Ja, wat zeggen we dat tegenwoordig vaak tegen elkaar:
onze maatschappij is meer gepolariseerd dan ooit tevoren.
Maar we hebben het mis.
Misschien ervaart de VS nu een bijzonder scherpe tweedeling,
maar ze hebben in het verleden hun eigen, veel heftigere problemen gehad.
En ook in Europa weten we aardig wat over cultuuroorlogen
die oorlogen waren.

Voor de Nederlanden hoeven we maar te denken
aan de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648)
met de daarbij behorende Beeldenstorm (1566)
waarin wij elkaar letterlijk vermoordden over religie en politiek.
De Fransen deden iets soortgelijks en nog veel wreedaardiger, een paar eeuwen later.
Dát is pas echte polarisatie.
Hoe wrokkig de discussies op een X of andere sociale media ook mogen worden,
ik denk niet dat Dick Schoof in zijn bed ligt te trillen met het idee
dat ze hem binnenkort terecht zullen stellen voor verraad.

Dus misschien heeft onze geschiedenis ons iets te leren
over hoe we omgaan met cultuuroorlogen.

Ooit werd er over onze tijd geschreven:

‘de wereld is dienovereenkomstig verdeeld tussen
degenen die te veel geloven en degenen die te weinig geloven.
Terwijl sommigen alle overtuiging missen,
zijn anderen vol van gepassioneerde intensiteit.’

We denken vaak dat onze hedendaagse kloof tussen links en rechts,
progressieven en conservatieven iets nieuws is.
Maar we kunnen echo’s hiervan vinden in eerdere tijden.

Een voorbeeld hiervan was het midden van de 17e eeuw,
de tijd van vele andere omwentelingen in Europa.
Een deel van de koortsachtige sfeer van die tijd
zag felle discussies tussen rationalisten en sceptici.

Er waren destijds twee brede stromingen
in het denken over het mensdom
Aan de ene kant waren er de ‘Dogmatici’
die er zeker van waren dat ze alles wisten
door gebruik te maken van de rede
of de toepassing van filosofische
of wetenschappelijke methoden (zoals René Descartes).
Aan de andere kant waren er de ‘Sceptici’
die dachten dat alles willekeurig was, of gewoonte,
en dat er geen definitieve Waarheid te vinden was
(zoals Michel de Montaigne, iemand uit de eeuw daarvoor).

Natuurlijk heeft onze eigen tijd een behoorlijk aantal mensen
met een overweldigend vertrouwen in de kracht van menselijke kennis,
en met name de natuurwetenschappen,
om de geheimen van het leven, het universum en alles te ontsluiten.
Het ‘nieuwe atheïstische’ project van Richard Dawkins en vrienden
had een enorm vertrouwen in de rede
en haar vermogen om ons alles te vertellen wat we moeten weten,
waardoor religie in de prullenbak van de geschiedenis belandde
en in plaats daarvan een onwrikbaar geloof
in de empirische methoden van de wetenschap werd geplaatst.
Het had – en heeft – duidelijke overeenkomsten met dit beeld van menselijke kennis.

Maar aan de andere kant hebben we
in het progressieve postmoderne project
ook degenen die elke vorm
van onderliggende rationaliteit of heilige orde,
boven of onder ons, verwerpen.
Voor hen is er geen onderliggende Waarheid te ontdekken
en ze scheppen er genoegen in om de instabiliteit
en illusoire aard van elke claim op waarheid te onthullen.
Het klinkt heel erg als de cultuuroorlogen van onze tijd.

Blaise Pascal, een homo universalis uit de 17e eeuw
bracht een uitweg uit dit dilemma in kaart.
Toen hij naar de cultuuroorlog van zijn eeuw keek,
dacht hij dat beide kanten een punt hadden.
Dan is er, merkte hij op…

‘…open oorlog tussen mensen aan de gang
waarin iedereen verplicht is partij te kiezen,
hetzij voor de dogmatici,
hetzij voor de sceptici,
omdat iedereen die denkt neutraal te kunnen blijven,
een scepticus bij uitstek is….
Wie zal zo’n kluwen ontwarren?
Dit gaat zeker verder dan dogmatisme en scepticisme,
verder dan alle menselijke filosofie.
De mensheid overstijgt de mensheid.
Laten we de sceptici dan toegeven wat ze zo vaak hebben verkondigd,
dat de waarheid buiten ons bereik ligt en een onbereikbare prooi is,
dat ze geen aardse bewoner is, maar thuis in de hemel,
liggend in de schoot van God,
om alleen te worden gekend
voor zover het hem behaagt haar te openbaren.’

Tot zover, zegt hij, hebben de sceptici, zoals Montaigne, gelijk.
De waarheid ligt buiten ons bereik,
ze bevindt zich niet hier op aarde,
openlijk en klaar om gevonden te worden.
Als ze bestaat,
dan bestaat ze in een wereld boven ons, buiten ons bereik.
Hoe weten we überhaupt of we slapen of wakker zijn,
aangezien we er bij dromen net zo van overtuigd zijn
dat we wakker zijn als wanneer we echt wakker zijn?

En dus genieten moderne progressieven,
die de veronderstelde resultaten van eerdere inzichten willen ontmantelen,
vanwege het inherente koloniale, patriarchale of misbruikende verleden,
ervan om te laten zien hoe willekeurig en willekeurig zoveel is
van wat we als vanzelfsprekend beschouwen uit het verleden.
En, zou Pascal toevoegen, ze hebben een punt.
Veel van onze juridische, politieke en culturele aannames
zijn puur cultureel en willekeurig,
en dienen soms gewoon in het voordeel van de rijken en machtigen
in plaats van de armen en gemarginaliseerden.

Maar aan de andere kant hebben de ‘dogmatici’, zoals Descartes,
hun sterke punt, namelijk dat we natuurlijke principes niet in twijfel kunnen trekken.
De zuren van deconstructie kunnen je maar tot op zekere hoogte brengen.
De meest sceptische filosoof zet nog steeds de waterkoker aan
in de veronderstelling dat het water kookt om een kop thee te zetten.
Ze staat ’s ochtends op
in de veronderstelling dat de zon aan het eind van de dag opkomt en weer ondergaat.
Ondanks de ontwrichtende effecten van scepticisme, schreef Pascal:

“Ik beweer dat er nooit een volkomen oprechte scepticus heeft bestaan.
De natuur ondersteunt de hulpeloze rede
en voorkomt dat deze zo ongecontroleerd op het verkeerde pad raakt.”

Ondanks al onze twijfels leven we nog steeds
in een wereld met orde en voorspelbaarheid.
Scepticisme blijft botsen met de realiteit.

Moderne conservatieven wijzen
dus op een diepere ‘gegevenheid’ van dingen,
een orde binnen de natuurlijke wereld die we niet hebben gecreëerd,
en toch, op mysterieuze wijze, lijkt te zijn geregeld voordat we hier kwamen.
Wetenschappelijk onderzoek is zinvol.
Er is een regelmaat in de natuur waar we op kunnen, en moeten, vertrouwen.
We zijn niet helemaal vrij om de natuurlijke orde van dingen te negeren,
er is een dieper ritme in de natuur
en haar vermogen tot vernieuwing waar we alleen op eigen risico aan sleutelen,
zoals klimaatverandering ons heeft geleerd.
Als gevolg hiervan zal de eeuwenoude strijd
tussen rationalisten en sceptici, progressieven en conservatieven,
nooit worden opgelost, aangezien de discussies op en neer gaan.

