Uncategorized


dierenzegening

4 oktober: Werelddierendag. Op deze dag wordt stilgestaan bij de rechten van de dieren in onze samenleving. Dat vind ik op zich een goed idee: hoe vaak lees en hoor je niet van onnoemelijk dierenleed.

Vanmorgen klikte mijn wekker aan en hoorde ik het nieuws op de radio. Een van de berichten was dat het vandaag – het is immers zondag én dierendag – mogelijk is om je (huis)dieren te laten zegenen.

Eerder deze week las ik het volgende:  Dienst voor zegenen huisdier of knuffelbeer. Na eerdere kerkdiensten in Beltrum, Eibergen en Neede wordt zondag 4 oktober tijdens Werelddierendag een dierenzegening gehouden in de R.-K. Calixtuskerk in Groenlo. Bezoekers kunnen hun hond, poes, cavia, hamster, vis of kanarie meenemen naar de kerk waar de dieren worden gezegend door pastor Dick Juijn. Kinderen die geen huisdier hebben, mogen hun knuffel meenemen. Er wordt niet gecollecteerd maar bezoekers wordt gevraagd iets ‘lekkers’ mee te nemen (blikje kattenvoer of een kluif) voor het dierenasiel De Achterhoek in Winterswijk. De kerkdienst begint ’s middags om half vier.

Zoals ik al schreef, ik vind het goed dat er meer aandacht komt voor het dier. Te lang en te vaak werd het dier gezien als een product en een productiemiddel zonder enige intrinsieke waarde. Maar de laatste tijd bekruipt mij het gevoel dat de weegschaal een beetje naar de verkeerde kant doorslaat. En nu bieden kerken ook nog de mogelijkheid om dieren te laten zegenen. Een stukje nieuwe, eigentijdse spiritualiteit?  Probeert men zo de vermeende kloof tussen kerk en samenleving te dichten?

Vanmorgen werd er in het bericht nog wel bij gezegd dat men er niet op moest rekenen dat meegenomen zieke dieren na zegening weer beter zouden worden.

Dat is dan wel weer jammer.

Kunnen vrouwen beter multitasken??

Gelukkig, het is wetenschappelijk bewezen: niemand kan multitasken. Ik werd er de laatste er de laatste tijd ook een beetje flauw van. Deed ik als man iets te traag, dan kreeg ik van meerdere kanten meteen de opmerking naar mijn hoofd gesmeten ik zie wel dat je geen vrouw, want anders had je meerdere dingen tegelijk kunnen doen.  Multitasken: twee dingen tegelijk doen. Vrouwen kunnen dat beter dan mannen, horen we altijd. En tot overmaat van ramp bestond een of ander shampoomerk het ook nog eens dit ogenschijnlijke defect bij mannen in een reclame te gebruiken.

Maar jubel en prijs, niemand kan het echt, dat multitasken. Onze hersenen kunnen niet écht twee dingen tegelijk doen. Taken heel snel afwisselen is het beste wat we kunnen doen. Dat concludeert de Italiaanse psycholoog Paolo Toffanin in zijn proefschrift Brain economics: Housekeeping routines in the brain. Toffanin ontdekte – verrassend – dat multitasking niet bestaat: de hersenen wisselen aandachtstaken razendsnel af, maar voeren ze nooit tegelijkertijd uit.

Zouden nu dan eindelijk die opmerkingen verstommen? Mwâh, ik denk het niet…

Hoewel het de laatste tijd weer wat rustig is rondom dit thema, wil ik in dit blog toch weer eens aandacht besteden aan dit onderwerp. Laat ik eerst verduidelijken waarover ik het wil hebben: solidariteit, die je wat technisch kunt omschrijven met  leden van een groep een onderschrijven een gemeenschappelijk belang, ten gunste van de groepsleden, maar soms ten koste van zichzelf. Solidariteit was tot voor kort gemeengoed: via belastinggeld werden verschillende mogelijkheden bekostigd waardoor zwakke groepen binnen de samenleving de juiste zorg kon worden aangeboden. Iedereen droeg bij aan de zorg voor de ander.

De laatste jaren klonk echter steeds meer de roep dat ons zorgstelsel op de schop moest: in de huidige constellatie was het een en ander te duur geworden. Er was een te grote toestroom naar de verschillende voorzieningen. Kortom er moest rigoureus bezuinigd worden. De criteria moesten worden aangescherpt.

