In het blad Intermediair stond een kort artikel over een antropoloog die promoveert op het omgaan van nabestaanden met de as van hun overledenen. Het blijkt dat de omgang met de as een hele evolutie heeft doorgemaakt. Was het vroeger zo dat men voor eeuwig afscheid nam van de overledene in het crematorium, tegenwoordig bestaat er de mogelijk voor de nabestaanden om de as van de overledene mee naar huis te nemen. Men kan het zelfs laten verwerken in een sieraad.
Ik weet het dat dit in onze cultuur als noviteit voorkomt, maar dat is geheel ten onrechte. In de achttiende en de negentiende eeuw was het niet zo abnormaal om van het haar van de overledene een boeket of een schilderij te maken. Ik heb zelfs begrepen dat van het haar van overledenen sieraden konden worden gemaakt die gedragen werden.
Hoewel men de gedachte aan de dood in onze wereld vaak zo veel mogelijk voor zich uit lijkt te schuiven, als dan het moment daar is dan wil men daar op een zo’n persoonlijk mogelijke manier daar invulling aan geven. De laatste tijd wordt door een uitvaartonderneming ons dit in alle toonaarden meegedeeld.
Richt je ‘laatste gang’ in op de wijze zoals die het meest bij je past, want het immers uw uitvaart. Het lijkt erop dat het op een vrije manier omgaan met de dood vaak uit andere culturen stamt. Niets is minder waar: er is ook in onze samenleving een tijd geweest dat men de eindigheid van het leven meer aanvaardde als iets dat bij het leven hoort, je wordt geboren en op een gegeven moment sterf je ook weer. Juist door het voortschrijdende medische inzicht is men het sterven steeds meer als anomalie van het leven gaan beschouwen.
Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren… En toch vind ik het apart, die nieuwe rituelen rond ‘de laatste gang’. Natuurlijk vind ik het heel goed dan een ieder zijn eigen uitvaart op eigen wijze mag invullen, maar ik kan niet wennen aan het feit dat men de as van de geliefde overledene kan verwerken in een sieraad. Het komt op mij over als wil men geen afscheid nemen van degene die overleden is.
Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren… We mogen onze overledenen begraven in de dodenakker. Een akker die eens weer vrucht zal dragen. Dan mogen we onze geliefden weerzien.
En al deze bewegingen laten op hun manier de traditionele kerk weten dat ‘de boodschap’ anders moet worden gebracht.
Vanuit die optiek wordt de jeugdigheid geïdealiseerd, het verval van krachten en lichaam dient zo veel mogelijk worden ontkend en uitgesteld, misschien zelfs vertraagd. Daarom worden ons vanuit de cosmetische industrie allerlei smeerseltjes en middeltjes aangeboden om de vergankelijkheid van het lichaam zoveel mogelijk te verdoezelen, te ontkennen. En als het dan niet lukt met smeerseltjes, dan zetten we toch het mes in ons lichaam? Maar als de vergankelijkheid ons dan toch inhaalt dan kunnen we onze nabestaanden toch nog een leuk afscheid geven? Mensen kunnen dan sinds kort speciale komieken inhuren om de begrafenis een beetje op te leuken. Onder de titel ‘De laatste lach’ gaan twee acteurs de boer op met hun ‘humor’. Nabestaanden kunnen het duo inhuren voor bijvoorbeeld een persoonlijke sketch over de overledenen. ‘Een begraafplaats is de enige plaats waar nog geen humor wordt gebruikt, dus misschien is het wel het gat in de markt’, zeggen de Belgische acteurs tegen het Nieuwsblad.
Gister hoorde ik nog een item op Radio 1 dat een of andere werkloze sportcoach zich had geworpen op de recessie, de crisis. Natuurlijk was hij ook druk doende rond te schnabbelen in het seminarcircuit waar hij lezingen gaf over de uitdagingen van de financiële crisis. Maar nu heeft hij al zijn kennis in een kaftje gegooid waarin hij vanuit zijn enorme sport- en coachingservaring het lezerspubliek wil voorhouden de crisis niet als bedreiging te zien, maar als uitdaging om je eigen creativiteit aan te spreken. Wat zou er nou gebeuren, als ineens de economie weer overeind krabbelt en de crisis weer op de achtergrond wordt gedrongen? De beste schrijver zou blijven zitten met grote voorraden onverkoopbare boeken en wat nog erger is: hij kan zijn prachtige boodschap niet meer slijten in het seminarcircuit. En wie weet komt hij werkloos thuis te zitten en vraagt hij uiteindelijk een uitkering aan. Wat een rampspoed!
Natuurlijk hebben protestante pastores ook de verplichting tot zwijgen over alles wat hun ter ore komt, maar toch… het instituut biecht, dat zo heb ik me laten vertellen ook niet overal meer in de rooms-katholieke wereld wordt gebezigd, heeft wel iets duidelijks. En dan bedoel ik het feit dat je bij een geestelijke in een bepaalde setting je hart kun uitstorten…
Traditioneel is de ramadan, de jaarlijkse islamitische vastenmaand een periode van spiritualiteit, gebeden en daarna het gezamenlijk verbreken van het vasten. Maar, zo wordt steeds vaker gesignaleerd in islamitische landen, ook van overdadig consumeren.
Wat is het toch met de mens? Aan de ene kant wil men geen onduidelijkheden. Gerrit Hiemstra zei gister in het praatprogramma Knevel en Van den Brink dat mensen die contact opnemen met het KNMI altijd precies willen weten wat voor weer het op welke plaats wordt, wanneer er een bui gaat vallen of men geconfronteerd wordt met andere weersveranderingen. Men wil gewoon niet meer voor verrassingen worden geplaatst. Weers’voorspellingen’ moeten worden omgebogen naar weers’waarheden’. En als dan er toch iets verkeerd gaat, ach dan lopen we toch naar de rechter… Ik vraag me af hoe mensen zouden hebben gehandeld als het KNMI geen weeralarm had uitgegeven en het weer zich toch had ontwikkeld zoals het voorspeld was: hevige rukwinden, overal verwoestende hagel en verschrikkelijke blikseminslagen. Zouden bijvoorbeeld de organisatoren van evenementen als Lowlands en het Xnoizz Flevo Festival de betreffende autoriteiten niet aansprakelijk stellen voor de opgelopen schade? Voorspellingen hebben ook een preventief karakter, maar het zijn en blijven voorspellingen.
, bekend van programma’s als het Journaal en Vinger aan de pols en getrouwd met CDA-coryfee en oud-directeur van Schiphol Gerlach J. Cerfontaine die destijds een functie in het openbaar bestuur afsloeg omdat hij de pensioenvoorzieningen wat ondermaats vond, kreeg laatst last van enkele feministische oprispingen à la Opzij-redacteur Ciska Dresselhuys.

Alleen al in Nederland krijgen jaarlijks 6,3 miljoen huishoudens de gids. Naar schatting worden er jaarlijks tussen de 50 miljoen en 150 miljoen Bijbels verkocht. Critici vragen zich wel af of Ikea trots moet zijn op het enorme papierverbruik. Het bedrijf maakt immers goede sier met een reductie van verpakkingsmateriaal. Anderzijds is er nog wel die gigantische papierberg, goed voor een enorme houtkap. En dat terwijl de gids na een jaar weer wegkan, in tegenstelling tot de Bijbel.