me heen om de wespen te ontdekken, maar ik kon niets waarnemen. Uiteindelijk keek ik omhoog: Het geluid was niet afkomstig van wespen, maar van een drone die boven mijn hoofd zweefde. Ik zal die sensatie nooit vergeten; het griezelige gevoel dat iets je in de gaten hield.
In een recent verslag over de oorlog in Oekraïne documenteert een journalist het inmiddels wijdverbreide gebruik van drones. De journalist schuilt met Oekraïense soldaten onder de dekking van het bos terwijl een Russische drone het gebied scant. Ten langen leste kunnen ze naar hun auto vluchten, waarin een AI-stem zegt: ‘Detection: multiple drones, multiple pilots, high signal strength‘, terwijl ze rondom je heen zoemen. Dit is het nieuwe tijdperk van geheime oorlogsvoering, waarbij de vijand toeslaat zonder gemakkelijk te identificeren te zijn. Je hoort het gezoem, maar de bron is ongrijpbaar.
In de komende jaren zal dit soort psychologische oorlogsvoering zijn intrede doen in Westerse steden. Terroristische aanslagen zullen verschuiven van persoonlijke confrontaties naar anonieme aanvallen op afstand: drones die vanuit het buitenland naar steden vliegen om burgers aan te vallen, of zwermen drones die massale aanvallen uitvoeren in dichtbevolkte stadscentra. Het doel zal zijn om psychologisch trauma op grote schaal te veroorzaken. Burgers zullen aarzelen om hun huis te verlaten, overgevoelig voor het gezoem van anonieme drones in hun eigen wijk. Volgens Michiel Driebergen gebeurd dit al Oekraïense steden. En onlangs heeft Iran verklaard dat geen enkele Amerikaanse, Britse of Franse basis veilig is voor represailles in de Israëlisch-Iraanse oorlog. Het is dan ook niet moeilijk voor te stellen dat ook Westerse steden binnenkort als legitieme doelwitten zullen worden beschouwd.
We gaan een tijd van geïntensiveerd conflict tegemoet, waarbij nationale veiligheid het dominante kader voor beleidsvorming wordt. ‘Veiligheid’ zal beleidspunt nummer één worden van de overheid en ook de komende verkiezingen zullen ook draaien om de vraag welke partij en leider de Nederlanders het beste kan beschermen tegen externe bedreigingen. In deze context worden zelfs domeinen die ooit door samenwerking werden beheerst, getransformeerd worden tot wedlopen geïnstigeerd vanuit het eigen (lands)belang, omdat het kader voor nationale veiligheid van nature de focus verschuift van wederkerigheid naar beperking van de ander.
Vrijhandel bijvoorbeeld – in wezen de wederzijds profijtelijke uitwisseling van goederen en diensten als onderdeel van de waardecreatie – wordt in een op veiligheid gerichte wereld een kwestie van inperking. Handel, in een op veiligheid gerichte wereld, wordt op zijn kop gezet, waardoor vrijhandel verandert in handelsoorlogen. Eerlijkheid (waarin de taart wordt verdeeld over meerdere mensen) wordt vervangen door belangen, of het nu gaat om belangen van landen of gemeenschappen en individuen daarbinnen die zichzelf willen beschermen. Naarmate de concurrentie tussen de VS en China escaleert, kunnen we verwachten dat menselijke relaties – tussen zowel staten als burgers – nog meer een alles-of-nietsspel zullen worden.
Doen morele waarden er in zo’n omgeving nog toe? Wanneer de vijand in een tijdperk van nationale veiligheid steeds meedogenlozer en innovatiever wordt, moeten we dan net zo hard optreden als hij? Of is het nog steeds mogelijk om principes hoog te houden en onszelf tegelijkertijd te verdedigen?
Tegenwoordig zou je kunnen denken dat gebaren van non-agressie – zoals de vernietiging van zijn voorraad van één miljoen landmijnen door Finland in 2015(!) – nu gevaarlijk naïef lijken. Oekraïne – en ook enkele Baltische staten – heeft onlangs van zijn kant heeft terecht het verdrag van de Ottawa-conventie (dat clustermunitie verbiedt) opgezegd. Want hun voortbestaan hangt af van vindingrijkheid, van snelle technologische ontwikkeling en samenwerking met bondgenoten om geavanceerde systemen te prototypen en te implementeren.
De Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr stelde in zijn artikel ‘Moral Man and Immoral Society’ dat men om moreel te zijn, het vermogen tot geweld moet bezitten; ‘macht moet worden uitgedaagd door macht.’ Die macht moet echter worden uitgeoefend met verantwoordelijkheid, nederigheid en een moreel doel. Je kunt vervolgens stellen dat oorlog gerechtvaardigd kan worden wanneer deze voldoet aan de criteria van jus ad bellum: een rechtvaardige reden, legitiem gezag, juiste intentie, proportionaliteit en een redelijke kans op succes.
Oorlog kan in deze interpretatie een ‘vriendelijke hardheid’ uitdrukken: een vorm van oordeel die wordt toegepast ter verdediging van slachtoffers. Niebuhr baseert zijn argument op het Augustijnse realisme: de wereld is fundamenteel goed, maar toch gebroken. Omdat het kwaad blijft bestaan, wordt het morele gebruik van geweld noodzakelijk om te handhaven wat juist is. Ik geloof dat dit waar is en direct toepasbaar op de op nationale veiligheid gerichte wereld waarin we ons bevinden.
Wat betekent dit dan voor westerse landen, nu nationale veiligheid zich opnieuw manifesteert als het centrale organiserende principe van bestuur?
Dit vereist aanzienlijke en dringende investeringen in defensie en deep tech, waaronder bijvoorbeeld opkomende mogelijkheden zoals cognitieve oorlogsvoering en wearables die de prestaties van soldaten in gevechten verbeteren, anti-dronesystemen voor stedelijke, landelijke en maritieme omgevingen, en elektronische oorlogsvoering en geospatiale intelligentie van de volgende generatie.
Als droneaanvallen op zee toenemen – zoals die welke door de Houthi’s worden uitgevoerd om wereldwijde scheepvaartroutes te verstoren – zullen anti-dronesystemen essentieel zijn om een veilige doorgang te garanderen. In een wereld van gemanipuleerde verhalen en desinformatie zal geospatiale intelligentie dienen als een bron van waarheid en helpen vaststellen wat er daadwerkelijk op de grond gebeurt. En naarmate AI steeds beter in staat is om gebruikers te manipuleren – door middel van vleierij, overreding en andere technieken – zullen toezichttechnologieën essentieel zijn om objectiviteit en integriteit te behouden.
Verantwoord geweldsgebruik sluit tegenwoordig pacifisme uit en voorkomt geweld volledig. Het betekent het behoud – en de ontwikkeling – van de mogelijkheid tot overweldigende macht, zodat deze klaar is voor gebruik indien nodig. Moraliteit in een tijdperk van nationale veiligheid vereist snelle investeringen in defensietechnologieën om tegenstanders meerdere stappen voor te blijven. Een ‘gehele samenleving’-aanpak betekent burgers voorbereiden met een dergelijke mentaliteit. Terughoudendheid en nederigheid zijn nog steeds cruciale deugden, maar mogen niet worden verward met zwakte. Westerse landen moeten bereid zijn om snel, daadkrachtig en met de afschrikkende kracht te handelen die vrede vereist.
Dit is de wereld die we betreden: een wereld waarin zowel regeringen als burgers voorbereid moeten zijn op onverwachte dreigingen. Het gezoem van een drone boven ons hoofd is meer dan een geluid; het is een waarschuwing, die niet alleen Oekraïners, maar ook degenen die zich momenteel in een vreedzame situatie bevinden, eraan herinnert zich voor te bereiden op mogelijke conflicten die eraan komen. De gepaste reactie is niet terugtrekken, maar het verantwoord en moreel uitoefenen van macht: een noodzakelijke plicht als we vrede, vrijheid en rechtvaardigheid willen behouden in een wereld die er steeds meer op gebrand is deze te bestrijden.
Veel mensen gingen ervan uit dat Hirsi Ali’s stap meer neerkwam op een erkenning van de rol van het christendom in het veiligstellen van sociale vooruitgang dan bijvoorbeeld op een acceptatie van de geloofsbelijdenis van Nicea. Ze schrijft ook dat ze beetje bij beetje leert over het geloof terwijl ze zondag na zondag naar de kerk gaat. Net als andere christenen wil ze nu misschien een stapje verder gaan. De redenen hiervoor zijn zowel filosofisch als theologisch. Filosofisch gezien, omdat het behoud van de joods-christelijke culturele erfenis niet verward moet worden met voorouderverering. Deze tradities kunnen en moeten worden gerechtvaardigd als uitingen van onze waarheidsgetrouwe zoektocht naar het goede, het ware en het schone.
