Uncategorized


Het zijn interessante en spannende tijden voor theologen en predikanten, zeker als je behoort tot de Protestantse Kerk in Nederland.

Hebben we in december 2011 de laatste diesviering gehad van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU)  in Kampen voordat de locaties Kampen, Utrecht en Leiden de deuren sluiten om alleen nog maar verder te gaan in Groningen en aan de VU in Amsterdam, meteen daarna brak voor velen de tijd van allerlei diensten en vieringen aan rond de tijd van Advent, Kerst en Oud en Nieuw, die onder predikanten vroeger ook wel bekend stond als de Tiendaagse Veldtocht vanwege haar drukte.

De ontstoken vreugdevuren vanwege de concentratie van de opleidingsplaatsen van de PThU, die en passant ook een deel van de winkelstraat in Kampen in de as legden, waren voor synodepreses van de PKN echter niet krachtig genoeg. In een column in Kerkinformatie schreef hij laatst dat  hij op zoek is naar predikanten waar het geloofsvuur van afspat. Hij constateert dat het licht niet zelden onder de korenmaat wordt geplaatst, laten ik het interpreteren als een niet-bezielde predikant. Preses Verhoeff  zegt dat deze tijd van secularisatie vraagt om predikanten die met kracht voor hun geloof gaan staan. Op zich lijkt dit idee heel nobel, ware het niet dat hij hiermee ook een oordeel velt over de huidige generatie predikanten ook al ontkent hij dit.

Interessant zijn de maatregelen die de PKN neemt om de aanwas van jonge generatie theologen en predikanten te bevorderen. Enige tijd geleden is er, onder voorwaarden, de mogelijkheid geschapen om HBO-theologen als volwaardig predikant te laten opereren in bepaalde plaatselijke gemeentes. En onlangs kwam daarbij het tijdelijke experiment bij om een predikant aan te stellen die zijn inkomen niet vergaard uit zijn werkzaamheden als geestelijke, maar uit een nevenfunctie.  Het zijn werkelijk twee maatregelen die de aanwas van jonge theologen niet uitermate stimuleren. Immers, de huidige calculerende student zal in het huidige onderwijsklimaat waar elke studievertraging geld kost snel kiezen voor een zo kort mogelijke studie, dat is dus een HBOstudie. Daarbij komt het andere feit dat gemeentes liever een ‘goedkopere’ HBO-theoloog aanstellen dan een duurdere universitair geschoolde theoloog.  De tweede maatregel, die van de ‘onbezoldigde’ predikant oogt in eerste instantie sympathiek, maar is op de lange en middellange termijn nog kwalijker. Want, welke jonge student kan het zich in de toekomst permitteren om nog een tweede studie te volgen naast een studie theologie? Precies, niemand, want onbetaalbaar!

Het thema van de theologenconferentie van het Evangelisch Werkverband ‘meer doen met minder’ klinkt nu omineuzer dan waarschijnlijk bedoeld! Mede met dank aan het bestuur van de Protestantse Kerk !

Werkelijk, het zijn interessante en spannende tijden voor theologen en predikanten…

Voor velen waarschijnlijk ongemerkt leven we al weer in de tweede week van de Advent. Advent, de tijd die vooraf gaat aan de geboorte van Jezus Christus zoals gevierd op Kerst. Advent betekent  verwachten, in afwachting, in verwachting leven. In verwachting van de geboorte van Jezus Christus, de Verlosser van de mensheid. Kerst is  een van oorsprong christelijke feest, voorafgegaan door de Adventstijd. Vroeger ging deze tijd gepaard met een Vasten, zoals dat vaste bekend is uit de tijd voor Pasen. Vasten om zelf een ‘juiste houding’ aan te nemen om Christus gelovig te kunnen ontvangen.

Maar dat was vroeger. Tegenwoordig staat de decembermaand bij veel mensen in het teken van de hebzucht en het geld. Zelfs nu, met de (nakende) crisis is gebleken dat er voor de Sinterklaasaankopen weer meer geld is uitgegeven dan in voorgaande jaren. Dansen op de rand van de vulkaan. Mensen leven ook nu in de tijd van de verwachting. Alleen is die verwachting in veel gevallen een stuk onzekerder geworden. Zullen de verschillende crises ook het komende jaar onze huizen voorbijrijden of worden we toch bezocht door onze nachtmerrie? Maar eerst leven alsof het je laatste dag is, nietwaar!?

