Uncategorized


Een opmerkelijk berichtje trok vanochtend mijn aandacht:

Op een boekenplank in een toilet van een gastenverblijf in een woning in Oxford is een zeldzame eerste editie van Charles Darwins ‘On the Origin of Species’ gevonden. Dat heeft het veilinghuis Christie’s zondag bekendgemaakt. Het boek, dat mogelijk zestigduizend pond (73 duizend euro) waard is, wordt dinsdag geveild.

Het boek geldt als een van de belangrijkste wetenschappelijke werken ooit. In de tijd dat het gepubliceerd werd veroorzaakte het opschudding omdat het de vormenrijkdom van het leven op aarde toeschreef aan een mechanisch proces in plaats van aan een bovennatuurlijke intelligentie. Weliswaar hadden anderen al eerder geopperd dat er iets als evolutie of natuurlijke selectie zou kunnen bestaan, maar On the Origin of Species (De oorsprong der soorten) is het eerste werk waarin uit deze concepten de uiterste consequentie wordt getrokken.

Tsja, hoe zou Charles Darwin zelf daar zelf op gereageerd hebben. Immers, in een van zijn andere boeken – The Descent of Man (De afstamming van de mensheid) – schreef hij ook  over de evolutietheorie in de maatschappij. Hij beschrijft er in hoe de oorsprong van de mensheid hoofdzakelijk voortvloeit uit de strijd tussen stam en stam, en ras en ras, door middel van oorlog, slachting, slavernij en uiteindelijk absorptie. Darwin is van mening dat er wellicht altijd een harde strijd voor overleven in de maatschappij zal moeten zijn, en dat fysiek of mentaal inferieure mensen zich beter niet zouden kunnen voortplanten.

Hij zou met dit werk mede een van de grondleggers worden van het sociaaldarwinisme. Het idee is dan dat mensen onderhevig zijn aan selectieprocessen. Individuen, groepen mensen (zoals sociale klassen) en rassen hebben te maken met natuurlijke selectie zoals Darwin dat heeft beschreven voor planten en dieren. Bijgevolg meenden sociaaldarwinisten dat het goed was om de zwakken in de samenleving aan hun lot over te laten. Ook is volgens sommige volgers van deze theorie de ene cultuur superieur aan de andere. Bij een botsing tussen culturen zal de superieure cultuur overwinnen, en het recht hebben de zwakkere te vernietigen. Op deze manier zou “dood hout” weggesneden worden en zal het menselijk ras er als geheel op vooruit gaan.

Samenhang tussen het bericht en de theorie is grappig als je leest hoe het werk van Charles Darwin in een huis in Oxford op waarde werd geschat:  als ideale toiletlectuur…

Op dit moment leven we in Nederland met een grote angst: hoe overleven we de Mexicaanse griep? Hoe raken we niet besmet met het virus? Hoe kunnen we er ons tegen wapenen? Is het goed dat iedereen wordt ingeënt of moeten we ons beperken tot de zogenaamde risicogroepen? De samenleving pakt er maar mee om. Sites pro en contra inenten schieten als paddenstoelen uit de grond.

Zoals ik al schreef: de griep houdt de hele samenleving bezig, dus ook de kerk. En ook de kerk lijkt verdeeld te zijn over de manier hoe we moeten omgaan met preventie rondom de griep. Dit komt momenteel tot uiting rondom de viering van het avondmaal. In veel kerken in Nederland (!) is het momenteel gebruikelijk dat alle avondmaalsgangers drinken uit één beker. Echter met het oog op het voorkomen van onderlinge besmetting wordt nu onder andere door de Protestantse Kerk het drinken van de avondmaalswijn uit individuele kleine bekertjes als een van de alternatieven voor de viering aangedragen.

En juist dit alternatief leidt tot verhitte discussies: zo vindt hoogleraar Erik de Boer het gebruik van kleine bekertjes te vergelijken met het ‘asociale avondmaal’  in de gemeente van Korinte. Die had te maken met veel zwakke en zieke mensen, schrijft hij. ‘Het is de omgekeerde wereld: Paulus werpt de vraag op of die golf van ziekte- en sterfgevallen misschien met asociaal avondmaal vieren te maken heeft. En wij vragen ons af hoe we ons de griep van het lijf kunnen houden door het avondmaal zo te vieren dat we in elk geval niet van elkaar het virus overnemen.’

