Afgelopen zondag had ik een gesprek met een gemeentelid van in de negentig.
Dat gesprek maakte diepe indruk op me.
Ze vertelde over de diepe eenzaamheid die ontstaat als je al je familieleden overleeft.
Haar woorden waren een krachtige herinnering dat lang leven zowel een zegen als een uitdaging is.

Het gesprek deed me denken aan een zelfde soort vraag
die in de film ‘Highlander‘ uit 1986 werd gesteld.
De film volgt Connor MacLeod, een Schotse Hooglander geboren in de 16e eeuw
die ontdekt dat hij onsterfelijk is nadat hij een wond heeft overleefd die dodelijk had moeten zijn. Terwijl hij door de eeuwen heen leeft, ziet hij iedereen van wie hij houdt oud worden en sterven, en worstelde zelf met het gewicht van het eeuwige leven.

Toen de gitarist van Queen, Brian May,
werd gevraagd om de titelsong voor de originele film te schrijven,
creëerde hij ‘Who wants to live forever?
Het nummer legt op prachtige wijze het verdriet van het eeuwige leven vast
en vraagt zich af of eeuwig leven op deze aarde echt een geschenk is
als het betekent dat je het verlies van iedereen die je dierbaar is, moet doorstaan.

Dit thema van onsterfelijkheid versus de waarde van een eindig leven
wordt ook onderzocht in de verhalen van J.R.R. Tolkien
over de personen Beren en Lúthien, en Arwen en Aragorn.
Zowel Lúthien als Arwen, die onsterfelijk zijn,
kiezen ervoor om hun eeuwige leven op te geven uit liefde voor hun sterfelijke partners.
Ze leven liever een kort leven met degenen van wie ze houden dan een eeuwigheid zonder hen.
Ergens anders laat Tolkien in The Lord of the Rings Gandalf tegen Frodo zeggen:
‘Het enige wat we hoeven te beslissen is wat we doen met de tijd die ons gegeven is.’

Maar wat is dan een eeuwig leven?

De filosoof Karl Marx, de grondlegger van het marxisme, zei eens:
‘godsdienst is de opium van het volk’; een verdovend middel.
Een middel dat je gebruikt om ‘high’ te worden.
Dan denk je even niet meer aan je problemen, dan voel je even geen pijn of angst of zorgen.
En hij dacht daarbij vooral aan het geloof in eeuwig leven
Hij zag dat dus als drugs, als een verdovend middel.
Een gedachte om bij weg te dromen als je het slecht had in het hier en nu.
Daar moest Marx weinig van hebben. Niks wegdromen over eeuwig leven straks.
Nú de handen uit de mouwen om de heilstaat dichterbij te brengen!
Ideeën over eeuwig leven zorgen dat mensen hun lot maar aanvaarden,
terwijl ze in actie zouden moeten komen om het te verbeteren.
Maar maakt het uitzicht op eeuwig leven je passief? Werkt het inderdaad verlammend?
Of kan geloof in het eeuwige leven je misschien juist in beweging zetten?
In ieder geval had Marx één ding wel goed gezien:
die twee hebben met elkaar je maken, het leven nu en het leven straks.
Wat is het verband?

Bij ‘eeuwig leven’ moeten we niet denken aan ‘voor altijd zingen op een wolk’.
Zulke ideeën zijn niet zo christelijk als vaak gedacht.
Eeuwig leven, dat komt ná de wederopstanding.
Eeuwig leven, dat is als God alles nieuw zal maken,
en al zijn kinderen voor altijd mogen leven in zijn nieuwe wereld.
De Bijbel in Gewone Taal heeft die uitdrukking ingevoerd:
‘Gods nieuwe wereld’. Dáár gaat het heen!

Maar hoe moet je je het voorstellen? De Bijbel zegt er veel over, en tegelijk weinig.
Want alles wat er gezegd kan worden, is beeldspraak en gestamel.
Hoe kun je spreken over iets dat er nog niet is?
Maar drie dingen kunnen we in elk geval zeggen.
Ten eerste: het zal goed zijn. Ten tweede: het zal nooit eindigen.
En ten derde: de Here staat centraal.
Het zal góed zijn op Gods nieuwe wereld. Alles wat slecht is en duister en boos, zal er níet zijn. Dat is voor eeuwig buiten de deur gezet!