En de fundamenten zijn theologisch, Het gaat over geloof en hoop op een reis van ballingschap door een wildernis naar bronnen van levend water. Karl Barths politieke standpunt is gebaseerd op de Bijbel. Het radicale voorbehoud van het christendom ten aanzien van ‘de wereld’ van ‘vorstendommen en machten’ komt voort uit een gevoel van chronische gebrokenheid in de menselijke conditie en de corruptie van zelfs onze nobelste idealen. Kortom, we worden gekenmerkt door de erfzonde, wat op zijn beurt een zoektocht naar genezing genereert die opnieuw wordt gepresenteerd in de liturgie. De Bergrede springt er voor mij met name uit. Die preek vraagt hoe u staat, hoe u geplaatst bent als het gaat om ontvangen, geven en gebaren van verzoening en inclusie maken. …
Voor veel mensen is dit dus de periode van ‘op vakantie gaan’. Toen ik vorig jaar hoorde van een computerstoring die ook wereldwijd het vliegverkeer platlegde en de dreigende stakingen op Schiphol dit jaar had ik een beetje medelijden met de vakantiegangers die hier ook mogelijk de dupe van waren geworden.
Ja, we zeggen dan wel ‘het gaat niet om de bestemming. Het gaat om de reis.’ Maar ik denk dat het bij veel van die mensen waarschijnlijk ook wel een beetje om de bestemming ging.
Ook de christelijke boodschap is dat de bestemming én de reis eigenlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Ten eerste is de kerk, als ze klein genoeg is, een plek ‘waar iedereen je naam kent’. Iedereen kent elkaars naam, ze vieren samen feest, rouwen samen een mix van overtuiging, medeleven en gemeenschap. In grotere kerken, ken je misschien niet iedereens naam, maar er is de overeenkomst dat je dezelfde bestemming in gedachten hebt. De scepticus zou kunnen zeggen dat het gewoon een ticket naar de hemel is, maar het beeld dat de Bijbel schetst van de eeuwige realiteit wordt duidelijk weerspiegeld in de reis van week tot week: een plek van bestemming waar alle mensen van elke stam en natie samenkomen. Het is een plek waar we de toekomst in kunnen worden gekatapulteerd.
En dan is er nog het kruis zelf. De evangelieschrijver Lucas zegt dat ‘Jezus vastberaden op weg ging naar Jeruzalem’. Hij had zijn bestemming in gedachten. En het kruis was de ‘bestemming’ voor Jezus. Maar er was ook een verdere reis te gaan. Zou het kunnen dat wat de kruisiging en wederopstanding van Jezus voor ons opent niet alleen een eeuwige bestemming in de toekomst is, maar ook een reis vandaag de dag waar het gezelschap van God ook de bestemming is?
Misschien is dat wat het betreden van een kerk voor ons vandaag of in de vakantie kan betekenen: de drempel naar de toekomst oversteken en de plek voor het eerst kennen.
Maar we kunnen deze enorme krachten niet pareren als we de vraag niet kunnen beantwoorden: wat is het dan dat ons verenigt? En het antwoord dat ‘God dood is!’ lijkt onvoldoende. Dat geldt ook voor de poging om troost te vinden in de op regels gebaseerde liberale internationale orde. Het enige geloofwaardige antwoord ligt, geloof ik, in ons verlangen om de erfenis van de Joods-christelijke traditie hoog te houden.
Die erfenis bestaat uit een uitgebreide reeks ideeën en instellingen die zijn ontworpen om het menselijk leven, de vrijheid en de waardigheid te beschermen – van de natiestaat en de rechtsstaat tot de instellingen van wetenschap, gezondheid en leren. Zoals Tom Holland heeft aangetoond in zijn prachtige boek Heerschappij, vinden allerlei ogenschijnlijk seculiere vrijheden – van de markt, van het geweten en van de pers – hun wortels in het christendom. ‘Ik ben tot het besef gekomen dat mijn atheïstische vrienden door de bomen het bos niet meer zagen. Het bos is de beschaving die is gebouwd op de Joods-christelijke traditie; het is het verhaal van het Westen, met alle gebreken van dien. De kritiek op tegenstrijdigheden in de christelijke leer is serieus, maar ook te beperkt van opzet.
