Ten slotte volgt dan de fase van aanvaarding.
Aanvaarden dat de Nederlandse samenleving
sinds half maart 2020 niet meer gelijk is als daarvoor.

Aanvaarden dat heel de wereld veranderd is
en dat zaken niet meer gaan zoals we ze gewoon waren.
Dat een anderhalvemetersamenleving van deze tijd is.
Dat dit grote consequenties heeft voor evenementen
zoals concerten, festivals, sportwedstrijden en kerkdiensten.

Aanvaarden betekent loslaten van wat was
en het nieuwe normaal omarmen.
Al blijft het voelen als abnormaal.
Want aanvaarden en loslaten
is wat anders dan vergeten hoe het was.
Toch realiseer ik me dat ik
de nieuwe situatie niet aanvaard heb.
In deze fase ben ik niet beland.
Ik houd en wil teveel vasthouden aan mijn oude leven.
Ik vraag me zelfs af of ik de fase hiervoor al in ben gegaan. Veel meer ontdek ik bij mij zelf het marchanderen.
Want als dat medicijn er nu is
en mensen er tegen gevaccineerd kunnen worden,
dan is het toch klaar en dan gaan we toch gewoon verder
zoals we in 2019 gewend waren.
Ik hoop van harte dat er een moment komt
waarop we als samenleving opgelucht
en met vreugde in het hart kunnen zeggen:
‘Dit is zo 2019’. Ik verlang er naar.
Een normale samenleving waarin mensen
misschien op gepaste afstand dicht bij elkaar leven
en gevaar van besmetten of besmet worden geweken is.

Ik weet niet of die tijd komt.
Als het lukt om binnen een korte periode
met medicijnen mensen die besmet zijn te genezen
en door vaccinatie te voorkomen dat mensen ziek raken,
dan lijkt deze periode tijdelijk te zijn.
Dan hebben we ‘slechts’ het verlies te verwerken van geliefden die gestorven zijn door het coronavirus,
van bedrijven die omgevallen zijn
en van een tijd waarin we niet bij elkaar
over de vloer kwamen.
Dan rest het de samenleving slechts om dit te aanvaarden. Voor talloze mensen zal het persoonlijk moeilijk zijn
om tot aanvaarding te komen,
maar als samenleving zal deze stap niet zo groot zijn.
Er zal een nieuw ‘goed’ moeten komen.
In de kerk zal nagedacht moeten worden
over de invulling van kerk zijn in de komende jaren.
Voor kerkdiensten lijken online diensten een goed alternatief. Tegelijk is dit het doorgaan op oude voet.
Zal er een ander ‘normaal’ komen?
Zover zijn we nog niet,
maar ik laat me graag verleiden om verder te denken.
Bovenal wil ik me laten leiden door de Geest van God.
Want Hij die hemel en aarde geschapen heeft,
blijft dezelfde tot in alle eeuwigheid.
God verandert niet en is en blijft betrokken bij deze wereld
en in het bijzonder bij de kerk op aarde.
Voor een kerk die niet weet hoe het verder moet,
maar wel door heeft dat het niet bij het oude kan blijven,
is het gebed tot Hem en om leiding door de Heilige Geest
het enige wat rest.
Het brengt de gedachten bij de volgelingen van Jezus
die na de hemelvaart van de Here Jezus
eensgezind bijeen waren in bidden en smeken.
God vulde hen met Pinksteren met de Heilige Geest
en gaf en de mogelijkheden
om het Evangelie van Jezus Christus te delen
met allerlei mensen en in allerlei talen.
In dit vertrouwen wil ik leven.
Dat God ook nu door Zijn Geest geeft wat nodig is
om het Evangelie van Zijn Zoon te delen.
Zo mogen we te midden van een rouwproces
de Heer dienen met blijdschap.

