Uncategorized


kaarsinhand

Psalm 91

1. Wie thuis is bij de hoogste Heer

en schuilt in zijn ontferming,

die zegt: ‘Bij U leg ik mij neer,

mijn toevlucht, mijn bescherming.’

De vogelvanger spant zijn net,

de pest zal zich verbreiden –

maar over jou zal God, die redt,

zijn sterke vleugels spreiden.

2. De nacht beangstigt je niet meer,

de pijl zal je niet raken.

Al gaan verderf en dood tekeer,

ze kunnen je niets maken.

Al sneuvelt er een legioen

en moeten slechten buigen,

geen onheil zal jou schade doen,

jij bent slechts ooggetuige.

3. God is voor jou een toevluchtsoord;

Hij opent wijd zijn deuren.

De Allerhoogste geeft zijn woord

dat niets jou zal gebeuren.

Zijn engelen bewaren jou,

de HEER zal op je letten.

Zelfs leeuwen drijf je in het nauw

en adders zul je pletten.

4. God zegt: ‘Omdat jij mij bemint

zal Ik je trouw bewaren.

Ik luister als je roept, mijn kind,

sta naast je in gevaren.

Ik ben het die je vrijheid geeft

en jou met eer wil kronen.

Ik zorg ervoor dat je lang leeft,

mijn redding zal Ik tonen.’

De Nieuwe Psalmberijming

Als je psalm 91 leest liegen de gevaren die de dichter omschrijft er niet om. Hij heeft het onder andere over de dood, een plotselinge ziekte en demonische machten, waartegen een mens geen verweer heeft. Het is de harde, soms verschrikkelijke realiteit van het leven die we ook nu met het coronavirus beleven!

In psalm 91 worden alle pijn en moeiten uitgebreid benoemd en beschreven. En er staat dan niet: Wie gelooft in God, de Allerhoogste en de Almachtige, overkomt niets.

De hoofdlijn van deze psalm verzekert ons echter wel dat God ons in al die omstandigheden zal vasthouden en bij ons zal zijn. Het menselijk bestaan wordt altijd bedreigd door ziekte en dood. Maar je bent in zo’n onzeker, fragiel bestaan gezegend met de belofte van een schuilplaats hebt waar je veilig bent. En psalm 91 voegt daar aan toe: je bent dubbel gezegend als je het wonderlijke geheim kent van schuilen bij God. Als je de schuilplaats van de Allerhoogste kent. De schaduw van de Almachtige. Een schuilplaats is geen eindstation. Maar een plek waar je even op adem kunt komen. Waar je kunt bijtanken, moed kunt verzamelen. Kracht en rust kunt vinden om daarna je reis weer te kunnen vervolgen.

Toch geeft de woordkeuze van deze psalmverzen ook iets aan van een blijvende toestand: Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige. Zetelen, overnachten, blijvend je intrek nemen, ze geven iets weer van het geheim dat je ook als je de veilige tempel weer achter je moet laten blijvend kunt vertoeven in de schaduw van de Almachtige. In die schuilplaats mag je overnachten in de beschermende schaduw van de Heere God Zelf.

Dat is het beeld, dat past bij de vertrouwelijke omgang die we met God mogen beleven: ook al is Hij de Allerhoogste en de Almachtige, Hij voelt zich niet te groot voor ons en heeft zelfs een schuilplaats voor je. Gods geborgenheid, dankzij de verzoenende werking van Christus, onze Heer! God heeft een schuilplaats en daar past u ook in! Het vertrouwen dat uit deze psalm spreekt is niet dogmatisch, ook niet magisch, geen hocus pocus maar door en door relationeel. Door juist ook deze woorden te zeggen, te zingen spreekt je dit wonderlijke vertrouwen niet alleen uit maar vaak vooral ook ín: mijn toevlucht, mijn burcht, mijn God op wie ik vertrouw.