Het christelijk geloof omvat zowel progressieve als conservatieve impulsen.
Christenen zijn zich bewust van de gebrokenheid van de wereld
en verlangen er daarom naar dat deze verandert.
Het progressieve ongeduld met de manier waarop dingen zijn
én het verlangen naar een betere wereld
hebben hun wortels in het christelijk geloof.

Tegelijkertijd onderscheidt het christendom
een Goddelijk geschapen orde in de wereld,
een ritme in de natuurlijke wereld,
dat niet kan worden verbroken en gerespecteerd moet worden.
Daarom is een inherent conservatisme
ook onderdeel van het christelijk geloof.
Met andere woorden,
het christelijke verhaal kan beide verklaren
en een groter beeld bieden dan beide.

Voor Pascal biedt het christendom
een diagnose voor dit mysterie van de mensheid,
de complexe mix van grootsheid en ellende, oneindigheid en niets,
scepticus en rationalist,
in het eenvoudige, maar eindeloos generatieve idee
dat wij mensen glorieus geschapen zijn,
diep gevallen en toch verlossing aangeboden krijgen
door Jezus Christus.
Ons verdriet is heroïsch en tragisch.
In Pascals suggestieve beeld is het
‘de ellende van een grote Heer, de ellende van een onteigende koning.’

‘We tonen onze grootsheid’, zegt Pascal,
‘niet door aan het ene uiterste te staan,
maar door beide tegelijk aan te raken en alle ruimte ertussen in te nemen.’
Voor hem wijst het bestaan van zulke cultuuroorlogen
op de waarheid van de christelijke diagnose van de menselijke conditie.

Pascal biedt ons een manier om te navigeren
tussen de Scylla van het progressivisme
en de Charybdis van het conservatisme,
of misschien beter, om het beste van beide te omarmen.
In cultuuroorlogen is het lastig te navigeren.
Toch kunnen ze een oplossing vinden
als we ze ons laten wijzen op een diepere realiteit,
onze vreemde mix van grootsheid en verdriet.
En zonder beide kanten van deze blijvende waarheid uit het oog te verliezen.

 

Het bekendere toneelstuk waarin Shakespeare
ons de strijd tussen rechtvaardigheid en genade laat zien,
is The Merchant of Venice (De Koopman van Venetië).
Hier vinden we het verhaal van misschien wel
het vreemdste contract
dat sinds het begin van de handel is gesloten:
als een koopman zijn lening niet nakomt,
eist de geldschieter recht op ‘een pond vlees’.
Is dit wederzijds overeengekomen contract
onrechtvaardig, of gewoon genadeloos?

Ook in dit stuk viert de religieuze pret hoogtij.
De geldschieter is een Jood
en de koopman een christen.
Maar de strikte roep van de Jood
om commerciële nauwkeurigheid
wordt getemperd door zijn buitensporige liefde
voor zijn dochter,
en de vermeende reputatie van de christen
voor genade is in feite een excuus
om vriendjespolitiek te bedrijven.
Uiteindelijk krijgen we op het toneel
zo’n verwarring van religieuze stereotypen
dat iemand vraagt welk personage welk personage is.
De arme koopman kan niet betalen,
zoals we al wisten toen hij het dwaze contract sloot.
En zo komt Portia, de verbeelding van de genade in dit stuk,
– eveneens vermomd –
uit het sprookjesland Belmont met een slimme truc
om haar geliefde koopman te redden.
Hoewel haar oplossing
een zeer twijfelachtige interpretatie
van de wet inhoudt,
slaagt ze erin de heersende macht te overtuigen.
Terwijl Portia haar zaak bepleit,
houdt ze een van de meest expliciet
theologische toespraken
in alle werken van Shakespeare.
De heersers van de aarde denken misschien
dat ze het meest goddelijk zijn
wanneer ze de wet met gezag uitvaardigen, zegt ze.
Maar ‘genade staat boven deze scepter.’
Sterker nog, genade is
‘een eigenschap van God zelf.’
Ze concludeert, net als de hertog,
dat ‘aardse macht dan het meest op die van God lijkt
wanneer genade gerechtigheid kruidt.’

Shakespeare, laat in toneelstukken zoals deze zien
één van zijn meest blijvende gaven aan ons:
het vermogen om met het bekende te spelen
en het vreemd en nieuw te maken.
Hij geeft ons filosofische en religieuze figuren en thema’s,
en net als we denken te weten wie en wat ze zijn,
verrast hij ons door te laten zien
wat voor gerecht je kunt maken
als je de ingrediënten maar door elkaar roert.

Onze beste pogingen tot rechtvaardigheid,
of ze nu persoonlijk of politiek van aard zijn,
moeten gekruid zijn met barmhartigheid.
Onze daden van barmhartigheid,
zo niet uiteindelijk rechtvaardig,
zullen genadeloos blijken te zijn.

Zouden we dit hebben opgemerkt
als niemand het ons op het podium had laten gebeuren?

 

Geert Wilders in Zwolle; 7 juli 2025

 

Na het bezoek van Wilders aan Zwolle
om het debat over de komst van een azc
te kapen in zijn eigen voordeel,
vaak met slaan op de trommel
van het verlies van óns Nederland;
wil ik deze zaak eens verder uitdiepen.

Want…
Moeten de grenzen voor vreemdelingen nou dicht?
En vooral: wat moeten we met de vreemdelingen
binnen onze grenzen doen?
Kortom, immigratie, immigranten
hoe gaan we daarmee om
Het zijn dus vragen die
– geïnstigeerd door vooral populistische bewegingen –
het debat voorafgaand aan de verkiezingen in Nederland
op welke manier dan ook, gijzelen.

Wat mij interesseert, is de rol
die het christendom speelt in dit debat,
zoals het aan beide kanten
van het debat wordt aangehaald.

Rechts gaat het argument als volgt:
Nederland is (of was) een christelijk land.
Het dreigt nu overspoeld te worden
door mensen die dat geloof niet delen,
of de waarden die in het christendom geworteld zijn.
Daarom moeten we snel een einde maken
aan de excessieve immigratie,
met name migranten
uit conservatieve islamitische landen.
Als we dat niet doen,
zullen we Nederland ingrijpend zien veranderen
en zijn uitgesproken christelijke identiteit verliezen.

“De ‘Joods-christelijke waarden’
die de basis vormen van ‘alles’ in Nederland.
Deze waarden waren:
‘het gezin is belangrijk, de gemeenschap is belangrijk,
de samenwerking is belangrijk, het land is belangrijk.

‘Het christendom heeft het karakter van Nederland
door de eeuwen heen gevormd.
En er heerst ongetwijfeld op veel plaatsen,
vooral in de meer achtergestelde gebieden,
een gevoel dat gemeenschappen zijn veranderd
en onherkenbaar worden ten opzichte van wat ze waren.’”
Dat is het mantra.