Uiteindelijk komt er een keer een moment
waarop de realiteit doordringt.
Het is het besef dat het niet meer wordt, zoals het was.
Het komt niet meer goed. Het is over en voorbij.
Er zal voorgoed verandering komen in het leven.
Dit proces zal de samenleving ook doormaken
wanneer het gaat over het coronavirus.
Heerst er eerst nog een gevoel alles naar de hand
te kunnen zetten
in deze fase is dat gevoel compleet verdwenen.
De zinloosheid en de machteloosheid overheersen
en de moed zakt in de schoenen. Somberheid overheerst.
Als vanzelf zullen sombere berichten in de media komen. Politici, influencers, multinationals, ondernemers,
artiesten, sporters die het verdriet uitspreken
en geen hoop meer zien.
Het is donker en de tunnel is lang.
‘ook al is er een vaccin,
komen we ooit nog van het coronavirus af?’
‘Kunnen we ooit nog mensen een hand geven,
laat staan een knuffel?’
‘Wanneer zijn er weer kerkdiensten te bezoeken
en wanneer mag er dan weer gezongen worden?’
In deze fase komt het definitieve van de situatie
in volle werkelijkheid binnen.
Een harde klap.
Verdriet, sombere gedachten en een depressie
liggen op de loer.
Persoonlijk, maar ook als samenleving.
Een mens en een samenleving
die in deze fase van het rouwproces verkeert,
is moeilijk te bereiken.
Staat voor niets anders open dan sombere toekomstbeelden.
In een persoonlijke situatie is er zijn het enige wat mogelijk is.
Wat betekent dit voor een samenleving?
Als samenleving zullen we bewust moeten zijn,
dat deze gevoelens heersen en heel vanzelfsprekend zijn.
We zullen er voor moeten waken dat
dergelijke gevoelens en gedachten verdrongen worden.
Voor een samenleving betekent het dat
het verdriet en de somberheid uitgesproken mag worden.
Niet gelijk afkappen.
Laat mensen en heel de samenleving
deze fase door mogen gaan.
Het is de weg die in een rouwproces afgelegd moet worden. Het is de weg naar de aanvaarding.

Marchanderen is de volgende fase
van de 5 fasentheorie van Kübler-Ross.
Achter het marchanderen ligt de machteloosheid
om de zaken weer te herstellen naar de oude situatie
of de situatie naar de hand te zetten.
Dit maakt dat mensen bewust of onbewust,
rationeel of irrationeel gaan polderen.
Zoals ‘Als ik me houd aan de anderhalvemetersamenleving,
dan mag ik toch wel bij mijn moeder
op bezoek in het verzorgingstehuis.’
Of ‘Wanneer ik meerdere keren per dag
20 seconden lang mijn handen was,
dan kunnen de kleinkinderen toch wel op bezoek komen.’
In deze fase is de ernst van de situatie helder,
maar de alles veranderende doorwerking
van het gebeuren niet.
In deze situatie wil de rouwende mens onderhandelen,
want erkennen en accepteren is nog lang niet aan de orde. Zover is de weg van het rouwproces nog niet bewandeld.
In eerder genoemde voorbeelden
zien we vormen van marchanderen.
We komen het ook tegen bij hen
die onder het mom van de economie
scholen en bedrijven weer willen openen.
Je ziet het nu in verkiezingstijd voor je ogen gebeuren.
Er wordt onderhandelt en
zijn bijvoorbeeld de ouderen en de zwakkeren
in de samenleving het wisselgeld.
Zo iets als ‘wanneer wij hen isoleren,
dan kan de rest van de samenleving
toch wel weer gewoon opgestart worden?’
De ontkenningsfase en de woede is voorbij
en er wordt geprobeerd weer grip op alles te krijgen,
voordat de grip op het eigen leven wordt kwijtgeraakt.
Het marchanderen is hiermee een vorm van zelfbehoud.
De angst om op de een af andere manier
er aan onder door te gaan.
Zo wordt van alles gewogen om het gewaardeerde leven
dat er was weer voort gang te laten vinden.
Binnen de kerk zal er voor deze fase opgepast moeten worden. Het marchanderen ligt voor de hand.
We zijn vaak erg creatief om allerlei zaken te bedenken,
zodat het oude leven toch op de een of andere manier doorgang kan vinden.
We willen vasthouden aan wat was
en niet aanvaarden dat de tijden veranderd zijn.
Het is allemaal heel begrijpelijk.
Toch vind ik dat we hier als kerken
al echt een slag geslagen hebben.
Nu zijn veel van de kerken dicht voor erediensten ‘oude stijl’,
is zingen on hold gezet en proberen kerken
hun steentje bij te dragen aan de indamming van het virus.
Maar het marchanderen ligt ook in de kerk op de loer.
Creatieve geesten die wegen zoeken
om het bij het oude te houden in een iets andere situatie.
Want gewoon willen doen wat we gewoon waren.
Dat past ons het beste.
Al met al is het marchanderen
een onderdeel van het rouwproces.
Er zal een bewustwording op gang moeten komen,
dat men oude wijn in oude zakken doet
en nieuwe wijn in nieuwe zakken.
De tijden zijn aan het veranderen en al veranderd.
Maar dit moet wel eerst binnenkomen.

