Generatie Z, ook wel Gen Z of Zoomers genoemd,
zijn mensen geboren tussen ongeveer 1997 en 2012.
Ze staan bekend als ‘digital natives
omdat ze zijn opgegroeid met internet en smartphones,
wat hun snelle informatieverwerking
en aanpassingsvermogen aan technologie verklaart.
Belangrijke kenmerken van deze generatie zijn
hun aandacht voor sociale rechtvaardigheid, inclusiviteit,
duurzaamheid en authenticiteit,
en de focus op persoonlijke ontwikkeling
en balans tussen werk en privé.
Generatie Z vertoont een opvallende trend
van hernieuwde interesse in geloof en de kerk,
wat de gebruikelijke trend van afnemend geloof doorbreekt.
Deze interesse wordt gedreven door een zoektocht naar zingeving
en een onbevangen openheid om tradities te verkennen,
vaak via sociale media.
‘Juist in deze tijd met veel onduidelijkheid
zijn we op zoek naar standvastigheid.’ wordt dan gezegd.
Hoewel er een algemene opleving is,
wijzen sommige onderzoeken uit
dat Gen Z-mannen vaker kerken bezoeken
en dat vrouwen vaker religieus onafhankelijk zijn.

Hoewel Generatie Z zeker een hernieuwde interesse in Jezus toont,
distantiëren ze zich tegelijkertijd van de kerk.
Dit lijkt misschien een tegenstrijdigheid.
Want hoe kan iemand, laat staan een hele generatie,
Jezus zoeken zonder zich met de kerk in te laten?
Dit fenomeen zou je kunnen beschouwen
als een contradictio in terminis,
of is dit misschien een opkomende trend?

Avonturier Bear Grylls verwoordde onlangs
een sentiment dat, naar mijn mening,
precies de essentie van de ‘nieuwsgierigheid naar Jezus’
van Generatie Z weergeeft
en hun zoektocht naar betekenis
buiten de traditionele kerkelijke context.
Zijn woorden wijzen op een diep menselijk verlangen:
een authentieke, oprechte en rauwe hoop
op iets of iemand
die een persoonlijk antwoord biedt
op de diepe mysteries van het leven.

Hij zei:
Ik wil dat mensen weten dat de Jezus
die ik uiteindelijk ontdekte
intiem, mooi, sterk, zachtaardig, relevant,
levensveranderend en levensverrijkend is.
Mensen stellen me de vraag:
“Wat trekt je aan in Jezus?”
Het is moeilijk, want het is alsof je probeert te zeggen:
wat vind je mooi aan het bloed
dat door en rond je lichaam stroomt,
of aan het water in de woestijn?
Het is alsof je probeert te leven zonder dat bloed?

Ik denk dat een groot deel van deze verschuiving;
deze hernieuwde interesse in de persoon van Jezus;
terug te voeren is op hoe de coronapandemie
ons leven heeft veranderd,
en met name dat van Generatie Z.
Het droeg bij aan een nieuw en diep gevoel
van wanhoop, een crisis van betekenis
in alles wat we dachten te weten.
Toen de pandemie toesloeg werden dagelijkse routines,
zowel religieuze als wereldlijke, doorbroken.
Het leven zoals we dat kenden,
werd stilgelegd
en we moesten buiten die routines kijken
en naar wat we dachten te weten
en in praktijk te brengen.
We zaten vast in onze huizen,
vaak alleen en geïsoleerd.
Het gaf ons tijd om na te denken.
Het creëerde ruimte om grotere,
meer existentiële vragen te stellen
en de essentie van zingeving
en betekenis te verkennen.
We werden allemaal gedwongen
om het leven en wat we wisten
door een nieuwe lens te bekijken.
En voor Generatie Z was dit een katalysator.