Het is geen nieuwe discussie. Al zo’n honderd jaar geleden kwam er wereldwijd in de protestantse kerken een beweging op, om de ene beker te vervangen door vele kleine bekertjes. De mogelijkheid van het overbrengen van ziektekiemen door het gebruik van de gemeenschappelijke avondmaalsbeker was meestal de reden. In de Nederlandse kerken vond het voorstel van de viering uit aparte kleine bekertjes nauwelijks bijval, terwijl het in andere landen al jarenlang gewoonte is.

Misschien moeten we eerst is kijken hoe we in Nederland tot de huidige viering met het drinken uit één beker zijn gekomen. Als Jezus overgaat tot de instelling van het Avondmaal, lezen we over de beker: Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. (Lukas 22: 17). ‘En allen dronken eruit’ staat er in Markus 14:23 bij. Maar betekent dat nu ook, dat het gebruik van de ene beker een schriftuurlijk gegeven is, waar niet aan getornd mag worden? Hoort het gebruik van de ene beker tot de wezenlijke kenmerken van de viering van het Avondmaal?

Ik vind dat het gebruik van gezamenlijke bekers het beste passen bij de bedoeling van Christus met de instelling van het Avondmaal. Tegelijk wil ik er met nadruk op wijzen, dat het niet om de beker zelf gaat. Jezus zegt dat de beker het nieuwe verbond is in mijn bloed. Maar dan zegt Hij erbij: ‘Drink allen hieruit,dit is mijn bloed, het bloed van het verbond (Matteüs 26:28).

Het gaat dus ten diepste om het gelovig drinken van de wijn als beeld van het bloed van Christus. Het gemeenschappelijke zit hem daarbij, principieel gezien, niet in de ene beker. Het zit hem in het samen eten en drinken van het brood en de wijn tijdens de maaltijd van het nieuwe verbond. Dat je dat samen doet door de schaal met brood en de beker met wijn door te geven, versterkt natuurlijk die gemeenschappelijkheid, maar hoort volgens mij niet bij de principiële invulling thuis. Hoort het gebruik van de ene beker nu bij de wezenlijke zaken bij de viering van het Avondmaal, of valt het onder de uiterlijke vormgeving? Volgens mij draait het hierbij om het laatste. Waar het mijns inziens om gaat is de intentie waarmee je het avondmaal viert. Internationaal zijn er zoveel verschillende manieren van avondmaalsviering en ik vind het ook geen pas geven aan Nederlanders om onze manier van viering als de enige mogelijkheid neer te zetten of om elkaar van een asociale viering te betichten. Het samen drinken uit één of meerdere grote bekers of het afzonderlijk drinken uit allemaal kleine bekertjes, of welke vorm men ook maar gebruikt  is volgens mij geen principekwestie is.

De laatste jaren is er vooral in protestantse kerken een hele nieuwe beweging aan de gang: er moet steeds meer gebruik worden gemaakt van allerlei ‘nieuwe media’. Je kunt daarbij denken aan de onvermijdelijke beamer met allerlei presentaties daarop afgespeeld om de kerkdienst vaak visueel te ondersteunen. En ik heb begrepen dat in de ‘evangelische’ gemeentes er nog een schepje boven wordt gedaan wat betreft het toepassen van nieuwe media in haar veelkleurige verschijningsvorm. Je kunt je afvragen of de reden van het gebruik van deze nieuwe media wordt ingegeven vanuit een grondhouding van ‘het opleuken’ van de vermeende saaiheid van de kerkdienst of dat het gebruik voortkomt uit het idee dat het gebruik daarvan een functionele en effectieve bijdrage heeft aan de dienst. Ik hoop dat voornamelijk dat het gebruik van nieuwe media voornamelijk vanuit de tweede reden wordt ingegeven.