Burgers weigerden nog langer zoveel belasting te betalen voor het – in hun ogen – misbruik van de zorg. Politici die hun oren lieten hangen naar deze onrust uit de achterban vonden ook dat het allemaal anders moest.

Om de zorg betaalbaarder te houden zagen nieuwe ideeën het daglicht: Mensen die zorg nodig hadden moeten niet meer in gespecialiseerde instellingen buiten de samenleving wonen, maar moeten worden geïntegreerd in de samenleving, in normale woonwijken worden gehuisvest.  Iedereen zou min of meer zelfstandig moeten wonen in een gewone wijk, moeten werken bij een gewone baas en vrienden moeten worden met gewone buren. SolidariteitDat is beter voor bijna alle leden van bijna alle kwetsbare groepen en bovendien goedkoper. Dit idee gaat hand in hand met wat men noemt ‘actieve solidariteit’, dit in tegenstelling tot ‘passieve solidariteit’ waarbij via het belastingstelsel een ieder betaalt voor de zorg van de ander. Actieve solidariteit betekent: mensen van kwetsbare groepen moeten zo lang mogelijk voor zichzelf zorgen of worden geholpen door de naaste familieleden of andere mensen die om hun geven. Pas in het uiterste geval is er dan nog de geïnstitutionaliseerde – inmiddels stevig uitgeklede – zorg met alle gevolgen voor zowel de mensen die gebruikmaken van dit soort áls voor de mensen die werken in de zorg.

Op zich lijkt dit een nobel streven: immers, het is toch mooi als álle mensen zoveel mogelijk kunnen participeren in de maatschappij. Toch kun je hier serieuze vraagtekens bij stellen: in het oude systeem droeg een ieder bij aan de zorg van de ander. Er waren allerlei voorzieningen waar kwetsbare groepen konden worden verzorgd.  In het huidige systeem van ‘actieve solidariteit’ moet een veel kleinere groep mensen de lasten dragen.

Bij actieve solidariteit draait het systeem namelijk om het idee van vrijwillige deelname van mensen die de kwetsbare ander ter zijde wil staan. Een gedeelte van de samenleving blijft door hun eigen onverschilligheid jegens de ander simpelweg buiten schot. Solidariteit; voorbije tijd?

Mijn vraag: is dit solidariteit? Volgens mij niet! Ik denk dat het huidige systeem van zorgverlening in de volle breedte moet worden geëvalueerd en heroverwogen!

Het wordt religies en in het bijzonder hier in het Westen het christendom vaak verweten dat ze niet met hun tijd meegaan. Ze gebruiken te archaïsche woorden, te ouderwetse terminologie en middelen zo wordt gezegd en dat kan de mensen niet echt meer geboeid houden. Het moet eigenlijk allemaal meer hip, cool en spiffy.

Toch lees je met de regelmatigheid van de klok van religies – en ik beperk me hier even tot het christendom – dat er allerlei initiatieven ontstaan om mensen via de moderne, nieuwe media te benaderen. Een aantal voorbeelden: online pastorale begeleiding, kerkdiensten (achteraf) online beluisteren, podcasts van priester Roderick Vonhögen et cetera, et cetera.

Een nieuwe loot aan deze stam wordt aangekondigd in het volgende bericht:

Bericht aan God via iPhone

In moeilijke tijden wordt er vaak meer gebeden dan wanneer het voor de wind gaat. Allen Wright besloot daarom maar een iPhone-applicatie te verzinnen waarmee je gemakkelijk een brief naar God kan sturen. Met de applicatie ‘Note to God’ kunnen mensen ‘zelfgeschreven gebeden naar God sturen.’

interactieve kerkdiensten?

Via de iPhone-applicatie hebben gebruikers ook de mogelijkheid om de gebeden van anderen te lezen. Zij kunnen ook aangeven of ze het een goed gebed vinden. Alles in de applicatie gebeurt anoniem.

Als voorganger denk ik erover om mijn diensten binnenkort maar via een of andere internetapplicatie aan te bieden die gemeentes dan op een of andere manier aan de kerkgangers kunnen aanbieden. Ik schrijf hier ‘kerkgangers’, maar ik realiseer me dat dat er steeds minder worden. Mensen willen liever zelf het waar en wanneer van hun eigen spirituele moment plannen. Dat scheelt mij weer enorm veel reistijd en de last om op een onmogelijk vroege tijd op zondagochtend naar een of andere plaats in Nederland af te reizen én de noodzaak voor mensen op een vastgesteld tijdstip naar de kerk te komen.

