De Veertigdagentijd of Lijdenstijd in aanloop naar Pasen
is voor christenen de periode die in het teken staat van
soberheid, inkeer en bezinning op je eigen christenzijn.
Christenen geloven dat ieder mens geschapen is
naar Gods beeld en leven in alle volheid verdient.
Tragisch genoeg leven we in een wereld van
gebroken relaties waar onrecht, ongelijkheid, corruptie
en rampen miljoenen mensen van hun toekomst beroven.
Een christen wordt opgeroepen
om de onvoorwaardelijke liefde van Christus weerspiegelen
door hun leven, hun daden en woorden.
Het geven van hoop, herstel en vernieuwing voor de wereld
zijn daar een onderdeel van.
Ontwikkelingshulp in allerlei vorm is daar ook uiting van.
Hieraan moest ik denken toen hoorde over het onderstaande.

Want in veel landen worden de gelden voor ontwikkelingshulp drastisch verlaagd.
Niet alleen in Nederland, maar bijvoorbeeld ook in het Verenigd Koninkrijk
en wie weet niet van de aankondiging in de Verenigde Staten
om het budget van USAID
– dat internationaal veel hulp overeind houdt –
zeer drastisch te verlagen.
In het Verenigd Koninkrijk heeft de afkondiging
tot verlaging van het budget op ontwikkelingshulp
zelfs geleid tot het aftreden van de minister
voor Internationale Ontwikkeling Anneliese Dodds.
Ze schreef in haar ontslagbrief:

Uiteindelijk zullen deze bezuinigingen voedsel en gezondheidszorg wegnemen
van kwetsbare mensen.

De forse vermindering van ons internationale hulpbudget
brengt inderdaad levens in gevaar over de hele wereld.
De stap ondermijnt echter ook de eigen nationale veiligheid.
Een sterke aanwezigheid op het wereldtoneel
komt niet primair tot stand door militaire kracht,
maar juist door diplomatie en gerichte ontwikkelingsfinanciering.

Dodds:

In de rest van de wereld is het teleurstellend dat we waarschijnlijk
het internationale ontwikkelingsbudget gaan plunderen,
omdat de invloed van het Verenigd Koninkrijk in de wereld
vaak voortkomt uit een combinatie van onze harde macht en onze zachte macht,
onze diplomatie en onze ontwikkelingsfondsen.

Zo zien we ook in Nederland dat minister Klever
van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
projecten stopt op het gebied van vrouwenrechten, gendergelijkheid,
beroepsonderwijs en hoger onderwijs, sport en cultuur.
En ook op hulp op het gebied van klimaat, maatschappelijk middenveld
en multilaterale samenwerking wordt flink bezuinigd.
Onder dat laatste valt bijvoorbeeld Unicef;
de VN-kinderrechtenorganisatie wordt door Klever met 50 procent gekort.

Internationale hulp is bewezen
een van de meest effectieve manieren
om welvaart en vrede te creëren.
Het is een strategische investering
in nationale en internationale veiligheid,
en is ook aantoonbaar
nuttiger en kosteneffectiever
dan militaire defensie-uitgaven.

Het verlagen van hulpbudgetten kan op korte termijn geld vrijmaken,
maar in werkelijkheid verzwakt het de invloed van de donorlanden,
ondermijnt het de wereldwijde stabiliteit
en vergroot het de veiligheidsrisico’s.
Het is niet alleen een valse zuinigheid,
maar ook een potentieel gevaarlijke
en contraproductieve beleidswijziging.

Hier zijn tien redenen waarom internationale hulp
zo’n cruciale investering in veiligheid is:

1. Het aanpakken van de grondoorzaken vermindert terrorisme.

Buitenlandse hulp helpt vrede te bevorderen,
armoede te verminderen en ontwikkeling te ondersteunen
in de meest kwetsbare regio’s.
Wanneer landen stabiel zijn,
is de kans kleiner dat ze in chaos vervallen
of broedplaatsen worden voor terrorisme en extremisme.
Door Nederland gefinancierde onderwijsinitiatieven
hebben meer dan 1,5 miljoen gemarginaliseerde meisjes onderwijs geboden,
waardoor de kwetsbaarheid van jongeren
voor extremistische rekrutering is verminderd.
Door de aantrekkingskracht van radicalisering te verminderen,
heeft deze investering bijgedragen
aan het verlagen van de langetermijndreiging van terrorisme
tegen Nederlandse burgers in binnen- en buitenland.

2. Investeren in wereldwijde gezondheid vermindert pandemierisico’s.

Virussen houden zich niet aan grenzen.
Financiering voor de ebola-respons
heeft geholpen wereldwijde uitbraken te voorkomen,
waardoor het risico op dodelijke ziekten
die zich naar Nederland verspreiden, is verminderd.
Op dezelfde manier is door te investeren in vaccinaties
tegen nieuwe stammen van Covid over de hele wereld,
is de eigen pandemieparaatheid versterkt
en de volksgezondheid in eigen land beschermd.

3. Sterkere relaties tussen landen verminderen conflicten.

Steun aan en hulp bij het trainen van politie en overheidsfunctionarissen,
versterkte de diplomatieke banden op de lange termijn
en voorkwam een terugkeer naar instabiliteit
die zich mogelijk over het hele continent had verspreid.
Dit heeft ook geholpen Nederland te positioneren
als een vertrouwde diplomatieke partner,
wat heeft geleid tot handelsovereenkomsten
en politieke allianties die de wereldwijde belangen
van Nederland ten goede komen.

4. Ondersteuning van stabiliteit vermindert gedwongen migratie.

Het wordt nu erkend dat het bouwen van ankers, en niet muren,
de beste strategie is om migratie in te dammen.
Het ontwikkelingshulpprogramma
heeft economische en sociale steun geboden
in landen als Syrië, Libanon en Afghanistan,
waardoor gedwongen ontheemding werd verminderd
en de druk op de Nederlandse grensbeveiliging werd verlaagd.
Door regio’s te stabiliseren die door conflicten zijn getroffen,
is ook Nederland in staat geweest
illegale migratie en de bijbehorende kosten
van grenshandhaving, asielverwerking en noodhuisvesting
te verminderen.

5. Het bevorderen van duurzaamheid
vermindert de schaarste aan hulpbronnen
als gevolg van klimaatverandering.

Ondersteuning van duurzame landbouw- en schone energieprojecten
in Afrika en Azië, waardoor de concurrentie
om afnemende hulpbronnen wordt verminderd
en klimaatgerelateerde conflicten worden voorkomen
die hebben bijgedragen aan het turbulenter maken van de wereld.
Dit heeft niet alleen de wereldwijde stabiliteit verbeterd,
maar ook kansen gecreëerd voor Nederlandse bedrijven
in de sectoren groene energie en duurzame ontwikkeling.

6. Veerkracht opbouwen vermindert internationale criminaliteit en instabiliteit.

Financiering is bijvoorbeeld instrumenteel geweest
bij het stabiliseren van landen,
door hun bestuur te verbeteren,
wetshandhaving op te leiden en criminaliteit en piraterij te verminderen
die niet alleen de internationale scheepvaart
maar ook het toerisme bedreigen.
Als gevolg hiervan hebben Nederlandse rederijen en toeristen
die in de regio reizen minder veiligheidsrisico’s ondervonden,
wat het vertrouwen in door het Nederland
geleide handel en reizen heeft vergroot.