Een reden voor mij om over dit vaak beschreven onderwerp te schrijven komt door het binnenkort op de markt brengen van een computergame: Mass we prayMass, we pray simuleert kerkelijke vieringen, ‘want je zou niet moeten wachten tot zondag om naar de kerk te gaan’, aldus de ontwikkelaars. Met een kruisvormige controller bootst men in het spel kerkelijke rituelen na. De kruisvormige controller is vergelijkbaar met de controller van de Nintendo Wii: het reageert op bewegingen. Dus sta je voor de computer kruisjes te slaan, doe je alsof je met wijwater sprenkelt en slinger je met een wierookhouder. Ook bestaat er een speciale knielbank die precies registreert hoe vaak je knielt.  Voor een voorproefje: volg deze link: http://www.youtube.com/watch?v=nRMiRFJzIKA

De game moet in 2010 op de markt komen en is ontwikkeld door Prayer Works Interactive. De missie van het bedrijf is duidelijk: ‘We willen met behulp van computergames mensen dichter bij God brengen’. Het is niet bekend of de game ook op de Nederlandse markt zal verschijnen.

Mocht het spel op de Nederlandse markt verschijnen dan vaak ik mij af of dit de echte ‘ouderwetse’ kerkgang ten goede zal komen. Of moet dit meer mensen trekken? Of zal een aantal mensen dit spel niet aangrijpen  gewoon zondag zelf ‘kerkje’ te spelen.

Is het dan voor de kerk game over?

De Protestantse Kerk in Nederland en Protestantse Theologische Universiteit (waar je een opleiding tot predikant in de PKN kunt volgen) hebben de handen ineen geslagen en de website  domineeworden.nl gelanceerd om dominees in spe trekken. Wat wil het geval: de PKN ziet een grote uitstroom opkomen van predikanten die met emeritaat gaan en weinig belangstelling voor de theologische opleiding om predikant te worden bij jongeren. Jaren achtereen daalt de instroom van studenten en lopen de collegegebouwen leeg. Het collegelopen met een klein aantal medestudenten is voor veel studenten geen vreugdevol vooruitzicht. Dus om dit proces om te keren hebben deze twee partijen bovenstaande website gelanceerd.

Zou dit het tij echt kunnen keren? Welke jongere heeft zin om een parttimebaan te aanvaarden, waar je in verhouding tot het aantal uren  te veel werkt en  relatief weinig waardering krijgt? Daarnaast heeft de PKN het zichzelf behoorlijk moeilijk gemaakt: HBO-theologen met een afgeronde studie kunnen als kerkelijk werker in de kerk aan de slag en kunnen inmiddels (bijna) al het werk doen wat een wetenschappelijk geschoold predikant ook doet. En, belangrijk tegenwoordig, kerkelijk werkers zijn aanmerkelijk goedkoper voor een kerkelijke gemeente dan een predikant.

Even een korte rekensom: Een HBO studie theologie duurt minder lang dan een wetenschappelijke studie theologie; een HBO-theoloog kan tegenwoordig zo’n beetje hetzelfde doen als een wetenschappelijk geschoold theoloog.

In deze tijd van de calculerende student ben ik benieuwd waar de keuze op valt…

Volgens mij een werkelijke jobstijding voor de de verkoop van ‘groene’ en biologische producten. Volgens een kleinschalig onderzoek gehouden in opdracht van het Voedingscentrum kiest meer dan de helft van de Nederlanders door de kredietcrisis voor goedkoper eten uit de supermarkt. En de ervaring leert dat dan meestal de biologische producten niet worden gekocht. Immers, het idee bestaat dat deze producten duurder zijn. Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral schreef Bertolt Brecht in de Dreigroschenoper. Eerst het eten, dan de ethiek. Ethiek blijkt een luxegoed te zijn; dat is ook niet verwonderlijk. De primaire levensbehoefte dient eerst te worden gelenigd voordat men aan ethische afwegingen toekomt. De ‘kiloknaller’ lonkt uitnodigend als je toch wat meer op je geld moet letten. Voedingsproducten die goedkoop zijn – en meestal minder ethisch verantwoord zijn geproduceerd – zullen in de winkels meer aftrek vinden. Een oplossing zou er misschien moeten komen van de overheid. Door ethisch minder verantwoorde producten extra te belasten of een andere financiële prikkel. Maar het lijkt of de politiek zich momenteel concentreert op andere zaken.  Dat zie je volgens mij op vele terreinen: de overheid vindt haar taak om het land op andere aspecten te helpen belangrijker dan de mensen er van bewust te worden dat het hyperconsumeren niet langer door kan gaan. Op internationaal gebied hoef ik maar te wijzen op de plannen van de regering Obama. Nu er toch wat grote offers moeten worden gebracht, worden de beloftes die gedaan zijn ineens minder concreet.

Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral…

In het communicatieplan van de Protestantse Kerk in Nederland staat dat de ‘merk’naam Protestantse Kerk moet worden voorzien van de payoff (motto) geloof – hoop – liefde. Het ‘sterke merk’  Protestantse Kerk moet iedereen, ‘van heavy- tot medium-users’  weer in het hart raken,  zo staat het in het nieuwe communicatieplan van de kerk. Uitgangspunt is dat er in de kerk ‘opnieuw gedrevenheid is ontstaan om mensen in aanraking te brengen met het evangelie van Jezus Christus’. Protestantse Kerk in NederlandZichtbaarheid, helderheid, raken en verbinden, maar ook heavy users (regelmatige kerkgangers  worden aangeduid als ‘heavy-users’  en mensen die wat minder in de kerk komen als ‘medium-users’) , klantenpanel, corporate communicatie en pay-off.

Ik vraag me af of een kerk die zich zo moet beroepen op en moet uitdrukken in marketingtermen niet voorbij kijkt aan waar het werkelijk om gaat in de kerk: Gods liefde in Jezus Christus. Als we dat kunnen uitdragen dan zullen geloof, hoop en liefde overwinnen en zal dat ook een uitstraling hebben naar mensen om ons heen.

Een zin uit een oud spelletje waarbij degene die zijn ogen dicht had moest raden wat de ander zag. Er mochten dan vragen worden gesteld waar dan ja of nee op werd geantwoord.
Ik moest daar aan denken toen ik het bericht las dat christenen de zoektocht van veel mensen die op zoek zijn naar waarde, inspiratie en naar het goddelijke op een afstandje blijven staan toekijken naar hoe die mensen zoeken zonder zich in het gesprek te mengen.
Eigenlijk best gek: de kerk die eeuwenlang grossiert in het mysterie blijft ineens opvallend stil.
Veel mensen weten van gekkigheid niet meer waar ze het moet zoeken en christenen die de mensen werkelijk iets te vertellen hebben, blijven stil.  Dat zie je duidelijk in deze Maand van de spiritualiteit. Juist nu zie je dat veel mensen allerlei boeken en tijdschriften lezen om te ‘herbronnen’ of wat voor woorden ze er ook aan geven.   Maar wij christenen, mensen die God mogen ervaren en kunnen kennen spelen met de rest van de wereld Ik zie, ik zie wat jij niet zietopstaan!
In de Bijbel zegt Jezus de velden zijn rijp om te oogsten en wij christenen blijven hier in Noordwest-Europa een beetje binnen zitten; te kniezen over verloren invloed en dalend ledenaantal. Wij zijn bang dat onze boodschap toch dringend en dwingend overkomt. Terwijl het voor onszelf een levenswijze is waarin we rust, ruimte en vrijheid vinden… We beleggen vergaderingen om het tij te keren, maar we duiken weg als ons wordt gevraagd naar wat ons beweegt.
Hoe kunnen we nou scheiden van ons dagelijks functioneren wat ons in essentie beweegt?
Of beweegt het ons niet meer…?

Je kon er op zitten wachten: het boekje God is gek. De dictatuur van het atheïsme van Kluun zou reacties opwekken. Gisteren werd in de NRC de aanval ingezet door de zelfverklaarde verdedigster van de atheïstische waarden Elsbeth Etty. Bijna gesmoord door het oorverdovende geluid van allerlei religieuze geluiden probeert zij haar mening te verkondigen.  Want de seculiere samenleving ligt onder schot zo zegt zij.

Het idee van Kluun was om een boekje te schrijven over de manier waarop zijns inziens de ‘opiniërende, gezaghebbende media’ het christelijk geluid wegzet als achterhaald. Hij vindt dat een, gezien de cijfers, klein deel atheïsten een luid lawaai laat horen tegenover de meerderheid van de Nederlanders die ergens in gelooft.Atheïsme vooruitgang?