Dat geheim hebben kwetsbare, gelovige mensen in alle tijden opnieuw ontdekt en ervaren. Dat geen ziekten, machten, duivel of dood je kan scheiden van de liefde van God in Christus Jezus. Dat je in dit alles, hoe verdrietig, hier verschrikkelijk ook, meer dan overwinnaar kunt zijn dankzij hem die ons heeft liefgehad. Dat je blijvend kunt zetelen in de schuilplaats van de Allerhoogste, in wisselende omstandigheden kunt overnachten, vertoeven in de schaduw van de Almachtige.

 

GoT

Ja, ik geef het grif toe: ook ik heb een guilty pleasure… ik ben namelijk een thronie, een ander woord voor een fan van de serie Game of Thrones, een Amerikaanse fantasy-televisieserie die sinds 2011 wordt uitgezonden. Dit jaar beleefd Game of Thrones haar achtste en laatste seizoen. De serie is ongekend populair en veel mensen zijn gefascineerd geraakt door de strijd om de macht tussen zeven koninklijke families dat zich voor het grootste deel afspeelt op het denkbeeldige continent Westeros, een wereld die trekken vertoont van de Europese Middeleeuwen.
Is het opmerkelijk dat zo veel mensen geboeid zijn geraakt door een serie waarin nobele voorbeeldfiguren vrijwel ontbreken of een snelle dood sterven, waarin iedereen een schurk of op z’n best moreel dubbelzinnig is? ‘Tegenwoordig laten veel tv-series laten ons geen mensen meer zien zoals wij zouden willen zijn, maar zoals we werkelijk zijn’, schreef The Huffington Post twee jaar geleden. Dat geldt in extreme mate bij Game of Thrones. (GoT) ‘ We zitten’, aldus dit Amerikaanse weblog, ‘niet meer te wachten op een heldere tweedeling van schurken en helden; we willen personages die geregeld foute keuzes maken, of die twijfelen.’ Waarom? ‘Omdat het leven ingewikkeld is en niet zwart-wit’, zegt Rinke van Hell, die aan de Christelijke Hogeschool Ede doceert over film en theologie. ‘Stiekem vinden we het fijn om de zwakke en slechte kanten van onszelf te onderzoeken, en films en series bieden de mogelijkheid om ons in te leven in situaties die we uit ons eigen leven niet kennen. Dat kan heel waardevol zijn, geconfronteerd worden met het kwaad in de wereld en in jezelf.’

Onder christenen is er veel discussie over wel of niet kunnen kijken naar deze hitserie. Immers de serie staat onder meer bol van geweld. Zelf denk ik dat ik juist in Westeros de gebrokenheid van de wereld aantref die ook zo eigen is aan de wereld waarin ik zelf leef en onderdeel van ben. In de fantasy-wereld van Westeros zie ik hoe het kwaad mensen ten onder laat gaan en dat besef geeft mij de opdracht en de kans om als christen in de echte Westeros-wereld van de hoop die in mij is te getuigen. In deze wereld zie hoe het ‘de mens is geneigd tot alle kwaad’ in extremis vorm krijgt en de mens en zijn omgeving vervormt. Het lijkt of je je Friedrich Nietzsche in de vrolijke wetenschap hoort zeggen als de mens God heeft dood verklaard ‘wat is koud geworden’. Hebben fantasyfilms als Lord of the Rings, The Hobbit en Harry Potter nog een strijd te zien tussen goed en kwaad, in GoT  ontbreekt dat helemaal. Zelfs de religies die in GoT  ademen alleen maar kwaad en egocentrisme. Het kwaad overwint. Dat die christelijke hoop dat het Goede uiteindelijk het laatste woord heeft als licht ook in de duisternis van deze wereld mag stralen zonder erdoor te worden overmeesterd.

Laatst besteedde ik aandacht aan het fenomeen dat de kerk voor sommige mensen vervangen werd door het voetbalstadion inclusief aangepaste ‘kerkelijke’ rituelen. Kortgeleden viel mij oog op het volgende bericht:

“De invloed van kerk, school en politiek is de afgelopen decennia afgebrokkeld. Televisie heeft de rol van de kerk feitelijk overgenomen, zegt onderzoeker Merel van Ommen. Ze promoveert binnenkort op haar proefschrift Drama-series als moreel laboratorium.

