Uncategorized


In mijn vorige column schreef ik over de christelijke notie tot de opdracht van het rentmeesterschap. Ik schreef dit naar aanleiding van de start van de Climate Change Conference van de Verenigde Naties in Kopenhagen en van het feit dat een aantal christenen zich niet veel zorgen maakt  over de klimaatcrisis.

Dat ik er vandaag nogmaals aandacht aan besteed heeft zijn oorzaak in het een artikel in het Reformatorisch Dagblad. Daarin betoogt dr. Buitelaar dat we door het alarm over het klimaat de Schepper buitenspel zetten. In het artikel komt verder geen enkel argument naar voren die deze ‘hoogmoed’ verder bewijst. Hij wijst alleen maar op het feit dat mensen die het klimaat trachten te veranderen of te beheersen zich hoogmoedig gedragen jegens God.

Maar als we ons zorgen maken over het klimaat en daarover willen vergaderen en maatregelen willen initiëren om beter om te gaan met de onze gegeven schepping heeft dat volgens meer te maken met rentmeesterschap dan met beheersing en hoogmoed…

Een tijdje geleden las  ik een artikeltje over het feit dat een aantal Amerikaanse christenen zich niet druk maakt over het klimaat en de op handen zijnde crisis. En zo hier ben aar hoor je dit soort geluiden ook wel onder Nederlandse christenen en zijn er mensen die vragen stellen of wij als christenen rondom de klimaatcrisis een steentje hebben bij te dragen. Eerlijk gezegd verbaasde me dit. Vanuit de Bijbelse notie van rentmeesterschap zou je je toch druk moeten maken over de aarde. Dat helemaal los van het feit of je het eens bent met de alarmerende berichten over opwarming van de aarde enzovoorts, zoals die tijdens de klimaattop in Kopenhagen in diverse media verschijnen.

Oké, er valt misschien heel wat af te dingen over de exacte gegevens die ons nu worden voorgeschoteld door een aantal wetenschappers, maar ook al zou onze aarde kerngezond zijn, dan ontslaat ons dat ook als christen niet van de opdracht, de taak van goed rentmeesterschap. De wereld is ons gegeven, niet in beheer maar als geleend goed, met de opdracht goed voor die aarde te zorgen.

In de Bijbel vind je dan geen concrete passages over hoe je omgaat met het klimaat. Het rentmeesterschap en het simpele feit dat deze wereld ons n bruikleen gegeven is, zegt mijns inziens al genoeg.

Genoeg om als christen stil te staan bij klimaatcrisis, kredietcrisis, of welke andere crisis of bedreiging van het geschapene ook en je daartoe te verhouden vanuit de centrale overtuiging: ‘Alles wat van mij is, is van jou’.

Dat is wat God tegen ons zegt.

En wat doen wij dan met dat cadeau?

Het Reformatorisch Dagblad meldt dat de Humanistische Seculiere Society (AHA) deze Kerst in vijf grote Amerikaanse steden de advertentiecampagne ‘Godless Holiday’ start waarin een pleidooi wordt gevoerd voor een vakantie zonder God en godsdienst. Het is de eerste keer dat een dergelijke campagne zich afspeelt op nationaal niveau, meldt het Amerikaanse persbureau CNS. De advertentietekst luidt: ‘Geen God – geen probleem! Wees goed vanwege het goede. Humanisme is het idee dat je goed kunt zijn zonder geloof in God’. De hierbij afgebeelde mensen dragen een rood met witte muts, zoals de Kerstman.

Ach ja, ieder zijn of haar mening zou je kunnen zeggen. Niet teveel aandacht aan besteden, de belangstelling en de campagne staat binnen een paar weken weer bij het oud vuil. Ware het niet dat kortgeleden een spraak­makende evangelisatieactie van de Amerikaanse evangelist Ray Comfort en acteur Kirk Cameron tot heftige reacties heeft geleid. Beide creationisten hebben vorige week met 1200 christenen zo’n 170.000 exemplaren van The Origin of Species, 150th Anniversary Edition verspreid op honderd universiteiten in de VS en daarbuiten. Elk exemplaar bevat een inleiding waarin volgens de schrijvers de evolutietheorie van Charles Darwin wordt weerlegd. Ook op de universiteit van Oxford –waar de atheïst Richard Dawkins doceert– zijn duizend exemplaren verspreid. Dawkins vond de werkwijze van Comfort ‘respectloos’ en riep studenten op de inleiding eruit te scheuren. Op zijn site ontving Comfort vrij heftige reacties. Iemand schreef: ‘Werkelijk, ik haat Ray Comfort. Hij is zo respectloos. Ik haat hem, ik haat hem.’