Toch is het moeilijk om dit alles
als uitgesproken christelijk te bestempelen.
Veel moslims zouden vrijwel hetzelfde beweren,
en het zou moeilijk zijn om zijn lijst te beschrijven
als een adequate samenvatting van de boodschap van Jezus.
‘Joods-christelijke waarden’ worden rechts vaak gelijkgesteld
aan ‘Nederlandse waarden’, die worden gedefinieerd
als ‘democratie, de rechtsstaat, individuele vrijheid
en wederzijds respect en tolerantie
voor mensen met een ander geloof en andere overtuigingen’.
Het is moeilijk voor te stellen dat iemand gekruisigd
zou worden omdat hij dat predikte.

Toch wordt het christendom ook links gebruikt.
Regelmatig klinken woorden als:
‘Jezus zou oproepen om migranten te verwelkomen.
De vluchtelingencrisis is een morele test.
Jezus leerde ons vluchtelingen te respecteren.
Hijzelf zei: ‘Verwelkom de vreemdeling…’
En de Bijbel zegt:
‘De vreemdeling die onder u verblijft, moet behandeld worden als een autochtoon’.

Het is zeker een betere weergave van de leer van Jezus dan die rechts bezigt.
Maar links maakt het verwelkomen van de vluchteling
vaak deel uit van een bredere en diepere waarde
van ‘diversiteit’ als een op zichzelf staand goed.
Multiculturalisme, de caleidoscoop van culturen
die je in veel winkelstraten vindt met
Indiase, Thaise, Italiaanse en Marokkaanse restaurants,
of het beeld van kinderen uit verschillende landen
en religies die vrolijk rondrennen op een schoolplein,
is een geliefd cliché van seculiere progressieve mensen.

Het probleem is dat het voor velen
in delen van de samenleving niet zo voelt.
Sommige mensen kunnen multiculturalisme omarmen
omdat het hun manier van leven
niet fundamenteel bedreigt. van het leven.
Vreemden omarmen is makkelijker
als je een vaste plek hebt om ze te verwelkomen.
Een thuis waar het gezin goed met elkaar overweg kan,
waar de ouders eensgezind zijn
en de kinderen tevreden,
zal veel eerder in staat zijn
om onbekende gasten te verwelkomen
met de nodige nieuwsgierigheid
om van hen te leren.

Maar een gezin vol spanning en gekibbel
zal de vreemdeling waarschijnlijk
helemaal niet verwelkomen,
omdat de nieuwkomer
de bestaande spanningen nog verder zal aanwakkeren.

Maar een samenleving die een gevoel
van gedeelde, brede en sterke identiteit verliest,
is niet in staat een vreemdeling te verwelkomen.
Wat ons anders maakt, is alleen verrijkend
zolang we ons er allemaal van bewust zijn
dat we iets hebben dat ons verenigt.
Bij gebrek aan een verbindende band
blijkt verschil bedreigend te zijn.

De visie van links;
van diversiteit als een doel op zich,
alleen bijeengehouden
door een vaag idee van tolerantie of seculariteit
waar niemand het leven voor waard vindt –
dreigt de banden die ons binden te ondermijnen,
omdat het geen duidelijke kern biedt
die ons bij elkaar kan houden.

Het christendom biedt geen immigratiebeleid.
Zowel links als rechts kunnen aanspraak maken
op enige legitimiteit in het christelijke verhaal.
Wat het christendom echter wél biedt,
is een gemeenschap die een morele scholing biedt
die draait om Jezus,
als degene die ons de ware vorm
van het menselijk leven laat zien,
de noodzaak van zelfopoffering,
niet van zelfgenoegzaamheid
als sleutel tot een functionerend gemeenschapsleven,
en de heilige waarde van ieder mens;
overtuigingen die op hun beurt
de vreemdeling kunnen verwelkomen
in een veilig en zelfverzekerd thuis.

Deze zaken zijn door de eeuwen heen
vanuit hun intense kern
in de christelijke kerk
naar de bredere samenleving doorgedrongen.
Ironisch genoeg worden ze vandaag de dag
meer uitgehold door het secularisme dan door de islam.

Het werkelijke probleem van onze tijd
is niet de massale immigratie (zoals rechts het wil)
of het onvermogen om de grenzen
volledig open te stellen (voor links).
Het is de wijdverbreide uitholling van het christelijk geloof.

De verdwijning van het christendom
wordt bijna zonder slag of stoot geaccepteerd.
Het wegebben van het geloof wordt als vaststaande feit begroet.
Dit is misschien grotendeels de schuld van de kerk zelf,
een gebrek aan moed om haar eigen boodschap te uiten
en zich te presenteren
als een zoveelste maatschappelijke lobbygroep
voor diverse doelen in plaats van een gemeenschap
die draait om Jezus.
Maar het is ook te wijten aan de grote groepen
hoogopgeleide mensen uit de middenklasse
die graag de naam van Jezus claimen
wanneer het hen uitkomt,
en die teren op het culturele erfgoed van het christendom
zonder te investeren in de toekomst ervan
door ook maar in de buurt van een kerk te komen.

Een goed immigratiebeleid vereist
de compassie die de kwetsbare vreemdeling verwelkomt.
Maar het vereist ook een sterke, verenigde gemeenschap
met gedeelde waarden om hen te verwelkomen.

Een vernieuwd christendom
zou de redding kunnen betekenen
voor zowel rechts als links,
of op zijn minst een dieper en rijker verhaal
kunnen bieden dan elk van beide afzonderlijk kan bieden.
Een verhaal dat een sterke kern biedt
die een samenleving bij elkaar houdt,
maar dat tegelijkertijd de vreemdeling verwelkomt
als een geschenk en niet als een bedreiging.

 

De eerste, Measure for Measure (Maat voor Maat),
ontleent zijn titel aan een regel uit Jezus’ Bergrede.
De zin ‘oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt’ uit Matteüs 7:1-2
staat centraal in de betekenis van het stuk.
Dit vers, samen met Marcus 4:24,
benadrukt het idee dat strengheid in het oordeel
met gelijke munt zal worden betaald.
Het stuk gebruikt dit Bijbelse concept
om de hypocrisie van Angelo te onderzoeken,
die Claudio’s daden met een hard oordeel veroordeelt
maar tegelijkertijd Isabella ter verantwoording roept.
Dit is een kenmerkende zet van Shakespeare:
een religieus geladen zin, doctrine of zelfs persoon nemen
en er theater van maken.
Hoewel sommigen beweren dat dit alles was
wat hij met religie of theologie deed,
denk ik dat hij meer doet.
Hij graaft namelijk in de diepten van de geloofstaal
om te zien of hij pareltjes kan vinden
die we misschien over het hoofd zien
als we alleen maar letten
op de identiteitspolitiek
van het Engeland van de Reformatie.
‘Genade is genade ondanks alle controverse’,
zegt een personage in dit stuk.
Dat zou de slogan kunnen zijn
voor Shakespeares theologische interventies.

