Ergens in een kloostertuin in het Atlasgebergte in Algerije liggen zeven eenvoudige grafstenen naast elkaar. Ze horen bij evenzovele vermoorde monniken. Onder hen de abt: frère Christian de Chergé. Het verhaal achter deze grafstenen wordt gevangen in de film ‘Des hommes et des dieux’ uit 2010. Frère Christian en zijn zes medebroeders bewonen een klooster in Algerije. Christian was aanvankelijk Frans officier. Hij werd vrienden met de Algerijnse politieagent Mohammed. Mohammed was moslim, Christian christen. Het stond hun vriendschap niet in de weg. Maar anderen rond Mohammed hadden hier grote moeite mee. Christian was voor hen een vijand: Fransman, militair en christen. Op een dag werd Christian ingesloten door moslimfundamentalisten. Hij vreesde voor zijn leven. Maar Mohammed sprong er tussen en redde zo Christians leven.
Een paar dagen later werd Mohammed gevonden bij de put achter z’n huis: gewurgd. Zijn vriendschap met Christian en zijn reddingdaad kostten hem zijn leven. Dit bepaalde Christians verdere leven: iemand had létterlijk zijn leven voor hem overgehad. Dat deed hem zoveel dat hij besloot in te treden in het klooster, om zich te wijden aan God en de mensen. In zijn denken en geloven werd een bepaald begrip belangrijk: het martelaarschap van de liefde. Dat had hij van zijn vriend Mohammed geleerd: de liefde is bereid om te lijden omwille van de ander. Zelfs voor de vijand.
Toen een tijd later een stel moslimfundamentalisten de omgeving onveilig maakte, kwamen ze ook bij het klooster. Hun leider eiste drie dingen: de dokter van het klooster, medicijnen en geld. Christian weigerde. Hij schreef later: ‘Niet alleen omdat ik mijn broeders hoeder ben, maar ook omdat ik deze broer moest hoeden, die voor me stond, die het nodig had om iets te ontdekken in hemzelf, dat anders was dan wie hij geworden was (…) ik wil niet sterven met haat, ik geloof in God, die onze Vader is. Ik geloof in genade, voor jou en mij.’ Zo wilde Christian getuige zijn.
Maar de spanningen lopen op. Het wordt steeds gevaarlijker en angstiger. Op een dag zijn de kloosterlingen bijeen in de kapel om te bidden. Ineens horen ze het geluid van een naderende gevechtshelikopter. De helikopter richt z’n boordmitrailleur op de kapel. Christian begint te zingen, de broeders slaan de armen om elkaars schouder. En tegen die herrie boven hen, tegen het dreigend geweld in, zingen ze.
Ik vind het een prachtig beeld voor ons als kerk, als gelovige. Om tegen alles in, tegen de dreiging, de terreur, de haat, de onverschilligheid, de lauwheid, de crisis, de oorlog, de verdeeldheid. Om tegen dat alles te zingen. En moed te houden. Te blijven hopen. Vanwege Hem, die is en die was. Die gekomen is en komen zal.
Hoewel gemiddeld gezien de betrokkenheid van jongeren bij de traditionele politiek laag is, zijn hun politieke voorkeuren verschoven. In de afgelopen twee decennia is deze lichtjes naar het centrum-links opgeschoven, terwijl oudere generaties meer naar het centrum-rechts neigen. Tegenwoordig is leeftijd een sterkere voorspeller van stemgedrag dan sociale klasse, wat een dramatische verschuiving is ten opzichte van voorgaande decennia. Hoewel jongeren over het algemeen liberaler zijn zijn ze ook radicaler in hun ontevredenheid, en daar schuilt het echte gevaar.
Wanneer jongeren zich niet gehoord voelen, trekken ze zich niet alleen terug, ze gaan ook op zoek naar alternatieven. Hun frustratie heeft hen vatbaar gemaakt voor radicale ideeën en ‘sterke verhalen’ (lees ook: [online] desinformatie). We worden dan geconfronteerd met specifieke bedreigingen die ons democratisch systeem kunnen ondermijnen en verzwakken en die ook in directe tegenspraak zijn met fundamentele christelijke principes. Omdat we toegewijd zijn aan kernwaarden, staan we samen tegenover deze bedreigingen. Jezus noemde vredestichters ‘gezegend’ en verklaarde hen ‘kinderen van God’ (Mattheüs 5,9). In plaats van conflicten te zaaien en wantrouwen te zaaien, worden christenen opgeroepen ‘in vrede met iedereen te leven’ (Romeinen 12,18). In deze geest wordt christenen gevraagd om samen te werken met individuen en instellingen – religieus of seculier – om te werken aan het algemeen belang en aan de realisatie van een rechtvaardigere wereld in vrede. Omdat elk mens van gelijke waarde en waarde is voor God, moeten we elke poging om gelijke deelname aan onze democratie te beperken, te onderdrukken, te intimideren of te ondermijnen verwerpen. Transparante en eerlijke verkiezingen zijn hiervoor noodzakelijk.
Terwijl eerdere generaties mensen zich richtten op activisme van onderop, protesten en maatschappelijke betrokkenheid, is de kans groter dat de huidige jongere wordt beïnvloed door leiders die ze online kunnen volgen die duidelijke, zelfverzekerde en vaak extreme kritiek op het systeem leveren.
Het resultaat? Ondanks sterke voorbeelden van positief activisme die democratische middelen hebben gebruikt om een positief verschil te maken, is er een groeiend aantal jongeren dat democratie als zwak en ineffectief ziet, en dictatuur als sterk en beslissend.
Maar er is hoop. Door jongeren direct te betrekken, is er een kans om de lijn te veranderen. Dat kun je doen door een stem te geven aan leeftijdsgenoten die laten zien wat het betekent als je democratie opgeeft. Eén van de krachtigste stemmen is Sophia, een onlangs 18-jarige Oekraïense vluchtelinge, die sprak over haar ervaringen tijdens de oorlog. Ze vertelde haar verhaal over hoe ze gescheiden werd van haar vader die in Oekraïne vocht voor democratie. Ze vertelde hoe Oekraïners vechten – niet alleen met wapens, maar met hun leven – voor de democratie die jongeren zo graag willen opgeven. Haar boodschap was simpel: ‘Je weet niet hoe gelukkig je bent.’ Ze daagde hen uit om democratie niet te zien als een kapot systeem, maar als een systeem dat hun deelname vereist om te werken. Wanneer jongeren echte verhalen horen, van echte mensen, beginnen ze de gevolgen te zien van de keuzes waarmee ze flirten.
Dus wat kan er gedaan worden? Hier zijn drie cruciale stappen.
• Maak politiek relevant Jongeren geven wel degelijk om kwesties als klimaatverandering, geestelijke gezondheid en sociale rechtvaardigheid. Maar ze worden afgeschrikt door bureaucratie, moddergooien en slepende tijdschema’s. Door tijd te nemen om ze de processen uit te leggen, ze te betrekken bij de campagnes en de toegankelijkheid tot politiek te verbeteren en het verschil te benadrukken dat ze kunnen maken, kunnen we ontdekken dat deze groep de grootste troef van de democratie kan worden.
• Herstel het vertrouwen in leiderschap Schandalen en oneerlijkheid hebben jongeren cynisch gemaakt. We hebben leiders nodig die transparant, verantwoordelijk en bereid zijn om te luisteren. We hebben partijen nodig die doen wat ze in hun partijprogramma beloven. We hebben parlementariërs nodig die toegewijd zijn om tijd door te brengen met de jongeren die ze geacht worden te vertegenwoordigen, zodat vertrouwensrelaties weer mogelijk worden geacht.
• Geef jongeren macht Er zijn initiatieven, zoals interactieve live-bijeenkomsten die één simpele waarheid bewijzen: als jongeren zich gehoord voelen, doen ze mee. Als ze geïnspireerd worden, doen ze mee. Als ze de macht krijgen om deel te nemen aan het politieke proces, doen ze mee. Misschien als we meer ruimte creëren waar ze kunnen spreken, leiden en handelen, zullen ze naar voren stappen om de toekomst vorm te geven.
Nee, de geschiedenis laat zien dat democratie nooit gegarandeerd is: elke generatie moet ervoor vechten en het moet beschermd worden. Het vereist ook voortdurende inspanning om ervoor te zorgen dat het alle gemeenschappen dient zonder zondebokken, vervolging of marginalisering. En de geschiedenis waarschuwt ons dat de meeste dictators zonder democratie snel tirannen worden. Het democratische leven vereist pluralisme. Elke regel en elk beleid dat welke groep mensen, inclusief christenen, boven anderen verheft door hen speciale rechten en privileges te verlenen moet worden verworpen Omdat vrede en stabiliteit kenmerken zijn van een gezonde democratie, moet de toenemende vloedgolf van gewelddadige taal en gedragingen, waaronder gewelddadige bedreigingen en acties tegen overheidsdienaren en medeburgers worden tegengegaan.
