kerstverlichting in Zwolle

 

In zijn jaarlijkse persconferentie met het volk van dit jaar
schetst Vladimir Poetin zich als een zelfverzekerde wereldspeler,
terwijl ondertussen het feit is dat Rusland steeds dieper vastzit
in de oorlog tegen Oekraïne en de gevolgen daarvan.

Eerder in 2025 stond Poetin op 
een belangrijk Russisch debatpodium.
Daar werd hij bijna neergezet
als de grote architect van een nieuwe wereldorde.
Poetin zelf deed alsof hij bescheiden was,
maar benadrukte wel dat de wereld
in een radicale overgangsfase zit
en dat de inzet extreem hoog is.
Voor de mensen in Oekraïne is dat geen theorie:
zij leven al bijna vier jaar met oorlog,
met doden, onzekerheid en wisselende steun uit het Westen.

Poetin voert de druk ondertussen op.
Aan het einde van het jaar kwam hij met steeds agressievere taal.
Hij beweerde dat Rusland
grote successen boekt in Oekraïne
en gaf Europa en Kyiv opnieuw de schuld van het conflict.
Europese leiders noemde hij zelfs ‘biggetjes’
en hij dreigde meer Oekraïens grondgebied
met geweld in te nemen
als er geen vredesgesprekken komen.

Wat opvallend is:
ondanks zware sancties en militaire blunders
is Rusland overeind gebleven.
Het land wist sancties te omzeilen,
de wapenindustrie weer op gang te krijgen
en tegenstanders het zwijgen op te leggen.
Daarbij kreeg Poetin onverwachte steun uit de VS.
De wispelturige houding van de Amerikaanse president Donald Trump
werkt in het voordeel van Moskou,
omdat het verdeeldheid zaait tussen bondgenoten.
Ondertussen beschuldigt Rusland Europa ervan
dat zij de Amerikaanse vredespogingen proberen te saboteren.

Oekraïners vragen zich ondertussen af
wat een mogelijk akkoord waard is.
Ze vrezen dat Poetin vanuit bezet gebied
gewoon verder zal werken
aan de vernietiging van hun land.
Andere Russische leiders
blijven bovendien waarschuwen
voor een zogenaamd agressief Europa
en NAVO-plannen voor een toekomstig conflict.

Een belangrijk strijdpunt is het Russische geld
dat in Europa is bevroren.
Europa besloot dat geld niet direct
aan Oekraïne te geven,
maar Kyiv via de EU-begroting te steunen.
Rusland ziet dat als winst en dreigt met rechtszaken,
onder andere tegen Euroclear in België.
Er zijn zelfs aanwijzingen
dat Russische en Amerikaanse inlichtingendiensten
Europese politici en medewerkers onder druk zetten met dreigementen.
Tegelijk klinken er in Moskou ook zachtere geluiden:
sommige bronnen zeggen
dat het Kremlin onder strenge voorwaarden
openstaat voor het inzetten van een deel
van dat geld voor wederopbouw.

Binnen Rusland houdt Poetin het beeld van succes stevig vast.
Tijdens de jaarlijkse live toespraak sprak hij
alleen over militaire winst
en noemde hij het gebruik van Russische tegoeden ‘roof’.
Slecht nieuws, zoals Oekraïense aanvallen, werd genegeerd.
Toch maken veel Russen zich vooral zorgen over de economie.

Die zorgen zijn niet onterecht.
De oorlogseconomie draait,
maar gewone sectoren zitten in de problemen.
Inflatie is hoog, rentes stijgen, banen worden schaarser
en de olieprijs – cruciaal voor Rusland –
staat op een dieptepunt.
Analisten zeggen dat Rusland leeft op een ‘geleende toekomst’.
Toch zal Poetin de oorlog niet stoppen om economische redenen.
De kosten worden simpelweg
doorgeschoven naar de bevolking:
hogere belastingen, lagere lonen en minder subsidies.

Ook politiek wordt de greep in Rusland steeds strakker.
Oppositie is vrijwel uitgeschakeld,
kritische partijen worden aangepakt
en populaire apps en platforms verdwijnen.
Richting de parlementsverkiezingen van 2026
wordt vooral ingezet op thema’s
als stabiliteit en nationalisme,
niet op de oorlog.

Om alles te verhullen, zijn Russische steden dit jaar extra feestelijk verlicht.
Dat staat in schril contrast met arme regio’s
zonder basisvoorzieningen.
Russische woordvoerders beweren ondertussen
dat Europa in ‘duisternis’ leeft,
maar Europese steden reageerden
met foto’s van uitbundig verlichte straten.
Het symboliseert het grotere verhaal:
Rusland probeert kracht uit te stralen,
terwijl de scheuren onder de oppervlakte steeds zichtbaarder worden.

 

En…voel je je al een beetje ‘kerstig’?
Of ben je, net als zovelen, gewoon moe?
Door de jaren heen heb ik vrienden en collega’s gehad
die als ware feestvierders de decembermaand indoken,
onvermoeibaar op zoek naar kerstfilms,
kerstgerechten en kerstliedjes,
en genoten van alles wat voor hen een soort
zachte, magische sfeer oproept die alles helderder maakt.
De lichtjes gaan aan, de kerstliedjes beginnen te spelen
en hun stemming lijkt mee te stijgen met de feestdagen.