We zien Shakespeare in Measure for Measure
zijn typische plezier beleven aan religie.
De hertog van Wenen geeft zijn macht weg om,
zoals hij beweert,
naar het buitenland te gaan
voor een stukje internationale politiek.
Sterker nog, hij sluipt meteen terug de stad in,
nu vermomd als een monnik
(een lid van de Franciscaner religieuze orde).
Hij vertelt de monnik die hem de gewaden leent
dat hij dit doet omdat hij er
een onverantwoordelijke gewoonte van heeft gemaakt
om de ‘strenge wetten en bijtende standbeelden’
van de stad te laten glippen.
Hij is, met andere woorden,
meer een barmhartige vader geweest
dan een rechtvaardige heerser.
Hij wil deze ‘vastgebonden gerechtigheid’
zelf niet losmaken,
omdat hij vreest dat zijn volk
daardoor zijn integriteit in twijfel zou trekken.
(‘Maar je bent altijd zo barmhartig geweest!’)
Dus bedenkt hij een plan om een van de edelen, Lord Angelo,
aan te stellen als hamer der gerechtigheid in zijn plaats.
Hij hint ook dat er andere redenen zijn voor zijn vermomming.
Ik kom later nog terug op dat stukje vooruitwijzing.

Angelo merkt meteen dat een episode zijn vaste hand nodig heeft.
Een heer genaamd Claudio
heeft zijn vriendin Julietta zwanger gemaakt.
Er zijn inderdaad omstandigheden
die het overwegen waard lijken:
de twee zijn verloofd en wachten alleen nog
tot ze haar bruidsschat ontvangt;
geregeld voordat ze naar de kerk gaan.
Maar Angelo wil niets van clementie weten.
Hij is streng, wordt opgemerkt.
Zo hoort het ook, antwoordt een wijze oude heer.
‘Genade is niet de genade die er vaak zo uitziet,’ zegt hij,
misschien met een knipoog
naar een kritiek op de werkwijze van de hertog.

Op dit punt in het stuk
hebben we onze twee vijandige kwaliteiten
in nette, aparte containers.
Eén container, genaamd De Hertog,
is enkel barmhartig.
Maar deze container
moet uit de staat worden verwijderd
zodat de andere,
genaamd Angelo,
zijn inhoud van genadeloze gerechtigheid kan tonen.

Maar, zoals Shakespeare het noemt,
beginnen de zaken al snel chaotisch te worden.
Angelo blijkt geheimen te verbergen.
De oude heer, die heeft gesuggereerd
dat de hertog overdreven barmhartig is,
suggereert nu dat Angelo
een beetje te streng is voor Claudio.
Hij suggereert voorzichtig dat Angelo,
als de tijd en plaats de gelegenheid hadden gehad,
zelf wel eens de wet had kunnen verbreken.
Angelo’s antwoord zegt misschien meer dan hij bedoelt:

Wat openligt voor de gerechtigheid,/ Dat grijpt de gerechtigheid aan.

Met andere woorden, gerechtigheid
houdt zich alleen bezig met wat ze kan zien:
een juweel dat alleen opvalt als het licht vangt;
als het begraven is of bezoedeld
dan lopen we er langs of vertrappen we het zelfs.

Dit is onze eerste hint naar Shakespeares omverwerping
van de gepolariseerde containers.
Luisterend naar Antonio’s toespraak,
beginnen we ons af te vragen
of rechtvaardigheid,
zonder ook maar een spoortje genade,
er niet een beetje oneerlijk uitziet.

En dan zien we Angelo zijn theorie in praktijk brengen.
Claudio’s zus komt naar hem toe om te smeken
om het leven van haar broer.
Angelo raakt al snel betoverd door haar schoonheid
en biedt haar al snel een deal aan.
Als ze hem wil ontmoeten voor seks in de tuin;
in het geheim natuurlijk,
zodat de misdaad niet
‘onrechtvaardig’ kan zijn;
dan zal hij Claudio vrijlaten.

Dit aanbod toont duidelijk
de verrotting van zijn rechtvaardigheidstheorie aan,
aangezien hij een contract,
een rechtvaardige band sluit
rond chantage en verkrachting.
Maar het ondermijnt ook de genade,
aangezien zijn voorgestelde gratieverlening
aan Claudio helemaal niet barmhartig is,
maar slechts de verzoening
van een ‘rechtvaardige’ overeenkomst.

En zie daar de verpakking rondom de containers
is bijna verdwenen:
Genade is geen genade die er vaak zo uitziet’,
maar gerechtigheid is geen gerechtigheid
die er alleen maar zo uitziet.
Rechtvaardigheid zo meedogenloos
als die van Angelo
blijkt onrechtvaardig te zijn,
net zoals genade zonder gerechtigheid
verstoken blijkt te zijn van genade.
Daarom vertrok de hertog,
en daarom faalt Angelo als zijn plaatsvervanger.

Maar de hertog is teruggekeerd,
en nu beginnen we te zien
wat zijn geheime bedoelingen zijn.
Hij gaat Claudio bezoeken voor biecht en raad,
en gaat ook naar Claudio’s zus
voor troost en advies.
Dit is een van de heerlijke plekken
waar Shakespeare speelt met religieuze stereotypen.
De ‘controverse’ over genade die ik eerder noemde,
is voor Shakespeares publiek een al te bekende,
namelijk of God ons redt door onze daden,
en dus door een contractuele gerechtigheid,
of door genade,
dat wil zeggen door een daad van onverdiende genade.
De katholieke kerk
werd over het algemeen (hoewel niet vaak terecht)
geassocieerd met de eerste,
de protestanten met de laatste.
Maar het is hier een katholieke monnik
(of in ieder geval een vermomde!)
die binnenkomt als de gepersonifieerde genade.

De hertog/broeder bedenkt een plan,
en het loopt bijna net zo mis
als het plan van de beroemde monnik in Romeo en Julia.
Dat wil zeggen dat onze komedie
bijna een tragedie wordt.
Ik zal het einde niet verklappen,
mocht u het vergeten zijn
of het nooit hebben gelezen of gezien.
Maar ik geef een hint:
de hertog is bij zijn terugkeer
niet langer de belichaming van
onrechtvaardige genade zoals voorheen.
Nu ziet hij duidelijk in
dat ware genade rechtvaardig is,
en ware gerechtigheid genade.
De twee moeten elkaar kussen,
zoals psalm 85 het stelt.
Zijn slimme oplossingsvoorstel
draait om het laten kussen
van genade en gerechtigheid.

Shakespeare Theater Diever

 

Het is al jaren een vaststaand zomers uitje voor ons:
een opvoering bijwonen van een stuk van William Shakespeare
in het Shakespearetheater in Diever.
Gezeten in de buitenlucht wordt je vergast
op een prachtig mooie interpretatie
van één van de stukken van Shakespeare.
Maar niet alleen de ambiance in Diever maakt dat wij jaarlijks terugkomen,
ook de vaak ethische en religieuze (onder)toon van de stukken spreekt mij aan.
Laat ik Ik geef een aantal voorbeelden:

Moet ik, om barmhartig jegens iemand te zijn,
afstand doen van mijn rechtvaardigheidsgevoel?
En als ik besluit rechtvaardig te handelen,
besluit ik dan om barmhartigheid achter me te laten?
Dit zijn vragen van filosofen en theologen.
Ze leveren ook enkele van de meest diepgaande
filosofische en theologische overpeinzingen
van William Shakespeare op.