Wat betekent dit geloof betekent voor het leven van alledag.
Werkt het als opium, om weg te dromen, of is dat onzin?
Want Marx, haalde zijn uitspraak natuurlijk wel ergens vandaan.
Soms dachten en denken christenen ongeveer zo: het leven op aarde doet er eigenlijk niet veel toe. Het gaat erom dat je in de hemel mag komen.
En daardoor wordt er al snel berust in dingen die niet kloppen in onze maatschappij,
onrecht en armoede.
‘Zo is het nu eenmaal, zolang Gods koninkrijk niet is gekomen’.
Hoogstens zul je dan proberen anderen te bekeren, opdat ook zij eeuwig leven zullen hebben.
Maar deze wereld… houd je maar liever wat afzijdig. Wij zijn niet van deze wereld, toch?
In de Verenigde Staten zijn heel wat conservatieve christenen
die erg kritisch zijn op elke maatregel ter bescherming van het milieu.
Sowieso omdat dat zogenaamd ‘links’ is, maar ook omdat ze zeggen: Jezus komt spoedig terug. Dan wordt alles nieuw en beter! Wat doet het milieu er dan nog toe?
Zuinig zijn op deze wereld die vergaat? Dat hoeft alleen als je niet van Gods nieuwe wereld weet!
Maar hoe moet het leven híer en het leven straks dan verbonden zijn?
En toch is die verbinding er, heel belangrijk! Daar zullen we nu bij stilstaan.
Zie het als een paspoort: daarin staat uw nationaliteit, in welk land u thuis hoort.
‘Nederlander’. Dat betekent dat de Nederlandse regering zeggenschap over je heeft.
En dat betekent ook dat je recht hebt op alle dingen die bij het Nederlanderschap horen. En plichten.

Paulus schrift aan de Filippenzen: ‘Ons burgerschap is in de hemel’.
Dat wil zeggen: wie bij Jezus hoort ís al een burger van Gods nieuwe wereld. Dát is waar je thuis is. Dat is je identiteit, je nationaliteit.
En dat stempelt hoe je in het leven staat. Dat brengt voorrechten mee, en plichten.
Een plekje in Gods nieuwe wereld is niet los verkrijgbaar!
Paulus zegt namelijk ook iets over de levenswijze die erbij hoort.
Geloof je in eeuwig leven in Gods nieuwe wereld, dan leef je nú al als burger van die wereld! Volgens de waarden en normen die daar gelden.
En ja, uiteraard, dat zal zijn met alle gebrek, met vallen en opstaan.
Maar het kan niet zijn dat je beweert een hemelburger te zijn,
terwijl je in alle opzichten leeft als burger van déze wereld.

Welke rol speelt het geloof in het eeuwige leven bij u?
Onze tijd is heel sterk van het alles zoeken in het hier en nu.
En ook onder christenen is dat sterker dan we wel denken.
Is het eeuwig leven een leuk extra voor straks, of stempelt die hoop ons bestaan?
Leef je als hemelburger – nu al?
Put je troost en kracht uit Gods belofte, motiveert die je om vol te houden? Geloof je het écht?
Nee, laten we niet ons van de aarde afkeren en alleen hopen op de hemel.
Maar laten we, terwijl we leven op aarde, vooruitzien.
Laat het licht aan de horizon de richting van ons pad bepalen.
Paspoorten worden verstrekt door Jezus Christus aan ieder die wil!
Kom, leef dáárheen. Zing ervan. Werk ervoor. Hoop erop.
Leef nú al dicht bij de Here en doe wat Hij wil.

 

Ze hebben het wel eens over

‘als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’.

Ofwel: nooit, dat kan niet.

Maar toen ik met de Paasdagen hier in de buurt rondreed,

kreeg ik een moment de indruk dat Pasen en Kerst op één dag vielen.

Ik zag namelijk iets, met Pasen dus,

dat mijn gedachten direct naar de Kerst voerde.

Het zal wel een beroepsafwijking zijn…

Wat zag ik dan? Wel, onderweg zag ik verschillende bomen

die bij de grond waren afgezaagd.

Meer boomstronken dan bomen dus eigenlijk.

Maar nu zo mooi: uit die boomstronken groeiden allemaal nieuwe uitlopers,

er kwamen takken omhoog.

Het leven is er niet zomaar onder te krijgen!

Direct moest ik denken aan woorden van de profeet Jesaja

‘er zal een twijg voortkomen uit de afgehakte stronk van Jesse’

woorden die gewoonlijk klinken in de tijd net voor Kerst.

Een belofte in de vorm van een beeld:

als alle hoop vervlogen lijkt, zal er tóch een nieuw begin zijn.

Dat nieuwe begin is dan het kindje Jezus dat geboren wordt met Kerst.

Echter, past dit beeld ook niet prachtig bij Pasen?

De weg van de mensheid lijkt dood te lopen:

mensen gaan voor zichzelf, gebruiken geweld, onderdrukken onschuldigen…

In de kruisiging van Jezus werd het allemaal onthullend zichtbaar,

en anders wel in het wereldnieuws.

Is er dan nog een toekomst?

Of is de mensheid een afgehakte boomstronk waar het niets meer mee wordt?