Is het daar allemaal mee gezegd? Zijn de (advent- en) kerstdagen voor de meeste mensen in West-Europa verworden tot een feest van vermaak en de onvermijdelijke reflectie op wat (misschien) komen gaat? En is de Advents- en Kersttijd voor een slinkende groep mensen nog een (voorbereiding op het) feest van herdenking van  de Verlosser van de wereld, Jezus Christus? En is de kerk nog in staat deze boodschap te ‘vermarkten’ of wordt Kerst alleen nog maar voorgesteld met het mierzoete en flinterdunne laagje van de boodschap Vrede op aarde en liefde voor iedereen om je heen? Zit de kerk te zeer vast aan haar ‘status’ die ze eens had, namelijk dat ze ertoe deed in de samenleving, en heeft ze haar corrigerende taak ingeruild voor een algemeen aanvaardbaar, hap-slik-wegevangelie? Hoogleraar christelijke ethiek Samuel Wells en gevierd Amerikaans voorganger Tim Keller hebben het beide over wat door sommigen omschreven wordt als grootste zonde van christendom: macht. Wells legt uit in dat het christendom het daarom ook zo moeilijk vindt zich neer te leggen bij haar West-Europese neergang  in onze tijd. Ooit was ze een Goliat die optrok met de machthebbers van deze wereld. Haar originele rol van David, onaangepast aan de tijd en niet-populair,  staat haar in wezen niet aan en ze moet zich daar tegen heug en meug bij aanpassen. Keller laat zien vanuit de Bergrede zien dat de voor christenen de regels van de wereld – het verwerven van geld, macht en status – in feite minder belangrijk zijn je toekomst in Gods Koninkrijk waarvan onder andere lijden een voorteken is. Helaas heeft de geschiedenis aangetoond dat de kerk en haar leden vaak net echte mensen zijn.

Advent 2011. Leven in ver- en afwachting. Voor ons allen: wachten op wat komen gaat. Voor veel mensen is dat een onvermijdbare toekomst, die – als je de berichten in de media moet geloven – er inktzwart uitziet. Zonder hoop, zonder uitweg… Voor mij een leven in de hoop, uit het geloof dat Jezus Christus eens de wereld verlossing heeft aangezegd. Ook ik, inmiddels ruim drie jaar werkloos en met weinig zicht op vaste arbeid voor ogen, ben ervan overtuigd – om het met Kellers woorden uit Kruistocht te zeggen – dat ik ten dans wordt uitgenodigd wanneer ik in relatie wil leven met God. Want ook ik ben Gods geliefde kind, waarin Hij vreugde vindt en dat een geweldige toekomst tegemoet gaat.

‘Kruistocht. Het leven van koning Jezus’ is het nieuwste,  in het Nederlands vertaalde,  boek van de Amerikaan Tim Keller. Keller is stichter en predikant van de Redeemer Presbyterian Church in Manhattan. Met Kruistocht verteld Keller het leven van Jezus zoals dat ons verteld wordt in het Evangelie volgens Marcus. Het geheel resulteert in een commentaar op dit Bijbelboek, heel handig zo aan het begin van het ‘Marcusjaar’ volgens het oecumenisch leesrooster.

Keller probeert in Kruistocht de gang van Jezus  door het aardse leven te schetsen vanuit het perspectief van de eerste christenen. Welke impact had deze boodschap op deze eerste hoorders en lezers. Om dit te bereiken schildert de auteur een levendig beeld van de maatschappij in die dagen. Je wordt als het ware meegenomen in de christelijke radicaliteit verwoord in het Marcusevangelie.   

Keller stelt dat de radicaliteit van het christendom onder meer daarin ligt dat de logische volgorde steeds weer wordt omgekeerd:  het grootste probleem in je leven is bijvoorbeeld niet  wat je overkomen is, wat anderen jouw hebben aangedaan, maar het probleem is hoe je daarop gereageerd hebt.  Een ander voorbeeld: de meeste godsdiensten volgen een zelfde soort opbouw van ten eerste gehoorzaamheid en daarna pas acceptatie. In het christendom wordt deze ‘logische’ volgorde op z’n kop gezet. Ik weet  mij ten volle geaccepteerd in Jezus en daarom ben ik gehoorzaam.  Of, als je verantwoording wilt afleggen over alle verkeerde dingen in je leven, dat maakt je alleen maar een religieus mens. Maar als je werkelijk  een band met God wilt hebben dan dien je verandering te brengen in hoe je omgaat met de jouw gegeven talenten en successen. Je moet dus verantwoording afleggen over hoe je met de goede dingen in je leven omgaat.

