De engel Gabriël verwoordt de missie van Johannes de Doper.
Daarin ontdekken we opnieuw een aantal trekken van ‘mensen rondom Jezus’.
Het leven van Johannes heeft maar één doel: Jezus aanwijzen als de Christus.
Zijn grootheid bestaat in zijn kleinheid.
Want hij wil niet méér zijn dan een wegbereider.
‘Zie het Lam Gods!’ (Johannes. 2:29-31)

De engel Gabriël verwoordt de missie van Johannes de Doper.
Daarin ontdekken we opnieuw een aantal trekken van ‘mensen rondom Jezus’.
Het leven van Johannes heeft maar één doel: Jezus aanwijzen als de Christus.
Zijn grootheid bestaat in zijn kleinheid.
Want hij wil niet méér zijn dan een wegbereider.
‘Zie het Lam Gods!’ (Johannes. 2:29-31)
‘Hij moet groter worden en ik kleiner.’ (Johannes 3:30)
‘Hij zal vervuld worden van de Heilige Geest
terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is,’ (Lucas 1: 15b)
Van bijna alle ‘mensen rondom Jezus’ in Lucas 1 en 2 wordt gezegd
dat ze vervuld worden met de Geest, en ze aanbidden God met enthousiasme.
‘Bedrink u niet, maar laat de Geest u vervullen’ (Efeziërs. 5:18).
Johannes is een met de Geest gezalfde profeet.
Al in de baarmoeder belijdt hij de naam van zijn Heer! Over Hem is hij Geestdriftig.
en hij zal velen uit het volk van Israël zal hij bekeren tot de Here, hun God. (Lucas 1 :16)
Bekering heeft te maken met:
genadig aan je zonden ontdekt worden om je vervolgens om te keren naar Christus.
De taal die Johannes gebruikt is daarbij scherp: ‘Adderengebroed’ (Lucas 3:7)
Gedoopt zijn is niet genoeg.
Johannes verkondigt een heel praktische bekering:
deel je kleren en je eten, vorder niet te veel, plunder niet en pers niets af (Lucas 3:10-14).
Hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia. Johannes is Elia de Tweede.

Net als die profeet is hij aangewezen,
niet op zichzelf, maar op de Geest en de Kracht van God.
Johannes’ prediking was vol van Geest en Kracht, want vol van Christus.
‘Zo zal hij voor de Heer een volk gereedmaken.’ (Lucas 1: 17b)
Wanneer ben je er ‘klaar’ voor om Jezus te ontvangen?
Want dat is het doel van Johannes’ prediking.
Je bent er ‘klaar’ voor als je alles loslaat en als je met lege handen staat.
Toewijding is: niets meer vast willen houden dan Jezus alleen.

Laatst kwam ik een artikel tegen in een christelijk blad.
Daar werd de toekomst in donkere kleuren geschetst. Terecht. Aardbevingen en tsunami’s, kernrampen, sprinkhanenplagen, ontbossing, klimaatverandering, milieuvervuiling, overbevissing,
plastic soep en opwarming van de aarde … het komt allemaal langs.
Het staat volgens de schrijver allemaal al in de Bijbel.
Die plastic soep ben ik er trouwens niet in tegengekomen,
sprinkhanen en aardbevingen wel. Daar val ik niet over.
Maar dan wordt het artikel zo afgesloten:
‘Het enige wat wij kunnen doen is beseffen
dat de Bijbel waar is en dat God tot Zijn doel komt met deze wereld.
Als we in Hem geloven, mogen we uitzien naar een nieuwe aarde.
In het Nieuwe Testament van de Bijbel kun je hier meer over lezen.’

