Zwolle, Sassenstraat 5 ‘Hij weet niet wat hij verliest, die het tijdelijke voor het geestelijke kiest. Als het komt op en scheiden, soo heeft hij geen van beiden’

 

Lopend door mijn eigen stad, Zwolle,
kom je nog weleens gevelstenen tegen
met een afbeelding of een opschrift zoals de bovenstaande.

Je zou dit opschrift ook zo kunnen vertalen:

Wat baat het een mens
als hij de hele wereld wint,
maar zijn eigen ziel verliest?

Het blijft toch een enorme aantrekkingskracht hebben:
macht en (extreme) rijkdom.
Maar mijn eerste gedachte is dan
dat mensen mensen zijn,
en dat rijkdom
niet al onze problemen oplost.
Er is in feite veel meer armoede,
zowel fysiek als spiritueel,
dan op het eerste gezicht lijkt.

‘Wat baat het een mens als hij de hele wereld wint,
maar zijn eigen ziel verliest?’
Het lokt ons streven uit:
degenen met weinig en zij met veel.
Wij denken vaak dat meer meer beter is.
Onze maatschappij voedt de strebers op,
en in die jacht op rijkdom beweren sommigen
dat zo onze maatschappij zijn ziel verliest.

De maatschappelijke ratrace heeft je geld afgepakt,
of je gedwongen om meer om geld te geven
dan je anders zou hebben gedaan.
Met andere woorden:
de wereld veroveren betekent je ziel verliezen.

Maar zelfs die indicatoren van mainstream rijkdom
en een eigen versie van cool zijn onzeker,
want economische turbulentie
brengt zomaar ook de veronderstelde fundamenten
van rijkdom aan het wankelen.
Rijkdom heeft een diepere basis nodig dan geld.
En de ziel heeft een warmere basis nodig dan coolness.
Men is op zoek naar oppervlakkige liefde
dat is wat het menselijk hart echt, echt wil.
En veel mensen denken dan:
‘weet je, als ik het geld heb en ik koop de spullen,
dan krijg ik meer liefde.’

Rijkdom, en ik zou zeggen coolness,
zijn bemiddelaars voor deze liefde.

Als christen zou ik zeggen dat
zorgen voor de ziel
betekent je openstellen
voor een liefde die veel rijker is
dan wat er aan de oppervlakte is.
Onze innerlijke vastberadenheid in wat ons drijft
en waar we ons aan wijden,
weegt veel zwaarder
dan de uiterlijkheden van het leven.

Ik heb mensen gezien die verblind waren door hun eigen rijkdom
en anderen die er totaal niet van onder de indruk waren.
En hoewel de meesten van ons
graag zelf zouden willen ontdekken
dat rijkdom een bedrieger is,
zijn zowel rijkdom als coolness irrelevant
wanneer de kist in de grond zakt.

In de Bijbel kom je in Mattheüs 19
een verhaal tegen dat goed aansluit
bij de levenswijze van
sommige mensen in onze tijd:
Toen een rijke jongeman,
overtuigd van zijn eigen goede leven en waardigheid,
Jezus de rug toekeerde,
was hij verdrietig
en hield hij vast aan zijn rijkdom.
Maar de ogen die op hem gericht waren,
hielden nog steeds van hem.

 

Oké, als rechtgeaarde protestant van het confessionele snit
besteed ik misschien wel heel veel aandacht aan de nieuwe paus,
maar dat heeft zeker zo een reden:
er is momenteel namelijk heel veel onrust
op het geopolitieke toneel.
Er zijn veel tegenovergestelde belangen
opgeblazen ego’s die hun plaats opeisen
ten koste van de ander en van andere landen.
En dan denk ik: misschien kan de nieuwe paus
in deze situatie van spanningen een bemiddelende rol spelen?
Hij heeft daar immers al een voorbeeld van gegeven,
met het faciliteren
van een tête-à-tête tussen Trump en Zelensky.

Zo gingen mijn gedachten weer terug
naar het eerste optreden van de pas geïnstalleerde paus:
Je zag de imposante gevel van de Sint-Pieter,
dat grote monument van Rooms-Katholieke autoriteit.
Op het plein ervoor was een menigte van 200.000 mensen verzameld
die zich uitstrekte zover het oog reikte.
De wereldmedia keken vanaf de balkons op die menigte neer.
En daartegenover stonden de rijkelijk versierde
rode fluwelen stoelen klaar
voor president als Zelensky, J.D. Vance, Trump,
en de staatshoofden van andere talloze landen
in Europa en ver daarbuiten.

En ik dacht aan de nieuw aan te treden paus, Robert Prevost;
hij stond op het punt door deze deuren te stappen.
Een man die in 2015 tot bisschop werd benoemd,
pas twee jaar geleden kardinaal werd
en nu in de aandacht stond van deze enorme menigte
en miljoenen anderen op tv,
als dé spirituele leider van 1,4 miljard katholieken,
die binnen een paar weken van relatieve onbekendheid
naar de beroemdste man ter wereld was gekatapulteerd.
Volgens mij moet je dan wel iemand zijn
met een opmerkelijke nederigheid;
om dit allemaal niet naar je hoofd te laten stijgen.

