Uncategorized


De Zwitserse filosoof en atheïst Alain de Botton zei in zijn boek ‘Religie voor atheïsten’ dat atheïsten religie nodig hebben. Wie zorgt er anders voor dat deugden als matigheid, barmhartigheid en vergevingsgezindheid blijven bestaan? Op het gebied van samenleven, maar ook op andere gebieden, zoals onderwijs en levenshouding, kunnen atheïsten leren van de kerken. billboardVolgens De Botton zijn religies veel beter dan onze moderne westerse maatschappij in staat een gemeenschap te stichten. De opgave voor atheïsten is nu om de goede eigenschappen van kerken te vertalen naar goed werkende seculiere modellen.  Maar tot nu toe slagen atheïsten daar nauwelijks in. Religies pakken het onderwijs veel grondiger aan, meent De Botton. Kennis dient er een hoger doel: het vormen van de ziel. En dat is een bezigheid die  een leven lang doorgaat. Hiertegen steekt seculier onderwijs mager af, aldus De Botton. Seculiere denkers menen dat mensen zich voor het leven laten vormen door concepten die ze één keer, rond hun twintigste, te horen krijgen ‘via een docent die in een kale zaal zijn les opdreunt’. Zo blijft het project van de Verlichting met een groot gapend gat zitten:  Hoe zouden zij moreel betere mensen worden? Te oordelen naar wat ze doen, in plaats van wat ze zo hoogdravend betogen, stelt De Botton vast, houden de geesteswetenschappen zich bezig met het afleveren van ‘cultureel onderlegde maar ethisch verwarde alfawetenschappers, die zich met terechte paniek afvragen hoe ze zich de rest van hun leven op rendabele wijze moeten bezighouden’.

Aan dit boek van De Botton moest ik denken toen ik dezer dagen een artikeltje las waarin wordt gesteld dat atheïsten wereldwijd worden benadeeld en vervolgd. Dat blijkt althans uit cijfers van de International Humanist and Ethical Union (IHEU), een organisatie die zich inzet voor de verspreiding van het humanistische gedachtegoed. Het atheïstische en humanistische gedachtegoed blijkt nit goed te landen. Het summiere berichtje maakte veel tongen los op de verschillende fora op internet. De teneur van het (obligate) commentaar was dat toch alle religie fout was en verboden moest worden en dat mensen zelf moesten gaan denken.

Pot – ketel – zwart zien. Vind je het gek dat je dan wereldwijd benadeeld en vervolgd wordt???

‘die bodem is van karton’ klonk het jaren geleden met een zogenaamd Italiaans accent. Deze ‘Italiaan’ figureerde in een reclame voor een merk pizza’s. Natuurlijk was de pizzabodem van de concurrent ‘van karton’, want hun pizzabodem was natuurlijk krokant en smakelijk. maquette kartonnen kerk‘Van karton’;  in het in 2010 door aardbevingen geteisterde Nieuw-Zeelandse Christchurch is kortgeleden een bekend gebouw met ongekende materialen gebouwd.  Ter vervanging van de zwaarbeschadigde kathedraal is er nu een vervangend exemplaar verrezen van karton. De kartonnen kathedraal bestaat uit buizen van karton en een frame van staal en hout. Volgens de architect is het ontwerp waterproof en kan de kerk zeker 20 jaar mee. De initiatiefnemers noemen het de ‘Overgangskerk’ die een symbool van hoop voor de toekomst is. In Nieuw-Zeeland zijn ze wel begonnen met de bouw van een andere, echte kathedraal uit steen. Die zal over 20 jaar af zijn.

Hopelijk zijn de bezoekers van deze kerk niet ‘van karton’, niet nep, een slap aftreksel van ‘the real thing’. Niet zoals de eendimensionale poppetjes zonder inhoud als in de maquette, maar echte ‘levende’ christenen gevuld en vervuld met en door de Heilige Geest!