Dit zijn zo een paar voorbeelden die Keller verder uitwerkt in Kruistocht die, mij in ieder geval, vanuit een ander perspectief laten kijken tegen de radicaliteit van het evangelie van Jezus Christus.

Naar aanleiding van Tim Keller Kruistocht. Het leven van koning Jezus, 2011. ISBN 9051944241

Het is een feit: een meerderheid van de Tweede Kamer heeft een motie aangenomen waardoor het weigerambtenaren het wordt verboden om zogenaamde ‘homohuwelijken’ niet te willen sluiten.

Mijns inziens staat dit besluit op gespannen voet met de vrijheid van meningsuiting/godsdienst. Wat is het geval: destijds is er een wet aangenomen waarin gesteld werd dat niet hetero’s ook in het huwelijk konden treden. in de wet werd er een uitzondering gemaakt: mensen die vanuit hun persoonlijke overtuiging geen ‘homohuwelijken’ wilden sluiten, konden dit weigeren, mits er in de desbetreffende gemeente wel een ambtenaar zou zijn die het betreffende stel wel wilde trouwen.

Goed besluit… zou je denken… mensen kunnen trouwen en andere mensen kunnen weigeren…

Maar een aantal mensen en organisaties hadden uiteindelijk problemen met dit besluit. Een overheid dient te allen tijde neutraal zijn, dus iemand met gewetensbezwaren ten aanzien van een bepaald punt  mag zich niet uiten. Gedogen, althans al dat bepaalde personen en overtuigingen aangaat is uit. Het aloude Nederlandse begrip voor minderheden lijkt tot uitsterven gedoemd te zijn.

Alweer in 1996 schreef het duo Fluitsma & van Tijn een lied voor een commercial over de Nederlanders met het volgende refrein

15 Miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die schrijf je niet de wetten voor
Die laat je in hun waarde
15 Miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die moeten niet `t keurslijf in
Die laat je in hun waarde

Nu de macht aan de meerderheid, het keurslijf voor een ieder, wetten schrijf je voor iedereen (sic!), geen gedogen, gewetensdwang in plaats van gewetensvrijheid! De befaamde Nederlandse tolerantie wordt zo steeds meer aan banden gelegd. Worden we daar met z’n allen gelukkiger van?

Nee, niet om zoveel mogelijk mensen de kerk binnen te krijgen, maar om de kerk toegankelijk te houden voor de vele rollators, scootmobielen rolstoelen en andere hulpmiddelen van de mensen die de kerken nog bezoeken.Het bedehuis wordt een sterfhuis.

Dat is volgens mij de essentie van de opmerking van Joep de Hart die zei dat de oude volkskerken verworden ‘tot een soort laagdrempelige bejaardenhuizen met de dienstdoende geestelijke als executeur-testamentair’. Deze woorden zijn opgetekend door het Nederlands Dagblad dat verslag deed van een studiedag van de Confessionele Vereniging binnen de PKN voor theologiestudenten en jonge, beginnende predikanten. De teneur van het verslag was somber. Als je niet fris en vrolijk, vol creativiteit en nieuwe ideeën aan het beroep van predikant begint dan word je niet als predikant beroepen. Maar ben je dan eenmaal bevestigd als gemeentepredikant dan word je meer een manager, dan een geestelijke. Dat was althans de ontnuchterende opmerking van een jonge predikant die vertelde over de ervaringen in haar eerste gemeente. Een functie waar zij in eerste aanleg niet voor gekozen heeft. Kortom, het verslag ademde een en al neerslachtigheid en frustratie uit.