De uitdaging waar we voor staan is urgent, maar we moeten mensen helpen de macht te herkennen die ze hebben om hun wereld vorm te geven, voordat ze die overgeven aan leiders die die macht van ons allemaal zouden afpakken.
Dit is om maar Bijbelse taal te gebruiken, een kairos-tijd – een beslissend moment in de tijd, waardoor gebeurtenissen voor komende decennia, ja, zelfs voor generaties die nog komen, kunnen veranderen. We moeten opkomen voor de toekomst van de democratie. We moeten cynisme, apathie en angst weerstaan; ons terugtrekken brengt alleen het risico met zich mee dat de macht in handen komt van degenen die er misbruik van zouden maken. We kunnen de democratie niet transformeren tenzij we haar redden. Als christenen zijn we mensen van hoop. De opstanding van Jezus Christus getuigt krachtig dat het leven de dood overwint en dat wat komen gaat veel beter is dan wat er is;
‘Ook al val je ’s avonds huilend in slaap, ’s ochtends sta je juichend weer op.’(Psalm 30,6) Met vertrouwen op Gods blijvende zorg moeten we alle christenen en mensen van goede wil oproepen om samen te werken de democratische geest te doen herleven en de democratie te verbeteren.
De Brits-Amerikaanse filosoof Larry Siedentop (1936-2024) stelde dat de oorsprong van het liberalisme ligt in het christelijk denken. Het liberalisme is als ware het buitenechtelijke kind van het christendom. Een kind overigens, dat niet bewust verwerkt is. Dat nooit een ‘project’ van de kerk geweest is. Maar desalniettemin onlosmakelijk en logisch verbonden met eeuwen denkwerk in de christelijke traditie.
Veel van het denken van Siedentop over individualisme voert terug naar de apostel Paulus, zonder meer een sleutelfiguur in de vroege kerk. En hij heeft nog steeds, anno vandaag, diepgaande invloed op het christendom heeft. Zijn denken heeft de idee van de christelijke gemeenschap gevormd: Als een verzameling van gelijkgestemde zielen, verenigd in het geloof in Christus.
Paulus postuleerde, door zijn ervaringen met al die verschillende groepen mensen en culturen, dat alle mensen – gelovigen en ongelovigen – gelijk zijn. Hij maakte bovendien serieus werk van innerlijke, individuele reflectie.
In zijn Galatenbrief stelt Paulus dat de christelijke gelovigen vrij zijn. Vrij zijn in hun geloof in God. De opvatting van Paulus over Christus maakte korte metten met de veronderstelling waarop het antieke denken tot dan toe had gesteund, namelijk de veronderstelling van natuurlijke ongelijkheid. In plaats daarvan zet Paulus in op menselijke gelijkheid.
Sterker nog: volgens Siedentop ‘zien we in de geschriften van Paulus het ontstaan van een nieuw gevoel van rechtvaardigheid, gebaseerd op de veronderstelling van gelijkheid.’ Dit denken over ethiek en moraliteit en – vooral – morele gelijkheid, waarbij elk individu intrinsieke waarde heeft, is gegrond in diezelfde christelijke ethiek.
Nu ontstaat in de huidige samenleving er wereldwijd een snel groeiende hoeveelheid (jonge) mensen die een diep wantrouwen in de overheid hebben, omdat ze geloven dat die niet naar hen luisteren en er ook niet om geven. En dan besef je dat de democratie in de problemen zit, en niet alleen op het wereldtoneel. Want ook bij ons in Nederland is een zeer verontrustende trend aan het ontstaan dat steeds meer mensen denken dat het land beter af zou zijn onder een dictator, of in ieder geval een ‘sterke man’ die gewoon met een pennenstreek knopen kan doorhakken. (zie hiervoor de euforie bij zijn aanhangers tijdens het ondertekenen door Trump van zijn decreten)
Uit een recente peiling blijkt dat 52 procent van de jongeren gelooft dat het land moet worden bestuurd door een sterke leider die zich niet hoeft te bekommeren om het parlement of verkiezingen. Nog alarmerender is dat 33 procent denkt dat het land beter af zou zijn als het leger de leiding had. Als dat ons niet aan het denken zet, bedenk dan dit: bijna de helft (47 procent) van jongeren gelooft dat onze maatschappij radicaal moet worden veranderd door middel van een revolutie.
Deze cijfers zijn verbijsterend. Voor degenen onder ons die zijn opgegroeid met een sterke toewijding aan democratie, is het onbegrijpelijk dat de generatie die is opgegroeid met de meeste vrijheid, de meeste toegang tot informatie en de grootste digitale connectiviteit, zo bereidwillig zou zijn om hun recht op stemmen, protesteren en leiders ter verantwoording te roepen, op te geven. Maar voordat we ons haasten om ze te veroordelen, moeten we de moeilijke vraag stellen: waarom voelen zoveel mensen zich zo?
Wat als het niet zozeer zo is dat jongeren zich tegen de democratie keren, maar dat ze het gevoel hebben dat de democratie zich tegen hen keert? Denk er eens over na: Hun scholen brokkelen af. Hun leraren staan onder druk. Als ze geestelijke gezondheidszorg of speciale zorg nodig hebben, moeten ze lang wachten of hard vechten en waarschijnlijk allebei. Als ze naar de universiteit willen, moeten ze een schuld aangaan die langer duurt dan de tijd dat ze leven. En als ze een huis willen kopen moeten ze volgens de statistieken waarschijnlijk wachten tot ze 33 jaar oud zijn om zelfs maar te denken aan het kopen van een huis.
Je zou denken dat deze strijd mensen ertoe zou dwingen politiek actiever te worden. Maar deze generatie is nog steeds de minst politiek betrokken groep in het Nederland. Hoewel het waar is dat velen momenteel te jong zijn om te stemmen, is er ook een groot deel dat te weinig betrokken is om de relevantie van formele politiek in te zien. De opkomst van jongeren bij verkiezingen is vaak abominabel laag bij verkiezingen.
Vergeleken met de opkomst van 70 procent of meer voor 65-plussers, en de boodschap is duidelijk: jongeren stemmen niet en politici spreken hen niet aan. Dat verergert het probleem alleen maar. Ondanks allerlei beloften van de politiek om dit punt aan te pakken, lijken ze geen haast te hebben om de hervorming door te voeren.
De kerstboom is allang weer afgetuigd, het weer is grijs en nat, (en voor sommigen: de nieuwe regering Trump treedt vandaag aan) het leven is wéér duurder geworden, en we hebben onze nieuwjaarsvoornemens waarschijnlijk al gebroken; ja, januari lijkt veel uit te moeten leggen!
Zozeer zelfs dat deze maandag, de derde maandag in januari zelfs Blue Monday is genoemd – de meest deprimerende dag van het jaar.
Het idee is een marketingtool en ontwikkeld met behulp van een wiskundige vergelijking die rekening houdt met alle elementen van de ellende in januari… En de remedie? Een zonnige vakantie boeken.
Het klinkt logisch, nietwaar? Voelen we ons niet allemaal een dip in de donkere koude dagen midden in januari?
Maar het probleem is dat Blue Monday is gebaseerd op een nogal wankele pseudowetenschap die puur is bedacht voor een reisorganisatie om hun zomervakanties te verkopen. In de vergelijking zijn de eenheden niet gedefinieerd en kan de formule niet worden geverifieerd, waardoor deze effectief nutteloos is.
Desondanks heeft het idee van Blue Monday onze verbeelding en onze aandacht gevangen; wat betekent dat het idee is blijven hangen, ook al is het niets meer dan een marketingcampagne die al in 2005 is geschreven. Het idee is blijven hangen omdat het logisch is.
En we willen graag onze gevoelens begrijpen, toch? Als we een specifieke reden kunnen aanwijzen waarom we ons somber of ongemotiveerd voelen, voelen we ons minder alleen. Misschien is dat de reden dat het idee van Blue Monday al twintig jaar bestaat.
Voor sommigen kunnen de seizoenen een tastbaar effect hebben op de geestelijke gezondheid, en tot wel drie procent van de mensen leeft met ‘ernstige winterdepressie’ en gimmicks als Blue Monday riskeren de verzwakking van een seizoensgebonden affectieve stoornis te bagatelliseren.
Zelfs voor degenen onder ons die niet met seizoensgebonden psychische aandoeningen leven, hebben we verschillende behoeften afhankelijk van de seizoenen. Onze energiebalans kent het hele jaar door een soort eb en vloed: het is natuurlijk om in een rustiger tempo te willen leven tijdens de donkere wintermaanden; veel mensen slapen en eten meer als we kortere dagen en langere nachten hebben.