‘De tijd van de prekende en protesterende christenen is voorbij; het is tijd om de handen uit de mouwen te steken’ stond boven een artikeltje wat ik laatst las. Voeg de daad bij het woord, oftewel ‘put your money where your mouth is’! De Amerikaan Gabe Lyons heeft genoeg van christenen die alleen maar anti-… zijn en enkel op bekering uit zijn en veroordelend naar anderen zijn. Op zich een sympathieke houding van Lyons. Maar ik denk toch niet representatief voor veel christenen.  Ik denk dat veel christenen wel hun verantwoordelijkheid nemen om hun geloof te delen. In pure, praktische zin: er te zijn voor hun medemens en te laten zien wat het is om volgeling van Jezus Christus te zijn. Om het met weer een Engelstalig gezegde te omschrijven ‘practice what you preach’, breng in praktijk wat je predikt.

Lyons roept christenen op om niet alleen maar kritiek te hebben op anderen, maar om hoopvol met de handen uit de mouwen  aan het werk te gaan met Gods plan met deze aarde. Geloof is niet een zaak van enkel het hoofd, maar van het hele leven.

Nogmaals,een nobel initiatief. Maar, om bij het Engelstalige gezegde te blijven, als alleen je handen goed werk doen, maar je ‘mouth’ legt geen verantwoording af van waarom je iets doet, waarin verschil je dan van een willekeurige liefdadigheidsorganisatie? In Matteüs verwoordt Jezus het zo: ‘Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo?’ (Matteüs 5: 46-47).

‘Practice what you preach’, handel naar wat je preekt, maar preek ook over waarom je handelt!

‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven.’

Jeremia 29,11

Soms lijkt het wel alsof zwartgalligheid vat heeft gekregen op christenen in Nederland. We blijven achterom kijken, naar het verleden. Het christendom deed ertoe, we waren een groep om serieus rekening mee te houden. Maar nu? We worden weggezet als iets van vroeger tijden; ‘Ja, m’n grootouders die gingen nog wel naar de kerk, maar wij… nee, wij zijn verder gegaan, we weten nu wel beter. Dat is iets uit de oude doos’ zo hoor je hoor je met enige regelmaat om je heen. En ja, dat laat je als christen niet koud.

En toch…? Wat heb je eraan om te somberen… wees toekomstgericht. Realiseer je wat je hebt en bouw daarmee door.

‘Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
al zal er geen koren op de akkers staan,
al zal er geen schaap meer in de kooien zijn
en geen rund meer binnen de omheining –

toch zal ik juichen voor de HEER,
jubelen voor de God die mij redt.
God, de HEER, is mijn kracht.’

Habakuk 3,17-19

Ondanks alles, toch is er een hoopvolle toekomst

‘Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden?                                                                                                                   Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.’                                                                                                                                                                                                               Matteüs 5: 13

Een aantal jaren geleden ben ik deze weblog begonnen en heb er de naam ‘Brandend zand’ voor gekozen. Brandend zand omdat heet zand kan branden onder je blote voeten. Zand kan schuren, polijsten, kan iets moois van iets maken. Ook zout kan een zelfde soort eigenschap hebben. Het kan iets reinigen, het kan branden, zelfs pijn doen. Zout kan een smaakmaker zijn voor eten. Jezus heeft het over het zout der aarde. Hij spreekt deze woorden uit als slotstuk van de zogenaamde Bergrede. Die rede is een verzameling praktische leefregels voor mensen om zo Jezus te volgen. Regels over barmhartigheid, het doen van goede werken, ruzies en meningsverschillen bij te leggen enzovoorts worden zo door Jezus als leefregels aanbevolen voor zijn volgelingen. Later zou Hij deze regels in feite inpassen in Zijn ‘grote gebod:  ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.’ (Matteüs 22: 37-39) In het evangelie naar Marcus staat daar nog een vers voor: ‘Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer’ (Marcus 12: 29). Deze toevoeging staat er niet zomaar. Deze woorden heten ook wel het Sjema Israel: Het Sjema geeft uitdrukking aan het absolute geloof in God en komt uit het Oude Testament (Deuteronomium). In de Joodse godsdienst is dit heen vast onderdeel van onder andere het dagelijks ochtendgebed. Je zou dus kunnen zeggen dat door het grote gebod vooraf te laten gaan door dit Sjema Israel ermee bedoeld wordt dat deze leefregels onze dagelijkse praktijk moeten zijn. Maar willen we dat nog wel zijn: zoutend zout, anders dan de anderen, smaakmaker zijn?  Maar zijn we dat wel? Of zijn we een flauw hapje zonder smaak? Delen we de zouteloze praatjes die geen pijn doen? Waardoor we niet uit de toon vallen, niet af wijken, niet opvallen?

