De zeventiende-eeuwse Franse wis- en natuurkundige,
christelijk filosoof en theoloog Blaise Pascal schreef eens:

alle problemen van de mensheid komen voort
uit het onvermogen van de mens om rustig
alleen in een kamer te zitten.

En nu, vierhonderd jaar later, hebben we bewijs van hoe moeilijk we dit vinden.

Onderzoekers voerden een experiment uit
waarbij ze meerdere mensen alleen in een kamer plaatsten
met niets anders te doen dan daar vijftien minuten te zitten.
De meerderheid gaf toe zich ongemakkelijk te gaan voelen
als men zich met niets anders dan zijn gedachten bezighoudt.
Het experiment werd herhaald,
alleen werd er dit keer een instrument in de kamer geplaatst
dat een onaangename elektrische schok kon toedienen.
In de periode van vijftien minuten
diende één op de vier vrouwen zíchzelf de schok toe
om de verveling te verlichten.
Twee op de drie mannen deden dat ook.

Er is een kans dat we de verkeerde conclusies trekken
uit sociale experimenten
omdat het moeilijk is om in de gedachten van anderen te kruipen,
maar we kunnen hier een goede gok wagen.
Onze levens zijn overprikkeld.
Alleen in een kamer zijn met onze gedachten
voor een langere tijd is vreemd.
We hóren niet zo te leven menen we.
Onze smartphones zijn de ‘stok en staf die ons vertroosten’.
Elk vrij moment moet worden besteed aan TikTok, Instagram of Spotify.

Naarmate mensen ouder worden,
denken ze vaak dat de wereld zijn aandachtsspanne verliest,
zonder te beseffen dat de focus afneemt
naarmate we ouder worden.
Maar er lijkt iets te zijn veranderd in de afgelopen twee decennia.
Er is een geheel nieuwe digitale architectuur ontworpen
die er niet was.
Het creëert de buzz van de stad,
en is om ons heen verrezen als wolkenkrabbers,
waardoor koude schaduwen en bittere windtunnels
van woede en afleiding ontstaan die de warmte blokkeren.

Deze nieuwe online stad is opzettelijk ontworpen
om onze aandacht vast te houden;
om te voorkomen dat we offline iets gaan doen.
En het werkt.
Tussen 2010 en 2020 hebben we wereldwijd
twintig keer meer informatie verbruikt.
Dit is een kolossale toename voor onze hersenen
om in een oogwenk te verwerken.
Onze geest is minder geworden als het coole,
witte minimalistische interieurontwerp
waar mensen naar streven in het leven
en meer als het rommelhok
waar kapotte en nutteloze spullen
worden gedumpt.

Sommige wetenschappers stellen
dat we onszelf de schuld van deze situatie geven.
Als we anderen vertellen dat onze smartphone ons afleidt,
is het antwoord dat we krijgen dat we hem moeten uitzetten.
Hoewel we dit soort stappen kunnen ondernemen,
worden we er echter meer en meer afhankelijk
van gemaakt door techbedrijven .
Natuurlijk is er net als bij shopaholics
sprake van individuele verantwoordelijkheid,
maar er is ook het bouwwerk van consumentenkapitalisme
dat is ontworpen om ons meer spullen te laten kopen
of – in het geval van het internet –
meer informatie te laten absorberen.

Als we bedenken wat het betekent
om Jezus vandaag de dag te volgen,
beseffen we vaak niet wat technologie met ons doet.
De voordelen zijn duidelijk
– de wereld binnen handbereik hebben,
in een oogwenk met familie en vrienden kunnen praten –
maar de nadelen blijven onduidelijk.
Hoe beïnvloedt digitale afleiding
het lezen van de Bijbel
en een toewijding aan gebed?
Er is weinig onderzoek naar gedaan,
maar we geven God misschien
minder toegewijde aandacht dan voorheen.
Als we van de ene bron naar de andere fladderen,
als een vlieg op een warme zomerdag,
blijven we niet lang genoeg
op één plek om te ontdekken
of God daar op ons wacht.