Zeker, een doordachte beschouwing
van barmhartigheid en rechtvaardigheid
vindt natuurlijk niet zijn oorsprong
bij deze Elizabethaanse toneelschrijver.
Zolang mensen zich al hebben afgevraagd
hoe ze hun openbare ruimte moeten inrichten,
hebben ze zich het hoofd gebroken
hoe ze dat moeten doen
en ieders belang kunnen respecteren.
Rond 500 voor Christus zou rabbijn Jehoeda hebben gezegd
dat God drie uur per dag op een troon van gerechtigheid doorbrengt
voordat hij opstaat en overgaat naar een troon van barmhartigheid,
waar hij elke dag even lang doorbrengt.
200 jaar later, toen Plato zijn beroemdste dialoog
wijdde aan de kwestie van rechtvaardigheid,
knikte hij slechts lichtjes naar barmhartigheid,
erkennend dat de rechtvaardige
heerser een reputatie van vrijgevigheid nodig zou hebben.

Hoewel veel Shakespeares toneelstukken
de interactie,
of juist het gebrek daaraan,
tussen deze twee kwaliteiten benadrukken
(bijvoorbeeld The Tempest en bijna alle historische toneelstukken),
schreef hij er twee met, naar mijn mening,
het expliciete doel
om deze twee oude vijanden
op het toneel te laten vechten.

Ik zal me in een volgende webpost
op één van deze concentreren
en daarna in andere webpost
kort op de andere terugkomen.

The Old Chapel at Rame Head in Cornwall (één van de filmlocaties van Het Zoutpad)

 

De waarheid achter het boek en de feelgoodfilm van de zomer 2025
The Salt Path (Het Zoutpad) werd kortgeleden in twijfel getrokken.
Waarschijnlijk ook gedreven door de komkommertijd,
was het verhaal niet uit de media te slaan.
Er rezen serieuze vragen over de eerlijkheid van The Salt Path
Kritiek op het verhaal van Raynor Winn
over haar wandeling langs de kust van het zuidwesten
samen met haar zieke echtgenoot Moth,
was de afgelopen tijd zeer fel.
Onderzoeken die de echte namen van het duo,
hun financiële geschiedenis
en de medische onwaarschijnlijkheid
van de omkeer in Moths degeneratieve aandoening
– zoals beschreven in het boek – onthulden,
brachten duizenden lezers tot woede en teleurstelling
over het feit dat ze bedrogen waren.
Maar erin trappen en ervan leren hoort bij het mens-zijn:
een les in hoe je verstandiger kunt vertrouwen,
in plaats van helemaal niet te vertrouwen.

Dit soort reacties nodigen ons ook uit
om te verklaren
hoe sommige van de twee miljoen lezers
van The Salt Path
het verraad dat sommige voelden.
Zij investeerden emotie en empathie
in het opbeurende verhaal
van een door nood getroffen stel
dat troost vindt in de natuur.
Want de identificatie met het doorsnee duo op middelbare leeftijd
in de verhalen en de overtuiging
dat een lange tocht door het zuidwesten een wondermiddel is
tegen dakloosheid, financiële problemen
en een degeneratieve medische aandoening,
maakt de voormalige fans van The Salt Path niet zielig,
maar juist prachtig menselijk.

De reputatie van auteur Raynor Winn ligt aan flarden,
verscheurd door de onthullingen
die aan het licht zijn gekomen
door meedogenloze onderzoeksjournalistiek.

Het hartverwarmende verhaal over
hoe een stel te maken krijgt met financiële ondergang,
dakloosheid en een terminale ziekte
tijdens een wandeling over het South West Coast Path,
is een inspiratiebron geweest voor velen
die het boek hebben gelezen of de film hebben gezien,
of allebei.
Het verhaal werkt omdat het ons een leven laat zien
dat we kennen, de levens die we leiden.

Maar nu moet het in een heel ander licht worden gezien.

Zeker, het artikel onder de kop in The Observer
was grondig onderzocht,
zorgvuldig opgebouwd
en compromisloos in de beweringen
die de ontdekkingen, observaties en commentaren
op het verhaal impliceerden.

‘… niet haar echte naam

‘… ze was een dief… verduisterde het geld’

‘… gearresteerd en verhoord door de politie’

‘… vijf vonnissen van de rechtbank’

‘… ze bezaten land in Frankrijk’

‘… negen neurologen… waren sceptisch’

Punt voor punt wordt het verhaal
achter Het Zoutpad uit elkaar gehaald.

Ten eerste zijn Raynor en Moth Winn
niet de ‘echte’ namen van Sally en Tim Walker.

Ten tweede onthulde The Observer
dat het echtpaar financiële problemen had
om andere redenen
dan de mislukte zakelijke investering
die ze beweerden te hebben.
Als parttime boekhouder voor een makelaar
en taxateur werd Sally ervan beschuldigd
£64.000 van de rekeningen
van het bedrijf te hebben weggesluisd.
Hierover werd gemeld
dat ze door de politie
was gearresteerd en verhoord.

Ten derde waren het de oplopende schulden
die ze hadden door de schikking
met haar voormalige werkgever,
naast andere schulden,
die er feitelijk toe leidden
dat hun huis in beslag werd genomen
en ze dakloos werden.
Dus niet de mislukte zakelijke investering.

Ten vierde waren ze niet echt dakloos,
aangezien ze een woning bezaten
in Frankrijk, in de buurt van Bordeaux.
Hoewel deze in vervallen staat
en onbewoonbaar was,
hadden ze eerder ter plaatse
in een caravan gewoond.

En dan ten slotte,
in een onthulling die de kern van het verhaal
van hun gezamenlijke reis ondermijnde,
merkten medische experts op
dat het uiterst twijfelachtig was
dat Moth al 18 jaar
aan corticobasale degeneratie (CBD) leed.
De journalist had met negen neurologen contact gehad,
en dit was de de consensus.
Niet alleen waren Moths symptomen
niet wat verwacht werd,
de normale levensverwachting
met de aandoening
was ook tragisch kort:
zes tot acht jaar.

The Observer,
dat verschillende onderdelen van het onderzoek samenvoegende,
legt de lat hoog wat betreft het belang van ‘waarheid’:
Het is onacceptabel
dat er een idee van waarheid wordt aangepraat
wanneer belangrijke passages in het boek verzonnen zijn.
Er zijn zowel ‘…zonden van nalatigheid als van nalaten’:

Het verhaal bevat ongetwijfeld elementen van waarheid,
maar het geeft ook een verkeerd beeld
van wie ze waren,
hoe ze aan hun reis begonnen
en de financiële omstandigheden
die de achtergrond vormden.

Maar denk ik dan:
het leven is echter ingewikkeld
en er zijn altijd twee kanten aan een verhaal.