‘Kerken, scholen en politiek gaven ons vroeger een heel heldere handleiding voor hoe je een goed mens kunt zijn’, aldus Van Ommen. ‘De Tien Geboden, zou je kunnen zeggen. Dat is de afgelopen decennia allemaal afgebrokkeld. We zijn ons morele kompas kwijt. Televisie heeft de rol van de kerk feitelijk overgenomen.’
Van Ommen heeft met name onderzoek gedaan naar dramaseries, waaronder The Sopranos, House en Dexter. Ze ziet die series als een morele speeltuin voor de kijker: ‘Je komt in aanraking met situaties die je in het dagelijks leven niet tegenkomt, maar het is ook een heel veilige plek. Er vinden allerlei overtredingen plaats – mensen gaan vreemd, ze vermoorden elkaar, lichten elkaar op – je ziet hun overwegingen en de consequenties. Je kan daar zelf mee experimenteren, maar op een heel veilige manier, want je ervaart zelf niet de consequenties.’
Dat laten zien van overtredingen is op zich niets nieuws. ‘Dat gebeurde in de klassieke Hollywoodfilms ook al. Sterker: het gebeurde in de Middeleeuwen al. Maar dat werd toen ook heel erg helder en eenduidig afgestraft. Bij een moord wist je van tevoren al: de moordenaar gaat gepakt worden.’TV

En daarin verschillen de huidige dramaseries van hun voorgangers. ‘De nieuwe series zijn niet autoritair – ze vertellen ons niet hoe we ons zouden moeten gedragen. Ze laten voortdurend de worsteling zien met hoe het zou moeten.’ Geen wonder dat tegenstellingen vaak de kern vormen van deze series: de wet versus rechtvaardigheid, je hart volgen versus je hoofd volgen. ‘De series zijn een spiegel voor onze eigen cultuur. Maar het is een caleidoscopische spiegel, die ons heel veel verschillende perspectieven laat zien. Ze kunnen aanzetten tot discussie en reflectie op je eigen leven of werk. Dat kan onder bepaalde omstandigheden heel leerzaam zijn. Het kan bijdrage aan je morele en persoonlijke ontwikkeling.’”

Jaren geleden werd er al eens een persiflage gemaakt van het tv-kijken/de tv-kijker: hoe mensen hun ziel en zaligheid ‘offerden’ op het altaar van de beeldbuis. en was het niet Herman van Veen die zong over een invasie door een vreemde mogendheid die iets met de beeldbuis had gedaan waardoor iedereen echt ‘aan de buis bleef gekluisterd’. Ik ben wel benieuwd hoe de toekomst van ons huidige moreel kompas gaat veranderen nu ‘lineair tv-kijken’ook steeds meer iets wordt voor een oudere generatie? En hoe zit het met de verscheidene genres: bijvoorbeeld sitcoms, detectives, thrillers, horror…? En helpt het om meer beeldcultuur de kerk binnen te halen?

De sportzomer 2018 loopt op z’n laatste benen. Wat hebben sportliefhebbers niet kunnen genieten bij de verschillende sportevenementen. En ik weet niet of het u opviel, maar ik werd er ditmaal meer bij bepaald: sport is religie en begint steeds meer te bedienen van woorden die je ooit alleen hoorde in een religieuze setting. Dat werd deze zomer rond verschillende sportevenementen weer goed bewezen. Ook religieuze beelden – bijvoorbeeld in aanloop naar de Olympische Spelen – met kerken werden overvloedig gebruikt. In de verslaggeving wemelt het eveneens van de religieuze termen.

Waren we er min of meer aan gewend dat voetballers de laatste jaren vaak als godenzonen worden getypeerd, nu  werd over wielrenner Tom Dumoulin ook gesproken in termen als ‘de verlosser’. U kunt uit eigen beleving wellicht er nog even zo vele voorbeelden aan toe voegen. In de slipstream van dit alles dook er een bedrijf op dat Gracenote heet, en volgens eigen zeggen het grootste databureau op entertainmentgebied is. In een ronkende Engelstalige tekst meldt het dagelijks de levens van honderden miljoenen mensen ‘aan te raken’.