Emotioneel zullen we ook seizoenen hebben waarin we het leven net zo levendig ervaren als de lente en andere seizoenen waarin we ons willen terugtrekken en de behoefte voelen om te rouwen om onze verliezen terwijl de zaden zich onder de grond verstoppen, weg van de kou, wachtend om te bloeien.
Iemand schreef eens: ‘Planten en dieren vechten niet tegen de winter; ze doen niet alsof het niet gebeurt en proberen niet hetzelfde leven te leiden als in de zomer. Ze bereiden zich er op voor. Ze passen zich aan. Ze voeren buitengewone metamorfoses uit om ze erdoorheen te helpen.’
Het is iets dat zowel de Bijbel als het kerkelijk jaar erkennen, dat we ons moeten aanpassen aan de seizoenen van het leven waarin we leven. De schrijver van Prediker, sommigen denken dat het koning Salomo was, schrijft dat in hoofdstuk 3 ‘er een tijd is voor alles, en een seizoen voor elke activiteit onder de hemel’ en hij gaat verder met het opnemen van leven en sterven, planten en ontwortelen, doden en genezen.
We kunnen worden aangemoedigd door het feit dat er geen specifieke dag is die meer of minder deprimerend is dan een van de andere, maar ook de veranderende seizoenen herkennen die onze emoties doormaken op dezelfde manier als de natuurlijke wereld dat doet.
Wat ertoe doet, is dat we ons richten op het seizoen van het leven waarin we ons bevinden en het niet ontkennen. Het kerkelijk jaar stelt ons in staat dit te doen door middel van liturgie, terwijl we door Advent, Kerst, Vastentijd, Pasen en gewone tijden fietsen. Er zijn mogelijkheden om te rouwen om ons verlies, onze vreugde te vieren, lessen te leren en te oefenen wat het betekent om in gemeenschap te zijn door elke emotie heen. Om ons door deze seizoenen te bewegen geven we onszelf de kans om onze emotionele spieren te strekken in rouw, vreugde en gewoon uit te vinden hoe we door het dagelijks leven kunnen navigeren!
Paulus, die in de begintijd van de kerk pastor was en aan veel gemeentes schreef, vertelde om ‘met je blije vrienden te lachen als ze blij zijn; deel tranen als ze down zijn’, (Romeinen 12) en ik denk dat dit eenvoudig advies is voor ons terwijl we door de seizoenen van ons leven en het jaar reizen. Alle emoties – hoe ongemakkelijk ze ook mogen zijn – hebben aandacht nodig.
Ja, Blue Monday mag misschien een marketingmythe zijn, maar erkennen dat we ruimte moeten maken voor al onze gevoelens – de blije en de verdrietige – kan precies de aanmoediging zijn die we nodig hebben.
‘Het was echt een experiment’, zei Marco Schmid, werkzaam bij de Peterskapelle in Luzern, Zwitserland. ‘We wilden zien en begrijpen hoe mensen reageren op een AI Jesus. Waar zouden ze met hem over praten? Zouden ze interesse hebben om met hem te praten? We zijn waarschijnlijk pioniers op dit gebied.’
De installatie, bekend als Deus in Machina (God in de machine), werd in augustus gelanceerd als het nieuwste initiatief in een jarenlange samenwerking met een lokaal universitair onderzoekslaboratorium op het gebied van een realiteit van de ervaring van fysiek aanwezig te zijn in een niet-fysieke wereld.
Na projecten die hadden geëxperimenteerd met virtuele en augmented reality, besloot de kerk dat de volgende stap was om een avatar te installeren. Schmid zei: ‘We hebben het erover gehad wat voor soort avatar het zou zijn: een theoloog, een persoon of een heilige? Maar toen realiseerden we ons dat het beste figuur Jezus zelf zou zijn.’
Omdat er weinig ruimte was en de kerk op zoek was naar een plek waar mensen privégesprekken konden voeren met de avatar, bedachten zij om de geestelijke in de biechtstoel in te wisselen door een computer en kabels. Nadat het AI-programma was getraind in theologische teksten, werden bezoekers uitgenodigd om vragen te stellen aan een stereotiep beeld van Jezus met lang haar. ‘Hij’ reageerde in realtime en gaf antwoorden die waren gegenereerd door kunstmatige intelligentie. ‘Hij kon me bevestigen in mijn manier van doen,’ zei een vrouw. ‘En hij hielp me met vragen die ik had, zoals hoe ik andere mensen kan helpen Hem beter te begrijpen en dichter bij Hem te komen.’ ‘Ik was verrast. Het was zo makkelijk,’ merkte een andere vrouw op. ‘Hoewel het een machine is, gaf het me zoveel advies, ook vanuit een christelijk oogpunt. Ik voelde me verzorgd en ik liep echt getroost naar buiten.’
Mensen werd geadviseerd om geen persoonlijke informatie te verstrekken en te bevestigen dat ze wisten dat ze op eigen risico met de avatar in contact kwamen. ‘Het is geen biecht’, zei Schmid. ‘We zijn niet van plan om een biecht na te doen.’ Tijdens de twee maanden durende periode van het experiment grepen meer dan 1.000 mensen – waaronder moslims en toeristen van zo ver als China en Vietnam – de kans aan om met de avatar te communiceren.
Hoewel de gegevens over de installatie volgende week worden gepresenteerd, suggereerde feedback van meer dan 230 gebruikers dat tweederde van hen het een ‘spirituele ervaring’ vond, zei Schmid. ‘We kunnen dus zeggen dat ze een religieus positief moment hadden met deze AI-Jezus. Voor mij was dat verrassend.’
Anderen waren negatiever, sommigen vertelden de kerk dat ze het onmogelijk vonden om met een machine te praten. Een lokale verslaggever die het apparaat uitprobeerde, beschreef de antwoorden soms als ‘te gemakkelijk, in herhaling vallend en een wijsheid uitstralend die doet denken aan kalenderclichés’.
De feedback suggereerde dat er een groot verschil was in de antwoorden van de avatar, zei Schmid. ‘Ik heb de indruk dat hij soms echt heel goed was en dat mensen ongelooflijk blij, verrast en geïnspireerd waren’, zei hij. ‘En dan waren er ook momenten waarop AI Jesus op de een of andere manier niet zo goed was, misschien oppervlakkiger.’
Het experiment kreeg ook kritiek van sommige mensen van binnen de kerkgemeenschap, zei Schmid, waarbij katholieke collega’s protesteerden tegen het gebruik van de biechtstoel, en protestantse collega’s het blijkbaar niet eens waren met het gebruik van beelden op deze manier.
Wat Schmid echter het meest had getroffen, was het risico dat de kerk had genomen door erop te vertrouwen dat de AI geen illegale, expliciete antwoorden zou geven of interpretaties of spiritueel advies zou geven die botsten met de leer van de kerk.
In de hoop dit risico te beperken, had de kerk tests uitgevoerd met 30 mensen vóór de installatie van de avatar. Na de lancering zorgde ze ervoor dat gebruikers altijd ondersteuning in de buurt hadden.
‘We hadden nooit de indruk dat hij vreemde dingen zei’, zei Schmid. ‘Maar we konden natuurlijk nooit garanderen dat hij niets vreemds zou zeggen.’
Uiteindelijk was het deze onzekerheid die hem ertoe had gebracht te besluiten dat de avatar het beste bij een experiment kon blijven. ‘Een dergelijke Jezus permanent neerzetten, zou ik niet doen. Omdat de verantwoordelijkheid te groot zou zijn.’
Hij was echter snel met het benoemen van het bredere potentieel van het idee. ‘Het is een heel makkelijk, toegankelijk hulpmiddel waarmee je kunt praten over religie, over het christendom, over het christelijk geloof,’ zei hij, mijmerend dat het zou kunnen worden omgevormd tot een soort meertalige spirituele gids die religieuze vragen zou kunnen beantwoorden.
Voor hem had het experiment – en de grote interesse die het had gegenereerd – hem laten zien dat mensen verder wilden kijken dan de Bijbel, sacramenten en rituelen. ‘Ik ben blij dat de avatar tot op zekere hoogte nog steeds overkomt als een technisch object’ zei Schmid, ‘Tegelijkertijd zijn de antwoorden die het geeft ook fascinerend. Er valt dus genoeg te bespreken als het gaat om AI in een religieuze context.’
Schmid zei: ‘Ik denk dat er een behoefte is om met Jezus te praten. Mensen willen een antwoord: ze willen woorden en luisteren naar wat hij zegt. Ik denk dat dat een element ervan is. En dan is er natuurlijk nog de nieuwsgierigheid ervan. Ze willen zien wat dit is.’
AI Jesus ondervindt toenemende concurrentie van andere bronnen van AI-spiritualiteit. Een recente ChatGPT-kerkdienst in Duitsland bevatte bijvoorbeeld een preek die werd voorgedragen door een chatbot voorgesteld als een bebaarde zwarte man, terwijl andere avatars gebeden en aanbiddingsliederen leidden.