Wat is dat toch met het atheïsme en de aanhangers daarvan? Ze mogen wat mij betreft een ander mening hebben, maar waarom moeten ze andermans meningen altijd zo aanvallen? Nu wordt er zelfs nog meegeholpen aan de verspreiding van hun ‘Woord’ en zet je daarin voor de altijd wetenschappelijk ingestelde lezers – u weet wel: Popper, falsificeerbaarheid – een voorwoord waarin wordt aangegeven dat je er ook nog anders over het een en ander kunt denken, is het weer niet goed…

Tenslotte: toch fijn dat rond Kerst de kerken weer vol zitten…

Laatst werd er in een consumentenprogramma op tv aandacht besteed aan de grote keuze die consumenten als ze een bepaald product willen aanschaffen: er zij talloze mogelijkheden voor een zelfde product. Wat bleek na onderzoek: de consument laat bij zoveel keuze volledig dicht en kiest vervolgens voor het product dat hij al kent. In wezen kun je dus zeggen dat een mens helemaal niet gebaat is bij zoveel keuzemogelijkheden. Het brengt alleen maar onrust en verwarring!

Aan deze opmerkelijke, maar toch verwachtte uitkomst van dit onderzoek moest ik denken toen ik het interview met vicepremier Rouvoet las in het Reformatorisch Dagblad. Hij stelt dat het gangbare westerse vrijheidsbegrip heroverweging verdient. Als de overheid grenzen stelt, leidt dat uiteindelijk tot meer vrijheid.

André Rouvoet haalt Martin Simek aan die onlangs in het NRC Handelsblad schreef dat hij, toen hij in 1968 uit Tsjechië gevlucht was en aankwam in Nederland, had verwacht veel blije mensen aan te treffen die hun vrijheid vierden. Maar de radio- en tv-presentator zag sombere gezichten om zich heen: alsof niemand echt van de vrijheid genoot. ‘Het was alsof ze meer wilden van iets dat ze al hadden.’

Zou er dan toch voor mensen een te veel aan vrijheid kunnen zijn? Willen mensen misschien wat leiding hebben?

Van de week werd het nieuws bekend dat de bevolking van Zwitserland zich in een referendum heeft uitgesproken voor een verbod op de nieuwbouw van minaretten bij moskeeën. In Nederland werd dit nieuws door de Partij Voor de Vrijheid met veel instemming begroet: eindelijk is er een West-Europees land dat zich uitspreekt tegen de verdere islamisering van de samenleving zo wordt door hun gezegd. Eigenlijk deed zo’n reactie van de PVV mij totaal niet verbaasd doen opkijken; immers, al tijden tracht deze partij een spreekbuis te zijn  van de (latente) onderbuikgevoelens onder de bevolking. Daarmee treedt zij regelmatig mee in het nieuws.

Wel werd mijn verbazing gewekt door het voorstel tot een motie rondom dit thema vanuit de hoek van de SGP. De heer Cees van der Staaij, kamerlid namens de SGP, meldt dit op zijn weblog: ‘Bij het integratiebeleid heb ik het onbehagen als thema genomen dat onder veel autochtonen, zeker ook in de oude wijken, sterk leeft. Niet alles wat juridisch kan, is ook wijs. In dit verband heb ik verwezen naar opzichtige schotels, gebedsoproepen en minaretten. Hier is op zijn minst een wijze terughoudendheid geboden. Ik ben erg benieuwd of de motie die ik hierover heb ingediend, dinsdag een kamermeerderheid gaat halen.’

Oké, de SGP verwoordt het anders, maar is de strekking van hun motie niet in lijn met de onvrede die de PVV meermaals te berde brengt? Ik vind dit de oudste actieve en nog bestaande partij van het land – de Staatkundig Gereformeerde Partij werd opgericht op 24 april 1918 – onwaardig en een hyperige actie. Ik begrijp dat de partij zich zorgen maakt over de opkomst van de islam in Nederland, zeker als je het zet tegenover de sterk kwijnende invloed van het christendom in onze samenleving. Dat is een zorg die ik deel met hen. Maar ik vraag me echt af of een motie van deze strekking helpt bij meer begrip van de autochtone, niet islamitische bevolking voor de islam of dat dit alleen maar het proces van integratie frustreert. Misschien leven er in de achterban van de SGP ook ‘angst’gevoelens omtrent de (visuele) presentie van de islam in onze samenleving, maar ik denk dat het op deze wijze uiting geven aan onrustgevoelens geen goede zet is.