De kerk ‘achterlijk’? Vergeet het maar! Wij gaan mee met de tijd, met en naar de toekomst. Wij zijn ten slotte mensen van de weg. En die weg heeft te maken met beweging, met op reis zijn. Dynamiek!

Kijk, dat zijn nou de klein lichtpuntjes in deze sombere tijden van recessie: er komt een goed Nederlands wijnjaar aan!!
Het Nederlands Dagblad bericht erover: Door het droge en zonnige weer van vooral de laatste weken belooft het een goed Nederlands wijnjaar te worden. Wijnmakers in Nederland spreken van een mooie druivenoogst met een hoog suikergehalte. Het is nu een uitzonderlijk goede oogst, omdat er zo vroeg kon worden geplukt. Het suiker- en zuurgehalte is zeer goed, zodat men gemiddeld twee weken eerder kon gaan plukken.

Ik heb mij laten vertellen dat deze relatief jonge tak van ondernemingen veel baat heeft bij de klimaatcrisis waardoor het gemiddeld iets warmer wordt in Nederland. avondmaalEn waarom ik als theoloog hierover een blog schrijf? Dat lijkt me nogal duidelijk… Wat drinken we bij het avondmaal? precies: wijn!! En nu lijkt met het een prima idee mijn kerkenraad eens voor te stellen juist Nederlandse wijn hiervoor in te kopen. Onze gemeente heeft niet voor niets  gekozen voor het jaarthema Geloven in duurzaamheid.  Zo sla je twee vliegen in een klap: je helpt de eigen economie én je verkleint de groene voetafdruk van de plaatselijke kerk. De afmeting van deze voetafdruk laat zien hoe ‘groen’ je bent: hoe kleiner de afdruk, hoe beter. En doordat je wijn koopt uit Nederland wordt het component vervoer van de wijn laag gehouden, immers de wijn komt niet meer uit Spanje of Italië.

En uhm, oké, ik  moet toegeven dat er ook nog een derde vlieg mee wordt geslagen: Hoe hoger het suikergehalte, hoe hoger het alcoholpercentage.

Vanmorgen werd ik opgeschrikt door een item op Radio 1. Een bezorgde moeder heeft het actiecomité Sinterklaas moet weg opgericht. Ik was even in de veronderstelling dat het weer eens een aflevering was in de jaarlijks terugkerende soap die draait om het idee dat Sint Nicolaas (zoals mijn vader mij altijd leerde te zeggen, want Sinterklaas is een verklede vent, Sint Nicolaas dat is de kindervriend) een racistisch getint feest is; dat er een zwarte Klaas moet komen met witte Pieten et cetera, et cetera. Maar gelukkig, zo verzekerde de oprichtster van het actiecomité snel, daar draaide het niet. Nee, het gaat om het feit dat er ook een moment moet komen waarop kinderen afscheid kunnen nemen van de Sint. Want hij komt dan wel aan, maar hij gaat nooit meer weg, dat snapt een aantal kinderen niet, zo beweert de bezorgde moeder. Volgens de moeder moet er dus een heel duidelijk afscheid komen van de goedheiligman.  Kinderen snappen het bijvoorbeeld ook niet dat er heel vroeg in het jaar, maar zeker al vanaf september – en ik begreep dat daar ook al wat om te doen was in de supermarkten – pepernoten, of zo u wilt kruidnoten (en volgens de connaisseur maakt dat een heel verschil) door de verschillende grootgrutters worden aangeboden. ‘Kijk mam, hij is nooit weg geweest!!’. Ik raad de bezorgde moeder aan om eens te kijken naar andere feesten: wordt de kerstman weer opgehaald door haar uitvinder een bekend colamerk? Verdwijnt de paashaas als smeltende chocolade na bewezen diensten? Volgens mij gebeurt dat niet…

Ik denk dat het in deze rationele wereld waarin alles toch steeds maar weer verklaard moet worden allemaal draait om een centraal begrip dat voor veel mensen minder inhoud heeft: GELOVEN

Geloven is een zeker weten dat iets wat je niet kunt waarnemen toch echt zeker is gebeurd.

Dus wat mij betreft wens ik een ieder nu alvast met Fokke & Sukke:

Vrolijk Klazen!!!