7. Hongersnood en ondervoeding voorkomen vermindert politieke instabiliteit.

Financiering van projecten heeft geholpen
voedselcrises in Oost-Afrika te voorkomen,
waardoor de kans op massale migratie
en conflicten over hulpbronnen is verminderd.
Zonder die investering zou ook Nederland
waarschijnlijk veel meer hebben uitgegeven
aan humanitaire noodhulp en crisismanagement,
wat de kosteneffectiviteit van preventieve hulp aantoont.

8. Sterkere economieën in het buitenland opbouwen creëert kansen.

Handelsgerichte hulp heeft Afrikaanse landen geholpen
stabiele economieën te ontwikkelen,
waardoor handelsmogelijkheden voor Nederland zijn gecreëerd
en de afhankelijkheid van fragiele staten is verminderd.
Sterkere economieën in partnerlanden
betekenen een grotere vraag naar Nederlandse export,
wat ook ten goede komt aan Nederlandse bedrijven en werkgelegenheid.

9. Humanitaire hulp versterkt de wereldwijde invloed van een land.

Het ondersteunen van humanitaire hulp
is belangrijk om de positie van Nederland
als wereldwijde humanitaire leider te versterken
en heeft geleid tot een soft power-voordeel op het wereldtoneel.
Deze goodwill heeft geleid tot sterkere diplomatieke relaties
met belangrijke bondgenoten,
wat de Nederlandse belangen op het gebied
van handel, veiligheid en regionale stabiliteit ondersteunt.

10. Rampenbestrijding bouwt goodwill en strategische partnerschappen op.

Na de aardbeving in Haïti in 2010 heeft Nederland noodhulp verstrekt,
wat de banden met Caribische landen heeft versterkt
en het wereldwijde leiderschap van Nederland
op het gebied van crisisbestrijding heeft laten zien.
Deze inspanningen hebben de rol van Nederland
als betrouwbare partner in tijden van crisis versterkt,
wat heeft geleid tot nauwere
economische en diplomatieke relaties
met landen in het Caribisch gebied.

Kortom:
Als het Westen de hulpfinanciering opzegt,
ontstaat er een zeer significant vacuüm
waarin andere landen zullen stappen.
Rusland heeft bijvoorbeeld al Wagner-huurlingen gestuurd
om te patrouilleren
in de Centraal-Afrikaanse Republiek en Mali.
Dit is niet alleen slecht voor de burgers van die gebieden,
maar ook vanuit het perspectief
van de nationale veiligheid van Nederland.
Het zou buitengewoon zorgwekkend zijn
als Rusland in staat zou zijn
om een brede basis van invloed
en soft power op te bouwen in het mondiale Zuiden.

Met een steeds kwetsbaardere wereld
is dit het instrument dat op dit moment het meest nuttig is
voor de nationale veiligheid internationale hulp.
De toename van conflicten, migratie,
terrorisme en andere vooroorlogse omstandigheden
is direct te wijten aan de impact van armoede
– die nu 44 procent van de wereldbevolking treft, concentratie van rijkdom –
die de kans op financiële crises vergroot, verzwakte handelsroutes
– bijvoorbeeld vanwege de oorlog in Oekraïne en het Midden-Oosten,
en nieuwe handelspolitiek in de VS, en klimaatverandering –
die al die spanningen verergert.
Als Nederland in deze turbulente tijden
een effectieve verdedigingsstrategie wil,
moeten we heroverwegen om onze internationale hulpverplichtingen te verdubbelen,
en ze niet op te geven.

De Veertigdagentijd.
Als christen staat deze periode in het teken
van bezinning op je eigen christenzijn.
Ze staat in het teken van mededogen,
liefde en barmhartigheid delen
en bereid zijn om samen te werken
om het leven van mensen te veranderen.
Hulp aan een medemens is,
die ook geschapen is naar Gods beeld.
Wederkerigheid in ontwikkelingshulp
vindt zijn basis in de ontvankelijkheid
die wij leren van de liefde.
Concreet betekent dit dat wij, gevers,
allereerst zelf leren,
namelijk leren te ontvangen in het geven.
Alleen dan is er werkelijk sprake van wederkerigheid.
Een les in deze Veertigdagentijd.

 

Ergens in een kloostertuin in het Atlasgebergte in Algerije
liggen zeven eenvoudige grafstenen naast elkaar.
Ze horen bij evenzovele vermoorde monniken.
Onder hen de abt: frère Christian de Chergé.
Het verhaal achter deze grafstenen wordt gevangen
in de film ‘Des hommes et des dieux’ uit 2010.
Frère Christian en zijn zes medebroeders
bewonen een klooster in Algerije.
Christian was aanvankelijk Frans officier.
Hij werd vrienden met de Algerijnse politieagent Mohammed.
Mohammed was moslim, Christian christen.
Het stond hun vriendschap niet in de weg.
Maar anderen rond Mohammed hadden hier grote moeite mee.
Christian was voor hen een vijand: Fransman, militair en christen.
Op een dag werd Christian ingesloten door moslimfundamentalisten.
Hij vreesde voor zijn leven.
Maar Mohammed sprong er tussen en redde zo Christians leven.

Een paar dagen later werd Mohammed gevonden
bij de put achter z’n huis: gewurgd.
Zijn vriendschap met Christian en zijn reddingdaad kostten hem zijn leven.
Dit bepaalde Christians verdere leven:
iemand had létterlijk zijn leven voor hem overgehad.
Dat deed hem zoveel dat hij besloot in te treden in het klooster,
om zich te wijden aan God en de mensen.
In zijn denken en geloven werd een bepaald begrip belangrijk:
het martelaarschap van de liefde.
Dat had hij van zijn vriend Mohammed geleerd:
de liefde is bereid om te lijden omwille van de ander.
Zelfs voor de vijand.

Toen een tijd later een stel moslimfundamentalisten
de omgeving onveilig maakte, kwamen ze ook bij het klooster.
Hun leider eiste drie dingen:
de dokter van het klooster, medicijnen en geld.
Christian weigerde.
Hij schreef later:
‘Niet alleen omdat ik mijn broeders hoeder ben,
maar ook omdat ik deze broer moest hoeden,
die voor me stond,
die het nodig had om iets te ontdekken in hemzelf,
dat anders was dan wie hij geworden was (…)
ik wil niet sterven met haat, ik geloof in God, die onze Vader is.
Ik geloof in genade, voor jou en mij.’
Zo wilde Christian getuige zijn.

Maar de spanningen lopen op.
Het wordt steeds gevaarlijker en angstiger.
Op een dag zijn de kloosterlingen bijeen in de kapel om te bidden.
Ineens horen ze het geluid van een naderende gevechtshelikopter.
De helikopter richt z’n boordmitrailleur op de kapel.
Christian begint te zingen,
de broeders slaan de armen om elkaars schouder.
En tegen die herrie boven hen, tegen het dreigend geweld in, zingen ze.

Ik vind het een prachtig beeld voor ons als kerk, als gelovige.
Om tegen alles in, tegen de dreiging, de terreur, de haat,
de onverschilligheid, de lauwheid, de crisis,
de oorlog, de verdeeldheid.
Om tegen dat alles te zingen.
En moed te houden. Te blijven hopen.
Vanwege Hem, die is en die was.
Die gekomen is en komen zal.

 

Het verhaal van Jezus’ lijden en uiteindelijke dood aan het kruis,
is geen punt.
Het is een komma.
Want het verhaal gaat door.
Zo zou je het verhaal van Pasen kunnen samenvatten.
Het woord zelf, betekent zoveel als doortocht, voorbijgaan.
Geen punt, maar een komma.
Het leven gaat door.
Het leven van Jezus gaat door.
Het contact is niet verbroken,
ook al is het lijntje dat wij daarmee onderhouden
misschien wel dun geworden,
of ben je het soms even kwijtgeraakt,
dat kan.
Maar Pasen vieren, is toch steeds ook weer
van ons uit bezien, de draad oppakken.
Weer gaan staan in het licht van dat verhaal,
het verhaal van Jezus,
waarin jij zelf ook betrokken bent, hoe dan ook.