Toch zou ik niet eerlijk zijn als ik mijn omarming van het christendom uitsluitend toeschreef aan het besef dat atheïsme een te zwakke en verdeeldheid zaaiende doctrine is om ons te versterken tegen onze dreigende vijanden. Ik heb me ook tot het christendom gewend omdat ik uiteindelijk het leven zonder enige spirituele troost ondraaglijk vond, in feite bijna zelfdestructief. Atheïsme kon geen antwoord geven op een simpele vraag: wat is de betekenis en het doel van het leven?’
Deze Bijbeltekst volgt op een gedeelte in Prediker 3, dat ons leven al aardig goed weergeeft. Daar staat namelijk:
Voor alles is er een vastgestelde tijd: er is een tijd voor elk voornemen onder de hemel. Een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven; een tijd om te doden en een tijd om te genezen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen; een tijd om te huilen en een tijd om te lachen; een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken; een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten, een tijd van oorlog en een tijd van vrede.
Als je dat zo leest, dan komen er allerlei gevoelens bij je langs. Wat is er toch veel: al dat gezwoeg van ons mensen; bijvoorbeeld in de wereld om ons heen, waar een economie draaiend wordt gehouden. Maar ook in een gezin of je omzien naar familie of vrienden. De vraag van de Prediker is: Wat levert ons zwoegen uiteindelijk op? En daarbij roept hij ons ook op om van het leven te genieten en rust te vinden. En dat te midden van het onrecht in deze wereld en bij alle angst en onrust. Te midden daarvan staat onze tekst. Een hand vol rust is beter dan beide vuisten vol zwoegen en najagen van wind.
Zijn er dingen waar je slecht van slaapt? Waardoor je de slaap niet kunt vatten? Hoe harder je probeert, hoe verder de slaap weg lijkt. Hoe krampachtig gaan wij met dingen om met de gedachte dat wij het zelf moeten doen, dat wíj de problemen moeten oplossen.
In de Bergrede zegt Jezus: Maak je geen zorgen voor de dag van morgen. Die heeft genoeg aan zijn eigen last. Dus: Je voegt door al je zorgen niets toe. Jouw wakker liggen is nergens goed voor. Het lijkt voor ons alsof je bestaan er van af hangt, maar er staat ook: God geeft het zijn beminden in de slaap. Of, zoals je ook kunt vertalen: God geeft zijn beminden dé slaap. Op dat niveau moet je wakker-liggen ook zien. God is het die je rust gunt. Ontspanning. Dat je gerust kunt slapen. En uitgerust wakker worden. En om goed te kunnen slapen moet je in ieder geval beseffen dat God zorgt. Vandaag. In de nacht. En morgen weer. Daarmee is je slapeloosheid misschien niet meteen opgelost. Daar kunnen ook andere zaken oorzaak van zijn. Maar het kan wel helpen om ook als je wakker ligt, ontspannen te blijven. En het jezelf voor te houden: Ook als ik moe opsta zal God zorgen. Dat bevrijdt je van krampachtig op zoek zijn naar rust.
God gunt je rust. Dat is eigenlijk het thema van deze tekst. Gunnen, dat is hetzelfde woord als genade.
Je ziet datzelfde in dat Bijbelverhaal over de worsteling van Jakob. Als hij met God in gevecht is, een nacht lang en het uiteindelijk voor Jakob duidelijk wordt dat hij niet kan winnen, want God is sterker, dan smeekt hij om genade: ik laat U niet gaan, tenzij U me zegent. Dat is hetzelfde. Genade. Zegen. God die goede dingen over je zegt. Die je leven en liefde belooft. Als jij weerloos bent en je verloren voelt. Juist dan krijgt God de ruimte.
De maatschappij leert ons om vechtend in het leven te staan. Je best te doen om te overleven. Jezelf redden. Dat is een heel gevecht. En zeker, velen redden zich best. Maar overgave is voor mensen een moeilijk begrip. Soms helpen omstandigheden. Als alles je uit handen geslagen wordt. Dan moet je wel. Dan leer je het door schade en schande. Maar uit de Bijbel leer ik dat je bij God tot rust mag komen. Je hoeft je niet groot te houden. Je geloviger, stoerder, steviger voor te doen dan je bent.
Loslaten is lastig. Daarom is het een prachtig beeld dat Prediker in deze tekst oproept. Een hand vol rust is beter dan beide vuisten die gesloten zijn. Gebald soms, niets willen loslaten. Dus rust heeft blijkbaar te maken met loslaten. Je opent je handen, geen vuist meer, niet meer gebald en het wordt je gegund.