Wat daar ‘genadig’ aan is, blijft me onduidelijk, alsook wat harde cijfers (data, in dit geval over balbezit en het effectief omspringen met de kansen) met dat mooie begrip genade te maken heeft. In Nijmegen staat een soortgelijk bureau dat onderzoek doet naar religie in de samenleving en Kaski heet – misschien valt een naamruil te overwegen?

Een mooie opmerking aan het begin van deze zomer kan ik me nog herinneren. namelijk de opmerking van algemeen directeur Ton Gerbrands van PSV: ‘we zijn geen kerk’. Dit in reactie op hoe de ploeg uit Eindhoven met de crisissfeer aan het begin van het seizoen was omgegaan. Het had na de vroege en knullige uitschakeling in Europa echt wel ‘geknetterd’ achter de schermen, zei Gerbrands. ‘Begrijp me goed: we zijn geen kerk.’

Hier doet zich een merkwaardige imagoverschuiving voor, alsof de kerk bij uitstek een plek van harmonie en vrede is. Ik dacht dat juist de kerk zo bekendstond om haar ondoorgrondelijke ruzies en bijna niet op te lossen dogmatische conflicten; of ook voor een versnippering waar veel christenen zich tot op de dag van vandaag voor schamen. Maar de tijden zijn veranderd, mensen zien blijkbaar dat het er in de kerk anders aan toe gaat dan erbuiten.

Nog vreemder is dat een Deventer horecaondernemer enige tijd later bijna hetzelfde zei, in reactie op gedoe over diens omstreden plan een ‘foodhal’ in te richten in een voormalige synagoge. Ayhin Sahin zei in dagblad de Stentor niet van ‘het Leger des Heils’ te zijn. Ofwel, hij is als ondernemer niet verantwoordelijk voor de sociale gevolgen, namelijk dat de kleine joodse gemeente haar gebedsruimte dreigt kwijt te raken.

Dit stemt droevig, zij het dat Sahin denkt dat het Leger des Heils dit anders zou aanpakken. Inderdaad, dat vermoed ik ook, en dat is bemoedigend.

Het verschil maken als kerk of christen, het kan blijkbaar toch. Sterker, het begint inmiddels op te vallen.

Alain Verheij schreef een manifest ‘Inderdaad: lang leve onze christelijke cultuur!’ die ook als petitie te ondertekenen was. In dit manifest worden politici gewaarschuwd de christelijke cultuur niet te misbruiken voor politiek gewin. Mijn stelling is: door dit manifest maak je Jezus zelf tot een politieke figuur. Doe dat niet; zeker in een tijd waarin angst heerst voor de politieke islam.

Zeker, het is absoluut feit dat meerdere politici flirten met de christelijke cultuur terwijl ze ondertussen de barmhartigheid als kernwaarde van die cultuur met voeten treden. Dit is iets wat het manifest detecteert en protesteert hier fel tegen. In die zin herken ik me in het manifest. Christenen in een postchristelijke samenleving realiseren zich steeds meer dat niet alles wat christelijk heet daadwerkelijk christelijk is. Onze tijd vraagt om onderscheidingsvermogen. Daarbij past het dat christenen opstaan.

Vanwege de herkenning in het manifest vroeg ik me af hoe het kwam dat ik er ook weerstand bij voelde. Mijn weerstand betreft de manier waarop het christelijk geloof en Jezus ter sprake worden gebracht. Volgens het manifest valt ‘christelijk’ samen met datgene wat Jezus in zijn parabel over de schapen en de bokken zegt. In het manifest zijn christenen de schapen; zij brengen de barmhartigheid in praktijk. En als onze maatschappij weer wat leert van de ‘dwarse idealist die Jezus Christus was’ (zegt het manifest) – dan komt het goed. Jezus blijkt tóch een politieke figuur te zijn. jesus-che-guevaraIk meen wat tegenstrijdigheden in het manifest te herkennen. Als je namelijk beweert dat jouw traditie eindeloos barmhartig is en weerloos, zul je niet moeten klagen op het moment dat die traditie daadwerkelijk misbruikt wordt door (aankomend) politici als Baudet, Wilders of wellicht zelfs door leiders van christelijke partijen. Dat hoort er allemaal bij. Als het aan het manifest ligt  wordt Jezus via de achterdeur  onze cultuur weer binnengehaald om zijn stempel daarop te drukken. Christenen geven hiermee te kennen dat ze weinig leren van de opluchting die velen voelden bij het recente afschaffen van christelijke wetten, zoals de Zondagswet. Belangrijker is de vraag of het manifest zelf gelooft wat het schrijft; dat Jezus zich wilde ‘laten verraden, bespotten, bespugen, mishandelen en kruisigen’. Onze cultuur hééft God weggeduwd (‘gekruisigd’). Politici misbrúíken het vele goede dat God ons gaf, waaronder de naam christelijk. Dat ís de realiteit. Onze cultuur spreekt van Hem in de verleden tijd en behandelt Hem als overleden.