De Sint-Pieter is ontworpen om indruk te maken.
Het plein voor de kerk is omringd
door imposante beelden van apostelen,
heiligen, martelaren en kerkvaders,
die allemaal neerkijken
op de gebeurtenissen beneden.
Het was precies déze kerk
die onbedoeld de Reformatie in gang zette,
toen een fondsenwervingsactie
voor de bouw gepaard ging
met de verkoop van aflaten in onder andere Duitsland,
waar het Maarten Luthers woede opwekte.
De voorgevel, met zijn hoge pilaren, grote ramen,
weelderige balkons en rijke wandtapijten,
kan niet anders maken dan je klein te voelen.
Binnen is de ruimte énorm, met overal prachtige kunstwerken.
Dit was een uiting van het pausdom uit de Renaissance,
dat leidde naar de Contrareformatie,
de zelfverzekerde barokke geest
die de triomf van de Kerk over al haar vijanden aankondigde.

Een paus met een vleugje ijdelheid zou gevaarlijk zijn.
Alles wijst op de macht van deze positie,
de opvolger van Petrus,
de leider van de grootste christelijke gemeenschap ter wereld,
iemand die wereldwijd direct herkenbaar is,
naar wie wereldleiders
met de pet in de hand moeten komen.
Geen wonder dat sommige pausen
in het verleden politieke manipulators zijn geworden
en met keizers en koningen wedijveren
over wie de meeste macht heeft.

Maar tegenwoordig klinkt de Katholieke Kerk nederiger.
Paus Franciscus zette de kerk
op weg naar een lijn van ‘synodaliteit‘,
waarbij hij andere stemmen uitnodigde
in de discussies binnen de kerk
dan alleen mannelijke priesters.
Paus Leo lijkt die lijn te willen doortrekken.

Verwijzend naar zijn verkiezing zei hij:

‘Ik ben uitgekozen zonder enige verdienste van mijzelf,
en nu kom ik, met vrees en beven,
naar u toe als een broeder,
die de dienaar van uw geloof en uw vreugde wil zijn,
en met u wil wandelen op het pad van Gods liefde.’

De toon was er niet één van zelfverheerlijking,
van het benadrukken van de macht van de positie.
Er was geen strategie om de kerk en de wereld
fundamenteel te veranderen.
Er was geen groots plan
om de machtsmiddelen te gebruiken
om de maatschappij naar zijn visie vorm te geven.
In plaats daarvan ging het erom
een ongrijpbare en oncontroleerbare kracht te ontketenen:
de kracht van zelfopofferend mededogen.

Of zoals paus Leo het zelf verwoordde:

‘Het ambt van Petrus wordt juist gekenmerkt
door zelfopofferende liefde,
van de Kerk van Rome
die haar ware gezag vindt
in de naastenliefde van Christus.
Het gaat er nooit om anderen
te veroveren met geweld,
religieuze propaganda of macht.
In plaats daarvan
gaat het altijd
en alleen om liefhebben zoals Jezus deed.’

Dat is anders dan de manier
waarop pausen in het verleden soms spraken.
De Kerk heeft geen andere macht dan de macht van de liefde
– het soort zelfopoffering
die we zien in het leven van Christus.
De huidige paus vindt haar ware gezag in naastenliefde.
Een beetje anders
dan sommige andere presidenten
die ik me kan herinneren.

Toegegeven, we weten nog niet veel over hem,
maar Robert Prevost
komt op me over als een nederig man.
Iemand die een plek aan Harvard Law School
aan zich voorbij liet gaan
om in plaats daarvan
twintig jaar lang de armste gemeenschappen
in Peru te dienen,
slapend op de vloer van hutten,
reizend op ezels naar afgelegen dorpen,
onopgemerkt en onbekend.
Dat getuigt van een duidelijk gebrek
aan eigenbelang.
Je solliciteert niet naar het pausschap,
je kandidatuur aankondigend,
je opwerkend in de gelederen,
je verdiensten bepleitend tegenover de kiezers.
In plaats daarvan ga je gewoon door met wat je doet,
en als de roep komt, geef je er gehoor aan.

Als paus Leo zal hij die nederigheid nodig hebben
wanneer hij deze rol
de rest van zijn leven op zich neemt.
Hij zal die nodig hebben
om de subtiele verleiding
van de eerbied die anderen
hem betonen te weerstaan,
de bewondering die hij zal ontvangen
waar hij ook gaat,
de gebouwen waarin hij woont,
de pracht van de pausen die hem voorgingen,
de manier waarop mensen
aan zijn lippen zullen hangen.
De verleiding om te denken dat Robert Prevost
toch een enorme vis is,
iemand wiens talenten
hem tot dit punt hebben gebracht,
zal groot zijn.

Maar als hij onverhoeds toch aan die verleiding toegeeft,
zal hij terugvallen
in de alledaagse gang van zaken in de wereld,
en heersen over degenen die hij onder zijn hoede heeft.
Maar hij lijkt zich terdege bewust
van de gevaarlijke aard van zo’n positie.
‘Wie er ook geroepen is
om de opvolger van Petrus te zijn’,
zei hij,
‘moest toezicht uitoefenen
zonder ooit toe te geven
aan de verleiding om een autocraat te zijn,
heersend over degenen
die aan hem zijn toevertrouwd.
Integendeel, hij is geroepen
om het geloof van zijn broeders en zusters
te dienen en naast hen te staan.’

Het was toch Jezus die zei:

‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden
door hun eigen heersers
en dat hun leiders hun macht misbruiken.
Zo mag het bij jullie niet gaan.
Wie van jullie de belangrijkste wil zijn,
moet dienaar van de anderen zijn’ (Lucas 10,42-43)

Andere presidenten, premiers en patriarchen
zouden daar een voorbeeld aan kunnen nemen.