Eigenlijk zou dit een heel optimistisch blog kunnen worden. In deze tijd van de enorme recessie proberen juist kerkgangers de economie draaiende te houden door te blijven of juist meer te shoppen: als christen heb je natuurlijk altijd iets over voor je medemens… En door meer te gaan shoppen kunnen we de middenstand – groot en klein-  in stand houden en een fikse financiële injectie geven… Kerkgangers, christenen zijn het tenslotte gewend om iets over te hebben voor de ander, is het niet als bijdrage in de collecte, dan toch wel door zaken te kopen bij de middenstand die het echt wel zwaar heeft in deze tijden van crisis. Zo’n oude kerk staat toch niet voor niets midden in het stadscentrum (met winkels), toch…?

Maar helaas voor de middenstand, zo’n positief blog wordt het niet. Het gaat hier niet over het feit dat kerkgangers hun geld meer en meer gunnen aan het overeind houden van de neringdoenden.  kerkgangerHet gaat hier om het feit dat dat meer en meer kerkgangers – volgens sommige personen althans – naast hun eigen kerkgemeenschap vaak ook hun oor te luister leggen bij andere gemeenschappen. Je zou kunnen zeggen dat klantenbinding niet alleen in het dagelijkse leven steeds minder opgeld doet, maar dat die binding in het kerkelijk bedrijf ook onder druk staat.  Zo van ‘even kijken of het gras bij de buurman groener is’.

Eerlijk gezegd weet ik eigenlijk nooit zo goed hoe ik met dit soort berichten om moet gaan. Er zijn mensen die over dit ‘kerkshoppen’ zeggen dat het er nu eenmaal bij hoort: mensen willen zich nu eenmaal niet meer onvoorwaardelijk binden aan een instituut. Misschien ben ik te idealistisch in dezen. Ik denk dat je als kerk jouw leden zo goed mogelijk dient te bedienen en niet er voetstoots van uit moet gaan dat het toch normaal is dat mensen zich niet meer voor langere tijd willen binden aan één club of vereniging. Het moet toch mogelijk zijn om kerkgangers dusdanig uit te dagen dat ze terug willen komen. Want ik denk dat het het voor de kerk helemaal niet zo positief is dat kerkgangers regelmatig ‘shoppen’. Zou dit uiteindelijk niet kunnen leiden dat mensen op een gegeven moment geen lid meer willen blijven van één kerkgemeenschap en dus zondag aan zondag op zoek naar wat hun op dat moment het beste past? Waar blijft dan de fundamentele betekenis van religie: verbondenheid. Waar blijft de verbondenheid aan één specifieke gemeenschap?

Kerkgangers, het zijn net mensen…

Met het gegeven ‘shoppen’ moeten we als kerk leven, maar we mogen er ons niet bij neer leggen.

De hype van de zomer gaat nog even door: het Mexicaanse griepvirus. Tijdens de zomer buitelden de actualiteitenrubrieken al over elkaar heen met allerlei onheils- en doemscenario’s: een groot deel van Nederland zou uitgeschakeld in bed komen te liggen, we moesten vrezen voor het verlies van een goede dienstverlening, het openbaar vervoer zou plat kunnen komen te liggen, winkels zouden niet meer worden bevoorraad et cetera. Als ware griepprofeten  orakelden de virologen Roel Countinho en Ab Osterhaus met zijn eeuwige giletjes-combinatie er lustig op los: panedemielevels werden opgeschaald, risico’s werden geanalyseerd en geïnterpreteerd. Nee, de zomer zou relatief gunstig verlopen, het griepvirus zou pas zijn kop opsteken in de herfst, het najaar. GriepVeel mensen vonden dat de nationale overheid te weinig deed om de mensen voor te lichten over de griep. Op tv verschenen onsmakelijke filmpjes van de Britse overheid die de bevolking van het Verenigd Koninkrijk moest waarschuwen voor de Mexicaanse griep. Groot-Brittannië is het Europese land waar de griep tot op dit moment de meeste slachtoffers maakte.

Maar gelukkig, de Nederlandse overheid is nu ook begonnen met haar voorlichting over de Mexicaanse griep en hoe de mensen zich het best kunnen wapenen tegen besmetting. Met de actie ‘grip op griep’ wordt gans Nederland ingelicht. Om voor mij nog wat dichter bij huis te blijven: ook de Protestantse Kerk in Nederland heeft voorlichting gegeven over de griep en hoe haar leden er het beste mee om moeten gaan. De wijn bij het Avondmaal, zo wordt aanbevolen, kan beter in afzonderlijke kleine bekertjes worden geconsumeerd. Als aanstaand predikant heb ik helaas nog geen adviezen gelezen over bijvoorbeeld het handenschudden bij de uitgang. Moeten we nu na elke geschudde hand gezamenlijk de handen reinigen met desinfecterende gel? Dat zal dan ook weer een sociaal evenement worden. En de pastorale gesprekken… met mondkapjes? Misschien is het oplossing om de biechtstoel uit mijn eerdere blog in te voeren: een mooi stuk kunststof tussen de mensen, waardoor we elkaar nog wel zien maar geen problemen ondervinden met allerlei besmettingsmogelijkheden. Misschien een idee om stilzwijgend de biecht weer in te voeren in het protestantisme?