Andere geloofstradities bieden ook spirituele lessen via AI. In Thailand heeft een boeddhistische chatbot genaamd Phra Maha AI zijn eigen Facebook-pagina waarop hij spirituele lessen deelt, zoals over de vergankelijkheid van het leven. Net als AI Jesus wordt hij voorgesteld als een mens die vrijelijk zijn spirituele wijsheid deelt en altijd en overal een bericht op Facebook kan worden gestuurd.
In Japan is de ‘Buddhabot’ in de eindfase van ontwikkeling bij onderzoekers van de Universiteit van Kyoto. Deze heeft boeddhistische soetra’s geleerd waaruit hij zal kunnen citeren wanneer hem religieuze vragen worden gesteld.
In deze groeiende reeks online opties voor spirituele begeleiding of algemeen advies is de vraag welke chatbots zullen beklijven. Hoe dan ook zal de eeuwenoude trend van het hervormen van spirituele leiders om aan de hedendaagse behoeften te voldoen waarschijnlijk doorgaan lang nadat AI Jesus een religieuze aanwezigheid uit het verre verleden is geworden.
Hoewel het zeker stof tot nadenken biedt, denk ik wel dat dit soort projecten te ver gaat. Ik denk dat we voorzichtig moeten zijn als het gaat om geloof, pastorale zorg, of als mensen betekenis zoeken in religie. Dit is namelijk bij uitstek een gebied waarop wij mensen eigenlijk veel beter zijn dan machines, dus we moeten deze dingen zelf doen.
Want ook in Nederland heeft het koopjescircus genaamd Black Friday – overgewaaid uit de Verenigde Staten – z’n weg gevonden naar de Nederlandse consument. Gelukkig heeft de gekte zoals we die van bijna horrorachtige beelden uit Amerika kennen hier nog niet zo’n omvang gekregen, maar toch: al wekenlang wordt de Nederlander blootgesteld aan de belofte van ongekende kortingen op producten die je misschien helemaal niet nodig hebt.
Heb je bijvoorbeeld gemerkt hoe vaak je de afgelopen 24 uur bent getarget of verleid door een Black Friday-marketingcampagne? Naar schatting zien we dagelijks tussen de 50 en 400 advertenties – op tv, billboards, online en, meer dan ooit, via sociale media. Ik heb me nog nooit zo gezien en gekend gevoeld door het Instagram-algoritme en velen van ons hebben meegemaakt dat er items op onze feeds verschenen waar we het nog maar een paar uur geleden met vrienden over hadden. Is het mogelijk om zulke onophoudelijke en uitgebreide marketingplannen te weerstaan? Het is heel moeilijk om niet het gevoel te hebben dat je, als je niet snel in actie komt, een aanbieding misloop die nóóit meer terugkomt. Het is bijna alsof deze marketingmanagers wéten hoe je hersenen werken, zelfs voordat je zelf online ga. Maar zijn wij mensen echt zo transparant als dat?
De nieuwe documentaire van Netflix, Buy Now? The Shopping Conspiracy, zegt van wel. Het portretteert verschillende ex-insiders van ’s werelds grootste merken, die de manipulatieve trucs blootleggen die deze bedrijven gebruiken om ons meer te laten kopen, en de mate waarin ons verlangen naar eindeloze consumptie is gekweekt en gekapitaliseerd door een vooropgezet plan.
Het lijkt erop dat wij mensen, geëvolueerd en intelligent als we onszelf graag geloven, nog steeds feilbaar zijn om de dingen te dienen die zijn ontworpen om ons te dienen. En de gevolgen zijn verstrekkend. Online winkelen heeft de consumentenervaring misschien wel ontmenselijkt, maar we blijven verbonden met mensen over de hele wereld door wereldwijde toeleveringsketens, en het zijn individuen en gemeenschappen voor wie het levensonderhoud het meest afhankelijk is van de beschikbaarheid en kwaliteit van natuurlijke hulpbronnen, en die het dichtst bij het land wonen, die de schadelijke effecten van onze onophoudelijke koopgedragingen oogsten.
Want een bijkomend nadeel van ons ongebreideld koopgedrag is dat gevaarlijk e-afval bijvoorbeeld (waaronder weggegooide laptops, telefoons en tv’s) jaarlijks met miljoenen tonnen toeneemt. Illegaal giftig e-afval wordt over de hele wereld geëxporteerd en op stortplaatsen gedumpt, waar het giftige stoffen zoals kwik, zink en lood in de lokale water- en bodemvoorraden vrijkomt. Om ons zelf vrij te pleiten zien we ons als zulke kleine radertjes in zo’n enorme, kapitalistische machine, en zeggen we dat veel hiervan buiten het bereik van ons menselijk handelen lijkt te liggen en dat we er op individueel niveau toch niks aan kunnen doen.
Maar het heeft zeker waarde om als consument verstandig om te gaan met onze uitgaven en bestedingen. Terwijl we onderzoek doen om de beste Black Friday-deals te krijgen, terwijl we de geldkraan dichtdraaien en navigeren door wat voor velen een langdurige en pijnlijke kostencrisis is geworden. Het kan moeilijk zijn om Sinterklaas (en Kerst) niet als een onvermijdelijk dure tijd van het jaar te laten voelen.
Misschien is er ook een kans om kleine, subversieve daden van verzet tegen deze ontmenselijkende consumentencultuur op te starten. Acties die onze menselijkheid en menselijke handelingsvrijheid terugwinnen en die onze wereldwijde onderlinge verbondenheid erkennen. Misschien kun je bijvoorbeeld de drang dezer dagen impulsief iets te kopen, weerstaan door even weg te stappen van het scherm om een kop koffie of thee te zetten of een wandeling buiten te maken, voordat je op ‘Nu betalen‘ klikt. Misschien kunnen we beter worden in het vergelijken van de toeleveringsketens en ethische merkbeoordelingen van bedrijven, en zo onze bestedingen gebruiken om die bedrijven te ondersteunen die het beste bij onze waarden passen. En laten we, wanneer we een aankoop doen, even de tijd nemen om dankbaar te zijn voor de dingen die we al hebben, de items die we kopen en de mensen die ze hebben gemaakt.
Het christelijk geloof nodigt ons uit om opnieuw te kijken naar hoe we ons geld en onze bezittingen zien door de bril van rentmeesterschap. Het is een onderschat principe in de context van vandaag. Rentmeesterschap gaat verder dan alleen nadenken over hoe we ons inkomen uitgeven, naar de inherente verantwoordelijkheid die we als mens hebben om voor de wereld om ons heen te zorgen, erkennend dat de hulpbronnen van de aarde niet degene zijn waar we recht op hebben, maar geschenken zijn die het leven in stand houden. Het principe van rentmeesterschap maakt het onmogelijk om je achter een scherm te verschuilen en de impact te negeren die onze uitgavenbeslissingen hebben op mensen en gemeenschappen over de hele wereld, hoe ver ze ook van ons leven af lijken te staan. Het nodigt ons uit om ons geld en onze middelen te gebruiken om te investeren in dingen die ons – en anderen – goed zullen dienen, en vertelt de wereld dat het ertoe doet dat we systemen uitdagen die economische en ecologische onrechtvaardigheid in stand houden.
En als je dan toevallig die enorme aanbieding mist tijdens een wandeling dit weekend, duurt het in ieder geval minder dan een maand voordat de uitverkoop in de januari op onze schermen verschijnt. 😉
Nu de focus van de crisis in het Midden-Oosten verschuift van Gaza naar Libanon, en nu we vandaag de aanslagen van 7 oktober herdenken, helpt misschien een blik op de verhalen die dit conflict omringen om een weg vooruit te vinden.
In het hart van de crisis in het Midden-Oosten met betrekking tot Israël, Gaza en nu Libanon, liggen namelijk twee heel verschillende verhalen.
Eén daarvan gaat als volgt:
Israël is de enige goed functionerende democratie in het Midden-Oosten. Het is een toevluchtsoord voor het Joodse volk dat door de eeuwen heen en over de hele wereld buitengewoon veel vervolging en discriminatie heeft ervaren. Als klein land heeft het zich de afgelopen 76 jaar dapper gevestigd als een toevluchtsoord van liberale, democratische vrijheid en welvaart, ondanks de vijandigheid van zijn buren, zoals de door Iran gesteunde Hezbollah in Libanon. De Hamas-aanvallen op 7 oktober 2023 waren een moorddadige aanval op onschuldige burgers, waarvan de slachting en wreedheid de laatste tijd ongekend waren. Hamas en Hezbollah vertegenwoordigen beide een islamitische ideologie die een doorn in het oog is van alle democratische staten en die wortel heeft geschoten in Gaza en Libanon. Israëls reactie om te proberen zo’n dodelijke vijand uit buurlanden te verdrijven is volkomen gerechtvaardigd en redelijk. Elk land dat geconfronteerd wordt met buren die toegewijd zijn aan zijn vernietiging zou ongeveer hetzelfde doen. Ja, er vallen burgerslachtoffers in het conflict, maar die zijn er altijd in oorlog. Je verzetten tegen Israëls campagnes in Gaza en Libanon is in feite heimelijke steun verlenen aan terrorisme en een vorm van antisemitisme, omdat het het recht van Israël en het Joodse volk op zelfbeschikking en zelfverdediging ter discussie stelt.