Dit heeft me altijd verbaasd.
Daar zit je dan straks, op kerstavond,
in een tochtige kerk te wachten
tot de middernachtdienst begint.
De kaarsen flikkeren in de duisternis
die ze nog niet heeft overspoeld;
maar de duisternis is er nog steeds.
Je hebt het gevoel dat je er
maar net aan ben ontsnapt,
sterker nog,
je hebt haar misschien wel meegebracht.

Misschien komt dit gewoon
doordat feestdagen haaks staan
op jouw voorkeur voor rustige bijeenkomsten
met kleine groepjes mensen.
De specifieke eisen van december
betekenen dat voor veel mensen dat ze zich op de 24e
meestal helemaal niet meer in kerststemming voelen,
maar er gewoon helemaal klaar mee zijn.
Want morgen is weer een dag
en sta je onder druk om een feestelijk diner te bereiden
waar je niet bepaald zin in hebt,
noch om te koken, noch om op te eten.

Misschien is dan toch het kerkbezoek
niet meer dan een zelfzuchtige ontsnapping aan dit alles.
De boodschap is immers stralend, zelfs als je dat zelf niet bent.
God had de wereld zo lief dat Hij Zijn enige Zoon zond.
Dit is de hoop die door de eeuwen heen weergalmt:
de belofte dat God dichtbij is gekomen,
niet alleen tot degene die zich in kerststemming voelt,
maar ook (misschien wel meer)
tot degene die zich moe en overbelast voelt.

Toch kun je zelfs in de kerk
nog steeds geplaagd worden
door je eigen afstand tot de emotionele atmosfeer
die je lijkt te omringen.
Je kunt dan de woorden van geloof uitspreken,
de theologie bevestigen,
je kunt de schoonheid van het kerstverhaal erkennen
en toch voel je toch niets dieper dan je eigen vermoeidheid.
Je zingt de kerstliederen die je zo graag zingt,
maar de woorden klinken hol.
Hoeveel doet dit er eigenlijk toe?
Ja, je wordt ertoe aangezet om me dat af te vragen.

Iemand schreef eens vanuit een christelijk perspectief openhartig
over haar ervaringen met depressie.

‘…als God werkelijk de God van de Bijbel is,
dan eist hij onze aanbidding en gehoorzaamheid,
ongeacht hoe we erover denken,
of over onszelf, of over anderen.’

Deze uitspraak grijpt me, niet omdat ze streng klinkt,
maar omdat ze waar klinkt.
De kern van haar betoog is
de overtuiging dat de ziel wordt gedefinieerd
als ‘het zelf in relatie tot God’.
Met andere woorden, onze aanbidding
gaat niet primair over hoe we over God
of over Kerst denken,
maar over het feit dat we bij God horen,
dat we ons gevoel van eigenwaarde ontlenen
aan Gods achting voor ons,
en dat we ons steeds opnieuw op God richten,
ongeacht de feestdagen in december.

Dit inzicht komt op mij over
als een glimp in de decemberduisternis:
hier voel ik eindelijk een klein sprankje hoop.
Als mijn ziel mijn zelf is dat zich tot God richt,
dan doet mijn emotionele vlakheid niets af
aan die relatie, integendeel,
ze versterkt die juist.
In die koude kerk zitten is geen daad van egoïstisch escapisme.
Het is een moment waarop je er bent
voor een God die er voor jou is geweest,
en jouw onvermogen
om een kerstsfeer op te roepen
verandert niets aan de betekenis
van die roep en het antwoord.
Hierin mag je de geruststelling vinden
dat het gebrek aan emotie
geen teken van een geestelijk tekort is
– sterker nog, het zou wel eens
het tegenovergestelde kunnen zijn.

Het koor komt binnen, de dienst begint.
We zingen samen het kerstlied ‘Stille nacht, heilige nacht’,
dat op treffende wijze de worsteling weergeeft
met de spanning tussen wereldmoeheid
en de boodschap van hoop waarin we belijden te geloven:

Stille nacht, heilige nacht,
Davids Zoon, lang verwacht,
die miljoenen eens zaligen zal,
wordt geboren in Bethlehems stal,
Hij, der schepselen Heer,
Hij, der schepselen Heer.

Hulploos Kind, heilig Kind,
dat zo trouw zondaars mint,
ook voor mij hebt Ge U rijkdom ontzegd,
wordt Ge op stro en in doeken gelegd.
Leer me U danken daarvoor.
Leer me U danken daarvoor.

Stille nacht, heilige nacht,
vreed’ en heil wordt gebracht,
aan een wereld, verloren in schuld;
Gods belofte wordt heerlijk vervuld.
Amen, Gode zij eer!
Amen, Gode zij eer!

Het lijkt erop dat het echte kerstgevoel
wordt ervaren door degenen
onder ons die verdoofd,
moe of uitgecheckt aankomen.
Het kerstverhaal is immers een verhaal
over God die nabij komt,
niet naar mensen die zich heilig en hyperactief voelen,
maar naar een vermoeide wereld vol mensen
die zich gewoon, genegeerd en uitgeput voelen.
God verscheen niet in een zachte, magische omgeving,
maar in een stal (sic!);
de minst emotioneel geënsceneerde setting
die je je kunt voorstellen.
Daar, net als hier,
waren duisternis en kaarslicht
in een wankel evenwicht.
Maar daar werd een kind geboren,
en daar mag jouw ziel haar waarde weer ontdekken.