Maar niet alleen het sociale aspect tijdens de zondagse kerkgang zou kunnen lijden onder de Mexicaanse griep. Ook de dagelijkse werkvloer zou er een tik van mee kunnen krijgen: ik las laatst dat het onbedacht aannemen van een kopje koffie van een behulpzame collega zelfs al een risicofactor kan zijn. Het vriendelijke kopje koffie kan zo een besmettingshaard van jewelste blijken te zijn.  Want o wee, heef de collega misschien nagelaten zijn handen te wassen, heeft hij per ongeluk geniest over de kop koffie. En wie weet, was degene die de automaat vulde besmet met het griepvirus?

Toch maar weer even terug naar mijn eigen beroepsgroep: predikanten en voorgangers in diensten. Uit de media begrijp ik dat vooral de medeklinkers b, c, d, p, t en s leveren besmettingsgevaar op. Ik denk dat in de komende periode maar zover mogelijk bij de mensen weg moet gaan staan. Alleen een grove telling van de bewuste letters in votum en groet leverden al zorgwekkende aantallen op van de bewuste letters. Het wordt een hele kunst om een preek te schrijven en de bewuste letters zo veel mogelijk te mijden. Maar het is natuurlijk ook een uitdaging!!

Het laatste nieuws over de Mexicaanse griep is dat de griep momenteel een betrekkelijke milde griep lijkt te worden, een algehele inenting van de Nederlandse bevolking is misschien van de baan en de grote doses Tamiflu kunnen misschien worden afbesteld.

Maar gelukkig: we hebben de Q-koorts nog…

Ach ja, ze zijn er weer, de weinig verdraagzame, fanatieke atheïsten…

Het Britse humanistenverbond BHA heeft toeristenbureaus opgeroepen een christelijke dierentuin in het Engelse Wraxall te boycotten. Dat meldde de Britse krant The Telegraph donderdag. De seculiere organisatie is boos omdat Noah’s Ark Zoo, in de buurt van Bristol, vraagtekens zet bij de evolutieleer. Daardoor zou de dierentuin jaarlijks tienduizenden bezoekers ‘misleiden’. De eigenaren van de dierentuin, Anthony en Christina Bush, zeggen dat ze geen geheim van hun geloof willen maken. Wel hebben ze een ‘iets andere’ visie op de schepping dan traditionele creationisten. Het leven zou zijn ontstaan zowel door God als door evolutie. Op de website van Noah’s Ark Zoo is onder meer te lezen dat het darwinisme onjuist is. De ark van NoachDe dierentuin zegt ook het debat tussen creationisme en evolutionisme te willen bevorderen.

Het blijft toch merkwaardig. Mensen die de evolutieleer maar enigszins ter discussie willen stellen worden door een bepaald deel van de fanatieke aanhangers van die leer verketterd. Want men zou ‘wetenschappelijke feiten’ ontkennen. Wanneer je het geloof aanhangt dat God de wereld heeft geschapen dan ben je toch behoorlijk kierewiet.

Waarom toch deze angst? Zou het komen omdat het evolutionisme niet zo ‘wetenschappelijk waterdicht’ is?

Sommige mensen zullen dit nieuwsfeit opzienbarend en misschien zelfs vreugdevol vinden. De christelijk opgevoede zanger van heeft de weg terug naar de kerk gevonden? Helaas moet ik die mensen teleurstellen: het gaat om het opnemen van een nieuw nummer in een kerkgebouw.

Tsja, eerder schreef ik al een blog over de leegloop van kerken en de sloop of verkoop van kerkgebouwen. En vaak zie je dan dat onroerend goed zomaar ‘ontroerend’ goed kan worden in de zin dat wanneer een kerkgebouw wordt onttrokken aan de het beleggen van erediensten, dat allerlei emoties enorm gaan opspelen.