Dat vind ik nou een te gemakkelijk evangelie.
Dit is wat Bonhoeffer ‘goedkope genade’ noemde,
waarvan niet duidelijk is dat ze ons wat kost.
Ja, aan aardbevingen kunnen we niets doen,
aan overbevissing en plastic soep wel.
Alle dreigende rampen worden opgesomd
en vervolgens wordt gezegd dat wie gelooft,
weet dat alles in Gods hand is
en dat we zo ‘ware rust en vrede’ kunnen vinden.
Er wordt niet opgeroepen tot bekering,
in elk geval wordt niet concreet gezegd wat bekering is.

De profeet Amos sprak ook over rampen en oordelen
die over het volk zouden komen. Hij zegt ook waarom.
Het oordeel van God wordt opgeroepen door steekpenningen, rechtsverkrachting, sjoemelen in de handel, dienen van andere goden, enzovoort.
Maar zijn toepassing is niet:
als je op de Heer vertrouwt dan komt alles goed.
Dit zegt hij: als je je niet bekeert dan zal de dag van de Heer
duisternis voor je zijn en geen licht! (Amos 5: 23-24)

Alleen als je je bekeert tot God kun je behouden worden.
En wat is dan bekeren? Dat je je omkeert.
Je leeft niet langer met je rug naar God toe,
maar met je gezicht naar God toe.
Je wil Hem zien, je wil graag dat Hij jou aankijkt
met ogen vol liefde en een hart vol warmte.
En je wil uit zijn mond de Woorden horen die een weg wijzen
die niet doodloopt maar die uitloopt op het leven.
Bekering is dat je je omkeert, dat je het roer in je leven omgooit, of liever: dat je God het roer in je leven laat omgooien
omdat Hij je aanraakt door zijn Geest.
De ommekeer die de bekering van je vraagt,
dat is een ommekeer die de Geest in je leven bewerkt.
Maar dat betekent niet dat je dus maar moet gaan zitten afwachten.
Want heel de Bijbel door,
zowel in het Oude als het Nieuwe Testament komt de oproep naar ons toe: Bekeer u! Dat is ook de kern van de boodschap die Jezus brengt in Israël. Bekeer u!
In het Marcus-evangelie zijn dat de eerste woorden
die we uit Jezus’ mond horen als Hij gaat prediken.
‘Bekeert u en gelooft het evangelie!’
Dat is een oproep waarop wij moeten antwoorden,
en als je dat doet dan zeg je achteraf:
ik deed het niet zelf, de Geest van God heeft dat in mij gedaan.
Dat is bekering:
dat je door de Geest je omkeert, het roer in je leven omgooit,
dat je ermee stopt om almaar met je rug naar God toe te leven:
je draait je om en gaat met je gezicht naar God toe leven.
Een radicale verandering,
een verandering die je raakt tot in de wortel van je bestaan:
je leeft niet langer voor jezelf maar voor God.
Van aangezicht tot aangezicht.

De coronacrisis zet het leven van en in de kerk behoorlijk op z’n kop.
Dat lijkt me het understatement van dit jaar.
‘Traditionele’ kerkdiensten waarin een ongelimiteerd
aantal mensen samen konden komen,
die lekker uit volle borst mee konden zingen
en na de dienst heerlijk met elkaar
onder het genot van iets te drinken na konden keuvelen
zijn sinds eind maart voor langere tijd van de baan.
In veel kerken zijn de online-diensten met beeld en geluid
een zoektocht met allerlei experimenten begonnen.  Het zijn eigenlijk stuk voor stuk missionaire (noem het ‘evangeliserende’) diensten geworden omdat de meeste diensten laagdrempelig voor een ieder te volgen zijn.
Ook de voorgangers moeten zichzelf opnieuw uitvinden. 
Ze moeten zich vaardigheden aanleren die zij in de meeste gevallen nooit geleerd hebben. Daarover wil ik in een later stadium iets schrijven.