Aanwijzingen van God komen vaak
van buiten het kerkelijk denken.
Nu heeft een groep tech-tovenaars uit Silicon Valley
het idee van een digitale sabbatical bedacht,
waarbij mensen één dag per week offline doorbrengen.
Hoewel ze zichzelf beschrijven
als niet bepaald religieus,
verdrinkt hun manifest
zo’n beetje in religieuze traditie.
Ze adviseren mensen om:

  • Technologie te vermijden
  • Contact te houden met geliefden
    Uw gezondheid te koesteren
  • Naar buiten te gaan
  • Commercie te vermijden
  • Kaarsen aan te steken
  • Wijn te drinken
  • Brood te eten
  • Stilte te vinden
  • Iets terug te geven

Het is een sabbatical die opnieuw is uitgevonden
voor het digitale tijdperk.

Er wordt een aantal praktische acties opgesomd
die kunnen worden ondernomen,
zoals gefocust blijven op de taak
en blootstelling aan sociale media te beperken,
omdat is aangetoond dat dit in grote hoeveelheden
slecht is voor de geestelijke gezondheid.
We moeten onze gedachten ook kunnen laten afdwalen.
Dit spreekt het argument
over het niet verliezen van de focus niet tegen.
Het afdwalen van de gedachten is, paradoxaal genoeg,
een vorm van aandacht.
Het is de ruimte waarin we de puzzels
van ons leven oplossen,
punten met elkaar verbinden
die we hadden gemist,
een plaatje inkleuren
om het tot leven te brengen.

Wanneer de profeet Elia God ontmoet op de berg Horeb,
is er eerst een sterke wind,
daarna een krachtige aardbeving
en ten slotte een laaiend vuur.
Maar God openbaart zichzelf
niet in deze aangrijpende verschijnselen.
Hij is te vinden in de pure stilte die volgt;
in het gefluister van een stem.

De pure stilte van vandaag wordt verbroken
door het vertrouwde gezoem van een nieuwsfeed
of een update op sociale media
– of de schok van een elektrische stroom.
Het is nu het moment dat we
binnen gehoorsafstand
van de zwakke audio
van het Goddelijke komen.

Kerkvader Augustinus wist het al:

onrustig blijft ons hart totdat het rust vindt in U’

 

En?

Hoe kijken we terug op 2024 wat betreft het christendom, de christelijke kerk?
Werden we verder in een hoek gedreven
of was zoals sommigen zeggen
‘de verrassende wedergeboorte van het geloof in God?’

Want in de afgelopen jaren en in 2024
hebben we een stroom publieke figuren gezien
die verschillende gradaties van interesse
in het christendom aangaven, of zelfs voluit geloofden.
Sommigen… zijn belijdende gelovigen (Francis Spufford, Nick Cave),
sommigen hebben een beetje
in de kerkportiek rondgehangen (Tom Holland, Philip Goff),
anderen zitten nog steeds op een bankje
in het voorportaal (Alain de Botton).
En dan is er Ayaan Hirsi Ali (die meezingt vanaf de kerkbanken),
Jordan Peterson (soms op de preekstoel, soms in het koor)
en zelfs Richard Dawkins
(die glimlacht bij de uitvoering van Stille Nacht door het koor
terwijl hij voorbijloopt).

In de Verenigde Staten gebeurd iets vergelijkbaars.
Maar dan ingewikkelder. De alliantie van het evangelicalen
met Donald Trump is op zijn zachtst gezegd problematisch.
(zie hiervoor het boek van Kristin Kobes Du Mez Jesus and John Wayne.
How White Evangelicals Corrupted a Faith and Fractured a Nation).

J.D. Vance, aankomend vice-president,
is een serieuze christen,
die de reis heeft gemaakt van een evangelische kerkelijke opvoeding,
via studentenatheïsme naar een conservatief rooms-katholicisme.
Eerst noemde J.D. Vance zich een ‘never-Trumper’
en vond Trump ‘idioot’ en ‘schadelijk’.
Vance ging zelfs zover dat hij zich afvroeg
of Trump niet ‘de Hitler van Amerika’ zou zijn.
Geleidelijk aan veranderden zijn opvattingen over Trump.
J.D. Vance koesterde politieke ambities en moest een kamp kiezen.
Uiteindelijk veranderde hij van een uitgesproken tegenstander
in één van Trumps felste verdedigers in de Senaat.