Het verhaal van bevrijding gaat door.
Zo vieren wij Pasen,
het oude verhaal, dat telkens actueel is.
Omdat het gaat over lijden en dood,
en dat is van alle tijden.
Omdat het gaat over het offer van de liefde, die alles overwint.
De liefde die van elke punt, een komma kan maken.
Het verhaal gaat door.
Het leven van Jezus is niet voorbij.
Hij leeft verder, in ons verhaal,
in daden van bevrijding.
Hij zelf trekt ons in het licht en neemt ons mee op die weg.

Pasen daagt ons uit, ten slotte,
om na te gaan,
waar in ons eigen leven,
punten in komma’s kunnen worden veranderd.
De kracht van Pasen is toch,
om onwrikbare situaties open te breken,
om ons uit onze stellingen te halen,
waarin we onszelf hebben teruggetrokken,
in eigen gelijk of in verongelijktheid.
Het kan altijd anders.
Midden in het leven van alledag,
terwijl je je misschien wel eens afvraagt
of het nou wel zoveel verschil maakt
dat Jezus uit de dood is opgestaan.
Natuurlijk maakt dat verschil!
Want omdat Hij leeft,
sta je er niet alleen voor.
Hij leeft,
Hij is erbij.
En Hij spreekt. Woorden van leven.
Maar dan moet je wel zelf ook op staan,
in beweging komen,
meegaan in de beweging van bevrijding en van leven,
die Jezus zelf heeft ingezet.
Wat wij moeten doen is onze oren spitsen.
Luisteren naar Zijn stem.
En het dan ook wágen met Hem.
Dan zál Hij je ook zegenen,
vast en zeker.

O vlam van Pasen, steek ons aan,
de Heer is waarlijk opgestaan!

 

Hoewel gemiddeld gezien de betrokkenheid van jongeren
bij de traditionele politiek laag is,
zijn hun politieke voorkeuren verschoven.
In de afgelopen twee decennia is deze lichtjes
naar het centrum-links opgeschoven,
terwijl oudere generaties
meer naar het centrum-rechts neigen.
Tegenwoordig is leeftijd
een sterkere voorspeller van stemgedrag
dan sociale klasse,
wat een dramatische verschuiving is
ten opzichte van voorgaande decennia.
Hoewel jongeren over het algemeen liberaler zijn
zijn ze ook radicaler in hun ontevredenheid,
en daar schuilt het echte gevaar.

Wanneer jongeren zich niet gehoord voelen,
trekken ze zich niet alleen terug,
ze gaan ook op zoek naar alternatieven.
Hun frustratie heeft hen vatbaar gemaakt
voor radicale ideeën en ‘sterke verhalen’
(lees ook: [online] desinformatie).
We worden dan geconfronteerd met specifieke bedreigingen
die ons democratisch systeem kunnen ondermijnen
en verzwakken
en die ook in directe tegenspraak zijn
met fundamentele christelijke principes.
Omdat we toegewijd zijn aan kernwaarden,
staan we samen tegenover deze bedreigingen.
Jezus noemde vredestichters ‘gezegend’
en verklaarde hen ‘kinderen van God’ (Mattheüs 5,9).
In plaats van conflicten te zaaien en wantrouwen te zaaien,
worden christenen opgeroepen ‘in vrede met iedereen te leven’ (Romeinen 12,18).
In deze geest wordt christenen gevraagd
om samen te werken met individuen en instellingen
– religieus of seculier –
om te werken aan het algemeen belang
en aan de realisatie van een rechtvaardigere wereld in vrede.
Omdat elk mens van gelijke waarde en waarde is voor God,
moeten we elke poging om gelijke deelname
aan onze democratie te beperken, te onderdrukken,
te intimideren of te ondermijnen verwerpen.
Transparante en eerlijke verkiezingen zijn hiervoor noodzakelijk.

Terwijl eerdere generaties mensen zich richtten
op activisme van onderop,
protesten en maatschappelijke betrokkenheid,
is de kans groter dat de huidige jongere
wordt beïnvloed door leiders
die ze online kunnen volgen
die duidelijke, zelfverzekerde
en vaak extreme kritiek op het systeem leveren.

Het resultaat?
Ondanks sterke voorbeelden van positief activisme
die democratische middelen hebben gebruikt
om een positief verschil te maken,
is er een groeiend aantal jongeren dat democratie
als zwak en ineffectief ziet,
en dictatuur als sterk en beslissend.

Maar er is hoop.
Door jongeren direct te betrekken,
is er een kans om de lijn te veranderen.
Dat kun je doen door een stem te geven
aan leeftijdsgenoten
die laten zien wat het betekent als je democratie opgeeft.
Eén van de krachtigste stemmen is Sophia,
een onlangs 18-jarige Oekraïense vluchtelinge,
die sprak over haar ervaringen tijdens de oorlog.
Ze vertelde haar verhaal over hoe ze gescheiden werd
van haar vader die in Oekraïne vocht voor democratie.
Ze vertelde hoe Oekraïners vechten
– niet alleen met wapens, maar met hun leven –
voor de democratie die jongeren zo graag willen opgeven.
Haar boodschap was simpel: ‘Je weet niet hoe gelukkig je bent.’
Ze daagde hen uit om democratie
niet te zien als een kapot systeem,
maar als een systeem dat hun deelname vereist om te werken.
Wanneer jongeren echte verhalen horen,
van echte mensen,
beginnen ze de gevolgen te zien van de keuzes waarmee ze flirten.

Dus wat kan er gedaan worden? Hier zijn drie cruciale stappen.

Maak politiek relevant
Jongeren geven wel degelijk om kwesties als klimaatverandering,
geestelijke gezondheid en sociale rechtvaardigheid.
Maar ze worden afgeschrikt door bureaucratie,
moddergooien en slepende tijdschema’s.
Door tijd te nemen om ze de processen uit te leggen,
ze te betrekken bij de campagnes
en de toegankelijkheid tot politiek te verbeteren
en het verschil te benadrukken dat ze kunnen maken,
kunnen we ontdekken
dat deze groep de grootste troef van de democratie kan worden.

Herstel het vertrouwen in leiderschap
Schandalen en oneerlijkheid hebben jongeren cynisch gemaakt.
We hebben leiders nodig die transparant,
verantwoordelijk en bereid zijn om te luisteren.
We hebben partijen nodig die doen
wat ze in hun partijprogramma beloven.
We hebben parlementariërs nodig die toegewijd zijn
om tijd door te brengen met de jongeren
die ze geacht worden te vertegenwoordigen,
zodat vertrouwensrelaties weer mogelijk worden geacht.

Geef jongeren macht
Er zijn initiatieven, zoals interactieve live-bijeenkomsten
die één simpele waarheid bewijzen:
als jongeren zich gehoord voelen, doen ze mee.
Als ze geïnspireerd worden, doen ze mee.
Als ze de macht krijgen om deel te nemen
aan het politieke proces, doen ze mee.
Misschien als we meer ruimte creëren
waar ze kunnen spreken, leiden en handelen,
zullen ze naar voren stappen om de toekomst vorm te geven.