Maar het manifest legt zich daar niet bij neer. Met deze dwarse idealistische Jezus kun je voor de dag komen. Dit wordt een kracht om rekening mee te houden. Maar Jezus valt – precies zoals het manifest zegt – niet in onze categorieën. Wat dit christelijke manifest doet is Jezus toepassen op onze dilemma’s en inzetten voor onze politieke en maatschappelijke agenda’s. Juist nu de angst voor de opkomende (politieke) islam het maatschappelijke debat beheerst, realiseren christenen zich dat zij een uniek getuigenis hebben. Jezus is niet allereerst ván ons, maar een geschenk áán ons. Zo lief had God de wereld dat Hij zijn enige zoon gaf. Als christenen dit geloof leven, zullen zij altijd en overal tot zegen zijn. God maakt hen tot een gave.

GenderneutraalOns liberale Nederland heeft weer een stap gezet op het pad van acceptatie van iedereen: om de 2 tot 3000 transgenders tegemoet te komen worden er genderneutrale wc’s ingevoerd.
Een loffelijk streven om zo ons land steeds meer een land te laten waar een ieder met welke van de meerderheid afwijkende ‘opvatting’ of ‘leefwijze’ zich geaccepteerd weet…

Toch???

Tot mijn verbazing trok minister Bussemaker – onder druk van een aantal politieke partijen –  de subsidie in van een stichting die een alternatieve visie heeft op het omgaan met homoseksualiteit. Eerder nog verdedigde ze het verstrekken van de subsidie aan de betreffende stichting op grond van het feit dat een methode misschien niet de jouwe is, maar dat een overheid zich neutraal moet opstellen naar haar onderdanen. Daarvoor kreeg ze mijn waardering; die ik nu meteen weer intrek.

Wat mijn argument is?

Ik verbaas me er over dat een overheid die claimt zich neutraal op te stellen naar iedereen zich laat leiden door een een meerderheid die vindt dat een bepaalde mening niet meer door de beugel kan. Ik meen dat ik hier een overheid zie die zichtbaar met twee maten meet. Deze minderheid wel, die minderheid niet et cetera.

Genderneutrale wc’s… het zal even wennen zijn maar dat komt goed

Niet neutrale overheid… dat komt nooit goed

 

F.A. Slothouber's avatarBrandend Zand

Al jarenlang beraadt de christelijke kerk zich op de, laat ik het populair zeggen, de pr van de kerk. Oftewel, de vraag wordt gesteld hoe we het christendom, de kerk, aantrekkelijker maken voor mensen die niet (meer) ‘in de kerk komen’. In die context viel mij het volgende bericht op:  Sinds enkele dagen bouwt de Antwerpse chocolatier Lieven Burie, naar aanleiding van 450 jaar bisdom Antwerpen en de succesvolle tentoonstelling “REUNIE” in de Antwerpse kathedraal, als eerste aan een Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in pure chocolade. Na het etalagemoment, eind september, wordt de chocolade kathedraal via e-bay verkocht. Voor deze internetveiling mocht de bisschop van Antwerpen een goed doel uitkiezen. Mgr. Johan Bonny koos voor ’t Vlot. ’t Vlot is een pastoraal project voor plein- en straatbewoners, veelal druggebruikers en (ex-)druggebruikers.