In de voor-corona-periode werd er al heel veel gepionierd (geëxperimenteerd) ook binnen ‘gewone’ gemeenten.
Op allerlei manieren richtten kerken zich naar buiten.
Er gebeurden daarbij veel mooie dingen.
Een van de vragen die daarbij ook in beeld komt
is of wij in deze tijd ook ‘zieltjes mogen winnen’?
De laatste tijd – ook voor de corona – was er het idee ontstaan
dat ‘zieltjes winnen’ hoort daar voor velen niet meer bij.
Dat was volgens velen iets van voorbije tijden. Deze vraag komt ook naar boven bij de onlinediensten in de coronatijd.

Nu zijn er zeker goede redenen om op dit punt kritisch naar het verleden te kijken, maar zou dat laatste echt zo zijn?
Of zou de meest wezenlijke missionaire dienst van de kerk misschien
toch kunnen liggen in het in contact brengen van mensen met Jezus Christus?
Zouden ‘zieltjes’ juist in verbondenheid met Hem
niet kunnen uitgroeien tot florerende ‘zielen’?

Die vraag komt natuurlijk direct als een boemerang
terug bij de gemeente en ook bij mijzelf:
ben ik meer mens geworden door mijn geloof en mijn betrokkenheid bij de kerk?
Dat kan een confronterende vraag zijn,
maar het is goed als we deze in de gemeente elkaar toch durven te stellen.
Want als de gemeente me (onverhoopt)
eigenlijk niet helpt in mijn mens-zijn (menswording!),
dan is er ook weinig reden anderen uit te nodigen te kiezen voor Jezus Christus.
Want dan ‘bekeer’ je je tot meer van hetzelfde.
Maar als daadwerkelijk blijkt dat die keuze tot ‘meer dan het gewone’ leidt,
dan ontstaat er een basis om ook niet-gelovigen uit te dagen
hun kaarten op Jezus Christus te zetten.

Het gaat hier om een heel belangrijke zaak.
Wat is de plek van het christelijk geloof op de markt van welzijn en geluk?
Is het een kraampje als willekeurig elk ander kraampje
met ongeveer dezelfde spullen?
Of kun je daar iets krijgen wat nergens anders wordt aangeboden?
Laat ik een voorbeeld geven uit het nabije verleden.
De campagne #doeslief die door SIRE werd geïnitieerd:
je werd opgeroepen om in deze tijd van algemene verharding
oog te hebben voor de behoeftes van de ander.
Ook christenen worden vanuit de Bijbel opgeroepen
om ‘lief te hebben’ en ‘goed te doen’?
Is dat werkelijk anders dan de #doeslief-campagne?
Ik denk dat wij vanuit onze christelijke gemeenschap
werkelijke langdurige aandacht en steun kunnen bieden aan de ander.
Dit maakt volgens mij het verschil maakte met andere soorten van liefdadigheid.
Mensen moeten het kunnen ervaren, beleven.
De liefdadigheid of christelijk gesproken ‘diakonia’ van de christelijke gemeente
droeg al in het verleden werkelijk bij aan de verspreiding van het christendom.
Ik kan me voorstellen dat niet iedereen gecharmeerd is van dit soort markttaal,
maar hoe dan ook zullen we in de gemeente ons over deze vragen moeten buigen.