Nee, de geschiedenis laat zien dat democratie nooit gegarandeerd is:
elke generatie moet ervoor vechten en het moet beschermd worden.
Het vereist ook voortdurende inspanning
om ervoor te zorgen
dat het alle gemeenschappen dient
zonder zondebokken, vervolging of marginalisering.
En de geschiedenis waarschuwt ons
dat de meeste dictators zonder democratie snel tirannen worden.
Het democratische leven vereist pluralisme.
Elke regel en elk beleid
dat welke groep mensen, inclusief christenen,
boven anderen verheft door hen speciale rechten en privileges te verlenen
moet worden verworpen
Omdat vrede en stabiliteit kenmerken zijn van een gezonde democratie,
moet de toenemende vloedgolf van gewelddadige taal en gedragingen,
waaronder gewelddadige bedreigingen en acties
tegen overheidsdienaren en medeburgers worden tegengegaan.

De uitdaging waar we voor staan is urgent,
maar we moeten mensen helpen
de macht te herkennen die ze hebben
om hun wereld vorm te geven,
voordat ze die overgeven aan leiders
die die macht van ons allemaal zouden afpakken.

Dit is om maar Bijbelse taal te gebruiken,
een kairos-tijd
– een beslissend moment in de tijd,
waardoor gebeurtenissen voor komende decennia,
ja, zelfs voor generaties die nog komen,
kunnen veranderen.
We moeten opkomen voor de toekomst van de democratie.
We moeten cynisme, apathie en angst weerstaan;
ons terugtrekken brengt alleen het risico met zich mee
dat de macht in handen komt
van degenen die er misbruik van zouden maken.
We kunnen de democratie niet transformeren
tenzij we haar redden.
Als christenen zijn we mensen van hoop.
De opstanding van Jezus Christus getuigt krachtig
dat het leven de dood overwint
en dat wat komen gaat veel beter is dan wat er is;

Ook al val je ’s avonds huilend in slaap, ’s ochtends sta je juichend weer op.’(Psalm 30,6)
Met vertrouwen op Gods blijvende zorg
moeten we alle christenen en mensen van goede wil oproepen
om samen te werken de democratische geest
te doen herleven en de democratie te verbeteren.

Pontius Pilatus wast zijn handen in onschuld, olie op hout, 107 x 122 cm,
Vlaamse School, eerste helft 16de eeuw (naar Vilmos Tátrai)

 

Hoe reageer je op figuren als Trump?

In aanloop naar Pasen en terwijl ik mijzelf ook voorbereid op preek voor Pasen,
vallen mij enkele lijnen op vanuit het passie evangelie naar de huidige tijd.
Het begon met de schandelijke vleierijen van president Macron en premier Starmer
om president Donald Trump in de Oval Office in het Witte Huis te pleasen.

Het begon te lijken op de dertig zilverlingen.
Werd Oekraïne hier verraden voor de snuisterijen en snuisterijen,
alleen maar om in de gunst te blijven bij de machtigste man ter wereld?

Nu we net met de eerste volle week van de Veertigdagentijd bezig zijn,
krijgen deze gedachten een fellere focus
nu de personages uit de Passietijd van Pasen
hun plaats lijken in te nemen in onze wereldpolitiek.

Lijkt de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance
een beetje op de hogepriester van de tempel van Jeruzalem, Kajafas,
als hij retorisch eist:
‘Het is beter voor u dat één man sterft voor het volk
dan dat de hele natie ten onder gaat’?
Is de prijs van het ten val brengen van Zelensky
en het sussen van de Russische Vladimir Poetin
het niet waard voor vrede in Oekraïne?

Het zou gebruikelijk kunnen zijn
in een column als deze
om kenmerken van de cast
van de Passie van Christus
toe te schrijven aan de leiders van de huidige grootmachten.
Maar dat is te gemakkelijk en werkt niet echt.
Macron en Starmer zijn geen Judas.
Hun hoffelijke vleierij van Trump
ging vooraf aan de poging tot vernedering
van Zelensky in Washington,
waar op 28 februari met de mores van vastgoedmaffiosi
en een dosis emotioneel incontinentie Trump en Vance
president Volodymyr Zelensky het Witte Huis uit brulden.

Nee, Macron en Starmer
zijn geen verraders van Zelensky, integendeel.
En hoe dan ook, door hun in die rol te casten,
riskeer je de heiligschennis van het vergoddelijken van Zelensky,
die absoluut niet de Messias is.
Je hoeft inderdaad geen toegewijde Trump-fan te zijn
om op te merken dat zijn optreden voor Trump en Vance niet messiaans was,
maar eerder dat van een heel ondeugende jongen.

Maar zulke vergelijkingen gaan ons niet ver brengen.
Misschien is het beter om ze andersom te draaien.
Van grotere waarde is misschien om de machtsspelletjes
die we zojuist op ons wereldtoneel hebben gezien
beter te gebruiken om het spel te begrijpen
dat we binnenkort in Jeruzalem
van een paar millennia geleden zullen herdenken.

Door dat te doen, kunnen we misschien
zelfs een kijkje nemen in een aantal inzichten
die elke zaak ontkrachten dat de historische gebeurtenissen
van de Passietijd vandaag de dag niet relevant zijn.
En dit gaat niet alleen over politiek,
het gaat over ons menselijk vermogen tot machtsmisbruik.

Neem die scène in het Oval Office toen Zelensky werd gepest
door de twee machtigste figuren
(met uitzondering van Elon Musk)
in het nieuwe Amerikaanse regime.
Het is een klassiek wapen in elke huiselijke geweldsrelatie
om het slachtoffer de schuld te geven.
Zo waren Trump/Vance er als de kippen bij
Zelensky de schuld te geven voor zijn onderdrukking door Rusland.

En zo was het ook toen de Nazarener voor Pontius Pilatus stond,
de woordvoerder van de machtigste man op aarde van zijn tijd,
de keizer van Rome, Tiberius.
De overeenkomsten tussen de twee situaties zijn opvallend.
En niet alleen omdat je er redelijkerwijs aan kunt twijfelen
dat Jezus van Nazareth die dag ook een pak droeg.

De laatste, een mishandelde ambachtsman en rabbi
uit de provincieheuvels
en een man ‘zonder zonde’,
is een klassiek onderwerp van slachtofferbeschuldiging.
Net als Trump wilde Pilatus gewoon een deal sluiten
om de vrede te bewaren.
Net als Trump vertelde hij Jezus dat Hij niet genoeg waardering had
voor wat hij voor Hem probeerde te doen.
Net als Trump vertelde Hij hem dat hij absolute macht had over zijn lot.
En net als Trump is hij er zeker van dat waarheid alles is
wat hij wenst dat het is op het moment dat hij minachtend vraagt:
‘Wat is waarheid?’

De intrigerende vraag is hoe dit ons vertelt te reageren
op de Trumps en Pilatus van deze wereld.
In de directe omstandigheden van verhoor
in zowel het Oval Office als het praetorium,
lijkt het antwoord deels stilte te zijn.
Christus kiest het;
Zelensky krijgt het opgedrongen
door de dwingende controle van zijn gesprekspartners.

Nogmaals, ik doe geen aanspraak op een Christus-achtige Zelensky.
Maar stilte als menselijk antwoord
vindt steevast zijn oorsprong in nederigheid.
In de meest wereldse zin is dat nu heel duidelijk
in de verzoenende woorden van de Oekraïense president
richting zijn pestkop,
die zijn leiderschap ‘sterk’ noemt,
spijt heeft van hoe de vergadering is verlopen
en bereidheid uitdrukt om terug te keren
naar de onderhandelingstafel.