Een artikel in dezelfde krant ging over de synode van de Protestantse Kerk in Nederland die onder meer haar visienota bespreekt. Eén van de punten gaat erover dat er meer ruimte voor andere kerkvormen moet zijn. Natuurlijk kunnen we omzien naar alles wat is geweest en daarover in een hoekje zitten kniezen… maar het vruchtbaarder om vooruit te kerken. ‘De velden zijn wit om te oogsten’ wordt ergens in de Bijbel gezegd. Misschien dat methodes die eeuwenlang opgeld deden, in onze tijd niet meer functioneel zijn. Maar ergens zal de dynamiek die het protestantisme vanaf het begin heeft getekend de vlam in leven blijven houden. Niet dat dan de praktijk van alledag die op de studiedag van de Confessionele Vereniging ineens anders is – ik denk dat veel mensen dat wel zullen erkennen, maar dat de kerk in de komende tijd mogelijkheden en vormen kan vinden om mensen te blijven plaatsen op het spoor van het geloof. Dat de kerk in haar huidige vorm misschien haar langste tijd heeft gehad, so be it; ergens zal de Geest blijven waaien, daar geloof ik heilig in.

 

31 oktober. Hervormingsdag. Deze dag staat in het teken van Maarten Luther die op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen tegen situaties in de Rooms-katholieke Kerk zou hebben gepubliceerd. Hij wilde de kerk het liefst van binnenuit hervormen om zo weer een geloofwaardig instituut te worden voor de wereld en voor de gelovigen. ‘Ecclesia Reformata Semper Reformanda’ is een Latijnse spreuk die zoveel betekent als ‘de reformatorische kerk moet zich steeds weer reformeren’. Helaas is dit adagium door de jaren heen een vrijbrief geworden om als kerken zich steeds weer te splitsen. Ik vraag me af of de essentie van dit adagium niet slaat op de beweging dat een zich steeds weer reformerende kerk juist een kritisch oog moet houden op de ontwikkelingen in de wereld waarin zijn zelf staan.

Of is de kerk te gemarginaliseerd om een kritische massa te vormen om ontwikkelingen en bewegingen in een maatschappij bij te sturen, of moeten de kerken het estafettestokje doorgeven aan seculiere beweging zoals de Occupy-beweging. Ik denk het niet!

‘Ecclesia Reformata Semper Reformanda’ Hervormingsdag 2011. Een zichzelf respecterende kerk moet niet bang zijn om bepaalde vaste vormen los te laten en zo weer een geloofwaardige gemeenschap te vormen waardoor zij weer een zoutend zout en een lichtend licht kan zijn. Blijf hervormen!

‘Elk zevende jaar moet u algemene kwijtschelding verlenen.’ Dit is een tekst uit het boek Deuteronomium uit het Oude Testament. Het Schriftgedeelte uit hoofdstuk 15 handelt over het zogenaamde sabbatsjaar waarin een schuldeiser zijn schulden aan zijn schuldenaar moet kwijtschelden. In het gedeelte wordt ook aandacht besteed aan lenen. ‘Zou er in een van de steden in het land dat de HEER, uw God, u zal geven toch iemand uit uw eigen volk gebrek lijden, dan mag dat u niet koud laten. U mag uw hand niet op de zak houden, maar u moet diep in de buidel tasten en hem lenen zo veel als hij nodig heeft.’ staat er dan.

Mmh, ongemakkelijke tekst, zeker als er ook nog de nadruk op gelegd dat als iemand geld leent en je weet dat het jaar van de kwijtschelding er aankomt, je een vraag om een lening niet naast je neer moet leggen ook al weet je dat je het geleende niet terug zult krijgen.

Vanwege de huidige crises in Griekenland en Ierland en de verwachte crises in andere landen is het toch bijna de algemene mening dat we deze landen geen geld meer moeten lenen; immers, zij hebben er toch zelf een zootje van gemaakt!

Het idee lijkt ‘Wij zijn rijk, zij zijn arm en en de armen zijn zelf ook nog de oorzaak van hun armoede. Dus laat ze hun eigen problemen maar oplossen.

Onwillekeurig moet ik dan denken aan de uitspraak van Adam Smith, de grondlegger van het de moderne economie. Hij schreef: ‘de neiging om rijken en machtigen te aanbidden en de armen te verachten is de grootste oorzaak van de teloorgang van onze moraal. Rijkdom bewonderen en armoede verachten  en succes boven falen bewonderen is het grootste gevaar in de commerciële samenleving.’  Smith had het helaas maar al te goed door, zelfs voordat de moderne economie werkelijkheid werd kende hij de aangeboren neiging van een mens.