Opvallend is dat deze bredere trend
van hun afwijzing van religieuze instellingen
een gepersonaliseerde, authentieke
en maatschappelijk relevante spiritualiteit bevordert.
Deze trend wordt gekenmerkt
door hoe ze onderscheid maken
tussen de figuur van Jezus en de instelling,
terwijl ze op zoek gaan
naar een dieper begrip van Hem
via ongebruikelijke middelen.
In plaats van bijvoorbeeld in de kerkbanken te zitten,
verkennen ze de populaire tv-serie The Chosen
en overpeinzen ze de zeer menselijke
en eerlijke teksten van nieuwe artiesten
zoals Forrest Frank,
die beiden een toegankelijke weergave van Jezus bieden.

In een wereld waar digitale perfectie voorop staat,
zoekt Generatie Z dus naar iets buiten de traditionele kerk,
iets authentieks, een oprechte verbinding met iets reëels,
iets voorbij deze tastbare wereld.
Jezus vertegenwoordigt voor hen deze authenticiteit,
iemand bij wie ze terechtkunnen met vragen
en antwoorden kunnen vinden
die mogelijk hun diepste nieuwsgierigheid bevredigen:
Waarvoor zijn wij op aarde?
Wat doen we?
Is er meer?

Het interessante aan deze postchristelijke generatie
is dat ze het geloof niet opgeven
of spiritueel apathisch worden,
zoals velen zouden vermoeden;
Hun verkenning is eerder
een oprechte reis naar een oprecht geloof,
waardoor sommigen hen beschouwen
als de meest spirituele,
niet-religieuze generatie tot nu toe.

Deze toename van nieuwgierigheid
betekent niet dat het christendom zijn relevantie verliest.
Integendeel, het bewijst dat er iets nieuws, iets rauws, opkomt
en een verschuiving in het spirituele landschap veroorzaakt.
Het herdefinieert labels
en verandert oudere definities
die misschien niet meer passen.
Het onderliggende menselijke verlangen blijft een constante:
een zoektocht naar een diepere betekenis in het leven.

Als we kijken naar deze generatie
en haar oprechte onderzoek naar de diepere dingen,
zien we een spirituele vernieuwing,
een schijnbare wereldwijde opleving,
ongekend in de afgelopen decennia
binnen een postchristelijke samenleving.
Sommigen noemen het de Stille Opwekking.
Generatie Z wil niets veinzen.
Ze ‘willen het gewoon uitzoeken’.
Ze zijn op een ware zoektocht.
Centraal in hun reis staat Jezus,
niet religie en niet de kerk.

Het is een zoektocht naar iets ongrijpbaars, iets onmeetbaars.
om die te vinden, te zien en te kennen.
Op zoek naar wat Paulus in Romeinen 1 vers 20
Gods onzichtbare dingen noemde:
Zijn eeuwige kracht en goddelijke natuur,
die duidelijk zichtbaar zijn in de schepping.
Dit betekent dat hoewel je God niet direct kunt zien,
je zijn eigenschappen kunt leren kennen
door naar de zichtbare wereld te kijken.