Nederigheid is geen zwakte.
Het brengt de kracht van vrede
en maakt de triomf van liefde mogelijk.
Dat is de les van tweeduizend jaar geleden.
En de les is ook dat er niets goeds kan voortkomen
uit een totaal gebrek daaraan,
net als voor Trump en Pilatus.

 

De Brits-Amerikaanse filosoof Larry Siedentop (1936-2024)
stelde dat de oorsprong van het liberalisme
ligt in het christelijk denken.
Het liberalisme is als ware
het buitenechtelijke kind van het christendom.
Een kind overigens, dat niet bewust verwerkt is.
Dat nooit een ‘project’ van de kerk geweest is.
Maar desalniettemin onlosmakelijk en logisch
verbonden met eeuwen denkwerk in de christelijke traditie.

Veel van het denken van Siedentop over individualisme
voert terug naar de apostel Paulus,
zonder meer een sleutelfiguur in de vroege kerk.
En hij heeft nog steeds, anno vandaag,
diepgaande invloed op het christendom heeft.
Zijn denken heeft de idee van de christelijke gemeenschap gevormd:
Als een verzameling van gelijkgestemde zielen, verenigd in het geloof in Christus.

Paulus postuleerde,
door zijn ervaringen met al die verschillende groepen mensen en culturen,
dat alle mensen – gelovigen en ongelovigen – gelijk zijn.
Hij maakte bovendien serieus werk van innerlijke, individuele reflectie.

In zijn Galatenbrief stelt Paulus dat de christelijke gelovigen vrij zijn.
Vrij zijn in hun geloof in God.
De opvatting van Paulus over Christus
maakte korte metten
met de veronderstelling waarop het antieke denken
tot dan toe had gesteund,
namelijk de veronderstelling van natuurlijke ongelijkheid.
In plaats daarvan zet Paulus in op menselijke gelijkheid.

Sterker nog: volgens Siedentop
zien we in de geschriften van Paulus het ontstaan
van een nieuw gevoel van rechtvaardigheid,
gebaseerd op de veronderstelling van gelijkheid.
Dit denken over ethiek en moraliteit
en – vooral – morele gelijkheid,
waarbij elk individu intrinsieke waarde heeft,
is gegrond in diezelfde christelijke ethiek.

Nu ontstaat in de huidige samenleving
er wereldwijd een snel groeiende hoeveelheid (jonge) mensen
die een diep wantrouwen in de overheid hebben,
omdat ze geloven dat die niet naar hen luisteren
en er ook niet om geven.
En dan besef je dat de democratie
in de problemen zit, en niet alleen op het wereldtoneel.
Want ook bij ons in Nederland
is een zeer verontrustende trend aan het ontstaan
dat steeds meer mensen denken
dat het land beter af zou zijn onder een dictator,
of in ieder geval een ‘sterke man’
die gewoon met een pennenstreek
knopen kan doorhakken.
(zie hiervoor de euforie bij zijn aanhangers
tijdens het ondertekenen
door Trump van zijn decreten)

Uit een recente peiling blijkt dat 52 procent van de jongeren
gelooft dat het land moet worden bestuurd door een sterke leider
die zich niet hoeft te bekommeren
om het parlement of verkiezingen.
Nog alarmerender is
dat 33 procent denkt dat het land beter af zou zijn
als het leger de leiding had.
Als dat ons niet aan het denken zet,
bedenk dan dit:
bijna de helft (47 procent) van jongeren
gelooft dat onze maatschappij radicaal
moet worden veranderd door middel van een revolutie.

Deze cijfers zijn verbijsterend.
Voor degenen onder ons die zijn opgegroeid
met een sterke toewijding aan democratie,
is het onbegrijpelijk
dat de generatie die is opgegroeid
met de meeste vrijheid,
de meeste toegang tot informatie
en de grootste digitale connectiviteit,
zo bereidwillig zou zijn om
hun recht op stemmen, protesteren
en leiders ter verantwoording te roepen,
op te geven.
Maar voordat we ons haasten om ze te veroordelen,
moeten we de moeilijke vraag stellen:
waarom voelen zoveel mensen zich zo?

Wat als het niet zozeer zo is dat jongeren
zich tegen de democratie keren,
maar dat ze het gevoel hebben dat de democratie zich tegen hen keert?
Denk er eens over na:
Hun scholen brokkelen af.
Hun leraren staan onder druk.
Als ze geestelijke gezondheidszorg
of speciale zorg nodig hebben,
moeten ze lang wachten of hard vechten
en waarschijnlijk allebei.
Als ze naar de universiteit willen,
moeten ze een schuld aangaan
die langer duurt dan de tijd dat ze leven.
En als ze een huis willen kopen
moeten ze volgens de statistieken
waarschijnlijk wachten tot ze 33 jaar oud zijn
om zelfs maar te denken aan het kopen van een huis.

Je zou denken dat deze strijd
mensen ertoe zou dwingen
politiek actiever te worden.
Maar deze generatie is nog steeds
de minst politiek betrokken groep in het Nederland.
Hoewel het waar is dat velen
momenteel te jong zijn om te stemmen,
is er ook een groot deel
dat te weinig betrokken is
om de relevantie van formele politiek in te zien.
De opkomst van jongeren bij verkiezingen
is vaak abominabel laag bij verkiezingen.

Vergeleken met de opkomst van 70 procent of meer
voor 65-plussers,
en de boodschap is duidelijk:
jongeren stemmen niet en politici spreken hen niet aan.
Dat verergert het probleem alleen maar.
Ondanks allerlei beloften van de politiek om dit punt aan te pakken,
lijken ze geen haast te hebben om de hervorming door te voeren.

De zeventiende-eeuwse Franse wis- en natuurkundige,
christelijk filosoof en theoloog Blaise Pascal schreef eens:

alle problemen van de mensheid komen voort
uit het onvermogen van de mens om rustig
alleen in een kamer te zitten.

En nu, vierhonderd jaar later, hebben we bewijs van hoe moeilijk we dit vinden.

Onderzoekers voerden een experiment uit
waarbij ze meerdere mensen alleen in een kamer plaatsten
met niets anders te doen dan daar vijftien minuten te zitten.
De meerderheid gaf toe zich ongemakkelijk te gaan voelen
als men zich met niets anders dan zijn gedachten bezighoudt.
Het experiment werd herhaald,
alleen werd er dit keer een instrument in de kamer geplaatst
dat een onaangename elektrische schok kon toedienen.
In de periode van vijftien minuten
diende één op de vier vrouwen zíchzelf de schok toe
om de verveling te verlichten.
Twee op de drie mannen deden dat ook.

Er is een kans dat we de verkeerde conclusies trekken
uit sociale experimenten
omdat het moeilijk is om in de gedachten van anderen te kruipen,
maar we kunnen hier een goede gok wagen.
Onze levens zijn overprikkeld.
Alleen in een kamer zijn met onze gedachten
voor een langere tijd is vreemd.
We hóren niet zo te leven menen we.
Onze smartphones zijn de ‘stok en staf die ons vertroosten’.
Elk vrij moment moet worden besteed aan TikTok, Instagram of Spotify.

Naarmate mensen ouder worden,
denken ze vaak dat de wereld zijn aandachtsspanne verliest,
zonder te beseffen dat de focus afneemt
naarmate we ouder worden.
Maar er lijkt iets te zijn veranderd in de afgelopen twee decennia.
Er is een geheel nieuwe digitale architectuur ontworpen
die er niet was.
Het creëert de buzz van de stad,
en is om ons heen verrezen als wolkenkrabbers,
waardoor koude schaduwen en bittere windtunnels
van woede en afleiding ontstaan die de warmte blokkeren.