Op haar geheel eigen wijze zet Etty Kluun als een zielige rouwende weduwnaar weg. Kluuns argumentatie reikt niet verder dan de gedachte dat zijn overleden vrouw ergens voortleeft. Het is hem gegund daar troost uit te putten, al vraag ik me af waarom deze persoonlijke rouwverwerking een rol zou moeten spelen in een openbaar debat zo schrijft zij.
Maar dan analyseert zij de portee van Kluuns essay. De vraag is welke rol de godsdienst in het publieke domein zou moeten spelen is volgens haar de kern van Kluuns boodschap. Ja, en dan komt Etty pas goed op stoom. De godsdienst een rol spelen in het publieke domein? Atheïsten hebben helemaal geen probleem met God en zijn volgelingen, als zij hun religieuze opvattingen maar niet inbrengen in het publieke debat. Want laten we eerlijk zijn, godsdienst kan omslaan in mentale gestoordheid die de vorm aanneemt van religieus fanatisme.  De mens die gelooft dat God de wereld bestiert, beperkt zijn eigen verantwoordelijkheid. Dat is de basis voor totalitaire interpretaties van het christendom, de islam en andere godsdiensten, interpretaties die vijandig zijn aan het individu. Dus scheiden die twee!!

Chapeau, mevrouw Etty, zou ik zeggen, voor het zo platslaan van christelijke ethische drijfveren! Volgens mij hebt u het christendom niet goed begrepen. Vrije wil is binnen het christendom een groot goed. Christenen zijn geen robots die zonder eigen wil doen wat een goddelijke entiteit hen voorschrijft. Christenzijn betekent voor veel gelovigen een niet van het dagelijks leven te scheiden fundament dat hun leven bepaald.

Volgens Elsbeth Etty is de samenleving voortgeschreden en heeft zij de gedachten dat er een God is een boodschap heeft voor mensen achter zich gelaten. Bescherming van de beginselen van de seculiere democratische staat, zo stelt Etty, is urgent nu wij te maken hebben met de gevaren van een terugval in een politieke interpretatie van religies, die hun waarheden aan de samenleving pogen op te leggen en daarmee de politieke vrijheid, voorop de vrijheid van het individu en de vrijheid van denken over ethische vraagstukken, in de waagschaal stellen. Ik vind het verbazingwekkend dat Etty er van uitgaat dat de stem van religies in het ethische debat meteen betekent dat zij ook de haar ideeën aan een hele samenleving kan en wil opleggen, laat staan de politieke vrijheid wil inperken. Persoonlijk vind ik dit een reflex van iemand die nog steeds denkt vanuit een soort ‘zestigerjaren-‘wereldconstellatie.

En dan aan het eind van haar colum haalt Etty de (atheïstische) Duitse filosoof  Jürgen Habermas van stal die betoogt dat niet-gelovigen bereid moeten zijn positieve religieuze intuïties te erkennen. Religie is immers ook een bron van altruïsme, naastenliefde, vredelievendheid, beschaving, kortom van waarden die volgens Habermas niet slechts passief behoren te worden geduld in een seculiere staat, nee, zij moeten actief worden gerespecteerd en gewaardeerd.

Elsbeth Etty vraagt zich dan af of Kluun dit bedoeld heeft. Beste lezer, dan vraag ik me af waarom mevrouw Etty haar immer vileine pen in de bittere gal moest dopen om deze column te schrijven. Had zij het essay van Kluun beter gelezen dan had zij haar bittere woorden achterwege kunnen laten!

 

Vanmorgen viel met een plof het Filosofie Magazine op de deurmat. In het kader van de Maand van de Spiritualiteit die in november van start gaat, wordt het woord gegeven aan Kluun, de schrijver van het essay met als titel God is gek, in het kader van deze maand.  Naar aanleiding van het aforisme van Friedrich Nietzsche – dat tevens fungeert als titel van deze column – reflecteert hij over de positie van christenen in de huidige samenleving. NietzscheFriedrich Nietzsche  (Röcken, 15 oktober 1844 – Weimar, 25 augustus 1900) wordt vaak gezien als ‘vader’ van de God-is-doodtheologie. Ik vind dit echter te kort door de bocht; alsof God zijn tijd heeft gehad en zomaar weggegleden is in de vergetelheid. Nietzsche probeert te verduidelijken dat het de mens is die God heeft gedood. Dit komt tot uitdrukking in het volgende citaat uit Nietzsches De vrolijke wetenschap.