Mijns inziens een mooi initiatief dat ook bijval verdient. Ik heb er echter ook een vraag bij: staat de chocolade kathedraal ook…

View original post 282 woorden meer

Juist in de Veertigdagentijd worden christenen opgeroepen zich nadrukkelijker dan anders te bezinnen op hun eigen doen en laten. Deze bezinning staat in het teken van het lijden van Jezus Christus voor ons en onze wereld.

In het verleden werden christenen vaak bekritiseerd op het feit dat zij faalden in het volgen van Jezus in meest donkere en duistere momenten in de wereldgeschiedenis. Hoe zal het handelen van christenen in onze tijd worden beoordeeld door de geschiedenis?  Je kunt aan de hand van de Bijbel vier vragen stellen:

‘Toen ik naakt was, gaven jullie mij kleren. Toen ik ziek was, zochten jullie mij op. Toen ik gevangen was, kwamen jullie naar mij toe.Elke keer dat jullie iets goeds deden voor één van de gelovigen die hier naast mij staan, deed je iets goeds voor mij.’ Matteüs 25:36, 40

‘Dit is wat de Heer zegt: “Houd je aan mijn regels. Spreek eerlijk recht. Behandel iedereen goed en rechtvaardig. Maak geen misbruik van mensen zonder macht, maar bescherm hen tegen hun onderdrukkers. Gebruik geen geweld tegen vreemdelingen, tegen weduwen, of tegen kinderen zonder vader. En vermoord geen onschuldige mensen.”‘ Jeremia 22:3

Kunnen wij als volgers van Jezus Christus deze opdracht klakkeloos naast ons neer leggen omdat onze eigen financiële zekerheid, ons eigen comfort, onze nationale en politieke stabiliteit  misschien op het spel staan? Volgens mij is Gods Woord hierover uitermate duidelijk. Toch zijn er christenen die buitengewoon passief blijven en soms zelfs enorm agressief als het gaat om mensen die aan hun ‘gespreide bedjes’ komen.

‘Maar als je sommige mensen beter behandelt dan andere mensen, doe je het verkeerd. Dan is het duidelijk dat je je niet aan Gods wet houdt.’ Jakobus 2:9

‘Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis.’ 1 Johannes 2:9

Hoe kunnen christenen schijnbaar kritiekloos voorbijgaan aan mensen die worden gediscrimineerd of door overheden stelselmatig worden misbruikt? Er worden talloze mensen achtergesteld op basis van hun afkomst, hun religie of hun geslacht. En wat hebben wij gedaan? Hebben wij deze praktijken publiekelijk veroordeeld? Hoe kunnen mensen die een God dienen die gestorven is voor de hele mensheid, wegkijken als er in naam van ons wordt gemoord en onderscheid wordt gemaakt tussen mensen?

‘Geliefde broeders en zusters, u bent als vreemdelingen die ver van huis zijn; ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens, die uw ziel in gevaar brengen.Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken. ‘ 1 Petrus 2:11-12

Geloven we in Gods voorzienigheid of blijven we bezig om vrienden te maken met de onrechtvaardige Mammon? Proberen we koste wat het kost onze eigen rijkdom veilig te stellen en te vermeerderen?

Laten we juist in deze tijd ons er zelf op bezinnen hoe de geschiedenis en vooral hoe God ons handelen zal beoordelen. Dat Gods Naam mag worden grootgemaakt vanwege onze acties! Eén ding is zeker: er is hoop voor onze wereld omdat Jezus leeft! Dat de heilige Geest ons kracht mag geven om een verschil te maken!

Romeinen 12,10

 

Op 21 maart jongstleden werd de Internationale dag tegen Racisme en Discriminatie weer gehouden. Begrijpelijke en terechte onderwerpen zoals islamofobie, vrouwenrechten, de rechten van de holebi-gemeenschap en transgenders werden over het voetlicht gehaald. Maar als ik de discussies die dag een beetje goed gevolgd heb bekroop mij toch ook een gevoel van selectieve verontwaardiging.