Want de stap om in deze tijd christen te worden, lijkt steeds groter te worden.
Dat heeft te maken met de vaak grote afstand
van mensen tot de wereld van het christelijk geloof
en helaas ook met het negatieve beeld dat velen van kerk en geloof hebben.
We leven immers in een tijd van beleving, van willen ervaren.
Willen mensen iets gaan zien in het christelijk geloof,
dan moeten ze de waarde daarvan kunnen proeven, kunnen beleven.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat bekeringen vaak via relaties verlopen.
Iemand proeft iets van het geloof van de ander, wordt nieuwsgierig,
gaat op onderzoek uit en besluit christen te worden.
Een jonge vrouw die door haar contact met christenen tot geloof was gekomen vertelde:
‘Ik moest tot mijn eigen verwondering erachter komen
dat ik een godsgeloof heb ontwikkeld.
Daar heb ik lang mee geworsteld. Ik heb er eindelijk maar aan toegegeven.
Ik heb mijn hele leven herzien. Dat is heel helend geweest.
Mijn leven is behoorlijk op z’n kop gekomen.
Ik doe niet meer zo moeilijk over dat je grootse dingen wilt bereiken.’
Ook zij moest ‘wennen’ aan het idee
dat er in haar leven echt een knop was omgegaan.
Nog steeds ontdekken in ons land mensen
de kracht en de schoonheid van het christelijk geloof.
‘Zieltjes winnen’, het gebeurd nog steeds.
Door relaties, door ‘goed doen’ door zoveel andere zaken.
Laten we elkaar niet aanpraten dat de tijd van ‘zieltjes winnen’ achter ons ligt.
Nee, het is niet de zeepkist die daarvoor moet worden bestegen,
maar eerder de aloude manier van werkelijk aandacht en hulp geven aan je naasten.
Zou het kunnen zijn dat we
– vertrouwd als we vaak zijn met de kerk en de christelijke traditie –
dat helemaal niet meer zo scherp zien?
Gelukkig de gemeente die ‘bekeerlingen’ in haar midden heeft.

Juist in deze Veertigdagentijd, deze lijdenstijd, tijd voor Pasen  probeer ik in mijn columns extra stil te staan bij wat ik vind als een centraal punt in deze tijd: bezinning op je eigen handelen, een ‘conversio mores’, een  proces van voortdurende `bekering`. Deze ‘conversio’ hoort oorspronkelijk tot de kern van de gelofte van een monnik, die zich gedurende zijn hele verdere leven wil richten op verbetering van zijn verstaan van het christelijk geloof, maar ik denk dat dit tot de kern van ieder die gelooft mag behoren. Een andere term voor bekering stamt uit het Grieks ‘metanoia’ en betekent letterlijk ‘je denken veranderen’ of zoals ik het zelf eerder vertaalde ‘omdenken. Kortom, het zijn allemaal termen die dezelfde lading dekken. De grondslag voor christelijk handelen is wat mij betreft psalm 51 zo treffend stelt: ‘Schep, o God, een zuiver hart in mij, vernieuw mijn geest’. Een levenslang proces.

De reden waarom ik dit zo aan mijn blog toevertrouw is het berichtje wat ik laatst las waarin stond dat de term ‘bekering’ volgens sommige theologen buiten de kerk niet meer bruikbaar is en dat het zelfs binnen de kerk nogal wat verlegenheid oproept. Gemeenteleden weten niet wat ze ermee aan moeten en predikanten hebben geen antwoord. Sommigen zeggen dat de kerk dit aan zichzelf te wijten heeft dat bekering ‘weerzinwekkend’ is geworden. ‘Dat komt, zo wordt in het bericht gesteld,  door de manier waarop het evangelie is gebracht, gepaard met machtsmisbruik. Galaten 5Tot mijn verbazing las ik dat dat een zekere predikant het moeilijk vond bekering uit te leggen aan gemeenteleden. Ze vragen dan al gauw: ‘Wat moet er dan veranderen, dominee?’ Misschien ben ik naïef maar ik zou dan wijzen op wat Paulus in de Galatenbrief de vrucht van de Geest noemt: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Dat zijn mijns inziens al heel wat verander- en verbeterpunten waar iemand zijn leven lang mee bezig kan zijn. Het vergt soms heel wat om een ingesleten patroon te doorbreken, maar dan blijkt daaruit dat er een nieuwe realiteit in iemands leven kan komen.