In een reactie op haar website
beantwoordt Raynor Winn
elk van de beschuldigingen één voor één.
Te midden van de storm
van venijn en bedreigingen
die online door het artikel werd ontketend,
protesteert ze dat
… [het] grotesk oneerlijk en zeer misleidend is
en erop gericht is mijn leven
systematisch te ontleden.

Het meest verontrustend is
hoe Moth getraumatiseerd is
door de suggestie
dat zijn diagnose verzonnen is.
Naast haar verklaring online
heeft Winn brieven van de neurologen
die Moth behandelen geplaatst,
die zijn diagnose
en het verhaal in het boek bevestigen.

Wat betreft de beschuldigingen van verduistering,
geeft ze toe dat er problemen waren
met een voormalige werkgever.
Er werden beschuldigingen ingediend
bij de politie
en ze werd erover ondervraagd.
Er werd echter geen aanklacht ingediend
en er werd een schikking getroffen,
waaronder het terugbetalen van geld.

Alle fouten die ik in de loop der jaren
op dat kantoor heb gemaakt,
betreur ik ten zeerste,
en het spijt me oprecht.
zegt Raynor Winn

Dit was echter niet de mislukte zakelijke deal
die aan de basis lag
van hun financiële problemen
en die hun dakloosheid
en zo het Salt Path-verhaal in gang zette.

Winn meldt dat het pand in Frankrijk
een eigen, losstaand verhaal.
Toen ze op het dieptepunt van hun problemen
overwogen het te verkopen,
schatte een lokale Franse makelaar
het als vrijwel waardeloos
en vond het zinloos om het op de markt te zetten.

Uiteindelijk kozen ze ervoor
om zichzelf niet failliet te laten verklaren
en hun schulden kwijt te schelden.
In plaats daarvan sloten ze een overeenkomst
met hun schuldeisers voor minimale aflossingen.
Het succes van het boek heeft ervoor gezorgd
dat al hun schulden zijn kwijtgescholden.

Wat resteert is de impliciete beschuldiging
dat ze niet zijn wie ze beweerden te zijn,
dat ze zich verschuilen achter pseudoniemen
en niet hun ‘echte’ namen gebruikten.
Ze legt uit dat de reden
waarom Sally Ann en Tim Walker
Raynor en Moth Winn heten,
eigenlijk heel eenvoudig is.

In de beginjaren van hun relatie
vertelde ze Moth hoezeer ze het niet prettig vond
om Sally Ann genoemd te worden
en dat ze liever de achternaam Raynor had gehad.
Moth noemde haar vanaf dat moment Ray.
Winn is haar meisjesnaam.
En wat Moth betreft, zijn naam is Timothy
dus Moth is op TiMOTHy te herleiden.

Nadat ik het boek had gelezen
en de film eerder deze zomer had gezien,
was ik vooral onder de indruk van The Salt Path.
De menselijkheid van hun verhaal,
de reis die ze hadden gemaakt
en de inzichten in een goed geleefd leven
die het bood.

Toen de bom van The Observer barstte,
zakte mijn hart in mijn schoenen.
Moraalridders klommen hoog te paard
en Raynor Winn werd publiekelijk
aan de schandpaal genageld.

Ze trok zich vervolgens terug
uit haar aanstaande Saltlines-tournee,
waarbij ze tijdens een reeks evenementen
voor zou lezen uit haar boeken.
Uitgeverij Penguin werd ook opgeroepen om
de publicatie van haar volgende boek,
dat in oktober zou verschijnen, te annuleren.

Echter, terugkijkend op de onthullingen
over het Salt Path-verhaal,
vind ik het verhaal nog beter.
En om precies dezelfde redenen als voorheen.
Omdat het ons het leven weerspiegelt
zoals we dat kennen,
zoals de levens die we leiden.

Om te beginnen is het leven rommelig.
Soms is het zelfs troebel,
vol misverstanden, verkeerde interpretaties
en geconstrueerde verhalen.
Ja, wie van ons heeft nog nooit een fout gemaakt,
een verkeerde beslissing genomen
of een verkeerde keuze gemaakt,
‘uit zwakte, uit onwetendheid
of door onze eigen opzettelijke schuld’?
Lijken in vele kasten hebben we allemaal, toch?

En vervolgens,
op basis daarvan,
creëren we allemaal
ons eigen levensverhaal.
Of het nu gaat om het samenstellen
van onze online aanwezigheid
met de afbeeldingen die we op sociale media plaatsen,
of de anekdotes die we delen
en het gezicht dat we laten zien
aan degenen die deel uitmaken
van ons dagelijks leven.
De aantrekkingskracht is altijd gericht
op een versie die ons in het beste daglicht stelt.

Sterker nog,
het kan zelfs gaan om de verhalen
die we over onszelf vertellen, over onszelf.
De interpretatie van wat ons is overkomen
en waarom.
Interpreteren hoeveel van onze ervaring
te danken is aan
wat ons is aangedaan
of het resultaat is
van onze eigen verantwoordelijkheid.

Wanneer we dus de verleiding voelen
om iemand af te schrijven
vanwege wat hij of zij heeft gedaan,
doen we er goed aan
om te reflecteren op onze eigen ervaring.
Dan zijn we misschien wel dankbaar
dat we niet zijn afgeschreven
vanwege onze eerdere misstappen.
Dit verhaal houdt onszelf
dus ook een spiegel voor.
Want ondanks het feit dat ze decennialang
in kleine, landelijke gemeenschappen hebben gewoond,
heeft niemand tijdens de hele controverse
rond The Salt Path bijvoorbeeld gezegd
dat de Winns of de Walkers misschien wel goede buren waren.
Hierover spreken zou zomaar hun volgende avontuur
of weer een bestseller kunnen worden.

Verder denk ik aan hoe Jezus zich
in zulke omstandigheden gedroeg.
Toen een zelfingenomen groep mensen
in de Bijbel in Johannes 8
snel een oordeel wilde vellen
over de gebrekkige seksuele keuzes
van een vrouw,
moedigde Jezus degenen
die geen schuld hadden aan
om als eersten in actie te komen.
Langzaamaan beseften ze allemaal
wat hij zei en dropen af.

Ik heb het onderstaan gebed
van boetedoening
altijd enorm nuttig gevonden.
Het houdt ons gegrond in de realiteit
van onze eigen ervaring
en zou ons moeten waarschuwen
om anderen niet af te schrijven:

‘Almachtige God, onze hemelse Vader,
wij hebben tegen U gezondigd
en tegen onze naaste
in gedachten, woorden en daden,
door nalatigheid, door zwakheid,
door onze eigen opzettelijke fout.
Het spijt ons oprecht
en we berouwen al onze zonden.
Omwille van uw Zoon Jezus Christus,
die voor ons gestorven is,
vergeef ons al het verleden
en geef dat wij U mogen dienen in een nieuw leven
tot eer van uw naam.
Amen.’

Voor al onze lijken in al die kasten is er vergeving.

Voor wat voor ons ligt,
hebben we de mogelijkheid
om opnieuw te beginnen.

Door Gods genade.