Ook is er nog een ander verhaal, dat zó gaat: ten tijde van de oprichting in 1948 begingen de pioniers van de staat Israël een erfzonde die het sindsdien teistert, de verdrijving van een groot deel van de inheemse Palestijnse bevolking uit het land in het Arabisch-Israëlische conflict dat volgde op de oprichting van de staat. Sindsdien heeft Israël geprobeerd de resterende Arabische bevolking te onderwerpen, door Palestijnen op haar grondgebied als tweederangsburgers te behandelen. Sinds 1967 heeft het de Westelijke Jordaanoever en Gaza illegaal bezet, Palestijnen hun basisrechten van burgerlijke gelijkheid ontzegd, terwijl het Joodse kolonisten in staat stelde en aanmoedigde om geleidelijk land te stelen dat door de Verenigde Naties als Palestijns wordt erkend. Binnen Israël en de bezette gebieden vinden Palestijnen het moeilijker om bouwvergunningen te krijgen, werk te vinden, op de juiste manier vertegenwoordigd te worden in het parlement of om onderwijs te volgen. Het is dan ook niet verrassend dat de sluimerende wrok die een dergelijke behandeling oproept, leidt tot incidenteel verzet, zoals tijdens de intifada’s van de jaren ’90 en 2000, de verkiezing van Hamas in Gaza en zelfs de aanslagen van 7 oktober. Israël beschuldigt regelmatig iedereen die kritiek heeft op haar beleid van antisemitisme, en gebruikt dit als schild om haar mishandeling van de Palestijnse minderheid te verbergen. Het heeft de aanslagen van 7 oktober aangegrepen om een massale aanval op Gaza en nu ook op Zuid-Libanon te lanceren, ongeacht de burgerslachtoffers. Het resultaat is, in ieder geval in Gaza, een humanitaire ramp die jaren, zelfs decennia zal duren om op te lossen.
Welke van deze verhalen geloof je? Afhankelijk van een hele reeks andere eigen ideeën heb je waarschijnlijk meer met de een of meer met de ander. Als je meer links bent ingesteld, geeft je waarschijnlijk de voorkeur aan het Palestijnse verhaal. Als jouw instincten meer rechts zijn, zul je eerder de voorkeur geven aan het Israëlische verhaal. En ik weet zeker dat je gaten kunt prikken in het tegenovergestelde verhaal als je dat wilt.
Christenen zitten aan beide kanten van dit debat. ‘Christelijke zionisten’ zien de opkomst van de staat Israël over het algemeen als een vervulling van de Bijbelse profetie dat God het Joodse volk op een dag terug zou brengen naar het land waaruit ze in het verre verleden werden verbannen. Voorstanders van de Palestijnse zaak wijzen op de geboden van de Bijbel ten aanzien van rechtvaardigheid, het respect voor de armen en onderdrukten, en op de roeping van Israël in het Oude Testament om voor de vreemdelingen in hun land te zorgen. Heeft Israël niet de plicht om de Palestijnen binnen haar grenzen als gelijke burgers te behandelen?
Je kunt dus de vraag stellen het christendom iets bijdraagt aan dit conflict? Of is het net zo verdeeld over dit onderwerp als over andere kwesties?
Een van de meest opvallende kenmerken van de leer van Jezus is Zijn opmerkelijke en ongekende, sommigen zouden zeggen belachelijke oproep om je vijanden lief te hebben en te bidden voor degenen die je vervolgen. Het is natuurlijk puur menselijk om je familie en vrienden lief te hebben. Maar het is al een grotere uitdaging om je buren lief te hebben die toevallig naast je wonen. En dan is het een heel ander verhaal om je vijanden lief te hebben. De zin rolt van de tong als één die we goed kennen, maar hoe zou het ooit mogelijk kunnen zijn voor Israëliërs om Hamas-strijders lief te hebben of voor hen te bidden, of de inwoners van het land dat hen elke dag beschiet, de inwoners van Zuid-Libanon, lief te hebben?
Ik kan me dat niet eens voorstellen. Maar dichter bij huis, hoe beïnvloedt dit idee van liefde voor vijanden de liefde voor mensen die zo hartstochtelijk aan beide kanten van het debat?
Je vijand liefhebben betekent niet dat je doet alsof je vijand een vriend is, in ieder geval nog niet. Veel mensen die dit lezen, zullen zich hartstochtelijk inzetten voor het ene of het andere verhaal. Maar onze vijanden liefhebben betekent toch zeker dat je moet proberen het verhaal vanuit een ander perspectief te zien, dat je moet proberen om jezelf in ieder geval in de schoenen van de ander te verplaatsen, dat je even een beetje twijfelt over de zekerheid van je eigen morele zaak.
Dat is wat sommigen in het land Israël hebben geprobeerd te doen. Er zijn mensen die laten zien hoe Palestijnse en Joodse christenen dezelfde Bijbel door een andere lens lezen, en beginnen zich voor te stellen hoe een vorm van verzoening mogelijk zou kunnen zijn.
Ja, je vijand liefhebben is misschien wel een belachelijk, onpraktisch idee. Toch pakt het alternatief nauwelijks goed uit. Als Israëlische radicalen erin zouden slagen alle Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever of uit Gaza te verdrijven, of als Hamas/Hezbollah erin zou slagen de Joden uit Israël te verdrijven, geen van beide is een oplossing die spreekt van rechtvaardigheid.
Het is moeilijk om je enige vooruitgang in de richting van vrede voor te stellen zonder iets van deze poging om een ander perspectief te proberen te begrijpen. Je kunt geen vrede bouwen zonder een vredestichter te zijn, een idee dat vaak verkeerd begrepen wordt, maar volgens Jezus ook vreemd gezegend is. Aan welke kant je ook staat, misschien heb je een morele plicht om alle moeite te doen om de ander te begrijpen. Want als we dat niet doen, kunnen we niet beginnen met het helpen oplossen van dit meest hardnekkige en gevaarlijke van alle wereldwijde problemen.
Al lange tijd speelt er een discussie over de vraag hoe wij als christenen moeten omgaan met de sociale media en de moderne technologie. Theoloog Ad de Bruijne bijvoorbeeld pleitte laatst in een krant ervoor dat een christen X rigoureus moet afwijzen omdat er veel misselijks gebeurt zoals anti-feministische en anti-democratische roeptoeterij. Daarin verschilt X niet trouwens niet bijster van het echte leven. Maar er gebeurt zoveel meer op dat medium. En dan – zoals De Bruijne doet – gelovigen een decreet opleggen om niet op X te blijven, dat zou ik niet kunnen geven. Ik blijf op X, zolang deze zich houdt aan de Europese regelgeving voor social media.
Maar hoe wordt er over moderne technologie gedacht, en daar komt sociale media natuurlijk ook in mee. Martin Heidegger was een Duits filosoof en heeft interessante dingen gezegd over de moderne technologie. Hij stelt bijvoorbeeld dat moderne technologie niet bestaat uit neutrale gereedschappen die voor goede of slechte doeleinden kunnen worden gebruikt, en ook niet simpelweg een natuurlijke uitbreiding is van menselijke activiteit die we al sinds de steentijd doen. Moderne technologie heeft een technologische samenleving en de leden van die samenleving gevormd, zodat we alles in de natuurlijke wereld (inclusief wij zelf en onze buren) positioneren als bronnen die kunnen worden ontgonnen. Heidegger zag het technologische tijdperk waarin we leven als ‘een manier van zijn’ en die onder alle technologie ligt die ons leven vult en dat we als leden van een technologische samenleving zijn gevormd, of je zou kunnen zeggen gedwongen wordt om te volgen, om op een bepaalde manier te leven. Deze ‘manier van zijn’, de essentie van technologie, is om alles in de wereld primair te zien als een verzameling gereedschappen en bronnen.
Maar als dit Heideggers diagnose van moderne technologie is, wat kunnen we er dan aan doen? Wat is Heideggers oplossing voor het probleem dat hij identificeerde? Is er een manier om vrij te leven van dit ‘zijn’ van moderne technologie?
Voordat we echter bij die vraag komen, moeten we ons eerst afvragen of het eigenlijk wel mogelijk is om iets te doen. Want als Heideggers visie op moderne technologie juist is en ons denken en zijn in de wereld zo gevormd zijn door de essentie van technologie, dan zitten we misschien vast in een manier van denken die ons gevormd heeft en die we niet kunnen veranderen.