Volgens mij was het Cicero die eens gezegd heeft: ‘Grijze haren zeggen niets over de wijsheid van de ouderdom, alleen maar over de ouderdom’.

Kunstenaar Johan van der Dong heeft bij wijze van kunstproject een tijdje geleden een telefoonlijn geopend waar mensen voicemails kunnen inspreken voor God. Hij laat weten dat zijn kunstproject ‘Gods Hotline’ in korte tijd telefoontjes heeft gekregen uit de hele wereld. God kan overal en altijd bereikbaar zijn, vindt Van der Dong. Deze gedachte maakte hij tastbaar met een hotline. Inmiddels heeft heeft hij het project afgerond.

Op innovatieve nieuwe wijze gebruikmaken van ‘nieuwe’ media als modern alternatief voor het gebed?

Vanmorgen was Victoria Koblenko (een Nederlandse actrice, presentatrice en columniste van Oekraïense komaf) op bezoek bij Dit is de dag, een programma op Radio 1. Ze was daar op bezoek om als lid van de groep Stoere vrouwen te pleiten voor het gebruik van ‘eerlijke’ chocolade. Voor dit product krijgt de cacaoboer dan een faire prijs en wordt niet uitgebuit door de opkoper. Op zich een nobel streven. Wat me echter opviel was dat Klobenko zei dat ze de leveranciers wilde overtuigen van het verkopen van alleen maar ‘eerlijke’ chocolade.  Alleen maar? ‘Ja’, zei ze, want ze was behoorlijk aan chocolade verslaafd en ze moest tegen zichzelf beschermd worden, want als ze de keuze moest maken tussen goedkope chocolade en het duurdere ‘eerlijke’ product, dan koos ze toch voor het goedkopere product. Verder had ze wel een vreemd idee over het ‘goede leven’. Zelf koopt ze geen vlees, maar ze wilde anderen niet voor hun hoofd stoten als ze haar vlees voorschotelden als ze op bezoek kwam. Tevens maakte ze veel gebruik van vliegtuig en auto omdat dat vanwege haar werk noodzakelijk was; daar kon ze toch niets aan doen. Ze had een keer een auto die op aardgas rijdt te leen, maar die auto al snel weer ingeleverd omdat ze zoveel moeite moest doen om aan brandstof te komen.

Eigenljk vreemd zo’n reactie dat je beschermd moet worden tegen jezelf. Zo’n verzoek om een gedeelte van je eigen autonomie ingeperkt te laten worden. Volgens mij buitelt iedereen over elkaar heen om te protesteren tegen een inperking van de vrije keuze en de eigen vrije wil (denk aan de moeizame debatten rondom de verkrijgbaarheid van allerlei soorten drugs), maar als er dan toevallig een BN-er zich schaart achter zo’n initiatief dan zet men gedwee het eigen ‘dikke ik’ zomaar opzij.

Als men toch het eigen ‘dikke ik’ opzij kan zetten ken ik een paar zeer nuttige leefregels:

  1. Ik ben de Heer, uw God die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.
  2. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
  3. Gij zult de naam van de Eeuwige, uw God, niet ijdel gebruiken.
  4. Gedenk de Sjabbatdag, dat gij die heiligt.
  5. Eer uw vader en uw moeder.
  6. Gij zult niet doodslaan.
  7. Gij zult niet echtbreken.
  8. Gij zult niet stelen.
  9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
  10. Gij zult niets begeren wat van uw naaste is.

Je zult zien, het werkt! Verbeter de wereld, begin bij jezelf!

In Delft is er een debat gehouden over de toekomst van de kerk zo meldt het Nederlands Dagblad. Hoe ziet de kerk er over twintig jaar uit? Wat mij opviel aan het verslag van deze bijeenkomst waren de traditionele antwoorden die werden gegeven op deze vraag en tegenover elkaar werden gezet. Op de eerste plaats  daar de mening van socioloog Wim Dekker die ziet dat het leven bij iedere moderne autonome mens, ondanks de secularisatie, toch existentiële vragen naar bijvoorbeeld de zin van het leven. Maar de samenleving wil geen ‘dunne ‘antwoorden’. De kerk kan daar in een tijd met een hang naar spiritualiteit op inspelen. De traditionele kerken hebben in hun traditie doordachte antwoorden in huis, aldus Dekker. En de nieuwe kerken en bewegingen – evangelisch en charismatisch – zijn sterk in beleving en spontaniteit. Beide tradities moeten volgens hem bij elkaar komen. Je zou kunnen zeggen dat dit een mening is die vooral meedeint op de maatschappelijke golven: het ongebreideld eogocentrisme heeft zijn langste tijd gehad en de kerk heeft gewoon een goede boodschap die – mits goed en ‘modern’ gebracht –  zal bijna vanzelf weer de mensen trekken.