Kortom: zijn we liever zoethoudertje dan smaakmaker?

‘Je kunt als vaste kerkbezoeker zondags in de kerk keurig je pepermuntrolletje doorgeven, maar vanbinnen volledig geseculariseerd zijn’ Dat is de boodschap van Herman Paul, nieuwbakken hoogleraar secularisatiestudies aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Secularisatie. Als we daar als christenen aan denken zullen we het vooral buiten de kerkmuren zoeken. Mensen die niet meer naar de kerk gaan, mensen die afgehaakt zijn… Dat zijn toch de geseculariseerden? Toch is het een indringende vraag omdat je als je met een vinger naar de ander, je met overige vier vingers naar jezelf wijst. Zijn wij, als we eerlijk naar ons zelf kijken, zo verschillend van de geseculariseerde mensheid om ons heen?

Gaan we echt anders om met ons leven. Lezen we niet dezelfde bladen, hebben we niet dezelfde zorgen? Blinken we uit in vrijgevigheid, medemenselijkheid, hebben we echt de naaste lief?

Kortom,een spannende opmerking ‘wij kunnen net zo geseculariseerd zijn’ als de meest geseculariseerde medemens!’ Waar ligt je hart, dat is de vraag waar het om draait!

Herman Paul ‘In onze tijd moeten we weer leren tegendraads te zijn. Een gemeenschap vormen waarin we uit liefde en betrokkenheid met elkaar leven. Dat staat haaks op de competitieve samenleving met haar markteconomie en individuele rechten’.   Zo kunnen mensen ontdekken dat er nog iets anders dan het adagium ‘ieder voor zich’.

Meditatie naar aanleiding van psalm 18

Met mijn God spring ik over een muur. (Psalm 18: 30)

Met mijn God spring ik over een muur.
Ja, je zou die momenten dat je met God willen bewaren.
Die mooie momenten van die ervaringen met God.
Die momenten dat je zeker weet dat God er is en je leven draagt.
Je zou die momenten willen opbergen.
Want zo ineens is dat moment weer voorbij.
Er verschijnt een muur waar je voor staat,
dingen waar je als een berg tegenop ziet.
Door de zorgen of de moeiten in je leven.
God is niet altijd zichtbaar.

Maar soms zijn er van die momenten dat God ineens verschijnt
dat onze ogen opengaan.
Het is een teken dat er grootse dingen staan te gebeuren.
Een toekomst waarin ons leven is mooi en goed, gelukkig is
en wij voor eeuwig verbonden worden aan God.

Een toekomst waarin de hemel en de aarde voor eeuwig bij elkaar horen
badend in het zonlicht van Gods heiligheid.

Daarom mogen wij toch blij zijn ondanks onze twijfels
Want twijfel is een weg en wij mogen deze weg gaan
in het vaste vertrouwen, de hoop, de verwachting,
dat Jezus, Die zelf de weg was
ons, mensen van de weg, zal leiden.
Want ondanks al mijn twijfel weet ik dat mijn begin en eind in God zijn.

Ik vertel niemand een geheim dat in deze tijd de secularisatie, de ontkerkelijking  met kracht om zich heen slaat. Kerken kunnen hun leden niet meer zo vast houden, zoals dat wel voorheen leek te lukken. Waar vroeger de kerken op zondagen nog vol zaten, lijkt het wel of het ‘kerkvolk’ nu haar spirituele heil elders zoekt. Nee, niet dat Nederland en masse ‘van God los is’, dat zeggen de cijfers wel waaruit blijkt dat de mens ongeneeslijk religieus blijkt te zijn. Maar toch, in de kerk komen ze niet meer.  Nu is er vreugdevol nieuws: zo te horen hebben kerken het panacee gevonden om mensen vast te houden en zelfs misschien weer voor nieuwe aanwas te zorgen.