Er zijn volgens mij zeker twee redenen waarom we het technologische probleem dat Heidegger ons heeft onthuld, niet kunnen oplossen.
Ten eerste het probleem van gevangen zitten in een systeem dat ons denken heeft gevormd: hoe kunnen we ons een weg uit dit technologische tijdperk denken als we al gevormd zijn door de manier waarop dat tijdperk in de wereld staat? Als het technologische systeem zo totaliserend is en de geesten van mensen in de samenleving zo krachtig heeft gevormd als Heidegger suggereert, lijkt het bijna onmogelijk om voorbij of om het systeem heen te denken en er dus uit te breken.
Ten tweede is er het probleem van het gebruik van technologisch denken om het probleem van technologisch denken op te lossen. Dit tweede punt is een natuurlijke uitbreiding van het eerste: binnen een technologische samenleving zal het het meest natuurlijk aanvoelen om een reeks technieken of methoden te bedenken die gebruikt kunnen worden om mensen te bevrijden van het technologische tijdperk, maar omdat het technieken zijn, zouden ze niets anders doen dan de problemen van technologisch denken versterken. Of om het anders te zeggen, we hebben een nieuwe manier van denken en in de wereld staan nodig die niet leidt tot zomaar een andere methode. Een methode of techniek is simpelweg een technologie van zelftransformatie, jezelf veranderen, en houdt ons daarom gevangen in de technologische essentie. Zelfhulpboeken zijn hiervan het meest voor de hand liggende voorbeeld. Want het probleem van technologie ligt in de verslaving aan methoden van denken en waarnemen.
Een voorgestelde oplossing van Heideggers is om mensen uit te nodigen het verlangen te verwerpen dat ze in zichzelf vinden om de natuurlijke wereld te dwingen zich aan hun behoeften aan te passen. Ten tweede, en op dezelfde manier, om de wereld om zich heen uit te nodigen zich aan de persoon te presenteren in plaats van voor de persoon. Heideggers oplossing voor het probleem is om leden van een technologische samenleving uit te nodigen om vrijgevig te leven in plaats van naar de ‘echte’ wereld te grijpen. De oplossing die hij biedt, ligt op het niveau van verlangen in plaats van activiteit. De enige optie die Heidegger geeft is de diagnose, die als hij een stapsgewijze oplossing zou bieden voor dit probleem is het ‘omkaderen’, je er van doordrongen weten van het feit dat je in dit tijdperk leeft. Je kunt simpelweg geen technieken gebruiken om de problemen van een technologisch tijdperk op te lossen.
Als christen vind ik veel in Heideggers analyse van ons technologische tijdperk erg overtuigend. Ik begrijp instinctief zijn existentiële beschrijving van de essentie van moderne technologie als ‘zijn’. Wanneer ik mijn eigen gewoonten observeer en wanneer ik luister naar de verhalen van de mensen om mij heen, zie ik voorbeeld na voorbeeld van de technologie in ons leven die ons traint om de ‘echte’ wereld te behandelen als niets meer dan een hulpbron die geplunderd kan worden voor onze behoeften en genoegens.
Ik denk dat Heidegger een echt inzicht geeft in waarom we er tot nu toe niet in slagen om ons gebruik van fossiele brandstoffen in te dammen, ondanks de bijna wereldwijde consensus dat het een goed en juist iets zou zijn om te doen. Als samenleving zijn we geconditioneerd om de natuur te zien als niets meer dan een bron van brandstof die benut kan worden. Onze maatschappelijke verslaving aan koolwaterstoffen begint met de veronderstelling dat olie er is voor ons gebruik. De mentaliteit van het ‘zijn in een technologisch tijdperk’ zou die aanname doen: olie is er niet om voor zichzelf te zijn, maar wordt in plaats daarvan in de inventaris geplaatst als een nuttig en daarom waardevol product om te winnen en in te zetten.
Naast de natuurlijke hulpbronnen van de schepping waarin we leven, zie ik Heideggers analyse aan het werk in de houding van mensen ten opzichte van elkaar. Het wordt steeds moeilijker om andere mensen niet te behandelen als niets meer dan hulpbronnen die gebruikt of weggegooid kunnen worden, afhankelijk van of ze hun doel vervullen of niet. De ‘intentie’ van het algoritme van sociale media is om elk van zijn gebruikers om te zetten in makers van content. We worden aangemoedigd om te posten, te liken en te delen en we merken vaak niet dat de content die we ‘creëren’ wijzelf zijn. Sociale media veranderen de mensen die het gebruiken in de content die het verkoopt, wij zijn de hulpbron geworden die de machine aan het delven is. En hoewel sociale media een duidelijk voorbeeld zijn van mensen die weinig meer zijn dan hulpbronnen die geoogst kunnen worden, beperken de effecten van deze technologische mindset zich niet tot de virtuele omgeving.
Ik denk dat een oplossing baat zou kunnen hebben bij een diepere reflectie op de christelijke traditie:
Ten eerste is er binnen de christelijke traditie al lang sprake van de erkenning van concurrerende krachten van discipelschap. In het christelijke wereldbeeld is er geen neutrale ruimte van bestaan, onze houdingen en verlangens worden altijd door het een of ander getraind. In zijn brief aan de kerk in Rome zegt Paulus het zo: ‘U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar u veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God wil en wat goed, volmaakt en Hem welgevallig is.’ Paulus vertelt ons dat ‘de wereld’, of in ons geval ‘de essentie van de moderne technologie’, ons denken voortdurend in overeenstemming met haar trekt. Maar Paulus wijst ons vervolgens op iets dat Heidegger niet kan, de stem van buiten het systeem. In het licht van een totaliserende en allesomvattende technologische samenleving die alles bejubelt als een hulpbron die wacht om gebruikt te worden, is heeft Heidegger geen andere hoop dan de wilskracht van het individu om zichzelf te bevrijden van het systeem, omdat hij geen andere hoop heeft, niets buiten het systeem.
Maar Paulus wijst ons daarentegen op God. Een bron van transformatie en leven die niet is aangepast aan de wereld en niet afhankelijk is van de wereld voor zijn bestaan, maar die desondanks, door een daad van genade, ervoor heeft gekozen om zichzelf te openbaren in de wereld ter wille van de wereld. Hier vinden we een persoon door wie onze geest kan worden getransformeerd, die ons kan bevrijden van de denkpatronen van deze wereld, die onze verlangens kan hervormen.
Dit is de gave van gebed, een ruimte om te zijn en God en de wereld te laten zijn. Voor veel christenen is de ervaring van gebed dat ze door pure inactiviteit en stilte (langzaam, soms onmerkbaar) worden getransformeerd.
Heidegger waarschuwde ons voor een aanzienlijke moeilijkheid om onze weg te vinden uit de technologische mindset. Suggereer ik dat we God veranderen in een methode om onze geest te transformeren, zodat we kunnen ontsnappen aan de valkuilen van modern technologisch denken? Ik hoop het niet. Hoewel het zeker mogelijk is om te proberen gebed om te zetten in een techniek om God te laten geven wat je wilt, is dat niet wat ik hier suggereer. Ik doel in plaats daarvan op het soort gebed dat Moeder Teresa beroemd beschreef toen haar ooit in een interview werd gevraagd: ‘Wat zeg je als je bidt?’ Ze antwoordde: ‘Niets, ik luister alleen.’ De verslaggever vroeg toen: ‘Nou, wat zegt God dan tegen je?’ Waarop ze antwoordde: ‘Niets bijzonders, Hij luistert ook.’
In de vorige eeuw dachten veel mensen dat religie op zijn retour was. Zoals politicoloog Francis Fukuyama het verwoordde, werd er algemeen aangenomen dat ‘religie zou verdwijnen en alleen vervangen zou worden door seculier, wetenschappelijk rationalisme.’ Maar weinig mensen geloven dit nog. Ook Fukuyama zelf is van gedachten veranderd en zegt dat religie ‘niet zal verdwijnen.’
Maar waarom weigert religie te verdwijnen? We willen suggereren dat een van de belangrijkste redenen voor het voortbestaan van geloof is dat er vragen zijn waar niemand volledig aan kan ontsnappen die leiden naar religie. Religie, of geloof, richt zich op vragen waar niemand volledig aan kan ontsnappen: waarom is er iets in plaats van niets? Waar komt het allemaal vandaan? Heeft dit leven zin? En wat gebeurt er na de dood? Geloofstradities zijn experts in zulke ultieme vragen en het is heel moeilijk voor iemand om deze vragen volledig te vermijden.
Deze vragen die de meeste mensen op een bepaald moment in hun leven tegenkomen, draaien om betekenis: Wat is het nut van opgroeien, zou een tiener kunnen vragen? Wat is het nut van mijn werk, vragen we ons later misschien af.