Deze nieuwe online stad is opzettelijk ontworpen
om onze aandacht vast te houden;
om te voorkomen dat we offline iets gaan doen.
En het werkt.
Tussen 2010 en 2020 hebben we wereldwijd
twintig keer meer informatie verbruikt.
Dit is een kolossale toename voor onze hersenen
om in een oogwenk te verwerken.
Onze geest is minder geworden als het coole,
witte minimalistische interieurontwerp
waar mensen naar streven in het leven
en meer als het rommelhok
waar kapotte en nutteloze spullen
worden gedumpt.

Sommige wetenschappers stellen
dat we onszelf de schuld van deze situatie geven.
Als we anderen vertellen dat onze smartphone ons afleidt,
is het antwoord dat we krijgen dat we hem moeten uitzetten.
Hoewel we dit soort stappen kunnen ondernemen,
worden we er echter meer en meer afhankelijk
van gemaakt door techbedrijven .
Natuurlijk is er net als bij shopaholics
sprake van individuele verantwoordelijkheid,
maar er is ook het bouwwerk van consumentenkapitalisme
dat is ontworpen om ons meer spullen te laten kopen
of – in het geval van het internet –
meer informatie te laten absorberen.

Als we bedenken wat het betekent
om Jezus vandaag de dag te volgen,
beseffen we vaak niet wat technologie met ons doet.
De voordelen zijn duidelijk
– de wereld binnen handbereik hebben,
in een oogwenk met familie en vrienden kunnen praten –
maar de nadelen blijven onduidelijk.
Hoe beïnvloedt digitale afleiding
het lezen van de Bijbel
en een toewijding aan gebed?
Er is weinig onderzoek naar gedaan,
maar we geven God misschien
minder toegewijde aandacht dan voorheen.
Als we van de ene bron naar de andere fladderen,
als een vlieg op een warme zomerdag,
blijven we niet lang genoeg
op één plek om te ontdekken
of God daar op ons wacht.

Aanwijzingen van God komen vaak
van buiten het kerkelijk denken.
Nu heeft een groep tech-tovenaars uit Silicon Valley
het idee van een digitale sabbatical bedacht,
waarbij mensen één dag per week offline doorbrengen.
Hoewel ze zichzelf beschrijven
als niet bepaald religieus,
verdrinkt hun manifest
zo’n beetje in religieuze traditie.
Ze adviseren mensen om:

  • Technologie te vermijden
  • Contact te houden met geliefden
    Uw gezondheid te koesteren
  • Naar buiten te gaan
  • Commercie te vermijden
  • Kaarsen aan te steken
  • Wijn te drinken
  • Brood te eten
  • Stilte te vinden
  • Iets terug te geven

Het is een sabbatical die opnieuw is uitgevonden
voor het digitale tijdperk.

Er wordt een aantal praktische acties opgesomd
die kunnen worden ondernomen,
zoals gefocust blijven op de taak
en blootstelling aan sociale media te beperken,
omdat is aangetoond dat dit in grote hoeveelheden
slecht is voor de geestelijke gezondheid.
We moeten onze gedachten ook kunnen laten afdwalen.
Dit spreekt het argument
over het niet verliezen van de focus niet tegen.
Het afdwalen van de gedachten is, paradoxaal genoeg,
een vorm van aandacht.
Het is de ruimte waarin we de puzzels
van ons leven oplossen,
punten met elkaar verbinden
die we hadden gemist,
een plaatje inkleuren
om het tot leven te brengen.

Wanneer de profeet Elia God ontmoet op de berg Horeb,
is er eerst een sterke wind,
daarna een krachtige aardbeving
en ten slotte een laaiend vuur.
Maar God openbaart zichzelf
niet in deze aangrijpende verschijnselen.
Hij is te vinden in de pure stilte die volgt;
in het gefluister van een stem.

De pure stilte van vandaag wordt verbroken
door het vertrouwde gezoem van een nieuwsfeed
of een update op sociale media
– of de schok van een elektrische stroom.
Het is nu het moment dat we
binnen gehoorsafstand
van de zwakke audio
van het Goddelijke komen.

Kerkvader Augustinus wist het al:

onrustig blijft ons hart totdat het rust vindt in U’

Na jaren van gepolariseerde politiek,
nepotisme van eerdere heersers
en betwiste machtsclaims,
gelooft een onvoorspelbare en egoïstische leider
dat God hem heeft gered om de natie weer groot te maken.
Hij wordt geprezen als de machtigste leider ter wereld
en verrast iedereen onmiddellijk door een reeks
ontwrichtende nieuwe maatregelen uit te vaardigen
om de manier waarop de maatschappij functioneert
radicaal te veranderen
en kondigt aan dat hij antichristelijke vooroordelen
in de maatschappij gaat aanpakken.

Komt dit je bekend voor?

Nee, het is niet Donald Trump.
Het is de vierde-eeuwse heerser van het Romeinse Rijk
genaamd Constantijn de Grote.
En de parallellen zijn opvallend.

Constantijn, de zoon van een Romeinse generaal
en een Balkan-barvrouw,
was de eerste christelijke Romeinse keizer.
Voor die tijd waren alle keizers heidenen
die de Griekse en Romeinse goden aanbaden.
Begin 300 na Christus luidde keizer Diocletianus
een periode van intense vervolging van christenen in,
gericht op het onderdrukken van hun subversieve invloed.
Nadat het was gaan liggen en na jaren
van politieke strijd binnen het rijk,
marcheerde Constantijn naar de hoofdstad
en versloeg zijn vijand Maxentius
in de slag bij de Milvische brug buiten Rome.
Vlak voor de slag had Constantijn
een droom waarin hij een teken zag
van iets dat leek op een kruis in de lucht,
met de spreuk ‘in dit teken zult gij overwinnen’.
Vanaf dat moment geloofde hij
dat God hem had uitgekozen voor dit directe doel:
vrede brengen in het rijk door zijn vijanden,
intern en extern,
en het te veroveren onder de vlag van het christendom.

Na zijn troonsbestijging
introduceerde Constantijn, net als Trump,
nieuwe economische beleidsmaatregelen
om de woekerende inflatie terug te draaien,
hij herstructureerde de overheid
en versterkte hij de militaire capaciteit
om de vijanden van het rijk af te schrikken.
Hij begon ook privileges te geven
aan de tot nu toe vervolgde christenen.
Het heidendom, de ‘officiële’ religie van het rijk,
werd steeds meer naar de tweede plaats verwezen.
Kerken kregen land om nieuwe gebouwen op te bouwen
en bijeenkomsten van christelijke leiders werden alledaags,
waarvan hij er een aantal voorzat,
zoals het Concilie van Nicea 
dat plaatsvond in 325 na Christus,
1700 jaar geleden dit jaar.
(Zie hiervoor ook:
https://slothouber.wordpress.com/2025/01/04/ik-geloof/)
Christelijke geestelijken werden vrijgesteld
van openbare taken om zich zo
aan hun gebeden te kunnen wijden.
Kruisiging werd afgeschaft als vorm van executie.
Zondag werd een wekelijkse vrije dag,
heidense praktijken in het openbaar werden verboden.

Historici hebben jarenlang gedebatteerd
over Constantijns motivatie.
Was hij een oprechte christen,
die het geloof wilde bevorderen
door de kerk een goede kans te geven
om het rijk te bekeren?
Was hij een zegen voor de kerk
door haar te bevrijden van de last van vervolging?
Zeker, in die tijd waren veel christenen opgetogen
en genoten ze van hun nieuwe privileges
en toegang tot het keizerlijk hof
net als de predikanten
die werden uitgenodigd in het Witte Huis.
Eusebius, de grote historicus van de vroege kerk,
schreef:
‘in elke stad publiceerde de zegevierende keizer
decreten vol menselijkheid
en wetten die het bewijs leverden
van vrijgevigheid en ware vroomheid.
Alle tirannie was weggezuiverd.’
Het zou de stem van een van de predikanten
kunnen zijn die Trump adoreren.