Overal in den lande worden Pioniersplaatsen, Missionaire gemeentes of wat voor termen men er ook voor gebruikt ingesteld en worden predikanten bijgeschoold. Want, zo leerde ik laatst uit een artikeltje in Trouw ‘de preken niet meer aansluiten bij de belevingswereld van de kerkgangers aan’. Nu horen jullie mij niet zeggen dat een preek die aansluit bij de actualiteit niet nodig is, maar toch zet ik vraagtekens en voetnoten bij zo’n opmerking. Want waar leggen we het uitgangspunt van de kerkdienst? Ligt dat primair bij het  individu? Wat beleef jij aan de kerkdienst? Hoe raakt het jou?

De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer stelt  in zijn boekje ‘Het wezen van de kerk’, colleges over ‘de leer van de kerk’ (uit de dertiger jaren van de vorige eeuw!)  stelt dat het primaat ligt bij de samenkomst. ‘In de samenkomst gebeurt het, dat men de Geest ontvangt, gebeurt het wonder’. Ook bij de Reformatie, zo gaat Bonhoeffer verder, wordt het belang van de samenkomst in acht genomen. De reformatoren willen wel de vrije zelfstandigheid  tegenover de kerkdienst, maar geen vrijheid van het individu ver van de samenkomst. Het ontspoorde echter toen in het protestantisme het accent kwam te liggen op de ervaring. Dan draait het om de individualistische vraag ‘Wat heb ik er aan?’ De typisch individualistische constateringen over bijvoorbeeld de onaantrekkelijkheid van kerkdienst, de slechte preken zijn dan onvermijdelijk. Men kan tenslotte, zo stelt Bonhoeffer, geen aannemelijke argumenten meer aanvoeren om de samenkomsten te bezoeken. Voorstellen tot verbetering, vernieuwing en activering, zo gaat Bonhoeffer verder, zijn er tegenwoordig (!) genoeg in de kerk. Maar de grondslag is overal de vrome ervaring.  En dat is volgens hem geen goed uitgangspunt.

Dit werd gesteld in de jaren ver voor de Tweede Wereldoorlog. In onze tijd zien we nog steeds een zelfde soort  beweging bij de kerk en de kerkgangers. Moeten we het hebben van het aanbieden van allerlei leuke, aangename religieuze theorieën waar het publiek naar harte lust in kan grasduinen en kan pakken wat hem of haar aanstaat en de rest in de bak kan laten liggen? Smeren we alles dicht met een theologie dat God overal en altijd bij je is? Gaan we zitten op de beleving van de mensen, onder het mom van ‘u vraagt en wij draaien’? Aansluiten bij de beleving van de mensen die bijvoorbeeld alleen in de kerk komen om bemoedigd te worden?

Een interessante mening hierover staat geschreven in Provocatie van Willem Maarten Dekker. In diepste essentie, zo zegt hij, gaat het om de radicaliteit van geloven. Geloven kost wat. Het vraagt om een totale, volledige overgave. Je ontmoet een God die aanwezig is, maar soms ook afwezig. Kortom, een God die niet altijd even sociaal acceptabel overkomt.

En of dat geloof nu grote groepen trekt of niet, de essentie van het Woord moet verkondigd worden. Een boodschap dient niet altijd even sympathiek overkomt. Voor een christelijk geloof dat in het Westen eeuwenlang in het middelpunt heeft gestaan is dat misschien even slikken. Kerk in de marge worden is zeker geen fijn proces.

Beleef de kerk? Ja, beleef de kerk! In haar samenkomsten, in een Woordverkondiging die een compromisloze, ongepolijste, tegendraadse boodschap van de Bijbel voor de wereld heeft.