Deuteronomium wist het eeuwen eerder al: ook rijk zijn is een belasting

Het Nederlands Dagblad heeft deze zomer een serie verhalen onder de titel Ik en mijn  tent waar lezers hun vakantiewederwaardigheden kunnen publiceren. Doorgaans levert dit leuk leesvoer op waarbij je een leuke inkijk krijgt in het vakantie lief en leed van diverse mensen. Afgelopen zaterdag een verhaal over een zondagse wandeltocht waarbij de wandelaar in kwestie stuitte op een boer die schapenvachten verkoopt. Maar ja, omdat zijn of haar overtuiging het haar verbied op zondag iets te kopen, wordt er gezocht naar een oplossing voor dit dilemma: we ruilen de stroopwafels voor het zo felbegeerde schapenvachtje.

Ik en mijn tent (wij zullen de Here dienen)… tsja, en als dan je eigen overtuiging je iets verbied, dan omzeil je die toch?

Volgens een onderzoeksbureau zijn religieuze onderwerpen goed voor scores op netwerksite Facebook, waar mensen van over heel de wereld verbinding met elkaar zoeken.
Op de eerste plaats staat de pagina Jesus Daily, met meer dan 3.7 miljoen bezoekers per week. De pagina biedt fragmenten uit de Bijbel, foto’s en nieuws over geloof en christelijke organisaties. De Bijbel staat op plaats 4, en Jezus Christus op plaats 9, een plaatsje lager komt de pagina Dios es bueno. Religie is zogezegd hot.

Eerlijk gezegd lijkt me dit niet zo verwonderlijk. Immers, volgens Lactantius (ca. 250 – 320 AD), ook wel de christelijke Cicero genoemd, wordt het woord religie verklaart uit het Latijnse woord religare (opnieuw binden, goed binden) en verstaat hij onder religie de band (liga) tussen God en de mens (Divinae Institutiones IV, 28).

Tsja, religie blijft mensen binden, helaas soms ook verdelen, maar soms ook weer opnieuw binden. Religie blijft voor veel mensen een deel van hun imago (face) om daarover met elkaar na te denken op dit wereldwijde, digitale smoelenboek.

Het klinkt eigenlijk te zot voor woorden, maar er is in de Verenigde Staten een beweging ontstaan die vindt dat Bert en Ernie, figuren uit het kinderprogramma Sesamstraat, met elkaar moeten trouwen om zo jonge  kinderen te laten wennen aan het feit dat ook  homoseksuele  relaties en andere seksuele voorkeuren voorkomen en niet als abnormaal worden bejegend. Daarom ‘Bert en Ernie moeten trouwen’; of zoals Matthias Smalbrugge in Het goede leven. Over schijnen schaduw van de moderne moraal het verwoordt: verburgerlijking ten top. De druk om steeds meer te leven volgens de normen van de mainstream. Worden zoals papa en mama.

Ergens moest ik denken aan het een artikel van Gerbert van Loenen in dagblad Trouw dat gepubliceerd werd rondom de  Gay Pride, de jaarlijkse botenparade in Amsterdam waar (voornamelijk) homoseksuelen hun eigen vrijheid vieren. De kwintessens van het artikel laat zich zo samenvatten: wordt homoseksualiteit misbruikt om andere minderheden te ‘discrimineren’? Immers, zo stelt Van Loenen, nu onder meer het COC en D66 protesteren tegen het besluit van minister Van Bijsterveld die weigert scholen te verplichten voorlichting te geven over homoseksualiteit en weigerambtenaren te verplichten andere dan heterosamenlevingsvormen officieel te bevestigen, begint het erop te lijken dat de minderheid die ook gediscrimineerd werd, eenzelfde soort discriminatie aan de dag legt ten aanzien van andersdenkenden. Herman Vuijsje had in zijn boek Correct. Weldenkend Nederland sinds de jaren zestig in 1978 al een goede analyse van de Nederlandse volksaard. ‘Het Nederlandse volk is niet nuchter. Het gaat gebukt onder massahysterie en massataboes. De tegenhanger wordt niet getolereerd. De Nederlanders houden er een zeer sterke groepsmentaliteit op na, waardoor het conformisme dat daarmee gepaard gaat ertoe leidt dat een individu binnen een groep moeilijk een andere mening kan verkondigen.’

Misschien een idee om Sesamstraat te verrijken met een ‘SGP-vrouw’ en een dame in een boerka?

« Vorige paginaVolgende pagina »