Hebben jullie nog niet van die dolle mens gehoord, die op klaarlichte dag een lantaarn aanstak, de markt op liep en onophoudelijk riep: ‘Ik zoek God! Ik zoek God!’ Doordat er vele mensen samen stonden die niet in God geloofden, wekte dit groot gelach. ‘Is hij soms verloren gelopen gegaan?’ zei de ene. ‘Is hij verdwaald als een kind?’ vroeg de andere. ‘Of heeft hij zich verstopt? Is hij bang voor ons? Misschien is hij wel geëmigreerd?’ Zo schreeuwden ze door elkaar en vermaakten zich. De dolle man sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. ‘Waar God heen is?’ riep hij, ‘Ik zal het jullie eens zeggen! Wij hebben God vermoord, jullie en ik! Wij zijn allemaal zijn moordenaars! […] Dwalen we niet als door een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller? Moeten er ’s morgens geen lantaarns aangestoken worden? Horen we nog niets van het lawaai van de doodgravers, die God begraven? Ruiken we het goddelijk ontbindingsproces nog niet? Goden ontbinden ook! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!

‘Het is de godsdienst die God verstikt’ ‘Wij hebben God vermoord’; het zijn twee uitspraken die mijns inziens wel dezelfde kant uitwijzen. Om het kort te zeggen: vanaf de Verlichting hebben we als mensen geprobeerd de hele wereld te verklaren en dat waar geen verklaring voor was, wordt vaak als ‘niet bestaand’ van de hand gewezen. Ook God valt voor een aantal mensen in die tweede groep: niet bewijsbaar, dus niet waar. Hoewel een groot aantal Nederlanders gelooft – in een persoonlijke christelijke God of in iets anders – wordt ons door een aantal opiniemakers, de ‘Pauw & Wittemannen’ van deze wereld, voorgehouden dat ‘geloven’ je reinste kolder is en dat dat de algemene opvatting is. Dat geldt zeker voor wat men noemt orthodoxe christenen, deze worden vaak voor ouderwets en dom versleten. Dat zei radiopresentator Govert van Brakel laatst ook in een interview in het Nederlands Dagblad over de uitingen van de NOS over christenen. ‘Het toontje om orthodoxe christenen weg te zetten als belachelijk, is te makkelijk’ zei Van Brakel.

Hier raken we ook meteen aan het tweede citaat ‘de godsdienst heeft God verstikt’.  Dat heeft niet alleen te maken met de rol van de kerk in de geschiedenis, maar ik merk ik mijn omgeving ook dat een aantal mensen zeer allergisch geworden zijn voor dogma’s die op mensen verstikkend overkomen. Dit is volgens mij een uitdaging aan de kerk. Niet zozeer om dogma’s overboord te zetten, maar om die dogma’s ‘bij de tijd’ te brengen. Tevens zal de kerk ook het maatschappelijk debat weer moeten opzoeken, om te laten zien dat het christelijk geloof niet iets wat volkomen buiten de samenleving staat, maar een terzake doende opvatting heeft over zaken die mensen dagelijks bezighouden.

‘Het is koud en donker geworden zonder God’. Ik hoop dat ‘de kerk’  in de komende tijd de warmte en het licht mag laten zien van God als de grond van ons bestaan.

Want in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.

De laatste tijd probeer ik heel regelmatig een nieuwe column op mijn blog te publiceren. ‘Even mijn ding doen’ zou je kunnen zeggen in vaagtaal Vaagtaal. Door ‘out of the box’ te denken wil ik af en toe bepaalde onderwerpen aan de orde brengen of op een bepaalde manier belichten. Zo wil ik gewoon een stukje van mezelf op het internet achterlaten. Zo blijf ik dicht bij mezelf. Misschien een beetje proactief,  maar ‘what ever…’

Erg mooi, zeg maar

 

« Vorige paginaVolgende pagina »