Daarnaast heb je de mening zoals verwoord door Andries Knevel die zei niets te geloven van een spirituele opleving waarover Dekker sprak. Volgens hem houdt vooral de elite zich daarmee bezig, en niet de maatschappelijk teleurgestelden, de SBS-kijkers en Wilders-stemmers. Over twintig jaar wordt de reformatorisch-evangelische stroming toonaangevend, schatte hij.

In het artikel kwam als derde mening die van Daniël de Wolf van de Thugh Church, actief in een achterstandswijk in Rotterdam, naar voren. Hij stelde dat de toekomst van de kerk niet ligt in woorden, maar vooral in daden. Hij pleitte voor een radicale navolging van Jezus Christus.

Zou het een wie van de drie zijn? Moet je voor een van deze drie standpunten kiezen?

Ik denk het eigenlijk niet. Volgens mij heeft Dekker gelijk wanneer hij zegt dat er een mentaliteitsverandering op komst is waarbij mensen weer meer belangstelling krijgen voor spiritualiteit. Maar in onze brede samenleving kun je volgens mij niet meer zo stellen dat de kerk hier de traditionele antwoordgever van is waarbij mensen met  hun vragen naar toe komen. In een samenleving waarbij mensen zich via allerlei nieuwe media laten informeren zal de kerk niet het enige antwoord zijn op de existentiële vragen waar mensen mee zitten . Dat geldt juist voor mensen die niet met enige religieuze achtergrond zijn opgegroeid; die zullen de weg naar de kerk niet zo snel meer vinden. Hierdoo kom j al snel bij de mening verwoord door Knevel: Je kunt de maatschappelijk teleurgestelden niet meer bereiken. Daar denk ik heeft Knevel de geschiedenis van de kerk niet meer helemaal voor ogen. Het christendom is immers destijds ook begonnen als een kleine club, die in een schijnbaar voor hun boodschap onverschillige samenleving hun boodschap voor het voetlicht wist te brengen. En deed ze door – en hier komt de stelling van De Wolf in beeld –  juist ook door te handelen: mensen die sociaal onaanraakbaar en afgeschreven waren werden door de eerste christenen behandeld als mens. Dat had zo’n uitstraling op de rest van de samenleving dat dit de beste reclame was voor het christendom en zo allerlei mensen en ook maatschappelijk teleurgestelden kon aantrekken. Deze diaconale taak is in de loop van de tijd hier in het Westen meer en meer overgenomen door de overheid. De laatste tijd echter trekt de overheid zich weer meer uit deze diaconale taak terug, waardoor de kerk weer meer in beeld komt. Maar we moeten niet alleen het handelen centraal stellen, maar ook goed blijven doordenken en ook gericht moet blijven op doordenking van het geloof.

Ik denk dat we op weg zijn naar een christendom dat haar geloof  aansprekend maakt. Dat betekent misschien een kleinere christelijke gemeenschap die je volgens mij niet alleen zult vinden aan de reformatorisch-evangelicale kant van de kerk, maar bij elke christen die de boodschap van de Bijbel waarachtig neer kan zetten. En dat zal dan niet alleen in daad – iets wat ook heel belangrijk is – maar ook in woord zijn beslag krijgen.

Hulde aan Hijme Stoffels!!

De godsdienstsocioloog prof.dr. Hijme Stoffels heeft dé remedie gevonden voor de problemen binnen de Protestantse Kerk. Een aantal van die problemen heb ik in eerdere columns al geschetst: kerkgebouwen die moet sluiten omdat het niet financieel haalbaar is ze nog te onderhouden en een aanstormend tekort aan predikanten omdat de oudere predikanten met emeritaat gaan en er te weinig aanwas is van studenten op theologische faculteiten (de Protestantse Theologische Universiteit; PThU) die willen worden opgeleid tot predikant.

