Uncategorized


Op het moment dat ik deze column schrijf is op tv de grote herdenkingsplechtigheid bezig om de overleden Nelson Mandela te eren. De ene flamboyante toespraak na de andere trekken voorbij. Nelson Mandela; de man die Zuid-Afrika na een lange periode van Apartheid de richting heeft uitgewezen niet van haatdragendheid, vergelding en wraak maar de weg van verzoening en vergeving heeft willen opleiden. ‘Heeft willen opleiden’; ja, want komend uit een duistere periode van de ongelijkheid en vernedering van groepen mensen onder het systeem van Apartheid is na de ambtsperiode van het staatsmanschap van Mandela, zo lijkt het, weer een periode aangebroken van het niet goed kunnen samenleven van alle inwoners in Zuid-Afrika.Nelson-Mandela As I Walked Door

Door veel mensen wordt Mandela geëerd met de bijnaam ‘zwarte Christus’. Maar volgens mij was Mandela meer een richter. Iemand die het volk de goede kant wilde opleiden. Maar toen zijn politieke rol was uitgespeeld vervielen de mensen helaas weer in hun oude gewoontes. Daarom de titel van deze column: het steeds weer terugkerend refrein in het Bijbelboek Richteren dat handelt over de eindeloze rij richters die Israël de goede kant op moesten wijzen, maar waarvan het volk na de dood van de richter ook steeds weer de verkeerde keuzes maakten.

Bye Bye Madiba. May God bless the memory of Mandela and bless the people of South Africa

Het verhaal over Harrison Odjegba Okene, de Nigeriaanse kok die drie dagen onder water overleefde in een luchtbel nadat zijn schip gezonken was haalde eventjes de voorpagina’s van veel media. Wat lang niet alle media vermelden was dat deze man zich tijdens zijn duistere nachtmerrie staande hield door verzen uit psalm 54 tot 92 hardop te overdenken. Als een soort moderne Jona wist hij te overleven in de buik van zijn gezonken schip totdat er hulp kwam. Okene schreef dat hij de avond voor de ramp een sms’je kreeg van zijn vrouw met enkele woorden uit psalm 54 ‘de Heer bewaart mijn leven’.jona

In deze tijd van Advent waarin we als christenheid verwachten en ons opmaken om de komst van ‘de hoop van de wereld, Jezus Christus’ te herdenken, vind ik dit een mooi verhaal. Ondanks alles bleef deze scheepskok in de duisternis zich op de been met het licht wat het Woord van God mag zijn voor veel mensen. Immanuel ‘God is met ons’, ondanks alles mogen we hopen en vertrouwen op die belofte ook al lijkt het totaal niet naar uit te zien.

‘Hoe kan het zijn dat het geen nieuws is als er een dakloze oudere overlijdt, maar wel als de beurzen twee punten verliezen?’; met deze prikkelende uitspraak vestigt paus Franciscus de aandacht op wat hij noemt ‘de nieuwe tirannie van het ongebreidelde kapitalisme’. Is dit nieuw? Nee, de paus schaart zich in een lange rij van mensen en organisaties die deze problematiek aan de kaak stellen. Goedkope uitspraak; als je weet dat de (katholieke) kerk een uitermate rijk instituut is? Zo kun je elke oproep tot bezinning wel ‘kalt stellen’, maar ik vond het opmerkelijk dat de paus na deze oproep meteen liet collecteren voor hulp aan de door een natuurramp getroffen Filipijnen. En daarbij: met de wijzende vinger naar anderen wijst hij ook met drie vingers terug naar zich zelf.

Opmerkelijk vond ik ook dat de oproep werd gedaan tijdens een toespraak (een ‘Pauselijke Exhortatie’ oftewel een Pauselijke Aansporing) die de titel heeft ‘De vreugde van het evangelie’. ‘Iedere gedoopte is geroepen tot verkondiging van het Evangelie’ zo zegt de paus vervolgens. Iedere christen wordt dus opgeroepen om zich teweer te stellen tegen de tirannie van het ongebreidelde kapitalisme, ‘Die Tyranny verdrijven, die my mijn hert doorwondt.’ om het zo maar te zeggen. Het gaat zeker niet zonder slag of stoot, het snijdt diep in je eigen vlees, het zal niet alleen maar vreugde zijn waarmee we dit evangelie verkondigen en in praktijk brengen, want hoe het ook zij, dat ‘ongebreidelde kapitalisme’ brengt ons veel goeds.