In de kerk belijden we dat ons leven in handen van de Here ligt. Dat Hij zorgt. Dat bij Hem de toekomst zeker is. Neem een voorbeeld aan dat kleine kind dat gedoopt wordt. Het kind wordt gedragen. Kan nog helemaal niets. Maar Jezus kan alles. Hij zal Zijn ruimte nemen in het leven van dat kleine kind. Daar mogen we op vertrouwen. Ook voor onszelf. Wij hebben onze toekomst niet in handen. Niet hard in je vuisten knijpen. Maar loslaten en schuilen bij God. Bij Hem ben je veilig. Bij Hem alleen.
Loslaten betekent ook het niet te verwachten van anderen. Wat die van mij vinden. Dan worden we dikwijls teleurgesteld. De Here Jezus stelt in de Bergrede dat we de dingen niet moeten doen om bij mensen in een goed blaadje te komen. Hij weet hoe verleidelijk dat is. Bij God is dat niet nodig. Hij kent je sores en verdriet. Hij weet van je zonden en je gevecht om overeind te blijven. Maar dat is niet bepalend voor zijn beeld van jou. Beeldbepalend is zijn Zoon. Door Hem houdt God meer van je dan wie ook in deze wereld. Dus niet jaloers zijn. Op wat mensen kunnen of hebben. God ziet jou vol liefde. Dan leer je Hem vertrouwen door naar Jezus te kijken. En ben je vervolgens ook tevreden met wat Hij je geeft.
Het doet me denken aan het beeld van dat zomerse wielerspektakel de Tour de France. Daar is het principe: De Tour wacht nooit. Hoe hard je ook valt. Hoeveel pech je ook hebt. Dat is het beeld van het leven om ons heen. Dus: moet je overeind blijven. Doorgaan. Volhouden. Beide vuisten klem je om je stuur. Beide vuisten vol gezwoeg en najagen van wind. De Tour wacht op niemand. Het leven gaat door. En voor je het weet, sta je buitenspel.
Maar bij God niet. Hij draait de boel om. Hij wil rust in je leven. Hij houdt je overeind of, als je valt, dan helpt Hij je overeind. God gunt je die rust. Vanuit die rust mag je je werk doen. Jouw werk redt je niet. Je positie niet. Je geld niet. God redt.
We weten het wel. Maar wat we belijden, beleven we dat ook? Laten we dat zien? Een hand vol rust. Dat is wat God geeft. Dicht bij Hem mag je elke dag die rust vinden.
En dan kun je ook gerust op vakantie. Niet omdat je het verdiend hebt. Maar omdat God het gunt. Hij wil zijn zegen verbinden aan wie zo rust vindt bij Hem.
Dan re-creëer je echt. En geeft God je nieuwe krachten.
Gegeven de gedachten in mijn vorige webpost over dit onderwerp is het misschien minder verrassend dan op het eerste gezicht lijkt dat de in Somalië geboren ex-moslim en feministische campagnevoerder Ayaan Hirsi Ali eind 2023 aankondigde zichzelf nu een cultureel christen noemde. Dit was zeer opvallend omdat Hirsi Ali werd gezien als bondgenoot van Richard Dawkins en andere atheïsten. Ze stelde zichzelf daarover twee vragen: ‘Wat is er veranderd?’ en ‘Waarom noem ik mezelf nu een christen?’
Het is de moeite waard om haar antwoorden uitgebreid te bespreken: ‘Een deel van het antwoord’ zei ze ‘is gegeven in wereldwijde veranderingen; De westerse beschaving wordt bedreigd door drie verschillende, maar verwante krachten: de heropleving van het autoritarisme en expansionisme van de grootmachten in de vorm van de Chinese Communistische Partij, het Rusland van Vladimir Poetin en het Amerika van Donald Trump; ook het wereldwijde islamisme, dreigt de bevolking tegen het Westen te mobiliseren; en met de virale verspreiding van dewoke-ideologie, de morele vezels van de volgende generatie aan te tasten.
We proberen deze bedreigingen af te weren met moderne, seculiere middelen: militaire, economische, diplomatieke en technologische inspanningen te verslaan, om te kopen, te overtuigen, te sussen of te bewaken. En toch verliezen we met elke ronde van conflicten terrein. We raken ofwel door ons geld heen, met onze staatsschuld van tientallen miljarden dollars, of we verliezen onze voorsprong in de technologische race.’