Wat de komende tijd – het postcovidium – zal brengen: we weten het niet.
Of de kerk openblijft, we weten het niet.
Of de diensten weer als vanouds opstarten, we weten het niet.
Eén ding hoop ik in elk geval.
Dat de Bijbel open blijft bij de mensen thuis.
Juist als we meer thuis waren, meer samen aten,
lees dan ook uit het Woord van God.
Zoals kerkvader Augustinus al zei:
‘De Schrift is een eerlijk en betrouwbare tekst.
Zij probeert vat te krijgen op de geest
zonder mooie woorden en zij ziet af van iedere opsmuk van de taal
en maakt geen kabaal met een ijdele en zweverige boodschap.
De Schrift inspireert mensen
die meer op daden dan op woorden zijn gesteld.
Aanvankelijk schrikt zij lezers af, maar later neemt zij alle afkeer weg.’
Laat die gewoonte, waarvan ik vrees dat hij kwijnt bij velen,
maar weer dagelijkse praktijk worden.
Ik hoor met regelmaat dat in de hectiek van alle dag
het er soms gewoon niet van komt om met het Woord bezig te zijn.
Druk. Veel aan je hoofd. Spitsuur aan tafel. Gebrek aan discipline. Sporten. Er kan van alles zijn,
maar het gaat niet goed met je geloof
als je het Woord van God dicht laat of weinig opendoet.
Weet je wat de gevolgen zijn?
Als de Bijbel het boek van de Geest en van de Hoop is,
dan geef je de Geest minder gelegenheid om tot je te spreken,
dan kan de Geest niet langer vanuit het Woord in je hart stromen,
dan ervaar je minder van God, en uiteindelijk doet het wat met de hoop. Minder hoop, meer wanhoop. Minder hoop en zekerheid, meer twijfel.
Dat staat met elkaar in verband.
Als God zulke rijke beloften aan Zijn Woord verbonden heeft,
en je laat het vaak dicht, dan leidt je geloof schade.
De levende omgang met God loopt gevaar op te drogen.
Maak er een gewoonte van: na de lichamelijke voeding, ook de geestelijke.
Lees de Bijbel en praat er liefst ook over na.
En ook persoonlijk, als je de dag begint of eindigt: Open het heilige Boek. Of zomaar midden op de dag.
Dan kan deze vreemde tijd van veel thuiszijn nog een gezegende tijd zijn. Want
‘Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven
om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden
en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen’.
Ook nu!

Ten slotte volgt dan de fase van aanvaarding.
Aanvaarden dat de Nederlandse samenleving
sinds half maart 2020 niet meer gelijk is als daarvoor.

Aanvaarden dat heel de wereld veranderd is
en dat zaken niet meer gaan zoals we ze gewoon waren.
Dat een anderhalvemetersamenleving van deze tijd is.
Dat dit grote consequenties heeft voor evenementen
zoals concerten, festivals, sportwedstrijden en kerkdiensten.

Aanvaarden betekent loslaten van wat was
en het nieuwe normaal omarmen.
Al blijft het voelen als abnormaal.
Want aanvaarden en loslaten
is wat anders dan vergeten hoe het was.
Toch realiseer ik me dat ik
de nieuwe situatie niet aanvaard heb.
In deze fase ben ik niet beland.
Ik houd en wil teveel vasthouden aan mijn oude leven.
Ik vraag me zelfs af of ik de fase hiervoor al in ben gegaan. Veel meer ontdek ik bij mij zelf het marchanderen.
Want als dat medicijn er nu is
en mensen er tegen gevaccineerd kunnen worden,
dan is het toch klaar en dan gaan we toch gewoon verder
zoals we in 2019 gewend waren.
Ik hoop van harte dat er een moment komt
waarop we als samenleving opgelucht
en met vreugde in het hart kunnen zeggen:
‘Dit is zo 2019’. Ik verlang er naar.
Een normale samenleving waarin mensen
misschien op gepaste afstand dicht bij elkaar leven
en gevaar van besmetten of besmet worden geweken is.