Is het dan een goedbedoelde, maar niet realistische oproep die natuurlijk nooit iets teweeg zal brengen omdat de hele wereld zichzelf heeft overgeleverd aan dat kapitalisme? Nee, ook dat denk ik niet. Eerste AdventAanstaande zondag is het 1 december, en naast dat ik – zo de Here wil –  word bevestigd en intrede doe aan en in de Protestantse Gemeente Exloërmond, vieren we ook  – vooral – de Eerste Adventszondag. Advent, als christenen kijken we vol verwachting uit naar de komst van de Here Jezus in deze wereld. Wij geloven dat Hij de redding en bevrijding verkondigt aan mensen vast verstrikt in het web van de tijd. Zijn komst is een voorbode van Gods toekomende Koninkrijk. Een vrederijk dat aanstaande is en waaraan wij als volgelingen van die Christus aan mee moeten werken. Daartoe worden we opgeroepen.

(Er is) een tijd om te huilen en een tijd om te lachen,
een tijd om rouw te bedrijven en een tijd om te huppelen (Prediker 3: 4)

Het christendom is geen ‘happy-clappygeloof’. Niet alleen maar leven met een eeuwige glimlach op je gezicht.
De hele Bijbel getuigd daarvan: mensen die door diepe dalen, woestijnen gaan en soms uiteindelijk blijdschap kunnen ervaren.

Blijdschap, vreugde omdat God ondanks alles met hen door alles heen meeging.
Prediker getuigd hier al van. Hij weet vanuit zij observatie van het leven van mensen dat er een tijd is om te huilen, om te rouwen.Tijden dat het leven tegenzit, dat alles je uit handen lijkt te zijn geslagen, dat… en vul het zelf maar in.Kruis

Maar Goddank mogen we ook ervaren dat er reden kan zijn voor blijdschap.
Soms in de kleine dingen die je pad kruisen waarmee God laat zien dat hij je niet vergeten is.
Een hand om een schouder, een bemoedigend woord of een opbeurende preek. Het kan van alles zijn.

Vreugde en rouw, blijdschap en bittere tranen; het zijn als het ware twee kanten van één medaille.
Voor alles is er een tijd, zonder het ene lijkt het andere niet te kunnen bestaan.
Vreugde en blijdschap echt goed kunnen verstaan lukt pas als je ook weet hebt van het tegenovergestelde:
de tranen om de gebrokenheid van het bestaan.

Vanavond kwamen ze weer langs: de kinderen die op 11 november, de naamdag van Sint Maarten, de huizen langsgaan om na het zingen van een lied wat snoepgoed of fruit in ontvangst te nemen. En zoals van veel van oorsprong christelijke feesten is ook van dit feest de diepere betekenis weggesleten. Het feest is vernoemd naar Martinus van ToursMartinus van Tours die in 316 geboren in Hongarije als zoon van een Romeins legerofficier. Op vijftienjarige leeftijd kwam hij in dienst van het Romeinse leger. Uit deze tijd stamt een van de meest bekende verhalen over Sint-Martinus. Voor de poorten van Amiens in Frankrijk kwam hij een verkleumde bedelaar tegen. Met zijn zwaard sneed hij zijn rode soldatenmantel in tweeën en gaf één helft aan de bedelaar. Deze scène is op talloze schilderijen afgebeeld, bijvoorbeeld door de schilders Rubens en Van Dijck. Nadat Martinus in 372 gekozen was tot bisschop van Tours kreeg hij een steeds grotere bekendheid. Hij stichtte in Frankrijk verschillende kloosters en stierf op hoge leeftijd in het jaar 397. Zo is het feest van Sint-Maarten vanouds een bedelfeest, en bedelfeesten waren nodig in de moeilijke wintermaanden. Gingen vroeger alle armen zowel jong als oud langs de deuren van – vooral – de rijkere medeburgers, tegenwoordig zijn het alleen kinderen die langskomen voor een traktatie. In oudere Sint-Maartenliedjes hoor je nog duidelijk terug dat het echt een bedelfeest is

Sinte Sinte Maarten
De kalv’ren dragen staarten,
De koeien dragen horens
De kerken dragen torens
Hier woont een rijke man
Die veel geven kan
Veel geven hoeft jij niet,
Al is het maar een suikerbiet!

Er werd naar elkaar gekeken voor hulp. Lange tijd was de zorg voor armen in ons land een kwestie van liefdadigheid. Maar in onze tijd wordt vaker naar de overheid gekeken als het gaat om de leniging van de eerste levensbehoeftes van de burger. Het wordt als een recht gezien dat mensen een bestaansminimum hebben.  Sinds de invoering van de Bijstandswet, in 1965 zijn sociale voorzieningen niet meer een gunst, maar een recht dat wordt uitgevoerd door de overheid.