 

Iemand anders die zich kort na de eeuwwisseling tot het christendom
werkte op de Zuidas vertelde mij over zijn leven:
Het enige doel van zijn kantoorethos
was om in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk geld te verdienen;
Mede-werknemers verdwenen op vrijdagmiddag
in toilethokjes om drugs te snuiven.

Als nieuwe bekeerling verliet híj daarentegen het kantoor
om tijdens de lunchpauze de mis bij te wonen.
Dat voelde enorm tegencultureel.
‘Ik las’ zei hij
‘bij Dietrich Bonhoeffer dat wanneer Christus een man roept,
gebiedt Hij hem te komen en te sterven.’

Een jaar later zegde hij zijn baan op om theologie te studeren.

De apostelen van Jezus legden destijds hun netten niet neer
om vissers van mensen te worden.
De mystici putten zichzelf uit door te vasten;
dat deden ze niet om onze vrijheid van meningsuiting te verdedigen.
De martelaren stierven niet
voor de goede onderwijsresultaten van stabiele gezinnen.
Centraal in alles wat beweert christelijk te zijn,
moet altijd de verstorende realiteit staan
van levens die worden geleefd
en samenlevingen die worden geleid
op manieren die niet onze keuze zijn.

Al deze gedachten kunnen in een notendop worden samengevat,
maar verder ook eindeloos worden uitgewerkt.
De korte versie zou een bekentenis moeten bevatten dat ons leven een doel heeft.
Nadenken over de verdwijning van het christendom is van belang
omdat de kerk het stevigste vat is voor het behoud van waarden
zonder welke de beschaving zal vergaan.
Én omdat de christelijke leer verder gaat
in het volhouden dat onze menselijke zoektocht
naar liefde en vreugde één is met de orde
en het doel van de wereld als Gods schepping.

 

Laatst zat ik op een mooie zomeravond in de tuin,
genoot van een goed boek
en de rust om mij heen.
Maar plotseling werd ik opgeschrikt
door een zoemend geluid
– ik dacht dat we al weer last kregen van wespen;
ik had namelijk wat zoetigheden op tafel staan.
Ik keek om me heen om de wespen te ontdekken,
maar ik kon niets waarnemen.
Uiteindelijk keek ik omhoog:
Het geluid was niet afkomstig van wespen,
maar van een drone die boven mijn hoofd zweefde.
Ik zal die sensatie nooit vergeten;
het griezelige gevoel dat iets je in de gaten hield.

In een recent verslag over de oorlog in Oekraïne
documenteert een journalist
het inmiddels wijdverbreide gebruik van drones.
De journalist schuilt met Oekraïense soldaten
onder de dekking van het bos
terwijl een Russische drone het gebied scant.
Ten langen leste kunnen ze naar hun auto vluchten,
waarin een AI-stem zegt:
Detection: multiple drones, multiple pilots, high signal strength‘,
terwijl ze rondom je heen zoemen.
Dit is het nieuwe tijdperk van geheime oorlogsvoering,
waarbij de vijand toeslaat zonder gemakkelijk te identificeren te zijn.
Je hoort het gezoem, maar de bron is ongrijpbaar.

In de komende jaren zal dit soort
psychologische oorlogsvoering
zijn intrede doen in Westerse steden.
Terroristische aanslagen zullen verschuiven
van persoonlijke confrontaties
naar anonieme aanvallen op afstand:
drones die vanuit het buitenland
naar steden vliegen
om burgers aan te vallen,
of zwermen drones die massale aanvallen uitvoeren
in dichtbevolkte stadscentra.
Het doel zal zijn om psychologisch trauma
op grote schaal te veroorzaken.
Burgers zullen aarzelen om hun huis te verlaten,
overgevoelig voor het gezoem
van anonieme drones in hun eigen wijk.
Volgens Michiel Driebergen gebeurd dit al Oekraïense steden.
En onlangs heeft Iran verklaard
dat geen enkele Amerikaanse, Britse of Franse basis
veilig is voor represailles in de Israëlisch-Iraanse oorlog.
Het is dan ook niet moeilijk voor te stellen
dat ook Westerse steden binnenkort
als legitieme doelwitten zullen worden beschouwd.

We gaan een tijd van geïntensiveerd conflict tegemoet,
waarbij nationale veiligheid
het dominante kader voor beleidsvorming wordt.
‘Veiligheid’ zal beleidspunt nummer één worden
van de overheid
en ook de komende verkiezingen zullen ook draaien
om de vraag welke partij en leider de Nederlanders
het beste kan beschermen tegen externe bedreigingen.
In deze context worden zelfs domeinen
die ooit door samenwerking werden beheerst,
getransformeerd worden tot wedlopen
geïnstigeerd vanuit het eigen (lands)belang,
omdat het kader voor nationale veiligheid
van nature de focus verschuift
van wederkerigheid naar beperking van de ander.

Vrijhandel bijvoorbeeld
– in wezen de wederzijds profijtelijke uitwisseling
van goederen en diensten
als onderdeel van de waardecreatie –
wordt in een op veiligheid gerichte wereld een kwestie van inperking.
Handel, in een op veiligheid gerichte wereld,
wordt op zijn kop gezet,
waardoor vrijhandel verandert in handelsoorlogen.
Eerlijkheid (waarin de taart wordt verdeeld over meerdere mensen)
wordt vervangen door belangen,
of het nu gaat om belangen van landen
of gemeenschappen en individuen daarbinnen
die zichzelf willen beschermen.
Naarmate de concurrentie tussen de VS en China escaleert,
kunnen we verwachten dat menselijke relaties
– tussen zowel staten als burgers –
nog meer een alles-of-nietsspel zullen worden.

Doen morele waarden er in zo’n omgeving nog toe?
Wanneer de vijand in een tijdperk van nationale veiligheid
steeds meedogenlozer en innovatiever wordt,
moeten we dan net zo hard optreden als hij?
Of is het nog steeds mogelijk
om principes hoog te houden
en onszelf tegelijkertijd te verdedigen?

Tegenwoordig zou je kunnen denken
dat gebaren van non-agressie
– zoals de vernietiging van zijn voorraad
van één miljoen landmijnen door Finland in 2015(!) –
nu gevaarlijk naïef lijken.
Oekraïne
– en ook enkele Baltische staten –
heeft onlangs
van zijn kant heeft terecht
het verdrag van de Ottawa-conventie
(dat clustermunitie verbiedt) opgezegd.
Want hun voortbestaan hangt af van vindingrijkheid,
van snelle technologische ontwikkeling
en samenwerking met bondgenoten
om geavanceerde systemen
te prototypen en te implementeren.

De Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr
stelde in zijn artikel ‘Moral Man and Immoral Society
dat men om moreel te zijn,
het vermogen tot geweld moet bezitten;
‘macht moet worden uitgedaagd door macht.’
Die macht moet echter worden uitgeoefend
met verantwoordelijkheid, nederigheid en een moreel doel.
Je kunt vervolgens stellen dat oorlog gerechtvaardigd
kan worden wanneer deze voldoet
aan de criteria van jus ad bellum:
een rechtvaardige reden, legitiem gezag,
juiste intentie, proportionaliteit
en een redelijke kans op succes.