Aan de andere kant was Constantijn opvliegend,
onvoorspelbaar en wraakzuchtig.
Hij liet zijn tweede vrouw, drie zwagers,
zijn oudste zoon en zijn schoonvader executeren.

Zijn ijdelheid strekte zich uit tot het hernoemen
naar zichzelf
van de oude stad Byzantium,
– die net de hoofdstad van het rijk was geworden –
als Constantinopel.
Gebruikte hij cynisch de groeiende culturele kracht
van het christendom om eenheid te brengen
in een verdeeld en fragmenterend rijk?
Sommige historici suggereren dat hij hiermee
de aard van het christendom fataal veranderde.
Constantijn was precies het soort militaire messias
dat de Joden uit de eerste eeuw hadden verwacht,
maar toch een totaal andere dan de gekruisigde rabbi uit Nazareth.

Welke van de twee is het? Het is moeilijk te zeggen.
Zeker, hij bevorderde het christelijk geloof
en gaf het nieuwe vrijheden.
Maar hoewel hij het Concilie van Nicea voorzat,
met het beroemde decreet
dat Christus dezelfde natuur had als God de Vader,
wordt Jezus in Constantijns religie nauwelijks genoemd.
Soms lijkt hij zichzelf te hebben gezien
als de Verlosser van de Kerk
in plaats van Christus,
met het keerpunt van de geschiedenis
niet in de eerste eeuw
met de overwinning op zonde en dood
door de opstanding van Jezus,
maar in de vierde eeuw
met zijn eigen overwinning op Maxentius.

Voor sommige historici was de christelijke kerk
oorspronkelijk een tegenculturele beweging,
die een radicaal nieuwe visie op het leven bood,
waarbij de armen boven de rijken,
de zwakken boven de machtigen werden bevoordeeld,
gecentreerd rond de gekruisigde Jezus.
Na Constantijn werd het christendom gecentreerd
rond een majestueuze heerser
van de hemelen en de aarde.
Christus de Pantocrator, de ‘albeheerser’
het beeld van Christus in glorie
dat in orthodoxe kerken
over de hele wereld te vinden is,
verving afbeeldingen van Christus aan het kruis.
Zij beweren dat dit niet het geval was
doordat Constantijn
naar het beeld van Christus werd gevormd,
maar dat Christus aangepast werd
aan het beeld van Constantijn.

De overeenkomsten van Constantijn met Donald Trump
zullen duidelijk zijn,
ook al zullen verschillende lezers
verschillen in hoe ze de mate van gelijkenis zien.
Ze waren beiden voorstander van het christendom,
ook al is hun eigen persoonlijke geloof
moeilijk vast te stellen.
Ze kunnen allebei meedogenloos en wraakzuchtig zijn
tegenover degenen die hen dwarszitten.
Ze zijn niet bang om het bestaande wetten en regels te verscheuren,
geldende waarden en normen te verlaten
en nieuwe beleidslijnen aan te nemen
die de gevestigde orde opschudden.

Dus, wat zou het verhaal van Constantijn
ons kunnen vertellen
als we de wederkomst van Donald Trump overwegen?

Veel christenen verheugden zich over Trumps herverkiezing.
Bij zijn inauguratie verklaarde Franklin Graham,
Amerikaans evangelist, een van de voormannen van religieus rechts
en fervent medestander van Trump,
net als Eusebius vele eeuwen eerder,
dat God de nieuwe president had ‘opgewekt’.
Trump zelf beweerde dat God hem had gered
door de moordaanslag van vorig jaar
om Amerika weer groot te maken.
Anderen zien het als een ramp,
en zien een heerser
met een dubieus karakter
die totaal niet op Jezus lijkt.

Constantijn was, per saldo, een gemengde zegen voor de kerk.
Zijn heerschappij stelde de kerk in staat om te floreren.
Het gaf het een positie binnen de maatschappij
die een netwerk van kerken, parochies en bisdommen
mogelijk maakte die hielpen
om zijn boodschap wijd en zijd te verspreiden.
Het was ongetwijfeld makkelijker
om christen te zijn en te worden onder Constantijn
dan onder zijn antichristelijke voorgangers.
Maar tegelijkertijd veranderde hij subtiel
de vorm van het christendom
en maakte de kerk het geloof van de machtigen,
ook al heeft het christendom altijd meer gefloreerd
onder de armen en die weten dat ze hulp nodig hebben.

De kerk onder Trump
is misschien blij met wetten en culturele bewegingen
die het makkelijker maken om hun geloof
te beoefenen en te promoten.
Maar het gevaar om de visie van de kerk
op leiderschap en heerschappij
te laten bepalen door Donald Trump
in plaats van Jezus Christus,
blijft bestaan.

In de jaren van de regering van Constantijn,
terwijl het optimaal gebruik maakte
van de kansen die een nieuw gekerstend rijk bood,
had de kerk ook figuren nodig als Ambrosius,
de vierde-eeuwse bisschop van Milaan
die bereid was keizer Theodosius
uit de kerk te weren
toen hij misdaden beging in naam van het rijk.
Er was ook het radicale christendom nodig
van de woestijnvaders en -moeders
die zich terugtrokken op afgelegen plekken
om te bidden
en een radicaal alternatieve levensstijl te leiden
dan het steeds gemakkelijke christendom
van het stadsleven.

Sommige christenen zijn misschien blij
met de kansen die een Trumpiaanse wereld
zou kunnen bieden.
Maar ze moeten voorzichtig zijn met wat ze wensen.
Volgelingen van de gekruisigde rabbi uit Nazareth
moeten oppassen dat ze hun wagen
niet aan één politieke leider aanhaken.
Er is tenslotte maar één Messias.

 

‘Ik kan mij niks bij God voorstellen’, zeggen mensen weleens tegen me.

‘Zo hoort het ook’, zeg ik dan.

Immers, de Bijbel verbiedt nu eenmaal het maken
van vastomlijnde voorstellingen over God.
Maar meestal vinden ze dat maar een vervelend antwoord.
Een dominee gelooft toch ergens in?
God moet toch iets zijn,
er moet toch een soort idee bij horen,
een idee waar je je tegen af kunt zetten.
Of omgekeerd, een idee dat je houvast geeft, en troost in onzekere tijden.
Want zo werken godsbeelden:
ze bieden zekerheid, ze geven richting
en je kunt er normen en waarden aan ontlenen.
En je kunt er zo lekker tegenaan schoppen.

In de loop van mijn leven ben ik al heel wat godsbeelden tegengekomen.
Ze werken als een soort ANWB bordjes:
ze geven de richting aan welke kant
je op moet denken, voelen, luisteren, leven.
In het begin was het vooral Jezus die het beeld van God bepaalde.
Dat is ook wat de kerk belijdt:
Als je wilt weten wie God is, dan moet je naar Jezus kijken.
Jezus, zoals je hem in de Bijbel tegenkomt,
houdt niet op mij te boeien en te inspireren.
Maar ook Jezus heeft zich losgemaakt
uit de verhalen van de Bijbel.
Jezus is het levende woord van God.
Wat levend is, beweegt en werkt en doet.
En dat past niet altijd in wat ik er van tevoren over dacht.