J.D. Vance belichaamt waar een groot deel
van de huidige generatie Republikeinen in gelooft.
Hij komt uit de ‘vergeten’ blanke onderklasse,
maar werkte zich omhoog op een manier
die past in het klassieke verhaal van de American Dream.

Op lokaal niveau zijn er eveneens veel verhalen
over mensen die kerken binnenstappen,
op zoek naar een soort betekenis in het leven
en zich opnieuw of voor het eerst bezighouden met het geloof.
Soms is het de krachtige emotie
van charismatische of pinksteraanbidding,
soms de majesteit van de gebouwen,
het mysterie van katholieke liturgie
(Stephan Sanders, Willem Jan Otten, Kristien Hemmerechts)
of de oosters orthodoxe liturgie die jongeren trekt.

Mijn mening hierover, voor zover het iets waard is,
is dat de westerse cultuur tijdelijk of definitief
geen kracht meer heeft.
In de twintigste eeuw kwamen zowel het fascisme als het communisme op
en gingen ten onder.
Francis Fukuyama verklaarde het ‘einde van de geschiedenis’
in de triomf van het seculiere, liberale, consumentenkapitalisme.
Maar ook die lijkt opgedroogd,
en wordt steeds meer als spiritueel hol
en politiek verdacht ervaren.
De ‘wokecultuur’
was een poging om een reeks morele waarden te herstellen
om de onaangename en onrechtvaardige effecten
van de ongebreidelde markt in te dammen,
maar de strijdbaarheid en agressiviteit ervan,
de poging om aspecten van de natuurlijke orde te weerstaan,
om nog maar te zwijgen van de aanname
van een destructieve fixatie op een reductionistische identiteitspolitiek,
heeft een eigen terugslag gegenereerd.

Nick Cave verwoordde het goed
in een recent interview:
mensen hebben behoefte aan betekenis,
en de seculiere wereld heeft die niet bedacht.
De eeuwige menselijke zoektocht
naar doel en betekenis is niet verdwenen,
en er is niet veel te bieden in de seculiere cultuur.
Dus staan mensen plotseling open voor
het verkennen van meer oude voorraden wijsheid.

Misschien is de grootste ironie van alles
dat juist op het moment
dat we misschien de opkomst
van een openheid voor het spirituele,
het ‘numineuze’ (het goddelijke) en het religieuze zien,
de kerk niet in staat lijkt te zijn
om daarvan te profiteren.

Dus, wat zijn de vooruitzichten voor 2025?
Aan het einde van zijn monumentale
en steeds invloedrijker wordende werk
The Master and his Emissary,
maakt neurowetenschapper Iain McGilchrist (zelf geen christen)
een veelzeggend punt:
De westerse kerk is naar mijn mening
actief bezig geweest zichzelf te ondermijnen.
Ze heeft niet langer het vertrouwen om vast te houden
aan haar waarden,
maar sluit zich in plaats daarvan aan bij het koor van stemmen
dat materiële antwoorden toeschrijft
aan spirituele problemen.
God is het interessante aan religie,
en mensen hongeren naar God.
We kijken naar de kerk om ons een ervaring van God,
mysterie, heiligheid en gebed te geven
die, hoewel het misschien niet de tegenstellingen
van de natuurlijke wereld oplost,
ons in contact zal brengen
met de bovennatuurlijke wereld
die een eeuwig leven zal brengen.
Alleen de terugkeer van sterke religie,
een religie die eisen stelt, dwingende verklaringen biedt
voor de problemen van dood en lijden,
en gelovigen een gevoel van verbondenheid
met de levende God geeft,
heeft enige hoop om te concurreren
op de postchristelijke markt.

Nee, in 2024 is religie in het algemeen
en het christendom in het bijzonder
nooit ver van de voorpagina’s geweest,
ten goede noch ten kwade.

God is niet weggegaan.
En de Kerk zal, als ze het beste wil halen
uit een periode waarin mensen in de problemen
weer naar haar kijken,
daar misschien aandacht aan moeten besteden.