Maar tegenwoordig schuift de overheid veel van haar teken weer terug naar de burgers. Zo komt de armoedeproblematiek ook weer op het bordje te liggen van de diverse kerkgenootschappen. Zij kunnen met betrekking tot hun taak in de samenleving zich ook laten leiden door de Bijbel: ‘Overigens zal niemand van u in armoede leven, want de HEER zal u zegenen in het land dat hij u in bezit zal geven.’ (Deut.15:4). Nee, dus niet vanuit de notie van liefdadigheid, maar vanuit recht, immers ‘niemand mag in uw midden in armoede leven’. Er wordt gerechtigheid gedaan omdat scheve verhoudingen worden rechtgezet, er wordt recht gedaan aan misdeelde mensen, opgericht wat terneergeslagen is. Gerechtigheid is één van de werkwoorden van een God die niet boven de partijen staat, maar die zeer partijdig is. Hij is het meest met de minsten. En hij meet de kwaliteit aan de mate waarop er gehandeld wordt met hen die onderop geraakt zijn.

Christenen – volgers van die God –  moeten daarom hun taak  zoeken in de samenleving. Vanuit het evangelie waardoor zij zich willen laten storen. De bron van waaruit ze proberen te handelen in de maatschappij. Op bescheiden maar besliste wijze mogen wij als gemeente, als gemeenschap in het geloof van Jezus Messias onze plek in de samenleving zoeken. In tastend handelen mogen wij de zoektocht naar het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid wagen. Het Koninkrijk waarin we als mensen van betekenis worden geacht niet om onze economische waarde maar om wie we voor Gods aangezicht mogen en zullen zijn.

Sinte Sinte Maarten
De kalv’ren dragen staarten,
De koeien dragen horens
De kerken dragen torens
Hier woont een rijke man
Die veel geven kan
Veel geven hoeft jij niet,
Al is het maar een suikerbiet!

Ooit sneed Martinus van Tours zijn soldatenmantel in tweeën en gaf het ene deel aan de minder bedeelden. De armen wisten later de rijke man te vinden ‘die veel geven kan’. Laten wij zien dat de zorg voor de minder bedeelde geen liefdadigheid is, maar dat het enkel het uitvoeren is van het goddelijk gebod ‘Overigens zal niemand van u in armoede leven, want de HEER zal u zegenen in het land dat hij u in bezit zal geven.’ Welvaart brengt ook verplichtingen met zich mee.

Vandaag is het Dankdag voor gewas en arbeid zoals dat zo mooi heet. In veel protestantse kerken in Nederland worden vandaag diensten gehouden om daar bij stil te staan. Danken voor alles wat je het afgelopen jaar ontvangen hebt. Maar… valt er nog wel wat te danken… Als je al lange tijd geleden bent afgestudeerd, je je helemaal suf solliciteert maar overal wordt afgewezen… als je ontslagen bent en het bijkans onmogelijk opnieuw aan de slag te komen… Als je relatie in doodtij is gekomen en je werkelijk niet weet waarom je nog bij elkaar blijft… Als je mensen in je omgeving mist die het afgelopen jaar zijn gestorven… Als…. ja, vul zelf maar verder aan. Valt er dan nog wat te danken? Je eerste en begrijpelijke reactie is ‘nee, echt niet!’

Je klaagt, je balt je vuisten, je schreeuwt het uit, je snapt er helemaal niets meer van. de schreeuw edvard munchEn dan heb je geen behoefte aan goedkope prietpraat in de trant van ‘niet klagen, maar dragen.’ Ook als gelovige mag je het soms helemaal niet meer zien zitten. Een profeet in de Bijbel die dat verwoord is Habakuk: ‘ik sidderde op de plaats waar ik stond.’ zegt hij als hij de oorlogsmacht van Babel op zich af ziet komen en bedenkt wat dat gaat betekenen voor het voortbestaan van de economie en de welvaart van het land. Wat Habakuk zegt zou je kunnen vertalen met ‘ik voelde me diep ongelukkig.’ En dat gevoel hoef je niet zomaar weg te poetsen. Geloven betekent niet: je gevoel uitschakelen. We hoeven niet te doen alsof het leven zo makkelijk is, want er is ook heel veel reden om te zuchten, te klagen. Juist als je dat toelaat, kun je des te sterker zeggen: en toch mag ik juichen. Want er is meer dan ik voel. Mijn gevoel kan zeggen: het wordt niets meer; het is één grote nacht. Maar het TOCH van het geloof ziet het licht van God schijnen in die nacht. Als christen mag je zeggen: ik voel me diepongelukkig, en toch juich ik. Want God de HEER is mijn kracht. Geen mogelijkheden meer zien, toch geloven dat het kan. Geloven dat God alles kan. Voor Hem is niets onmogelijk.

