In een denkbeeldige boksring
staan ze tegenover elkaar:
een paus en een president.
Aan de ene kant een man in wit
die tot zijn dood blijft zitten waar hij zit.
Aan de andere kant een man
in een rood stropdasje die,
als het een beetje meezit,
in 2029 gewoon moet vertrekken.
Mijn geld?
Niet op de man van Mar-a-Lago.

Kijk, die paus – Leo XIV –
is geen heilige in de zin van foutloos,
maar wel iemand die snapt
wat woorden doen.
Hij noemt oorlog oorlog,
een oorlogsstoker
gewoon een oorlogsstoker,
en zegt vervolgens:
mijn taak is vrede prediken.
Punt.
Geen CAPS LOCK, geen memes,
geen digitale zelfverheerlijking.

En dan: stilte.
Terug aan het werk.

Aan de overkant heb je Trump.
Die reageert zoals Trump reageert:
met een AI-plaatje van zichzelf
als een soort messias-light.
Gewaden, lichtstralen, vrouwen aan zijn voeten.
Officieel is hij dan ineens “arts”.

‘Tuurlijk.
De man die zichzelf als Jezus afbeeldt,
maar dan met een medische specialisatie.
“Zuster, wilt u even meekijken?”

Het contrast is bijna te mooi.
De een trekt zich terug uit de ruzie.
De ander voert hem op als spektakel.

En ergens voelt het vertrouwd.
Alsof we dit al eens gezien hebben.
Neem Henry VIII, de koning van Engeland.
Ook zo’n man die dacht
dat zijn wil uiteindelijk boven Rome stond.
IJdel, driftig,
geobsedeerd door nalatenschap
en mannelijk nageslacht.
Hij had de valkenjacht,
Trump heeft golf.
Andere hobby, zelfde leegte.

Maar Henry wist tenminste
nog met wie hij ruzie maakte.
Hij kende de paus, de theologie, de inzet.
Hij worstelde – op zijn manier –
met schuld, geloof, lotsbestemming.
En Trump?
Die lijkt oprecht te denken
dat een paus een soort Europese bestuurder is
die je kunt paaien
met een complimentje en een deal.

En toch zit de echte clou niet in die vergelijking.
Die zit in iets groters:
de verlosserfantasie.

Want Trump is niet zomaar een politicus.
Net als Orbán en Poetin
en al die anderen
speelt hij een rol
die ouder is dan democratie:
die van redder.

De man die chaos ordent,
die een gekrenkt volk
erkenning geeft.
Zolang zij erin slagen
dat diepe verlangen aan te boren
– naar erkenning, naar trots,
naar een simpel verhaal
waarin alles weer klopt –
blijven ze relevant.
Niet omdat ze gelijk hebben,
maar omdat ze iets vervullen.
Die zegt:
volg mij,
en alles komt goed.

Dat werkt. Niet omdat het waar is,
maar omdat het voelt als waarheid.
Zoals Max Weber al beschreef:
charismatisch leiderschap
is geen eigenschap van één man,
maar een relatie.
Een hongerig publiek
en een leider
die precies serveert
wat er verlangd wordt.

En soms gaat dat nog een stap verder.
Dan wordt die leider een soort halfgod.
Onaantastbaar. Onfeilbaar.
De werkelijkheid
moet zich aanpassen aan het verhaal,
niet andersom.

Totdat dat niet meer lukt.

Want op een gegeven moment wringt het.
Beloftes botsen met feiten.
De magie slijt.
Corruptie wordt zichtbaar,
leugens te groot,
de tegenstrijdigheden ondraaglijk.
Dat moment heet,
in droge academische taal,
“contaminatie”.
In gewoon Nederlands:
de rot slaat erin.

Dat zagen we bij Orbán.
Dat gaan we ook elders zien.
De vraag is niet óf,
maar wanneer.

En belangrijker: wat daarna komt.

Want als de ene verlosser valt,
staat de volgende al klaar.
De behoefte verdwijnt namelijk niet.
Dat gat
– die honger naar erkenning, orde, identiteit –
blijft.
En wie denkt dat je dat oplost
met alleen economische cijfers
of beleidsmaatregelen,
snapt het probleem niet.