Vooral wanneer we te maken krijgen met frustraties, mislukkingen en uitdagingen, dan vragen we ons misschien af wat voor verschil we maken voor de wereld. Zou iemand me missen als ik er niet was, vragen we ons misschien af? Zal iemand zich me herinneren als ik sterf?
Want uiteindelijk komt iedereen op een gegeven moment in aanraking met de dood. Ook al worden we gespaard van de pijn van vrienden die jong sterven, het is de natuurlijke oorzaak van de wereld dat onze grootouders en onze ouders op een dag zullen sterven. Wat doen we als we worden geconfronteerd met zo’n verlies? Het is moeilijk om niet te vragen: ‘waar is mijn geliefde nu?’ En ‘is er hoop om onze geliefden ooit weer te zien?’
Dit zijn het soort vragen waar niemand in zijn leven volledig aan kan ontsnappen: ze komen altijd weer op en dringen zich op aan ons bewustzijn. Toch zijn deze vragen over het begin, de betekenis en het einde de vragen waar religie zich mee bezighoudt. En hier ligt een belangrijk antwoord, denken we, op de vraag waarom geloof niet zomaar zal verdwijnen: omdat wetenschappelijk rationalisme ze niet echt kan aanpakken.
Zeker, seculier wetenschappelijk rationalisme biedt wel wat antwoorden op de vraag hoe het leven begint – we kennen de biologie ervan verbazingwekkend goed. En toch is biologie niet alles, en in feite zijn het niet de biologische aspecten ervan die ons raken. Het wonder, de hoop, de liefde die we ervaren wanneer we worden geconfronteerd met het begin van het leven, is meer dan wat rationeel of wetenschappelijk kan worden verklaard.
Ook is wetenschappelijk rationalisme niet goed toegerust om vragen over betekenis te beantwoorden. Wetenschap is geweldig in het beantwoorden van hoe iets werkt of hoe het zou moeten worden gedaan, maar waarom-vragen vallen in een andere categorie. Gevraagd naar de zin van het leven en rond het einde van het leven: wetenschappelijk rationalisme kan en zal, op basis van zijn methoden en benaderingen, niets (kunnen) zeggen over het hiernamaals.
De vragen over begin, betekenis en einde kunnen dus niet door wetenschappelijk rationalisme worden beantwoord. En toch komen die vragen in ieders leven voor. Precies hier ligt een belangrijke reden waarom geloof niet is verdwenen. Geloof houdt zich bezig met precies deze vragen. Het is goed in het omgaan met deze vragen – ze vormen het kerndomein van geloof.
Geloof biedt antwoorden op vragen over begin, betekenis en einde, maar net zo belangrijk is dat het een gemeenschap biedt waarin dergelijke vragen kunnen worden aangepakt en besproken. Het biedt een ruimte waarin mensen kunnen nadenken over de ultieme vragen en andere mensen kunnen vinden die dat met hen willen doen, misschien door hen manieren te laten zien waarop men antwoorden kan vinden. Verschillende geloven en verschillende uitingen van geloven doen dit heel anders: georganiseerde religies doen het anders om de associatie van degenen die ‘spiritueel maar niet religieus’ zijn, los te maken, maar in alle gevallen is het geloof – in brede zin – dat de vragen aanpakt en behandelt die opkomen en niet anders worden aangepakt. Geloof zal niet verdwijnen, omdat de vragen van het geloof niet zullen verdwijnen.
Maar waarom moet dit gezegd worden? Is het niet duidelijk dat religie gaat over ultieme vragen die iedereen aangaan?
Het probleem is dat het moderne westerse leven vol zit met mogelijkheden om ons af te leiden van deze vragen. We zijn rijk, comfortabel, worden overspoeld met entertainment en zijn vaak ook nog eens druk met carrières en kinderen. Al deze dingen helpen ons om de diepere vragen over de oorsprong en het doel van ons bestaan te onderdrukken.
Veel mensen behandelen de vraag naar de zin van het leven als een vraag die ze eindeloos over kunnen uitstellen: ‘Op een dag wil ik erachter komen, waar het allemaal voor is en waar het allemaal naartoe gaat: maar vandaag wil ik nog een aflevering op Netflix kijken, op Instagram browsen of naar een sportwedstrijd gaan.’ De entertainmentindustrie vestigt onze aandacht op vluchtige genoegens zoals geld, seks, roem en succes. Rijkdom is vooral nuttig omdat het ons helpt te krijgen wat we willen, wanneer we het willen, en voorkomt dat we de hardere realiteit van het leven onder ogen zien. Het is gemakkelijk om onszelf bezig te houden en we kunnen onszelf geen tijd gunnen voor diepe reflectie op de grotere vragen. Dit alles draagt bij aan wat we de ‘verdovende middelen van het dagelijks leven’ zouden kunnen noemen, de manieren waarop het dagelijks leven en de maatschappij als een drug fungeren om onze visie te vertroebelen, ons denken te verwarren en ons ervan te weerhouden de dingen in het leven die er het meest toe doen, duidelijk onder ogen te zien.
Maar het probleem is dat zelfs het gewone dagelijkse leven wordt geleefd volgens (althans voorlopige) antwoorden op die grote vragen. Elke dagelijkse beslissing die we nemen, toont onze waarden, wat wij denken dat ertoe doet. Als we chocolade kopen die niet eerlijk is verhandeld, kiezen we actief voor ons eigen plezier als belangrijker dan rechtvaardigheid en gelijkheid in de armste plekken ter wereld. Als we tot laat doorwerken in plaats van naar huis te komen om met de kinderen te spelen, als we vliegen voor een vakantie, of rundvlees kopen, waardoor we onze CO2-voetafdruk enorm vergroten en bijdragen aan klimaatverandering, dan laten we zien dat we meer om onze genoegens geven dan om de vernietiging van de planeet. Al onze keuzes zijn gebaseerd op waarden die onze overtuigingen onthullen over wat het leven de moeite waard maakt en wat we uit het leven willen halen. Je kunt geen agnost zijn. Je leven toont geloof in het een of het ander. Denk aan een duidelijk voorbeeld: Een zwangere vrouw kan gewoon niet lang agnostisch zijn over abortus. Ze heeft maar twee opties: abortus of bevallen. De keuze die ze maakt, zal een praktisch gevolg zijn van haar overtuigingen en waardeoordelen. Er is geen agnosticisme, geen ‘niet te beantwoorden’ van de vraag.
Zoals elke religieuze traditie roept het christendom ons op om een leven te leiden dat geworteld is in dingen van ultieme en blijvende waarde, in plaats van oppervlakkige of egocentrische zorgen. Het daagt ons uit om te vechten tegen de verdovende middelen van het dagelijks leven door onze aandacht voortdurend terug te trekken naar de dingen die er het meest toe doen. Door middel van aanbidding, Bijbellezen en gebed vraagt het ons onophoudelijk: Gaat het echt allemaal om het verdienen van bakken met geld? Gaat het om promotie maken? Wat zijn je ultieme waarden en hoe laat je die zien in je leven? De echte kracht van secularisme is niet dat het alternatieve antwoorden biedt op deze vragen, maar dat het afleidt van de vraag. Het enige wat we hoeven te doen, is ons los te maken.
Nu is het christendom niet alleen een reeks gemakkelijke antwoorden op deze vragen. Het is een weg, een reis naar de waarheid. Christen zijn betekent dat je tot een gemeenschap behoort die vertrouwt op wat Jezus heeft onthuld over de oorsprong, betekenis en het einde van ons leven. In die gemeenschap zijn er enkele impliciete antwoorden om ons op weg te helpen. We leven in de overtuiging dat het leven zinvol is, dat egoïsme en persoonlijk plezier niet het belangrijkste zijn. Er is genoeg ruimte voor debat en discussie, maar laten we in ieder geval beginnen met praten over de dingen die ertoe doen.
Wat me de laatste tijd opvalt is dat veel sporters tijdens de wedstrijd blijk geven van hun geloof. Dat gebeurde ook regelmatig tijdens de Olympische Spelen. Én dat veel verslaggevers daar geen oog voor hebben, het niet vertaald wordt of er maar een draai aangeven: ‘ze roepen de goden aan…’. Hun routine vóór of ná hun prestatie is geen gebed tot de goden van een heidens pantheon, een smeekbede om een beetje geluk of voorspoed, maar een gebed tot God en Jezus – ja, van een commentator die zijn huiswerk had gedaan, had je dat kunnen verwachten. –
Zo’n openbare uiting van toewijding is geen uitzondering. Een kenmerk van de afgelopen Olympische Spelen was het aantal atleten dat hun geloof. Elke keer zie je wel iemand God bedanken, een kruis slaan, reclame maken voor zijn geloof, niet zozeer als een smeekbede om de overwinning, maar meer als een manier om met de ups en downs van de sport om te gaan.
