Het Evangelie verkondigen houdt in dat je
in eenvoudige en nauwkeurige woorden getuigenis van Christus aflegt, zoals de apostelen dat deden.
Het is echter niet zinvol om overtuigende gesprekken te verzinnen.
De verkondiging van het Evangelie kan ook gefluisterd worden,
maar zij gaat altijd gepaard met de onthutsende kracht
van de schande van het kruis,
en ze volgt altijd al de weg die in de brief van de apostel Petrus
aangeduid wordt als eenvoudigweg
‘rekenschap afleggen van de hoop aan anderen’.
Hoop die in de ogen van de wereld aanstootgevend en onnozel blijft.
In de 1e Petrusbrief is er vanuit de omgeving sprake van
spot en hoon, intimidatie, bedreiging, uitsluiting.
En Petrus dringt erop aan daar priesterlijk mee om te gaan.
Een priester doet geen kwaad en scheldt niet terug
maar verspreid om zich heen liefde en verdraagzaamheid.
Is een toonbeeld van vriendelijkheid, geduld en compassie.
Me dunkt dat in onze tijd van onbehagen
met veel korte lontjes en verbaal geweld
onze wereld misschien wel meer dan ooit priesters nodig heeft. Priestertypes met heilige eerbied en passie voor God.
Priesters met een warm en ruim hart voor mensen.
Priesters met handen die zegenen, genezen en bevrijden.
Omdat zij in deze wereld de handen mogen zijn van Jezus.

Een begrip dat mij uit mijn vorige blog bleef bezighouden
is de term zelf-secularisatie.
De uitleg die er toen aan gegeven werd was:
jezelf zo aanpassen aan de normen en de waarden van de samenleving
dat je aanvaardbaar bent voor iedereen.
In mijn vorige blog legde Olivier Roy uit dat de kerk dit momenteel doet.
Laatste hoorde ik een meditatie over 1 Petrus 2.
Vers 11 van dat hoofdstuk begint met de constatering
dat christenen te vergelijken zijn met vreemdelingen die ver van huis zijn:
‘jullie zijn vreemdelingen geworden in de steden waar jullie wonen.
Jullie wonen tussen de ongelovigen.
Toch vraag ik jullie dringend om niet te leven zoals zij.
Want dan brengen jullie je nieuwe, christelijke leven in gevaar.’ (BGT)
Het lijkt mij dat de juist de Bijbel waarschuwt tegen
‘het verlangen (andere vertaling)’
om te leven zoals de samenleving waarin een christen leeft.
Christenen horen hoe dan ook niet meer bij deze samenleving.
Ze zijn vreemdelingen geworden.
‘Doe goede dingen, en laat de ongelovigen zien
dat jullie je goed gedragen.
Dan zullen de ongelovigen niet langer slecht over jullie spreken. Misschien veranderen ze zelfs hun eigen leven.
Dan zullen ook zij God eren als hij komt rechtspreken over de wereld.’ vervolgt het Bijbelgedeelte.
Als je dit Bijbelgedeelte als uitgangspunt neemt,
zou het dan niet goed zijn dat een christen een voorbeeldfunctie heeft
voor de mensen om zich heen,
of liever gezegd een christelijk leven te leiden.
Wat je doet, juist in crisissituaties toont iets van je diepste drijfveren.
Laat dat dan het goede zijn: de liefde.
Geef mensen geen reden om slecht van je te spreken.
Doe het goede in de hoop dat de vrucht van je leven
het verschil zal maken.
Wat lezen mensen in jouw leven,
in hoe je omgaat met het gezag van de overheid,
hoe je omgaat met andersdenkenden,
andersgelovigen of mensen uit andere culturen
en hoe reageert op praatjes over de kerk, geloof en God.
Op vooroordelen, pesterijen.
Die oproep van Petrus kan je misschien verlammen.
Ik ben immers Jezus niet.
Maar met Jezus in je en door de Geest,
wordt je in staat gesteld het goede te doen.
Dan is het geen gebod, maar een levenswijze.
De liefde van Christus stelt je in staat om werkelijk vrij te zijn.