Ik weet niet of die tijd komt.
Als het lukt om binnen een korte periode
met medicijnen mensen die besmet zijn te genezen
en door vaccinatie te voorkomen dat mensen ziek raken,
dan lijkt deze periode tijdelijk te zijn.
Dan hebben we ‘slechts’ het verlies te verwerken van geliefden die gestorven zijn door het coronavirus,
van bedrijven die omgevallen zijn
en van een tijd waarin we niet bij elkaar
over de vloer kwamen.
Dan rest het de samenleving slechts om dit te aanvaarden. Voor talloze mensen zal het persoonlijk moeilijk zijn
om tot aanvaarding te komen,
maar als samenleving zal deze stap niet zo groot zijn.
Er zal een nieuw ‘goed’ moeten komen.
In de kerk zal nagedacht moeten worden
over de invulling van kerk zijn in de komende jaren.
Voor kerkdiensten lijken online diensten een goed alternatief. Tegelijk is dit het doorgaan op oude voet.
Zal er een ander ‘normaal’ komen?
Zover zijn we nog niet,
maar ik laat me graag verleiden om verder te denken.
Bovenal wil ik me laten leiden door de Geest van God.
Want Hij die hemel en aarde geschapen heeft,
blijft dezelfde tot in alle eeuwigheid.
God verandert niet en is en blijft betrokken bij deze wereld
en in het bijzonder bij de kerk op aarde.
Voor een kerk die niet weet hoe het verder moet,
maar wel door heeft dat het niet bij het oude kan blijven,
is het gebed tot Hem en om leiding door de Heilige Geest
het enige wat rest.
Het brengt de gedachten bij de volgelingen van Jezus
die na de hemelvaart van de Here Jezus
eensgezind bijeen waren in bidden en smeken.
God vulde hen met Pinksteren met de Heilige Geest
en gaf en de mogelijkheden
om het Evangelie van Jezus Christus te delen
met allerlei mensen en in allerlei talen.
In dit vertrouwen wil ik leven.
Dat God ook nu door Zijn Geest geeft wat nodig is
om het Evangelie van Zijn Zoon te delen.
Zo mogen we te midden van een rouwproces
de Heer dienen met blijdschap.

Marchanderen is de volgende fase
van de 5 fasentheorie van Kübler-Ross.
Achter het marchanderen ligt de machteloosheid
om de zaken weer te herstellen naar de oude situatie
of de situatie naar de hand te zetten.
Dit maakt dat mensen bewust of onbewust,
rationeel of irrationeel gaan polderen.
Zoals ‘Als ik me houd aan de anderhalvemetersamenleving,
dan mag ik toch wel bij mijn moeder
op bezoek in het verzorgingstehuis.’
Of ‘Wanneer ik meerdere keren per dag
20 seconden lang mijn handen was,
dan kunnen de kleinkinderen toch wel op bezoek komen.’
In deze fase is de ernst van de situatie helder,
maar de alles veranderende doorwerking
van het gebeuren niet.
In deze situatie wil de rouwende mens onderhandelen,
want erkennen en accepteren is nog lang niet aan de orde. Zover is de weg van het rouwproces nog niet bewandeld.
In eerder genoemde voorbeelden
zien we vormen van marchanderen.
We komen het ook tegen bij hen
die onder het mom van de economie
scholen en bedrijven weer willen openen.
Je ziet het nu in verkiezingstijd voor je ogen gebeuren.
Er wordt onderhandelt en
zijn bijvoorbeeld de ouderen en de zwakkeren
in de samenleving het wisselgeld.
Zo iets als ‘wanneer wij hen isoleren,
dan kan de rest van de samenleving
toch wel weer gewoon opgestart worden?’
De ontkenningsfase en de woede is voorbij
en er wordt geprobeerd weer grip op alles te krijgen,
voordat de grip op het eigen leven wordt kwijtgeraakt.
Het marchanderen is hiermee een vorm van zelfbehoud.
De angst om op de een af andere manier
er aan onder door te gaan.
Zo wordt van alles gewogen om het gewaardeerde leven
dat er was weer voort gang te laten vinden.
Binnen de kerk zal er voor deze fase opgepast moeten worden. Het marchanderen ligt voor de hand.
We zijn vaak erg creatief om allerlei zaken te bedenken,
zodat het oude leven toch op de een of andere manier doorgang kan vinden.
We willen vasthouden aan wat was
en niet aanvaarden dat de tijden veranderd zijn.
Het is allemaal heel begrijpelijk.
Toch vind ik dat we hier als kerken
al echt een slag geslagen hebben.
Nu zijn veel van de kerken dicht voor erediensten ‘oude stijl’,
is zingen on hold gezet en proberen kerken
hun steentje bij te dragen aan de indamming van het virus.
Maar het marchanderen ligt ook in de kerk op de loer.
Creatieve geesten die wegen zoeken
om het bij het oude te houden in een iets andere situatie.
Want gewoon willen doen wat we gewoon waren.
Dat past ons het beste.
Al met al is het marchanderen
een onderdeel van het rouwproces.
Er zal een bewustwording op gang moeten komen,
dat men oude wijn in oude zakken doet
en nieuwe wijn in nieuwe zakken.
De tijden zijn aan het veranderen en al veranderd.
Maar dit moet wel eerst binnenkomen.