‘Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
al zal er geen koren op de akkers staan,
al zal er geen schaap meer in de kooien zijn
en geen rund meer binnen de omheining –

toch zal ik juichen voor de HEER,
jubelen voor de God die mij redt.
God, de HEER, is mijn kracht.’

Habakuk 3,17-19

De tijd dat het in christelijk Nederland een echte discussie was of er op zondag een ijsje gekocht en genuttigd mocht worden lijkt voor veel gelovigen al ver achter ons te liggen, maar het kernpunt blijft hoe er op zondag door christenen wordt geleefd. Hoe verhoudt de zondag – de Dag des Heeren – , het vierde gebod zich met de levens van christenen? In hoeverre begint een hele levensopvatting te schuiven als men een steentje uit het gebouw loswrikt? Een interessant dilemma dat Geertjan Lassche in zijn documentaire Zwart IJs actualiseert. ijs‘ Schaatsen op natuurijs’ zo meldt de website van Lassche over de documentaire ‘is een oersport in Nederland. Veel topschaatsers komen van het christelijke platteland. Hoewel de Biblebelt (orthodox christelijk Nederland) tegen topsport is, wordt voor schaatsen een uitzondering gemaakt. Zolang maar niet op zondag, de dag des Heeren, worden geschaatst. Vandaag wordt de traditionele schaatscultuur bedreigd door commercie en professionalisering. Ook het heilige huisje van de zondagsrust wordt niet langer eerbiedigt.’ Ergens in de trailer van deze documentaire wanneer het gaat of het al dan niet gerechtvaardigd is om op zondag een zo’n professionele wedstrijd mee te doen wordt door één van de christelijke topsporters gezegd dat een gedachte dat je je ver moet houden van deze wedstrijden wanneer ze worden gehouden op zondag, dat zo’n gedachte iets is van vroeger. Tegenwoordig moet iedereen zelf de afweging maken of hij zich al dan niet prettig voelt bij zo’n deelname op zondag.

Het thema, de kernvraag van deze documentaire is volgens mij erg actueel. Want hoe ga je als christen om met alles wat je aangeboden wordt? Worden we steeds meer ‘wereldgelijkvormig’?  Gaat ons begrip van de betekenis van teksten uit de Bijbel verder en kijken we nu anders aan tegen bepaalde teksten? Wat betekent het om christen te zijn:  je geloof met de daar aan gekoppelde waarden en normen aanpassen aan mensen buiten de kerk of zelf ergens een stelling innemen omdat je gelooft dat dat zo van je gevraagd wordt?

Op 20 oktober 2013 is het Micha Zondag. Het thema is ‘Ik hoor jullie klacht’, geïnspireerd op Jakobus 5. Op Micha Zondag staan armoede en gerechtigheid centraal in duizenden kerken wereldwijd. In 2013 is er bijzondere aandacht voor armoede als gevolg van corruptie en uitbuiting. Bijbelboek Jakobus laat in hoofdstuk 5 zien dat dit onrecht niet ongezien blijft bij onze Heer. En dat betekent dat wij als volgelingen van die Heer ook niet werkeloos aan de zijlijn kunnen blijven staan en doof kunnen blijven voor de klacht die klinkt. ‘Doe mij recht’ is de klacht van de weduwe uit Lucas 18.  Michazondag 2013Het gedeelte sluit af met een vraag aan ons allen: ‘zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?’ Daarmee wordt bedoeld dat er recht gedaan moet worden. Het is een harde vraag aan mensen die een wereld kunnen behandelen als iets waar ze tijdelijk gebruik van kunnen maken, maar waar ze uiteindelijk niet de verantwoordelijkheid voor willen dragen. De aarde, het milieu en andere mensen roepen voortdurend ‘doe mij recht!’ En wat is ons antwoord? De schepping die we in bruikleen hebben gekregen is niet van ons en juist christenen hebben de plicht die te onderhouden. We worden opgeroepen tot zorg voor onze naaste, onze naaste ‘recht te doen’. En dat betekent niet alleen maar onze menselijke naaste, maar de gehele schepping. ‘Heb uw naaste lief als uzelf’. Niemand van ons wil toch in een vergiftigde wereld leven? Dat gun je dan toch ook je naaste niet, je naaste van nu niet en je naaste in de toekomst niet. Toch?

De klacht wordt gehoord. Maar  wat doen wij ermee?