Waar ik op duid is het volgende: al jaren vindt er in Nederland een subtiele uitsluiting plaats van orthodoxe christenen, zozeer zelfs dat de Raad van Europa Europese regeringen oproept een einde te maken aan ‘subtiele vervolging van christenen’. En Nederland wordt in het rapport dat ten grondslag ligt van deze oproep meermalen genoemd. Oké, ik zou de term vervolging als het om Nederland gaat niet gebruiken, maar er is zeker sprake van discriminatie. vrijheid van meningsuitingOf noem het vrijheid van godsdienst, of van meningsuiting. Voorbeelden hiervan zijn er te over: de ‘weigerambtenaar’ die koste wat het kost het veld moest ruimen, voortdurend dreigend gevaar om de wet op het bijzonder onderwijs (over het christelijk onderwijs) aan te passen en de plannen om christelijk onderwijs te verplichten om seculiere lesprogramma’s over homoseksuele relaties aan te bieden aan hun leerlingen.

Is dit nu een kwestie van ‘wie geschoren wordt moet stilzitten’, simpel om het feit dat waar Nederland volgens sommigen ooit zuchtte onder het juk van christelijke betutteling, er nu een andere wind waait de christenen zich daarbij aan moeten passen of is dit een subtiele vorm van discriminatie? Is Nederland nog tolerant waar de mening van een ieder er toe doet of wordt door de secularisatiedictatuur (deze term is van dr. S. Meijers) de dominante mening maatgevend? Wordt er van iedereen verwacht zich te laten persen in het seculiere procrustesbed of mag een groep op eigen wijze pro christus kiezen?

Het is onmiskenbaar dat de kerk in ‘het Westen’ steeds minder mensen aan zich weet te binden en weet te trekken. Van verschillende kanten worden er dan ook initiatieven ontplooit om de kerk te vernieuwen en daardoor weer aantrekkelijker te maken voor de mensen in het huidig tijdgewricht. Al in de zestiende eeuw stond de kerk voor deze opdracht. Men vatte het toen samen in een mooie Latijnse spreuk: Ecclesia reformata semper reformanda secundum verbum Dei. In goed Nederlands betekent dat zoveel als ‘de kerk wordt vernieuwd en moet zich blijven vernieuwen volgens het woord van God’. sola

Vandaag de dag wordt er met nieuwe vormen geëxperimenteerd: in de Protestantse Kerk bijvoorbeeld ontstaan pioniersplekken om op een nieuwe manier aanwezig te zijn in de levens van mensen. Op zich allerlei goede probeersels. Ikzelf maak daar met mijn blog, mijn aanwezigheid op Facebook en Twitter ook onderdeel van uit. Je moet als kerk, als christenen altijd blijven openstaan voor de beweging  van de Geest en die niet uitdoven.

Echter…

Een grote valkuil is dat de kerk zich zo wil aanpassen aan de huidige tijd dat zij zoete broodjes gaat bakken: mensen alleen laten horen wat zij graag willen horen. Hoe makkelijk wordt het ‘secundum verbum Dei’ niet vergeten. Het woord van God blijft  ook altijd een element bevatten dat mensen mensen niet graag willen horen! Ik moest hierbij denken aan een  aantal verzen uit 2 Timoteüs  ‘De tijd komt dat mensen zich zullen verzetten tegen de juiste uitleg van het geloof. Ze zullen leraren zoeken die passen bij hun eigen ideeën, en die zeggen wat ze graag horen. De mensen zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzonnen verhalen.’  Waar de kerk voor moet oppassen is dat zij niet gaat denken zij zelf degene is die zich moet blijven vernieuwen om zo de aansluiting met de huidige tijd niet te verliezen. Dat staat haaks op de Latijnse spreuk waarmee ik mijn column begon. Het is immers God alleen die Zijn kerk blijft vernieuwen en haar blijft ontdoen van door mensen verzonnen ideeën. En dan is de kerk bakker, of beter gezegd verstrekker van het genadebrood dat God ons geeft. Brood waar je soms je tanden op stuk bijt omdat het soms zo tegen alle menselijke ideeën ingaat. Dat de kerk zich blijft vernieuwen, niet volgens onze wil en ons woord, maar in overeenstemming met Gods Woord en Zijn wil.

Daarom: Ecclesia reformata semper reformanda secundum verbum Dei

« Vorige paginaVolgende pagina »