Maar dan is daar het antwoord van Pasen.

Na Jezus’ kruisiging kwam zijn opstanding.

De boomstronk loopt uit!

Pasen zegt ons: er is een leven dat sterker is dan de dood!

Liefde overwint uiteindelijk de haat.

Er is hoop, want Jezus leeft! Hij als eerste ‘uitloper’,

toont dat er toekomst is bij God vandaan.

Wat zijn die boomstronken dan mooi!

Tekens zijn ze, om nooit op te geven,

maar verwachting te blijven hebben.

Jezus leeft, en deelt leven uit.

Geloof dat maar!

‘Hodie Mihi, Cras Tibi’, vandaag ik, morgen gij.

Deze tekst zie je nog wel eens op rouwborden in oude kerken of boven begraafplaatsen.

De mens wordt er aan herinnerd dat de dood niemand uitsluit.

Ook in tijden van crises zijn we uiteindelijk aan elkaar gelijk.

In haar boekje Crisis! uit 2022 schrijft Beatrice de Graaf

over de noodzaak tot een nieuwe vorm van crisisbeheersing.

‘In de eeuwen vóór de moderne tijd werd het crisisverhaal wel verteld

aan de hand van de metafoor van de “de dodendans”.

Jong en oud, arm en rijk is met elkaar verbonden

in een dodendans, want sterven gaan we allemaal.

En vanwege die gezamenlijke lotsbestemming

is het zaak elkaar bij de hand te houden.

De dans was een “memento mori”,

zorg dat je tijdens je leven eerzaam, eerlijk en oprecht leeft.

Dat je aalmoezen geeft, en omziet naar elkaar.

Want in een dodenhemd is iedereen gelijk. (…)

destijds wisten burgers wel dat er niets anders op zat

dan om met het onheil te leren leven. (…)

de dodendans moest gedanst worden.

Die voormoderne burgers wist eveneens allang

dat rampen nooit alleen kwamen. (…)

heldere simpele uitwegen uit de crisis waren en zijn er niet.

Er ziekt altijd wel iets door. Of breekt weer uit.’

De maakbaarheid van de mens en het menselijk leven

blijkt steeds weer duidelijk begrenst en/of maakt niet gelukkig.

Laatst las ik een artikel over een man die koste wat het kost

zolang mogelijk wil doorleven en het ultieme doel was eigenlijk eeuwig leven.

Gevolg wel was dat hij om die reden

invloeden van buitenaf zo veel mogelijk tegen te gaan,

geen tot extreem weinig contact heeft met de buitenwereld.

Hij is extreem eenzaam, maar alles voor het ultieme doel: eeuwig leven.

Maar eigenlijk heeft hij géén leven.

Aanvaarding van je lot maakt je – mijns inziens – tot een beter mens.

En ja, als christen geloof ik een een beter leven na dit leven,

namelijk het eeuwig leven in Gods koninkrijk.

Psalm-4916-2

naar aanleiding van psalm 49

Het gaat in deze psalm om een actueel onderwerp, zeker in deze coronacrisis: de dood.
De boodschap van deze psalm is eenvoudig: alle mensen zijn gelijk (vers 2-3),
allen zijn sterfelijk (vers 13-15), en alleen in God is er hoop op leven (vers 16).

Maar dat zijn zeker niet de gedachten van veel mensen, die, ook in onze tijd,
‘op hun vermogen vertrouwen, en met hun grote rijkdom pronken’ (vers 7).
‘Hun diepste gedachte is, dat hun huizen zullen blijven bestaan,
hun woning van geslacht tot geslacht’ (vers 12).
Wijze mensen weten daarentegen maar al te goed
dat hij niets heeft om op te roemen.
Zijn huis bestaat niet werkelijk voor altijd,
en ook zijn eigen leven is maar van korte duur:
‘U weet niet eens hoe uw leven er morgen uitziet.
U bent immers maar damp, die heel even verschijnt en dan al verdwijnt.’
(Jakobus 4:14).

Tegenwoordig valt er veel te kiezen als het om sterven gaat.
Hoe gaan we daarmee om?
We leven in een tijd waarin talloze vragen op ons afkomen,
ook waar het het levenseinde betreft:
Juist omdat we kunnen kiezen houdt doodgaan ons meer dan ooit bezig.
Echt iedereen wordt aangesproken en aangespoord om na te denken
over zijn bestemming en om de les van de wijsheid op te merken
en zich eigen te maken.
Het is dus algemeen menselijk en algemeen geldig.
Daarom vind ik het opvallend dat in dit verband de naam van de HEER ontbreekt.
In de psalm vinden we alleen twee keer: ‘God.’
Maar dat betekent niet, dat het geen boodschap van God is.
Het inzicht in het menselijk leven en handelen bij de dichter
komt van de Heilige Geest.
Het is wijsheid van boven. Want wie kent de mens nu beter dan God,
die ons geschapen heeft.
De psalmdichter zegt:
‘Wijze woorden wil ik spreken, waar ik goed over nagedacht heb.
Wijze lessen heb ik geleerd’ (vers 4, 5)