Soms zijn het de kleine berichtjes die je doen opschrikken. Zo las ik laatst dat men in Groot-Brittannië zich zorgen maakt over de kwaliteit van het godsdienstonderwijs aldaar. Kinderen in het Verenigd Koninkrijk zouden te weinig voorlichting en informatie krijgen  over de verschillende godsdiensten. Al enige tijd geleden  las ik ergens anders dat sommige mensen zich daarover voor de Nederlandse situatie ook al zorgen maken. Kinderen die geen weet meer hebben, geen basale kennis meer hebben van christelijke feestdagen. Oké, ze zijn met Pasen vrij, maar waarom? Joost mag het weten. En dat is nu precies ook het probleem: meester Joost heeft er ook geen flauw idee van. Nooit kennis over opgedaan in de opleiding… Om maar te zwijgen over feesten van andere godsdiensten die ook – zij het op kleinere schaal –  in Nederland gevierd worden.

Nu zou je misschien je schouders kunnen ophalen over dit feit. So what, Nederland seculariseert, de westerse wereld seculariseert, dus dat grote groepen mensen totaal geen binding meer hebben, geen kennis meer hebben over godsdienst en godsdienstige feestdagen, dat is nogal wiedes. Laat ik voorop stellen: ik vind het erg jammer dat de westerse wereld zich in steeds mindere mate christelijk, godsdienstig noemt, maar daar gaat het mij in eerste instantie in deze column niet om. SamenWaar het mij hier om gaat is  dat grote groepen mensen elkaar niet meer kunnen begrijpen, elkaar niet meer verstaan omdat ze niet meer weten wat de andere persoon drijft. Er wordt wat fragmentarische, verouderde kennis ‘uit de oude doos’ opgediept, wat spullen van het wereldwijde web afgeplukt en op een vreemde aan elkaar geknoopt en voor je weet ontstaan er vijandsbeelden die de werkelijkheid onrecht aandoen. ‘Christenen drinken met hun Avondmaal echt bloed’ en ‘dé islam is een gewelddadige godsdienst die de hele wereld wil veroveren’ en meer van dat soort ongenuanceerde onzinuitspraken over welke godsdienst dan ook. En voor je het weet blijft het niet bij scheldpartijen, maar slaat op een gegeven moment de vlam geweldig in de pan! Talloze voorbeelden uit de minder recente en recente geschiedenis getuigen daarvan.

Om met elkaar een samenleving te kunnen (blijven)  vormen houdt ook in dat we kennis van elkaars (godsdienstige) denkbeelden en gebruiken dienen te hebben die we op goede wijze kunnen verkrijgen. Want anders groeien we als mensen die de samenleving moeten vormen steeds  verder uit elkaar en blijft er uiteindelijk alleen maar onbegrip over. Deze kennis moet overgedragen worden op onderwijsinstellingen opdat we een werkelijke samen-leving blijven vormen.

Want onbegrip leidt tot onbekend en dat maakt onbemind en dat…

Ik ben niet echt van het herbloggen van oude columns, maar vanwege de ramp van het schip met vluchtelingen bij Lampedusa deze week, doe ik dat toch met deze column. Typerend was de reactie van de paus op deze ramp: ‘Schande!’ Laten we zijn uitroep, zijn oproep ons aantrekken en nadenken hoe wij met ‘onze’ (?!) welvaart willen omgaan.

F.A. Slothouber's avatarBrandend Zand

Deze week bracht Paus Franciscus een bezoek aan het Italiaanse eilandje Lampedusa. Dit eiland dat op iets meer dan 100 kilometer voor de kust van Tunesië ligt, staat bekend als de “poort naar Europa”. Jaarlijks maken duizenden vluchtelingen de overtocht naar Lampedusa, vanwaar ze hopen te kunnen doorreizen naar het Europese vasteland. Maar voor heel wat vluchtelingen eindigt de gevaarlijke reis naar Lampedusa met de verdrinkingsdood. Als eerbetoon gooide de paus vanaf de boot bloemen in zee en veroordeelde hij de ‘globalisering van onverschilligheid’. “Daardoor hebben we het vermogen verloren om te huilen om het leed”. Franciscus riep de wereldgemeenschap dan ook op tot een groter mededogen voor allen die vanwege erbarmelijke omstandigheden thuis op zoek gaan naar veiligheid en een zeker bestaan. De paus stelde dat Lampedusa in plaats van en wachttoren te zijn die ongewenste vreemdelingen buiten weet te houden een vuurtoren, een lichtbaken moet zijn. Een vuurtoren voor…

View original post 293 woorden meer

« Vorige paginaVolgende pagina »