Heel worden is geen groots en eenmalig gebeuren.
Het is nooit af.
Ook dat zien we bij Jakob.
Net voor Pniël had hij nog een sluwe strategie uitgezet
om zijn broer gunstig te stemmen.
Hij had een hele stoet aan geschenken vooruit willen sturen
en ook zijn vrouwen en kinderen voorop willen laten gaan.
Zijn minst favoriete vrouw en kinderen voorop,
zijn lievelingen daarachter.
Om tenslotte zelf als allerlaatste zijn broer onder ogen te komen.

Maar na Pniël laat Jakob zijn handige, manipulatieve plannetjes varen.
Hij verstopt zich niet langer voor wie dan ook.
Er staat:
‘Zelf liep hij voor iedereen uit en terwijl hij zijn broer naderde
boog hij zevenmaal diep voorover.
Ezau rende hem tegemoet, sloot hem in zijn armen en kuste hem.
Beiden huilden.’ (Genesis 33,3-4)
Ik moet hierbij sterk denken
aan de terugkeer van de verloren zoon.
In Lukas 15,20 staan soortgelijke woorden:
‘Zijn vader zag hem in de verte al aankomen.
Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af,
viel hem om de hals en kuste hem.’
Jakob is hier als de verloren zoon
die na een jarenlange ballingschap eindelijk thuis komt.
Ezau vervult hier de rol van de barmhartige.
Hij ziet hem aankomen, rent hem tegemoet, omarmt hem,
kust hem en huilt om hem en met hem.

Wat zou jij willen?
Verlang jij naar een aarde die niet steeds meer kapot gaat, maar die heel is.                                                            Verlang jij ernaar dat mensen op aarde in vrede met elkaar leven?
Dat er geen oorlog en terreur meer is?
Zou jij graag weer mens willen zijn op de manier
waarvoor God mensen oorspronkelijk gemaakt heeft?
Wil je vol worden van de Geest van God?
Zodat God ook jou daarvoor kan gebruiken?

Maar hoe kun je die Geest van God krijgen?
De inwoners van Jeruzalem zien Jezus’ leerlingen
die vol zijn van Gods Geest.
En zij dan?
De profeet Joël beloofde ooit toch ook                                                                                                                            dat God zijn Geest zou uitgieten over heel het volk?

Petrus legt uit hoe mensen de Geest van God kunnen krijgen.
Wil jij door de Geest van God meewerken met God
in zijn goede zorg voor de aarde en de mensen die daarop wonen?
Ga dan naar Jezus toe. Jezus is de Zoon van God.
Jezus is vol van Gods Geest. Jezus is geen verleden tijd.
Hij is wel gekruisigd en gestorven en begraven.
De inwoners van Jeruzalem hebben daar zelf aan bijgedragen.
Maar God heeft Jezus opgewekt uit de dood.
God heeft daarna Jezus laten plaatsnemen naast zichzelf op Gods troon. God heeft aan Jezus de heilige Geest gegeven.
Niemand anders dan Jezus heeft de Geest van God op ons uitgegoten.

Petrus wijst de weg.
De weg die hij hen wijst is dezelfde weg die Joël aan de mensen wees.
Dit is de weg om Gods Geest te ontvangen: Keer om! Ga terug naar God. Als je met berouw bij God komt
en graag weer met God op aarde wilt leven,
dan zal God je dat leven volop geven.

Joël riep zijn volksgenoten tot omkeer: Keer terug tot de Heer jullie God. Alleen bij Hem vind je leven. Hij heeft de aarde gemaakt.
Hij maakte de aarde voor de mens om daar op te wonen.
Om het goed te hebben. Om te genieten van God.
Om te genieten van al Gods gaven.
Om daar als Gods mensen sámen van te genieten. Dat is het echte leven. Als je dat wilt, keer dan terug naar God.
Alleen Hij kan dat leven aan jullie geven.

Weet je nog van de nieuwe schepping, de nieuwe aarde, nieuwe mensen? Is dat geen toekomstmuziek?
Het is waar: de hemel op aarde is er nu nog niet. Dat komt nog.
Als Jezus terugkomt.
Maar in alles wat gebroken is wil God nu al iets daarvan laten zien.
De oude klanken van het paradijs waar alles goed was.
De nieuwe klanken van de nieuwe aarde.
Dat nieuwe leven wil God laten zien door jou en mij.
Als je naar Jezus gaat en je vraagt Hem om de Geest van God,
dan gaat Hij je dat leren.

Kijk maar naar de inwoners van Jeruzalem.
Rond de 3000 mensen vertrouwen zich toe aan Jezus.
Ze laten zich overschrijven op zijn Naam.
Ze ontvangen de heilige Geest. Ze horen bij de groep leerlingen van Jezus. Dit is wat hen kenmerkt:
1 Ze blijven trouw aan het onderricht van de apostelen.
Over Jezus die voor ons is gestorven en voor ons is opgestaan uit de dood.                                                                      2 Ze vormen met elkaar een hechte groep.
Ze zorgen voor elkaar en nemen het op voor elkaar.
3 Ze breken het brood. Ze vieren trouw het heilig avondmaal.
Om hun Heer Jezus Christus in zijn zelfovergave voor hen te gedenken.
4 Ze wijden zich aan het aanbidden van God de Vader en Jezus zijn Zoon.

De kring van Jezus groeide snel.
Er werd overal over hen gepraat.
Er waren veel waarderende opmerkingen:
‘Die mensen van Jezus, die gaan tenminste ergens voor.
Ze hebben toekomst in huis.’