In een interview in het Friesch Dagblad reikt hij dé oplossing van het probleem aan: De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) moet in de toekomst gebieden aanwijzen waar nog een kerk openblijft en de rest sluiten. Je zou kunnen zeggen: een bible belt in optima forma. Daarvoor in de plaats komen regionale PKN-gemeenten. ‘Nu wordt in dorpen nog gesproken wélke kerk er van de twee gebouwen dicht moet, maar straks zijn misschien álle kerkgebouwen in een plaats overbodig’ zo zegt hij ‘ik denk dat de landelijke kerk gewoon moet zeggen: “De kerken in die-en-die plaatsen houden we open en de rest gaat dicht. Die kunnen we niet meer betalen.”‘

Ziedaar de oplossing voor geschetste problemen: er zijn dus per saldo dus minder predikanten nodig! Kerkgebouwen kunnen zonder problemen worden afgestoten en de opleiding van predikanten in de PKN (de PThU) kan haar intrek nemen bij de Vrije Universiteit Amsterdam (als je je oor te luister legt misschien wel een lang gekoesterde wens).

Stoffels voorziet een Amerikaans model van kerk-zijn waar gelovigen gaan shoppen om te kijken waar ze zich het best thuis voelen. Ze worden lid, maar kunnen ook zo weer weggaan. In de toekomst zullen er slechts kleine groepen gemotiveerde christenen zijn, die zich met grote ijver voor evangelisatie en kerkstichting willen inzetten, denkt Stoffels. ‘De Protestantse Kerk zal moeten reorganiseren’, is zijn advies. ‘De tijd dat minder mensen, meer geven aan de kerk is voorbij. De grootste gevers – de ouderen – die zijn er straks niet meer. De kerk gaat zelf al uit van een krimpscenario en ik denk ook dat dit onvermijdelijk is. In het Landelijk Dienstencentrum van de PKN te Utrecht zijn al vele banen wegbezuinigd en regionale dienstencentra van de Protestantse Kerk zijn gesloten. Het kan ook niet anders: het Landelijk Dienstencentrum is destijds veel te groot opgetuigd.’Het enorme gebouw voor de krimpende kerk ‘Waarschijnlijk ontstaat er een competitief model van plaatselijke kerken die steeds meer hun eigen koers bepalen. Regionale kerken die door wat ze aanbieden mensen weten te trekken naar hun diensten. Maar dat zijn mensen die ook zó weer – leve het individualisme – elders kunnen gaan kijken: churchhopping.’

Vooral de laatste opmerking van Stoffels vind ik opmerkelijk: er ontstaat waarschijnlijk een competitief model. Ik dacht dat we jaren geleden tot een fusie waren gekomen omdat we  samen elkaar als christenen konden vinden. En dan nu een competitief model? Betekent dat dan op termijn weer een uitwaaiering in vele verschillende gemeenschapjes die niet met elkaar door een deur kunnen? Zullen er dan in de townships, de christelijke enclaves die ook wel bibleships kunnen worden genoemd weer stammenoorlogen oplaaien waar de buitenwereld met een sardonische glimlach naar kijkt? Daarnaast vraag ik mij af of de kerk haar boodschap moet aanpassen aan de vraag? Dit bedoel ik niet in de zin dat de kerk niet met haar tijd moet meegaan, maar eerder in de zin dat de kerk haar boodschap zo moet aanpassen dat zij voor een ieder aanvaardbaar zal zijn.

Volgens mij kunnen hoppers ook stayers worden als je boodschap goed is!