Blijft daarmee ‘bekering’ alleen maar een binnenkerkelijk begrip dat zelfs daar ook al op veel onbegrip stuit? Ik waag het te betwijfelen. ik denk dat in de huidige maatschappij waar hardheid, egoïsme, ongebreideldheid, onmatigheid op allerlei vlakken zijn slachtoffers heeft gemaakt er nog steeds behoefte is (een markt voor is 😉 ) om mensen op te roepen om om te keren, zich te bekeren, van deze heilloze weg. Een misschien niet in al zijn facetten al te geslaagd voorbeeld  van zo’n oproep was de Occupybeweging die enige tijd geleden tijdens de banken- en schuldencrisis actief waren om bepaalde, in hun ogen foutieve handels- en denkwijze aan de kaak te stellen. Zij hebben er in ieder geval voor gezorgd dat mensen zich gingen bezinnen. en dat er, zij het op beperkte schaal, een omkering plaatsvond. Een omkering in denken die mensen ertoe heeft aangezet andere wegen te overwegen.

Bekering, conversio mores, metanoia. Ik denk dat het nog steeds begrippen zijn die buiten de kerk (en binnen de kerk) nog steeds zeggingskracht hebben. Maar dat ze schuren aan de dagelijkse praktijk; dat is een ander verhaal…

Momenteel leven we midden in de Veertigdagentijd, de lijdenstijd als voorbereiding op de Stille of Goede Week uitmondend in het Paasfeest. In deze tijd lees ik zelf veel van het werk van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer. Ik vind het werk van Bonhoeffer erg actueel en zeker ook in deze voorbereidingstijd op Pasen. Speciaal de kritiek van hem op goedkope genade. Die genade staat voor de rechtvaardiging van zonde zonder de rechtvaardiging van de zondaar. Goedkope genade is het preken van vergeving zonder de noodzakelijkheid van bekering, gemeenschap zonder lijden. Goedkope genade is genade zonder discipelschap, genade zonder het Kruis, genade zonder Jezus Christus. Waar de focus van mensen met betrekking tot het geloof en het christendom alleen maar ligt op het krijgen van een goed gevoel over jezelf en over God, waar het geloof alleen maar een soort van psychologische veilige haven in een enge bedreigende grote wereld is, daar staat volgens de deur snel open voor de goedkope genade. De eenzijdige focus op het eigen heil zit er diep ingebakken in het menszijn en dus ook in het christendom.Genade doet alles en daarom kan alles bij het oude blijven.

Kostbare genade roept ons op om Jezus te volgen. zelfs tot het brengen van ‘offers’. Een offer dat er uit kan bestaan niet steeds jezelf op de voorgrond te zetten. ‘Het offer voor God is een gebroken geest; een gebroken en verbrijzeld hart zult u, God, niet verachten’, dat zijn  de woorden van psalm 51,19. Ik merk dat het meestal niet een van de meest populaire psalmen is die je kunt laten zingen in kerkdiensten. De woorden schuren, blijven haken achter de weerbarstige realiteit van het dagelijkse leven. Toch betekent toegewijd zijn aan Christus het je omkeren, bekeren van een levenswandel die je juist eerder verder van dan dichter bij God brengt. De Bijbelse maat houdt dan in ieder geval het primaat van het Grote Gebod in met zelfverloochening. Jezus zelf koppelde discipelschap rechtstreeks aan kruisdragen en zelfverloochening. bonhoefferBonhoeffer had de diepe overtuiging dat christen zijn betekent geheel aan te Christus zijn toegewijd, tot aan de prijs van je eigen leven, mocht die gevraagd worden. Als je over leven van Dietrich Bonhoeffer leest zie je tot waar hij ging: hij werd op 8 april 1945 geëxecuteerd in een nazigevangenis. Terwijl hij een veilig leven had kunnen leiden in het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten van Amerika koos hij voor een onzeker leven in nazi-Duitsland. Bonhoeffer zag het eerst je eigen hachje redden en daarom compromissen sluiten en je conformeren aan de eisen van deze tijd als gevolg van de prediking van wat hij goedkope genade noemde. Het is het prediken van een goedkoop evangelie van vergeving zonder de eis van radicale navolging en volledige overgave aan Christus.

Laten we daarom deze voorbereidingstijd op het Paasfeest maar zien als als een soort christelijk ‘offerfeest’.