God is een werkwoord.
God kun je beter verstaan als een gebeuren,
als een dynamiek, als een kracht die op ons inwerkt.
Eigenlijk heeft de kerk dat altijd al gezegd.
We hebben er zelfs een naam voor: de Heilige Geest.
Dat is de werking van God, van Gods Woord, in het hier-en-nu van het leven.
Niet dat je daar nu precies je vinger op kunt leggen.
Er blijft iets verborgens, iets mysterieus.
Meestal kun je er terugkijkend pas iets van herkennen.

Wat doet die werking?
In de wijsheidstraditie van de kerk is het zo gezegd:
mensen zijn geschapen naar het beeld van God
en bestemd om op Hem te lijken.
Mens-zijn is: worden waar je op aangelegd bent.
Leven is: God binnengroeien.
Er ligt een trekkracht in onze ziel. Iets trekt aan ons.
Dwars door de gebeurtenissen van het leven is er iets
(en de kerk zegt: Iemand) aan het werk om ons te vormen,
als we het toelaten tenminste.

God is natuurlijk ook geen werkwoord.
Wie God is in zichzelf, blijft verborgen
voor ons kleine menselijke verstand en gevoel.
Al onze voorstellingen mogen meedoen onderweg,
we kunnen nu eenmaal moeilijk zonder.
Maar het is niet erg als je je niets bij God kunt voorstellen.

Gefeliciteerd, zal ik dan zeggen:
je bent op de goede weg.
We hoeven nergens in te geloven,
want God gelooft allang in ons.
En dat is genoeg voor het hele leven.

 

Vandaag is het Valentijnsdag:
hét grote westerse feest van de ‘romantiek’, de ‘liefde’ de ‘geliefden’.

Maar wiens dag is dit nu?

Valentijn, of Valentinus, was een martelaar uit de derde eeuw.
Sommige legendes beweren dat zijn geloof
op de proef werd gesteld door een plaatselijke rechter,
die zijn blinde dochter voor Valentijn bracht
en eiste dat hij haar zou genezen.
Dat deed hij.
De rechter en zijn hele huishouden
namen afstand van hun heidense afgoden en werden gedoopt.
Dit – in sommige ogen – schandalige incident, en verdere hinderlijke evangelisatie,
leidde ertoe dat keizer Claudius beval dat Valentijn werd geëxecuteerd.
Een andere legende beweert dat hij een Romeinse priester was
die keizerlijke bevelen trotseerde
en in het geheim met Romeinse soldaten trouwde
volgens een christelijke ritueel,
waardoor de soldaten aan verdere dienstplicht konden ontkomen.

Ik neem aan dat deze laatste legende ertoe heeft geleid
dat Valentijn werd aangenomen als beschermheilige
van hartvormige chocolaatjes – dat en het middeleeuwse idee
dat de vogels midden februari zouden paren.

Hoe dan ook, ik ben niet geïnteresseerd in de legendes over Valentijn,
hoe vermakelijk ze ook zijn.
Het maakt me niet uit of hij in het geheim koppels trouwde,
of blinden genas, of een vroege dating-app voor vogels pitchte.

Hij was een martelaar.

Martelaarschap is een concept
waar we tegenwoordig niet meer zo bekend mee zijn.
Oké , het is nog steeds een woord in de volksmond:
We noemen mensen een ‘echte martelaar’
als ze zichzelf straffen door werk te doen
dat niemand van hen verwacht of wil.
We noemen iemand een ‘martelaar voor de zaak’
als ze zichzelf vastlijmen op een snelweg,
of worden gearresteerd voor het vernielen
van een schilderij met soep.
Dit is géén martelaarschap.

Het ware martelaarschap is een daad van romantisch verlangen.
Het ware martelaarschap is een daad van liefde!

Een van de vroegste verslagen van christelijk martelaarschap
komt van Ignatius, de bisschop van Antiochië.
Ergens halverwege de tweede eeuw werd hij ter dood veroordeeld
en onder bewaking naar Rome vervoerd.
Tijdens zijn reis schreef hij brieven
aan verschillende christelijke gemeenschappen,
waaronder een aan de kerk in Rome.
Het verslag van het martelaarschap in deze brief
is zowel verbazingwekkend mooi
als de sleutel tot het begrijpen van het martelaarschap.
Hij schrijft deels om de christenen van Rome te smeken
hem niet te redden van zijn lot,
noch door geweld noch door omkoping.

Hij wenst zijn martelaarschap en legt uit
waarom. Hij schrijft dat hij in dit lijden
‘…een discipel begint te worden.’
Hij vergelijkt zijn ongelukkige situatie
met de ‘weeën’ die hem nu overkomen
en doet dan een opmerkelijke bewering:
hij staat niet op het punt te sterven,
maar staat op het punt echt te leven!

‘Geef mij dit, broeders:
weerhoud mij niet van het leven; wens niet dat ik sterf…
Laat mij het zuivere licht ontvangen;
als ik daar ben aangekomen, zal ik een mens zijn.’

Sommigen die alleen de vreselijke, pijnlijke, grijpende aard
van het martelaarschap kunnen zien –
en het is een zegen dat we leven in een tijdperk
en een land waar we elkaar niet doden vanwege ons geloof –
hebben gesuggereerd dat Ignatius
óf een showman óf een gek was.
Ik ben het daar niet mee eens.
Ignatius wil niet gemarteld worden
omdat hij een naam voor zichzelf wil maken,
maar omdat hij begrijpt dat hij in het martelaarschap
één wordt met de enige ware martelaar:
Jezus Christus.

Misschien was hij gek… hij was smoorverliefd op Christus!
Hij verlangde ernaar verenigd te worden met Christus,
hij verlangde ernaar zo dicht mogelijk bij Jezus Christus te zijn:
‘Ik verlang naar het brood van God,
dat is het vlees van Jezus Christus…
en als drank verlang ik naar zijn bloed,
dat is onvergankelijke liefde.’
Hij verlangde naar Jezus boven alles,
zelfs boven zijn eigen leven.

Martelaarschap, op deze manier gezien,
is een waarlijk ‘romantische’ daad –
een daad van iemand die zo verlangend is naar,
zo waarlijk, krankzinnig, diep verliefd op Jezus,
dat ze alles zullen geven voor Jezus’ wil.
Martelaren laten ons het echte patroon van liefde zien:
het offer van onszelf voor het welzijn van een ander.
Dit is de les die Jezus zijn discipelen leerde:
‘Niemand heeft grotere liefde dan deze,
dat iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden.’
In het leven en de dood van de martelaar zien we
deze echte liefde gemanifesteerd,
en het is niet onbeantwoord maar volledig beantwoord.
Jezus verlangt naar ons en sterft voor ons,
en de martelaar verlangt naar Jezus en sterft voor hem.
Zoals Ignatius aan de Romeinen schrijft:
‘Verlang ernaar, opdat ook u begeerd mag worden.’

Dit is de les die elk stel, naarmate ze groeien
in hun leven en hun liefde samen, langzaam leert.
Als we romantiek en liefde zoeken,
proberen we niet te veranderen,
of te controleren, of plezier te halen uit de ander als object;
we proberen onszelf vrij en volledig aan hen te geven,
in de vreugde van dienstbaarheid en opoffering.
Op onze kleine manier,
wanneer we ons wagen aan het grote mysterie van de ‘romantiek’,
proberen we zelf martelaren te zijn –
martelaren voor degene van wie we houden.

Valentijn was een man van oprechte liefde,
want hij was een martelaar.
Er is geen grotere reden
om een beschermheer te zijn van de passie,
van zaken van het hart,
van romantische liefde.