Toch zal dit proces de komende jaren doorzetten, zo wijzen cijfers dat ook uit. En misschien een geruststelling: het heeft niet alleen maar te maken met minder belangstelling voor het christelijk geloof. Dat bleek laatst uit een bericht van dominee Erica Hoebe uit Leidschendam. Zij stelt (in navolging van vele anderen) vast dat de jonge generatie best gelovig zijn, maar dat reguliere kerkdiensten niet het platform, de plaats zijn voor hun beleving van hun geloof. de jonge generatie gelovigen komt niet meer wekelijks naar de kerk. andere richtingenZe hebben weinig tijd over voor activiteiten, hun weekend is al zo vol, ze ervaren een drempel om naar de kerk te gaan. Maar ze hebben wel degelijk vragen. Ze hebben wel degelijk een geloof. Ze hebben wel degelijk behoefte aan contact zo houdt Hoebe ons voor. Ze werpt de vraag op of de kerkvorm moet wijzigen voor de jonge generatie. Het is nog pril zo vervolgt Hoebe maar er wordt gezocht naar andere vormen van gemeenschap. In plaats van of naast de zondagse eredienst. Deze nieuwe groep wordt in de gemeente van Hoebe met argusogen bekeken. Hoe goed de gesprekken die ik met ze voer inhoudelijk ook zijn, hoe oprecht hun geloof ook is; zoals een ouderling eens opmerkte: we zijn als kerk geen snackbar waar je wat van je gading uit de muur kunt halen om vervolgens weer te vertrekken. Voorzitter Peter Verhoeff van de PKN gaat hierin mee met Hoebe. Volgens hem is de huidige vorm van gemeenschapsbeleving te veel gekleurd door de Reformatie en het 19e eeuwse burgerlijke verenigingsdenken. De gedachte is nog te vaak: je bent lid en dan doe je mee. Of je bent geen lid, en dan hoor je er niet bij. Zo werkt dat niet meer in deze tijd.

De vraag is dus hoe de gemeenschap dan vorm moet krijgen. Als je geen gemeente meer bent rondom de eredienst, hoe dan wel? Volgens Hoebe is het antwoord te vinden in de Bijbel. Dat verbindt iedereen die contact zoekt met God. Dat Woord verbindt alle gemeenteleden en zoekers, of je nu regelmatig, weinig of niet naar de eredienst komt.

Ik onderschrijf een groot deel van de analyse van Hoebe, maar toch stel ik er ook een aantal vragen bij. Aan de ene kant stelt Hoebe dat de kerk niet een te hoog ‘snackbar’gehalte moet krijgen waar je af en toe komt en Nieuwe vormenwat voor jouw gading is uit het scala van aanbod neemt en voor de rest de kerkelijke samenkomsten links laat liggen. Aan de andere kant onderschrijft ze stelling van Verhoeff dat het 19e eeuwse verenigingsdenken zijn tijd heeft gehad. En die stelling haalt ze naar eigen zeggen uit de Bijbel. Want de Bijbel verbindt iedereen met elkaar en met God of je regelmatig, weinig of niet naar de eredienst komt.

Volgens mij wordt in de Bijbel ook duidelijk gesproken over juist de collectieve beleving van je geloof in samenkomsten. Zo kun j elkaar tot opbouw zijn, kun je werkelijk met elkaar meeleven. Valt die regelmatige ontmoeting weg, dan valt mijns inziens ook de beleving van het ‘kerkzijn’ weg. Wat dat  betreft zie je in christelijk Nederland twee kampen ontstaan: het kamp dat zegt dat de huidige kerkvorm zijn langste tijd gehad heeft en een tweede kamp dat zegt dat er zeker over verschillende vormen nagedacht moet worden, maar dat dit niet meteen betekent het einde van het huidige kerkmodel. En de eerlijkheid gebiedt mij ook te zeggen dat er ook een groep is die zegt dat er helemaal niet moet veranderen.

Zoals het misschien al duidelijk is: ik schaar mij in dat tweede kamp. Ik vind dat er zeker moet worden nagedacht over andere vormen van het beleggen van samenkomsten of contact- momenten en mogelijkheden voor mensen die de huidige kerkvorm niet zien zitten. Maar ik denk dat geloofsbeleving ook vraagt om een sociale component, een sociaal netwerk. De kerk maak je met zijn allen!

Zou het niet zo kunnen zijn dat het huidige individualisme en de individualistische (geloofs)beleving ook een hype is?

« Vorige paginaVolgende pagina »