De tweede fase in het rouwproces is die van de woede.
Woede steekt in het licht van het rouwproces de kop op wanneer zelf of een geliefde besmet is geraakt
met het coronavirus of dat de angst leeft, dat dit gebeurt.
In het begin van de coronacrisis is de woede
duidelijk aanwezig bij hen bij wie de ernst
van het hele gebeuren doorgedrongen was.
Woede dat de overheid en het RIVM
niet eerder maatregelen getroffen hebben,
het op z’n beloop lieten.
Woede dat evenementen,
bijeenkomsten en kerkdiensten doorgingen.
Woedend op hen die op dat moment
niet doordrongen waren van de ernst van de situatie.
Deze woede is zichtbaar geworden richting hen
die door zijn gegaan met het houden van kerkdiensten,
maar was er ook andersom.
Woedend op hen die terechtwezen.
Want was het kerkgebouw niet vele malen groter
dan de plaatselijke supermarkt
en ze mochten er toch met 30 mensen in.
De woede begrijp ik wel als je ziet hoe erg het leed kan zijn.
Ook ik ken die woede jegens hen
\die zich niets van de maatregelen aantrokken.
‘Hoe haal je het in je stomme kop
om in deze situatie door te gaan met …………’
Ach… vult u maar in.
Woede is echter een fase in het rouwproces,
die niet in stand gehouden moet worden.
De pijn die onder de woede ligt
zal wel benoemd behoren te worden.
De pijn van hen die direct te maken hebben
met de gevolgen van het coronavirus.
Doordat ze zelf besmet zijn geraakt
en er ernstige gevolgen van ondervinden
of doordat ze werken op een ic-afdeling
en met eigen ogen gezien hebben
wat het virus kan aanrichten. Dood en verderf.
Deze pijn moet niet verdrongen worden,
maar uitgesproken worden.
Iets dat in bij de eerste golf in het voorjaar
door de #frontberichten werd gedaan.

De eerste fase die ik bespreek is die van de ontkenning.
In het licht van het coronavirus
is de eerste fase uitermate herkenbaar.
In het begin vooral door de ontkenning
dat het een groot probleem is of zal worden.
Het niet onder ogen willen en kunnen zien,
dat ook de Nederlandse samenleving ontwricht zal raken.

Ontkenning kwamen en komen we ook volop tegen bij mensen die niet onder de indruk zijn van het coronavirus.
Maatregelen vinden zij maar overbodig.
Elkaar ontmoeten en begroeten, waarom zou je dat beboeten?
Alle informatie komt niet binnen.
Het idee dat het allemaal wel mee zou vallen
en dat alle maatregelen maar overbodig waren, was sterk. Langzaam, heel langzaam drong het door.
Het is mogelijk dat mensen in deze fase blijven hangen
en de ernst van het coronavirus blijven ontkennen.
Op kerkelijk gebied zagen we een tijdje het ontkennen terug
in het door laten gaan van kerkdiensten.
Wel of niet met de gedachte dat God zal beschermen
tegen de verderfelijke pest.
Ook zagen we het in de duiding van het coronavirus
als een straf van God vanwege zondige gedragingen.
Dan leeft het idee dat alleen anderen geraakt zullen worden.
Gelukkig is zo’n beetje heel kerkelijk Nederland
deze fase nu wel voorbij

Elisabeth Kübler-Ross 1926-2004

Vele woorden zijn er inmiddels al gewijd aan het coronavirus.
Hoe er mee om te gaan? Hoe het te duiden?
Nieuwe woorden zijn aan het Nederlands toegevoegd,
zoals anderhalvemetersamenleving en coronacrisis.
Discussies laaien op over de waarde van de mens
en die van de economie.
Voorzichtig wordt er gesproken over de tijd na het coronatijdperk.