Vandaag is het  in Nederland de Dag van de Duurzaamheid. en daar hoort dit jaar de slogan ‘laat het zien op 10-10’ bij. Toen ik eerder over het onderwerp duurzaamheid en de zorgen over vervuiling van de aarde schreef kwam ik er achter dat er veel ambivalentie heerst over duurzaamheid. Ook onder christenen. In sommige commentaren werd deze ambivalentie onder christenen toegeschreven aan een apocalyptische instelling waarmee een aantal christenen behept is. Immers, zo wordt door deze christenen dan gezegd, de apocalyptische rampen die worden voorspeld als we niet meer verantwoord met de aarde omgaan brengen de wederkomst van Jezus Christus dichterbij. Nu weet ik dat in het verleden de klimaatproblemen door mensen die ons van die materie bewust wilden maken soms wat te pessimistisch is geschilderd en er soms flink gesjoemeld is met feiten en cijfers. Maar ontslaat dat ons dan van de plicht om de schepping waarin wij mogen leven dan niet zo optimaal mogelijk te onderhouden en door te geven aan de generaties na ons. Over het beheer van de schepping wordt ook en juist in de Bijbel ook op heel indringende wijze een beroep op de mens gedaan.‘Wanneer jullie eenmaal in het land zijn dat ik je zal geven, moet het land rust krijgen, een sabbatsrust gewijd aan de HEER. Zes jaar achtereen mogen jullie je land inzaaien, je wijngaard snoeien en de oogst binnenhalen. Maar het zevende jaar moeten jullie het land laten rusten.’ (Leviticus 25:2-4). De schepping die we in bruikleen hebben gekregen is niet van ons en juist christenen hebben de plicht die te onderhouden. Dat heeft niets te maken, of is in tegenspraak met welk apocalyptische visie dan ook. Simpel gezegd is het een uitwerking van het gebod ‘heb uw naaste lief als uzelf’. Niemand van ons wil toch in een vergiftigde wereld leven waar het een dagelijkse strijd is om aan de dagelijkse levensbehoeften te komen?  Dat gun je dan toch ook je naaste niet, je naaste van nu niet en je naaste in de toekomst niet. Toch?

Daarom: laat het zien op 10-10… en op 11-10, op 9-10, altijd maar weer!

‘De kerk heeft in ons land vooral zichzelf de das omgedaan door eindeloos te strijden en te vechten’. Dat is een uitspraak van twee protestantse predikanten. Hoewel er zeker een kern van waarheid in deze uitspraak zit, moest ik onwillekeurig ook de verbinding leggen met de strekking van het boekje ‘Wat een held’ dat gepresenteerd wordt in het kader van de Maand van de Geschiedenis 2012. De strekking van het essay is de volgende: in Nederland is er de laatste jaren sprake van ‘inquisitiegeschiedenis’, het idee dat er moet worden afgerekend met het verleden. Er is geen held of er zit wel een (overigens soms terecht) smetje aan. En dat smetje wordt soms zo uitvergroot en er wordt met eenentwintigste eeuwse ogen naar de held gekeken dat er geen goed woord meer kan worden gezegd over desbetreffende ‘held’.  Er ontstaat een cultuur waarin soms voor elke fout gemaakt in het verleden met terugwerkende kracht nog excuus moet worden aangeboden.

Dat gevoel bekroop mij toen ik de uitspraak las zoals boven weergegeven. Ja, er is veel gestreden over wat je nu soms  ‘pietluttigheden’ vindt. Maar laten we eerlijk zeggen, lopen ook wij dan niet het gevaar bepaalde twisten te veel met onze eenentwintigste eeuwse ogen te bekijken? ik vind dat ‘de kerk’ met frisse blik vooruit moet kijken en met een open vizier de toekomst moet intreden. Niet zippen over wat er in het verleden gebeurd is, daar wel van leren, maar een positieve blik gericht houden op het heden en de toekomst!

Daarom:

‘Voorwaarts Christenstrijders, volgt uw Heer en God,
Draagt het kruis van Jezus, vreest geen hoon of spot.
Laat de moed niet zinken Jezus gaat u voor!
Over bergen door woestijnen volgt uws Meesters spoor.’

« Vorige paginaVolgende pagina »