Wanneer je deze openbare christelijk geloofsuiting naast de rij boven de openingsceremonie plaatst, roept dat een interessante vraag op. Tijdens die ceremonie waren christenen over de hele wereld boos over wat leek op een parodie op het Laatste Avondmaal. De organisatoren van de Olympische Spelen beweerden toen dat de aanstootgevende scène niet bedoeld was om de spot te drijven met het hart van de christelijke eredienst, maar een verwijzing was naar Dionysius en het feest van de heidense goden, waarmee de moderne Olympische Spelen werden verbonden met hun wortels in de heidense wereld van de klassieke periode.
Als het een verwijzing was naar het heidense feest van Dionysius, was de openingsceremonie misschien een nog veelzeggender teken van de richting van onze cultuur dan we zouden denken, en een teken dat christenen misschien nog meer zorgen baart dan een tweederangs bespotting van het Laatste Avondmaal. Omdat het een keuze verduidelijkt waar onze cultuur mee te maken kan krijgen naarmate ons westerse tijdperk vordert.
In 1939, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, gaf T.S. Eliot een reeks lezingen. Daarin deed hij een grimmige prognose:
‘De keuze die voor ons ligt, is tussen de vorming van een nieuwe christelijke cultuur en de acceptatie van een heidense cultuur.’
Eliot dacht dat zijn samenleving noch volledig christelijk, noch volledig heidens was, maar ‘neutraal’. Toch vreesde hij dat dit niet lang zou duren. Een dergelijk ‘politiek liberalisme’ dreigde zijn eigen ondergang te bevorderen door een willekeurige weigering om morele waardeoordelen te vellen en te kiezen tussen versies van het goede. Toen Eliot de opkomst van het fascisme in Europa zag, dat op het punt stond van de meest vernietigende oorlog in zijn geschiedenis tot nu toe, deed hij een belangrijke bewering: dat het enige alternatief voor wat hij zag als een heidens totalitarisme een christelijke samenleving was.
Dichter bij onze tijd is een soortgelijke gedachte bij anderen opgekomen. Onlangs mijmerde onlangs een feministische schrijfster over het idee dat onze samenleving opnieuw heidens wordt, waarbij ze het morele raadsel over moderne abortus aanhaalde. Ondanks dat ze geen praktiserend christen is, ziet ze abortus vertoont ongemakkelijke overeenkomsten met heidense kindermoord, een teken dat we teruggaan naar een moreel plan met een sterke gelijkenis met heidense waarderingen van het menselijk leven. De Joodse feministische schrijfster Naomi Wolf heeft hetzelfde gedaan in een buitengewoon essay. Ondanks haar neiging om te gemakkelijk af te glijden naar samenzweringstheorieën, betoogt ze overtuigend dat naarmate het Joods-christelijke ethos dat de westerse samenleving ondersteunde, is verdwenen, wat is ontstaan geen goedaardige neutraliteit is, maar duistere krachten die vroeger op de achtergrond van de religie van het Oude Testament loerden:
‘de pure amorele macht van Baäl, de vernietigende kracht van Moloch, de ongebreidelde verleiding en seksuele losbandigheid van Astarte of Ashera, dat zijn de oerkrachten die mij inderdaad lijken te zijn teruggekeerd… of in ieder geval de energieën die ze vertegenwoordigen, morele macht over; doodsverering; oppositie tegen de seksuele ordelijkheid van het intacte gezin en trouwe relaties, ze lijken te zijn ‘teruggekeerd’, zonder terughoudendheid.’
Het nazisme waar Eliot naar verwees, was, zoals we nu weten, een doodlopende weg, letterlijk. We troosten onszelf vandaag met de gedachte dat we zulke extremen achter ons hebben gelaten, dat de afgoderijen van fascisme en communisme respectievelijk in 1945 en 1989 werden verslagen, en dat we nu een seculiere liberaal-democratische ruimte erven die gelukkig neutraal is en de vrede bewaart tussen verschillende claims op de waarheid, een vooruitgang ten opzichte van zowel het heidendom als het christendom.
De makers van de openingsceremonie van de Olympische Spelen rechtvaardigden hun creatie zonder een spoor van ironie door te zeggen dat het een viering was van de Franse Republikeinse ideeën van inclusie, vrijheid, mensenrechten enzovoort, de vrijheid, broederschap en gelijkheid van de Franse Revolutie, die op zijn beurt was geboren uit de Franse Verlichting. Dit was een secularisme dat tentoon werd gespreid. Het was een klassiek libertair beeld van vrijheid, de absolute vrijheid om te kiezen wat we met ons leven doen, van individuele zelfexpressie, zonder overkoepelend, universeel idee van het Goede, wat natuurlijk een bepaald begrip is van wat vrijheid betekent. Het onderscheidt zich bijvoorbeeld van een ouder beeld van vrijheid als geleidelijke bevrijding van (en dus de disciplinering van) enkele van onze innerlijke, conflicterende impulsen die als destructief voor de ziel of de samenleving worden beschouwd. Seculier liberalisme dat zichzelf voordoet als vanzelfsprekend, de mening van alle weldenkende mensen, is zo vaak niet in staat te zien hoe het voor anderen – moslims en christenen bijvoorbeeld – allesbehalve vanzelfsprekend is. Er zijn veel mensen over de hele wereld die niet tevreden zijn met een overkoepelend moreel schema dat erop staat hen te vertellen dat hun geloof een privéaangelegenheid is in plaats van een afzonderlijke transcendente waarheid.
Dus, wat als de openingsceremonie een lofzang was op Franse waarden, geworteld in de Franse Verlichting? En wat heeft dat te maken met heidendom?
Achter het schijnbare rationalisme of de tolerantie was het voor de Verlichting het een eis om alles in twijfel te trekken. Het was een verwerping van één enkele geloofsbelijdenis, ten gunste van meerdere manieren van leven en geloven. Het tijdperk greep terug naar het klassieke verleden, zag zichzelf als een voltooiing van de Renaissance en liet uiteindelijk de overblijfselen van religie achter die de Renaissance nog had behouden. De Verlichting was niet zozeer de geboorte van een nieuw rationeel tijdperk, maar in feite een vernieuwing van een oud heidens sensueel pluralisme.
Dat we tot het heidendom zijn terugkeert kun in meerdere zaken zien. We zijn teruggekeerd naar een soort pluralisme waarin er veel objecten van aanbidding zijn onder een overkoepelend schema dat elk van hen de ultieme waarheid of waarde ontkent.
Natuurlijk, er zijn geen tempels meer voor Bacchus, Aphrodite, Tyche of Plutus op straathoeken in onze steden. Toch waren dit vroeger de goden van wijn, liefde, toeval en rijkdom. Het is moeilijk te ontkennen dat de aantrekkingskracht van die verslavende middelen, de verleiding van seks, de hoop op een loterijwinst of de wens om rijk te zijn, het leven in onze wereld niet domineren. Er wordt beweerd dat heidendom nooit echt is verdwenen. Het bleef op de loer liggen in de hoeken van Europese samenlevingen, zoals blijkt uit een bijvoorbeeld een boek van Anton Wessels ‘Kerstening en ontkerstening van Europa’’.
Leslie Newbigin, een christelijke missioloog, bracht het grootste deel van zijn leven door als missionaris in India In de jaren 80 keerde hij terug naar het door de Verlichting gevormde Westen. Hij zag toen dat het Western was verworden tot een seculiere samenleving waarin geen algemeen erkende normen bestonden. ‘We weten nu’, betoogde hij, ‘dat het enige mogelijke product van dat ideaal een heidense samenleving is. Want de menselijke natuur verafschuwt een vacuüm. Maar het heiligdom blijft niet leeg. Als het enige ware beeld, Jezus Christus, er niet is, zal een afgod zijn plaats innemen.’
Vroege christenen gaven al aan, dat die goden tot slaaf maken. Als je jezelf volledig overgeeft aan drugs, seks, geld of Dionysisch genot, zullen ze uiteindelijk je leven beheersen, je tot slaaf maken en vernietigen, zoals veel verslaafden hebben ontdekt.
Misschien had Eliot gelijk: Het kost veel tijd om religieuze overtuigingen diep te laten wortelen. Zowel het christendom als het heidendom zijn diep in onze bodem geworteld. En dus heeft de Europese cultuur eigenlijk maar twee opties: het heidendom dat eeuwenlang heeft bestaan vóór de komst van het christendom, en het christendom dat het heeft vervangen.
De Olympische Spelen lieten ons twee paden zien. Het ene werd aangeboden door de makers van de openingsceremonie, het andere door de atleten die een hoger doel zien dan een gouden medaille of aardse roem. Ach, de makers van de openingsceremonie hadden misschien niet de bedoeling om het christendom aan te vallen. Toch juichten ze met plezier iets toe dat Europeanen al lang geleden achter zich hebben gelaten.
En we zouden even moeten stilstaan voordat we dat vieren.