De wijsheid in het gezegde is voor iedereen actueel en belangrijk.
Want ieder mens krijgt vroeg of laat te maken met de dood.
Niet alleen van iemand in je omgeving, maar ook je eigen sterven.
Hoe ga je daarmee om, van tevoren al, in het leven nu?
Hoe accepteer je de werkelijkheid van de dood?
Ook in de relatie met God, de Schepper van het leven.
Hiermee hangt samen de vraag: Hoe moeten we leven?
Hoe ga ik om met geld en bezit? Mag rijkdom wel?
Is psalm 49 daarin alleen maar negatief? Nee, niet voor iedereen
Wel voor hen die alleen maar belangstelling hebben
voor de rijkdom en praal van dit leven.
Maar voor hen die daarmee en daarnaast Gods koninkrijk zoeken,
spreekt deze psalm op zeer positieve wijze van opstanding en eeuwig leven:

‘Maar mij zal God vrijkopen uit de macht
van het dodenrijk, mij zal hij wegnemen.’ (vers 16-17)

Dat betekent: God bewaart mij voor de dood. Ik zal nog niet sterven.
Vervolgens kun je ook de lijn doortrekken naar het eeuwige leven.
Het dodenrijk zal mij niet definitief in zijn macht krijgen.
Daar zorgt God voor,God koopt mij vrij.
Ik trek hier ook de lijn naar het kruis en het offer van Jezus Christus.
Voor wie in Christus gelooft bestaat er daarom hoop op leven na de dood.
Hij koopt zijn volk los voor de prijs van zijn leven, zijn bloed.
Inderdaad: ‘Wat God vraagt voor een leven is niet te betalen.’
Maar Jezus betaalt met zijn leven.
En dan is de dood uitgekocht en heeft hij geen zeggenschap meer.
Dat geeft rust!
Dat betekent tegelijk een sterke relativering van het belang van geld en bezit.
Geld maakt niet gelukkig!
Het is slechts een gebruiksmiddel,
waar je goede en slechte dingen mee kunt doen.
God koopt je vrij. Ook vrij van angst en vrij van jaloezie.
Dat is een misschien wat dwarse boodschap in onze maatschappij.
Maar uitdagend voor wie op God vertrouwt

Mensen, wees niet bang. Het laatste hemd heeft geen zakken.
Je kun niets meenemen. Je hoeft niets mee te nemen.
Als je je dat beseft ben je pas écht rijk! In Christus.

Met de succesvolle tentoonstelling van de Dode Zeerollen heeft het Drents Museum te Assen alweer een tentoonstelling waarbij de dood een belangrijke rol speelt. Dit keer zijn het geen oude geschriften, maar een tentoonstelling van gemummificeerde lichaam. mummiesEen tijdje geleden werd in hetzelfde museum een deel van het bekende Chinese terracotta leger – een grafgift meegegeven aan de eerste Chinese keizer – tentoongesteld, wat eveneens veel bekijks trok. Sinds die tijd moeten de mensen van het Drents Museum wel hebben bedacht dat ze op een louter bezoekerskanon hebben gevonden, namelijk ‘de dood’. Wat mij toch elke keer weer verbaasd en dat veel mensen die niks moeten hebben van een leven na de dood gefascineerd zijn door het geloof van ‘hun’ voorouders. Wereldwijd gaven volken grafgiften mee, ja soms zelfs een heel leger,  aan hun doden of mummificeerden hun doden omdat ze hen graag bij zich hielden ter verering. Het is zelfs in zwang geweest om mummiepoeder (de vermalen substantie) te gebruiken als medicijn tegen allerlei kwalen totdat men het ethisch niet meer verantwoord vond. Nogmaals, ik sta er versteld van dat mensen die zich met hart en ziel verknopen aan het hier en nu waar het leven ‘to the max’ moet worden geleefd en waar elke ziekte door jezelf moet worden overwonnen – ik zag laatst een item over een stel malloten die zeker wisten dat als je in je blote bast een berg opsjouwd dat je dan in je zieke lichaam ongekende genezingsprocessen in werking zet – , dat die mensen zich zo interesseren voor het geloof in het hiernamaals.

Of is dat stiekem het verlangen om dat allemaal op te willen geven, dat altijd maar moeten, en misschien jaloers zijn op mensen van nu of van toen die niet alleen maar gericht zijn en waren op het najagen van geluk in het aardse leven, maar ook in een leven na dit leven geloven?