Als je het goed bekijkt lijken we als Nederlandse samenleving uit een glorieuze tijd te komen.              Misschien wel een soort Gouden Eeuw.
Alles was mogelijk en bereikbaar. Je kon doen wat je wilde.
De mogelijkheden leken onbegrensd.
Maar ineens was alles niet meer mogelijk en bereikbaar.
Niet alles wat je wilde kon. Er werden grenzen gesteld.
Dit doet wat met de mens.
Terwijl de mens zich machtig waande
en het leven onder controle dacht te hebben,
maakte een onzichtbaar virus aan alle illusies een eind.
De machtige mens wordt schijnbaar machteloos
en dreigt de controle te verliezen.
Het leven is niet meer als hiervoor
en de vraag is of het wel weer wordt zoals het was.
De ‘punt op de horizon’ mist.
Dit brengt allerlei gedachten en gevoelens los bij de mens
en ik meen dat het goed is wanneer we ten volle beseffen
dat we als samenleving een rouwproces doorgaan.

Dit besef bracht mij ertoe om op een andere manier
naar de huidige tijd te kijken.
De Zwitsers-Amerikaanse psychiater Elisabeth Kübler-Ross heeft vijf fasen van rouwverwerking omschreven die de meeste mensen geheel of gedeeltelijk doorlopen om na een traumatische ervaring weer tot rust te komen. Deze fasen zijn niet voor iedereen even intensief en ook verschilt de volgorde vaak.
Dit proces kan optreden bij het verlies van een baan,
een geliefde, een woning, ouders of kinderen, of een wedstrijd.
Kübler-Ross onderscheidde in het rouwproces 5 fasen.

De indeling die zij hanteert is als volgt:

• Ontkenning
“Dit gebeurt niet bij mij.”
Ontkenning is een bewuste of onbewuste weigering
om de realiteit onder ogen te zien.
Het is een natuurlijke vorm van zelfbescherming.
Het helpt om zelf te bepalen in welk tempo
het verdriet wordt toegelaten.
We laten niet meer binnen dan we aankunnen.

• Woede
“Waarom met mij?”
Als de waarheid tot iemand is doorgedrongen
ontstaat er vaak boosheid. Onder de woede ligt de pijn.

• Marchanderen
“Ik beloof een betere persoon te worden als…”
In deze fase probeert men te onderhandelen.
Men belooft het één te doen
als er iets anders tegenover staat.

• Verdriet en depressie
“Ik geef het op.”
Wanneer men de realiteit begint te accepteren
komen gevoelens van verdriet, spijt,
angst en onzekerheid naar boven.

• Aanvaarding
“Ik ga verder met mijn leven.”
Als iemand voldoende tijd en vaak ook enige hulp
heeft gehad om door de genoemde fasen te gaan
begint men de realiteit te accepteren.
Het is het verlies een plaats geven in het leven
en verder gaan.

Vanuit deze fases van de rouwverwerking van Kübler-Ross
wil ik in komende blogs mij buigen
over het omgaan met met de coronacrisis.

Het lijkt wel of corona  een spaak in het wiel
van de zogenaamde vooruitgang heeft gestoken.
Voor veel mensen markeerde corona een knik in het bewustzijn.
Corona begrenst het maakbare leven dat rimpelloos en glansrijk moet zijn. Het enig legitieme antwoord op de vraag: ‘hoe gaat het?’,
kan volgens velen niet anders luiden dan: ‘goed’. Of: ‘fantastisch’.
Maar is dat zo? Is dit Westers adagium nog langer houdbaar?
Je zou kunnen stellen dat het biologische leven wel een godheid lijkt,
een absolute grootheid waaraan alles ondergeschikt wordt gemaakt.
We lijken niet meer te aanvaarden dat een mensenleven eindig is.
Maar waarachtig menselijk leven is in Bijbelse zin
meer dan een biologisch leven: een leven dat bijdraagt aan menselijkheid.’