Mensen willen geen spreadsheet.
Ze willen een verhaal.

De paus begrijpt dat.
Hij biedt er één aan
dat draait
om vrede en terughoudendheid.
Trump biedt er één aan
dat draait om strijd en zelfverheerlijking.

En ergens,
in die denkbeeldige boksring,
is de uitslag al bekend.
Niet omdat de paus fysiek sterker is,
maar omdat hij iets heeft wat Trump mist:

Een Verhaal dat ook zonder hem kan bestaan.

 

De eerste, Measure for Measure (Maat voor Maat),
ontleent zijn titel aan een regel uit Jezus’ Bergrede.
De zin ‘oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt’ uit Matteüs 7:1-2
staat centraal in de betekenis van het stuk.
Dit vers, samen met Marcus 4:24,
benadrukt het idee dat strengheid in het oordeel
met gelijke munt zal worden betaald.
Het stuk gebruikt dit Bijbelse concept
om de hypocrisie van Angelo te onderzoeken,
die Claudio’s daden met een hard oordeel veroordeelt
maar tegelijkertijd Isabella ter verantwoording roept.
Dit is een kenmerkende zet van Shakespeare:
een religieus geladen zin, doctrine of zelfs persoon nemen
en er theater van maken.
Hoewel sommigen beweren dat dit alles was
wat hij met religie of theologie deed,
denk ik dat hij meer doet.
Hij graaft namelijk in de diepten van de geloofstaal
om te zien of hij pareltjes kan vinden
die we misschien over het hoofd zien
als we alleen maar letten
op de identiteitspolitiek
van het Engeland van de Reformatie.
‘Genade is genade ondanks alle controverse’,
zegt een personage in dit stuk.
Dat zou de slogan kunnen zijn
voor Shakespeares theologische interventies.

We zien Shakespeare in Measure for Measure
zijn typische plezier beleven aan religie.
De hertog van Wenen geeft zijn macht weg om,
zoals hij beweert,
naar het buitenland te gaan
voor een stukje internationale politiek.
Sterker nog, hij sluipt meteen terug de stad in,
nu vermomd als een monnik
(een lid van de Franciscaner religieuze orde).
Hij vertelt de monnik die hem de gewaden leent
dat hij dit doet omdat hij er
een onverantwoordelijke gewoonte van heeft gemaakt
om de ‘strenge wetten en bijtende standbeelden’
van de stad te laten glippen.
Hij is, met andere woorden,
meer een barmhartige vader geweest
dan een rechtvaardige heerser.
Hij wil deze ‘vastgebonden gerechtigheid’
zelf niet losmaken,
omdat hij vreest dat zijn volk
daardoor zijn integriteit in twijfel zou trekken.
(‘Maar je bent altijd zo barmhartig geweest!’)
Dus bedenkt hij een plan om een van de edelen, Lord Angelo,
aan te stellen als hamer der gerechtigheid in zijn plaats.
Hij hint ook dat er andere redenen zijn voor zijn vermomming.
Ik kom later nog terug op dat stukje vooruitwijzing.

Angelo merkt meteen dat een episode zijn vaste hand nodig heeft.
Een heer genaamd Claudio
heeft zijn vriendin Julietta zwanger gemaakt.
Er zijn inderdaad omstandigheden
die het overwegen waard lijken:
de twee zijn verloofd en wachten alleen nog
tot ze haar bruidsschat ontvangt;
geregeld voordat ze naar de kerk gaan.
Maar Angelo wil niets van clementie weten.
Hij is streng, wordt opgemerkt.
Zo hoort het ook, antwoordt een wijze oude heer.
‘Genade is niet de genade die er vaak zo uitziet,’ zegt hij,
misschien met een knipoog
naar een kritiek op de werkwijze van de hertog.

Op dit punt in het stuk
hebben we onze twee vijandige kwaliteiten
in nette, aparte containers.
Eén container, genaamd De Hertog,
is enkel barmhartig.
Maar deze container
moet uit de staat worden verwijderd
zodat de andere,
genaamd Angelo,
zijn inhoud van genadeloze gerechtigheid kan tonen.