Oorlog kan in deze interpretatie
een ‘vriendelijke hardheid’ uitdrukken:
een vorm van oordeel die wordt toegepast
ter verdediging van slachtoffers.
Niebuhr baseert zijn argument op het Augustijnse realisme:
de wereld is fundamenteel goed, maar toch gebroken.
Omdat het kwaad blijft bestaan,
wordt het morele gebruik van geweld
noodzakelijk om te handhaven wat juist is.
Ik geloof dat dit waar is
en direct toepasbaar
op de op nationale veiligheid gerichte wereld
waarin we ons bevinden.

Wat betekent dit dan voor westerse landen,
nu nationale veiligheid zich opnieuw manifesteert
als het centrale organiserende principe van bestuur?

Dit vereist aanzienlijke en dringende investeringen
in defensie en deep tech,
waaronder bijvoorbeeld opkomende mogelijkheden
zoals cognitieve oorlogsvoering
en wearables die de prestaties van soldaten in gevechten verbeteren,
anti-dronesystemen voor stedelijke,
landelijke en maritieme omgevingen,
en elektronische oorlogsvoering
en geospatiale intelligentie
van de volgende generatie.

Als droneaanvallen op zee toenemen
– zoals die welke door de Houthi’s worden uitgevoerd
om wereldwijde scheepvaartroutes te verstoren –
zullen anti-dronesystemen essentieel zijn
om een veilige doorgang te garanderen.
In een wereld van gemanipuleerde verhalen
en desinformatie
zal geospatiale intelligentie dienen
als een bron van waarheid en helpen vaststellen
wat er daadwerkelijk op de grond gebeurt.
En naarmate AI steeds beter in staat is
om gebruikers te manipuleren
– door middel van vleierij, overreding en andere technieken –
zullen toezichttechnologieën
essentieel zijn om objectiviteit en integriteit te behouden.

Verantwoord geweldsgebruik sluit tegenwoordig pacifisme uit
en voorkomt geweld volledig.
Het betekent het behoud – en de ontwikkeling –
van de mogelijkheid tot overweldigende macht,
zodat deze klaar is voor gebruik indien nodig.
Moraliteit in een tijdperk van nationale veiligheid
vereist snelle investeringen
in defensietechnologieën om tegenstanders
meerdere stappen voor te blijven.
Een ‘gehele samenleving’-aanpak
betekent burgers voorbereiden met een dergelijke mentaliteit.
Terughoudendheid en nederigheid
zijn nog steeds cruciale deugden,
maar mogen niet worden verward met zwakte.
Westerse landen moeten bereid zijn
om snel, daadkrachtig
en met de afschrikkende kracht
te handelen die vrede vereist.

Dit is de wereld die we betreden:
een wereld waarin
zowel regeringen als burgers voorbereid moeten zijn
op onverwachte dreigingen.
Het gezoem van een drone boven ons hoofd
is meer dan een geluid;
het is een waarschuwing,
die niet alleen Oekraïners,
maar ook degenen
die zich momenteel
in een vreedzame situatie bevinden,
eraan herinnert zich voor te bereiden
op mogelijke conflicten die eraan komen.
De gepaste reactie is niet terugtrekken,
maar het verantwoord en moreel uitoefenen van macht:
een noodzakelijke plicht als we vrede,
vrijheid en rechtvaardigheid willen behouden
in een wereld
die er steeds meer op gebrand is deze te bestrijden.

 

Veel mensen gingen ervan uit dat Hirsi Ali’s stap
meer neerkwam op een erkenning van de rol van het christendom
in het veiligstellen van sociale vooruitgang
dan bijvoorbeeld op een acceptatie van de geloofsbelijdenis van Nicea.
Ze schrijft ook dat ze beetje bij beetje leert over het geloof
terwijl ze zondag na zondag naar de kerk gaat.
Net als andere christenen wil ze nu misschien een stapje verder gaan.
De redenen hiervoor zijn zowel filosofisch als theologisch.
Filosofisch gezien, omdat het behoud
van de joods-christelijke culturele erfenis
niet verward moet worden met voorouderverering.
Deze tradities kunnen en moeten worden gerechtvaardigd
als uitingen van onze waarheidsgetrouwe zoektocht naar het goede,
het ware en het schone.

En de fundamenten zijn theologisch,
Het gaat over geloof en hoop
op een reis van ballingschap door een wildernis
naar bronnen van levend water.
Karl Barths politieke standpunt is gebaseerd op de Bijbel.
Het radicale voorbehoud van het christendom
ten aanzien van ‘de wereld’ van ‘vorstendommen en machten’
komt voort uit een gevoel van chronische gebrokenheid
in de menselijke conditie en de corruptie
van zelfs onze nobelste idealen.
Kortom, we worden gekenmerkt door de erfzonde,
wat op zijn beurt een zoektocht naar genezing
genereert die opnieuw wordt gepresenteerd in de liturgie.
De Bergrede springt er voor mij met name uit.
Die preek vraagt hoe u staat, hoe u geplaatst bent
als het gaat om ontvangen, geven
en gebaren van verzoening en inclusie maken.

 

Voor veel mensen is dit dus de periode van ‘op vakantie gaan’.
Toen ik vorig jaar hoorde van een computerstoring
die ook wereldwijd het vliegverkeer platlegde
en de dreigende stakingen op Schiphol dit jaar
had ik een beetje medelijden met de vakantiegangers
die hier ook mogelijk de dupe van waren geworden.

Ja, we zeggen dan wel ‘het gaat niet om de bestemming. Het gaat om de reis.’
Maar ik denk dat het bij veel van die mensen
waarschijnlijk ook wel een beetje om de bestemming ging.

Ook de christelijke boodschap is dat de bestemming én de reis
eigenlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Ten eerste is de kerk, als ze klein genoeg is, een plek ‘waar iedereen je naam kent’.
Iedereen kent elkaars naam, ze vieren samen feest, rouwen samen
een mix van overtuiging, medeleven en gemeenschap.
In grotere kerken, ken je misschien niet iedereens naam,
maar er is de overeenkomst dat je dezelfde bestemming in gedachten hebt.
De scepticus zou kunnen zeggen dat het gewoon een ticket naar de hemel is,
maar het beeld dat de Bijbel schetst van de eeuwige realiteit
wordt duidelijk weerspiegeld in de reis van week tot week:
een plek van bestemming waar alle mensen van elke stam en natie samenkomen.
Het is een plek waar we de toekomst in kunnen worden gekatapulteerd.

En dan is er nog het kruis zelf.
De evangelieschrijver Lucas zegt dat ‘Jezus vastberaden op weg ging naar Jeruzalem’.
Hij had zijn bestemming in gedachten.
En het kruis was de ‘bestemming’ voor Jezus.
Maar er was ook een verdere reis te gaan.
Zou het kunnen dat wat de kruisiging en wederopstanding van Jezus
voor ons opent niet alleen een eeuwige bestemming in de toekomst is,
maar ook een reis vandaag de dag
waar het gezelschap van God ook de bestemming is?

Misschien is dat wat het betreden van een kerk
voor ons vandaag of in de vakantie kan betekenen:
de drempel naar de toekomst oversteken en de plek voor het eerst kennen.