Zouden daarom theologen dan niet wat vaker
in praatprogramma’s moeten optreden,
om de waan van de dag met die westerse denktradities te pareren?
Zou er niet een debat moeten plaatsvinden over de vraag
wat er onder de oppervlakte van corona
en andere actuele thema’s écht speelt.
Moet er niet een Bijbels weerwoord worden geboden
tegen de leukigheidssamenleving vol ‘ikkigheid’?

Momenteel zie je dat het vertrouwen van mensen
in de instituties en de wetenschap wankelt.
Coronavermoeidheid en het potten-en-pannenprotest
tijdens de rede van de premier doen daar niets aan af.
We zitten nu in de woestijntijd,
waar het Joodse volk na de uittocht uit Egypte ook doorheen ging.
Eerst waren zij ook vol goede moed en zongen ze opgewekte liederen. Toen het allemaal wat lang duurde, vervielen ze in geklaag.
Enerzijds is dat natuurlijk gezond, want de mens moet vragen stellen. Maar we zijn onze ankerpunten kwijtgeraakt.
Ik vind dat de kerk moet meer een rol spelen
in het bieden van ruimte tot reflectie vanuit haar eeuwenoude traditie.
Aan het begin van de coronacrisis schreef Ad van Nieuwpoort
een boek over Job, de oudtestamentische figuur die van zijn weelde,
zijn nakomelingen en zijn gezondheid werd beroofd,
maar toch het geloof in zijn God behield.
Wat van dit oeroude verhaal de relevantie kan zijn
voor de mensen die gebukt gaan onder corona?
En de waarheid dat het leven slechts tot op zekere hoogte maakbaar is?

Het zijn interessante vragen die ik graag
de komende tijd op mijn weblog verder wil uitdiepen.

We hebben een raar jaar achter de rug.
Halverwege maart kwam alles er opeens heel anders uit te zien.
Er kwamen allerlei beperkingen om een mysterieus virus tegen te houden.
Wat er nu eigenlijk op ons af ging komen, wisten we niet.
In het nieuws was er al wel enige tijd aandacht voor.
Ik herinner me van het begin van het jaar
dat ik een filmpje zag van Chinezen uit Wuhan
die werkten op een kantoor,
waarbij elke werkplek met plastic folie afgeschermd was
waarbij ze zelf ook ook in plastic waren ingepakt.
Toen was het nog iets van ver weg.
Al vrij snel kwam het dichterbij en kwam het virus in Europa.
Met name vanuit Italië kwamen verhalen die stil maakten:
veel overlijdens, waardoor er geen tijd was voor een begrafenis.
Een beetje onwennig werden kerkdiensten
op een andere manier gehouden.
was en wie moest worden opgenomen in het ziekenhuis.
Uiteindelijk kwam het virus ook in Nederland
Er was even een tijd geweest waarin ik de paniek voelde:
dit gaat maar door.
Wanneer houdt het op? Wie gaan we nog meer kwijt raken?
Ik denk dat iedereen wel een moment kan bedenken,
waarbij je stil werd en niet meer wist wat je moest zeggen,
omdat er zoveel gebeurde,
dat je er niet onbewogen bij kon blijven.
Een intensief jaar, een bewogen jaar.