Maar, zoals Shakespeare het noemt,
beginnen de zaken al snel chaotisch te worden.
Angelo blijkt geheimen te verbergen.
De oude heer, die heeft gesuggereerd
dat de hertog overdreven barmhartig is,
suggereert nu dat Angelo
een beetje te streng is voor Claudio.
Hij suggereert voorzichtig dat Angelo,
als de tijd en plaats de gelegenheid hadden gehad,
zelf wel eens de wet had kunnen verbreken.
Angelo’s antwoord zegt misschien meer dan hij bedoelt:

Wat openligt voor de gerechtigheid,/ Dat grijpt de gerechtigheid aan.

Met andere woorden, gerechtigheid
houdt zich alleen bezig met wat ze kan zien:
een juweel dat alleen opvalt als het licht vangt;
als het begraven is of bezoedeld
dan lopen we er langs of vertrappen we het zelfs.

Dit is onze eerste hint naar Shakespeares omverwerping
van de gepolariseerde containers.
Luisterend naar Antonio’s toespraak,
beginnen we ons af te vragen
of rechtvaardigheid,
zonder ook maar een spoortje genade,
er niet een beetje oneerlijk uitziet.

En dan zien we Angelo zijn theorie in praktijk brengen.
Claudio’s zus komt naar hem toe om te smeken
om het leven van haar broer.
Angelo raakt al snel betoverd door haar schoonheid
en biedt haar al snel een deal aan.
Als ze hem wil ontmoeten voor seks in de tuin;
in het geheim natuurlijk,
zodat de misdaad niet
‘onrechtvaardig’ kan zijn;
dan zal hij Claudio vrijlaten.

Dit aanbod toont duidelijk
de verrotting van zijn rechtvaardigheidstheorie aan,
aangezien hij een contract,
een rechtvaardige band sluit
rond chantage en verkrachting.
Maar het ondermijnt ook de genade,
aangezien zijn voorgestelde gratieverlening
aan Claudio helemaal niet barmhartig is,
maar slechts de verzoening
van een ‘rechtvaardige’ overeenkomst.

En zie daar de verpakking rondom de containers
is bijna verdwenen:
Genade is geen genade die er vaak zo uitziet’,
maar gerechtigheid is geen gerechtigheid
die er alleen maar zo uitziet.
Rechtvaardigheid zo meedogenloos
als die van Angelo
blijkt onrechtvaardig te zijn,
net zoals genade zonder gerechtigheid
verstoken blijkt te zijn van genade.
Daarom vertrok de hertog,
en daarom faalt Angelo als zijn plaatsvervanger.

Maar de hertog is teruggekeerd,
en nu beginnen we te zien
wat zijn geheime bedoelingen zijn.
Hij gaat Claudio bezoeken voor biecht en raad,
en gaat ook naar Claudio’s zus
voor troost en advies.
Dit is een van de heerlijke plekken
waar Shakespeare speelt met religieuze stereotypen.
De ‘controverse’ over genade die ik eerder noemde,
is voor Shakespeares publiek een al te bekende,
namelijk of God ons redt door onze daden,
en dus door een contractuele gerechtigheid,
of door genade,
dat wil zeggen door een daad van onverdiende genade.
De katholieke kerk
werd over het algemeen (hoewel niet vaak terecht)
geassocieerd met de eerste,
de protestanten met de laatste.
Maar het is hier een katholieke monnik
(of in ieder geval een vermomde!)
die binnenkomt als de gepersonifieerde genade.

De hertog/broeder bedenkt een plan,
en het loopt bijna net zo mis
als het plan van de beroemde monnik in Romeo en Julia.
Dat wil zeggen dat onze komedie
bijna een tragedie wordt.
Ik zal het einde niet verklappen,
mocht u het vergeten zijn
of het nooit hebben gelezen of gezien.
Maar ik geef een hint:
de hertog is bij zijn terugkeer
niet langer de belichaming van
onrechtvaardige genade zoals voorheen.
Nu ziet hij duidelijk in
dat ware genade rechtvaardig is,
en ware gerechtigheid genade.
De twee moeten elkaar kussen,
zoals psalm 85 het stelt.
Zijn slimme oplossingsvoorstel
draait om het laten kussen
van genade en gerechtigheid.