Tsja, de grote kindervriend mag dan heel populair zijn; hij werd bij de grote vaccinatiecampagne tegen de Mexicaanse griep bij sommige inentingscentra toch buiten de deur gehouden. De reden: Kinderen zouden de grote kindervriend associëren met de pijn en de stress van de prik. En vervolgens zag je op tv prachtige plaatjes waarin jonge gezinnetjes – vader, moeder en kind in de eventuele buggy – de centra binnenrijden. Vader en/of moeder hadden speciaal vrij genomen om deze speciale dag met elkaar te beleven. In de ‘spuitcentra’ werden ze opgewacht door een aantal  ingehuurde ‘cliniclowns’ die leuk liedjes zongen om het wachten te veraangenamen. Nee, dit was veel beter dan Sinterklaas; nu zal het kind elke keer dat vader en moeder samen vrij hebben en iets ‘leuks’ willen doen met hun kind meteen ‘vlinders in de buik’ krijgen van de stress en de associatie met de griepprik. En ik raad ouders aan de komende tijd geen clowns op kinderfeestjes in te huren. Het feestje kan dan weer heel wat trauma’s boven water halen.
Volgens mij is het oude sinterklaasliedje  Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe dan toch een beter alternatief: wie niet gaat huilen bij de prik wordt beloond (ooit werd mij dat ook voorgehouden) en anders zwaait er wat…
Ook oude kerkelijke tradities staan in deze tijd van de Mexicaanse griep onder druk. Dan heeft de laatste tijd voor een aantal andere opmerkelijke berichten geleid. Zo is er een Italiaanse ondernemer ingesprongen op de angst voor de Mexicaanse griep: met een sproei-installatie om je handen te wassen, gevuld met heilig water. De Italiaanse ondernemer Luciano Marabese heeft, uit bezorgdheid dat kerkelijke tradities verwateren door de Mexicaanse griep, een variant geïntroduceerd door zeepdistributeurs in openbare toiletten. Het gaat om een sproeimachine die automatisch heilig water over je handen sprenkelt als je je handen onder een sensor houdt. De machine wordt inmiddels gebruikt bij kerkbezoek in het Noord-Italiaanse stadje Fornaci di Briosco, met de zegen van priester Pierangelo Motta. Katholieken in Italië dopen hun handen bij het kerkbezoek doorgaans in een bassin met heilig water – dat wil zeggen: water dat is gezegend door een priester. Maar de komst van de Mexicaanse griep heeft velen huiverig gemaakt voor dit ritueel, vanwege het potentiële besmettingsgevaar. De watersproeier van Marabese biedt een hygiënische oplossing om de kerktraditie in ere te houden. In het Spaanse Toledo worden andere maatregelen genomen Tijdens de feesten ter ere van de stadspatrones de Virgen del Sagrario gevierd kunnen de inwoners haar niet, zoals de traditie al vier eeuwen betaamt, kussen. Het stadsbestuur vreest namelijk dat de maagd op die manier in een broeinest voor de Mexicaanse griep verandert. Dus wordt naast haar beeld in de kathedraal een medaille van de maagd neergelegd die gelovigen mogen aanraken om vervolgens hun vinger te kussen, mits ze natuurlijk van tevoren hun handen wassen. Ook in de kathedraal van Santiago de Compostela, waar pelgrims dagelijks de heilige Jacobus kussen, wordt overwogen om die gewoonte even stop te zetten om hygiënische redenen.

Maar daar houdt het gevaar niet op. In het dagelijkse leven kunnen kledingstukken een bron van besmetting vormen. Frankrijk gaat steeds verder in zijn pogingen om besmetting met de Mexicaanse griep te voorkomen. Zo heeft een verzekeringsbedrijf uit Parijs zijn werknemers verboden om nog langer stropdassen op het werk te dragen. Dat schrijft de Franse krant Le Parisien. ‘In tegenstelling tot hemden worden stropdassen nauwelijks gewassen’, aldus de bedrijfsleider van de verzekeringsmaatschappij. Volgens de krant zouden de zevenhonderd werknemers van het bedrijf zich keurig aan het verbod houden. Zou je dit overzetten naar kerkelijke kleding dan zou ik toch bij mijn predikanten willen informeren hoe het zit met hun stola’s…

Nog meer voorzorgsmaatregelen: Vorige week verbood een gemeente in Bretagne de schoolkinderen al om nog de traditionele kus op de wang te geven als begroeting. Bovendien heeft Frankrijk al een deurknop die niet langer met de handen bediend moet worden, maar waarvoor de onderarm gebruikt kan worden.

Toch spreken mij de op handen zijnde maatregelen tegen besmetting met de Mexicaanse griep van de kerkgemeenschap van Karlskoga in centraal Zweden het meest aan. In de parochies in het noordelijke Piteà wordt nog gedebatteerd over de vraag om de fletse of alcoholvrije wijn in de communiebeker te vervangen door een sterkere soort. Want: hoe meer alcohol de wijn bevat, hoe meer microben er gedood worden wanneer de kelk van mond tot mond wordt doorgegeven. Dat is althans de achterliggende idee.

Wat mij betreft moet je hierbij het zekere voor het onzekere nemen. Ik stel dan ook voor om in deze duistere tijden de wijn tijdelijk door whiskey, cognac of wodka te vervangen. Een alcoholpercentage van rond de veertig procent, daardoor leggen alle micoben en bacteriën volgens mij het loodje…

Lijkt me dan wel aan te bevelen om na de viering op te letten met verkeerscontroles…

« Vorige paginaVolgende pagina »