Toch was in 2020 God er ook.
In dat ingrijpende jaar met zoveel verlies en spanning en zorg.
De ellende heeft niet het laatste woord.
Er komt een andere tijd door God.
Hij zal er zijn, zal redden en helpen
en mij er nu doorheen helpen.
God is sterker dan de dood en dan alle zorg en nood
en zal er zijn en helpen en dragen.
Dat is wat ook bijvoorbeeld een profeet uit het Oude Testament – Habakuk –
zo diep raakte in wat hij zag en hoorde, wist.
Dat is iets wat je in de Bijbel steeds weer tegenkomt:
Juist als je heel diep zit en voor je gevoel niet dieper kan,
kun je daar God ontmoeten, in de diepte.
Het is een voorafschaduwing van Christus
die zelf neerdaalde in de dood en in de hel,
dieper kon Hij niet gaan en toch stond Hij op uit de dood
en verbrak de macht van de dood.

Het is één van de grootste problemen die veel mensen ervaren
tijdens deze coronacrisis: hoe houd ik afstand?
Want dat is het dringende advies:
Houd anderhalve meter afstand!
We ervaren steeds meer afstand van veel dierbare medemensen,
en de mens van oorsprong een sociaal wezen is
dat behoefte heeft aan nabijheid.
Die afstand kunnen mensen ook ervaren ten opzichte van God.
Zeker in deze tijd.
Hij is ver en hoog in de hemel. Afstand, verbijstering, verwijt.
Waarom laat Hij dit alles toe!
Het is een vaak gedeelde ervaring in de gemeente van nu.
Afstand ervaren, ja tot elkaar
en misschien daardoor ook tot God, minder beleving.
‘Ik beleef veel minder aan de dienst’.
Maar je kunt ook los van de pandemie
kun je geconfronteerd worden met je eigen moeheid om te geloven.
Probeer die impasse voor je te zien.
Iemand die merkt dat het niet meer werkt, die zichzelf ziet verharden.
Dat is misschien een enkeling maar die heeft dan een signaalfunctie. Iemand die van zichzelf durft te zeggen:
het is alsof er niets gebeurd is en alles is kwijt.
Ik bid nog en ik hoor mezelf en tegelijk denk ik dat het niet helpt.
Vroeger wel maar nu niet.
Ik wen eraan, ik geniet nog van de kinderen in de kerk
maar innerlijk word ik onbewogen, minder ontvankelijk.
Die eenling toont misschien wat meer christenen vandaag ervaren.
Waarom houdt God die als de Almachtige volop bezig is
zich als de Genadige zo ver van mij, nu.
Dat is spannend en het kan een valkuil zijn:
opgaan in zelfbeklag, je hart toesluiten.
Maar juist met Kerst komt deze God in Jezus naast ons staan.
Hij bevrijdt van zonden, die geen fouten zijn
maar een impasse waar je jezelf niet uit gelooft.
Hij komt daarom zelf in een lichaam dat het onze is.
Jezus is echt iets nieuws,
iets onmogelijks (maagdelijke geboorte) voor mensen
die met geen mogelijkheid nog bij God uitkomen. Dit is God. Immanuel.
Het lichaam van Jezus is belangrijk.
Hij brengt je op een lichamelijke manier bij de Vader.
Zo mag dat iets los te maken,
het verlangen naar een eerlijk leven aanwakkeren,
een biecht die niet alleen oplucht maar die ons meer aan Christus verbindt. Zijn ogen op de mijne, zijn hart tegen het mijne aan.
Zulke woorden mag je gebruiken
omdat je ook met je lichaam Jezus Christus toebehoort?
Jezus is de Bevrijder van zonden door zijn lichaam en bloed
maar ook door de Geest die Hem geboren deed worden.
Bevrijd zijn van zonden is vergeving hebben
maar ook vrij zijn om nu, in dit heden, het goede te doen.
Om een Jozef te zijn, die in een complexe realiteit doet wat zijn roeping is. Niet gemakkelijk, voor hem betekent het dat hij moet vertrekken,
reizen, vluchten en een tijd in onthouding leven.
Dat is gehoorzaamheid misschien ook voor ons nu.
Dat je opgeroepen wordt het uit te houden met jezelf
voor het aangezicht van God.
Daarin blijven we adventsmensen.
Mensen op weg, levend van verwachting!