De tweede fase in het rouwproces is die van de woede.
Woede steekt in het licht van het rouwproces de kop op wanneer zelf of een geliefde besmet is geraakt
met het coronavirus of dat de angst leeft, dat dit gebeurt.
In het begin van de coronacrisis is de woede
duidelijk aanwezig bij hen bij wie de ernst
van het hele gebeuren doorgedrongen was.
Woede dat de overheid en het RIVM
niet eerder maatregelen getroffen hebben,
het op z’n beloop lieten.
Woede dat evenementen,
bijeenkomsten en kerkdiensten doorgingen.
Woedend op hen die op dat moment
niet doordrongen waren van de ernst van de situatie.
Deze woede is zichtbaar geworden richting hen
die door zijn gegaan met het houden van kerkdiensten,
maar was er ook andersom.
Woedend op hen die terechtwezen.
Want was het kerkgebouw niet vele malen groter
dan de plaatselijke supermarkt
en ze mochten er toch met 30 mensen in.
De woede begrijp ik wel als je ziet hoe erg het leed kan zijn.
Ook ik ken die woede jegens hen
\die zich niets van de maatregelen aantrokken.
‘Hoe haal je het in je stomme kop
om in deze situatie door te gaan met …………’
Ach… vult u maar in.
Woede is echter een fase in het rouwproces,
die niet in stand gehouden moet worden.
De pijn die onder de woede ligt
zal wel benoemd behoren te worden.
De pijn van hen die direct te maken hebben
met de gevolgen van het coronavirus.
Doordat ze zelf besmet zijn geraakt
en er ernstige gevolgen van ondervinden
of doordat ze werken op een ic-afdeling
en met eigen ogen gezien hebben
wat het virus kan aanrichten. Dood en verderf.
Deze pijn moet niet verdrongen worden,
maar uitgesproken worden.
Iets dat in bij de eerste golf in het voorjaar
door de #frontberichten werd gedaan.

De eerste fase die ik bespreek is die van de ontkenning.
In het licht van het coronavirus
is de eerste fase uitermate herkenbaar.
In het begin vooral door de ontkenning
dat het een groot probleem is of zal worden.
Het niet onder ogen willen en kunnen zien,
dat ook de Nederlandse samenleving ontwricht zal raken.

Ontkenning kwamen en komen we ook volop tegen bij mensen die niet onder de indruk zijn van het coronavirus.
Maatregelen vinden zij maar overbodig.
Elkaar ontmoeten en begroeten, waarom zou je dat beboeten?
Alle informatie komt niet binnen.
Het idee dat het allemaal wel mee zou vallen
en dat alle maatregelen maar overbodig waren, was sterk. Langzaam, heel langzaam drong het door.
Het is mogelijk dat mensen in deze fase blijven hangen
en de ernst van het coronavirus blijven ontkennen.
Op kerkelijk gebied zagen we een tijdje het ontkennen terug
in het door laten gaan van kerkdiensten.
Wel of niet met de gedachte dat God zal beschermen
tegen de verderfelijke pest.
Ook zagen we het in de duiding van het coronavirus
als een straf van God vanwege zondige gedragingen.
Dan leeft het idee dat alleen anderen geraakt zullen worden.
Gelukkig is zo’n beetje heel kerkelijk Nederland
deze fase nu wel voorbij

Elisabeth Kübler-Ross 1926-2004

Vele woorden zijn er inmiddels al gewijd aan het coronavirus.
Hoe er mee om te gaan? Hoe het te duiden?
Nieuwe woorden zijn aan het Nederlands toegevoegd,
zoals anderhalvemetersamenleving en coronacrisis.
Discussies laaien op over de waarde van de mens
en die van de economie.
Voorzichtig wordt er gesproken over de tijd na het coronatijdperk.

Als je het goed bekijkt lijken we als Nederlandse samenleving uit een glorieuze tijd te komen.              Misschien wel een soort Gouden Eeuw.
Alles was mogelijk en bereikbaar. Je kon doen wat je wilde.
De mogelijkheden leken onbegrensd.
Maar ineens was alles niet meer mogelijk en bereikbaar.
Niet alles wat je wilde kon. Er werden grenzen gesteld.
Dit doet wat met de mens.
Terwijl de mens zich machtig waande
en het leven onder controle dacht te hebben,
maakte een onzichtbaar virus aan alle illusies een eind.
De machtige mens wordt schijnbaar machteloos
en dreigt de controle te verliezen.
Het leven is niet meer als hiervoor
en de vraag is of het wel weer wordt zoals het was.
De ‘punt op de horizon’ mist.
Dit brengt allerlei gedachten en gevoelens los bij de mens
en ik meen dat het goed is wanneer we ten volle beseffen
dat we als samenleving een rouwproces doorgaan.

Dit besef bracht mij ertoe om op een andere manier
naar de huidige tijd te kijken.
De Zwitsers-Amerikaanse psychiater Elisabeth Kübler-Ross heeft vijf fasen van rouwverwerking omschreven die de meeste mensen geheel of gedeeltelijk doorlopen om na een traumatische ervaring weer tot rust te komen. Deze fasen zijn niet voor iedereen even intensief en ook verschilt de volgorde vaak.
Dit proces kan optreden bij het verlies van een baan,
een geliefde, een woning, ouders of kinderen, of een wedstrijd.
Kübler-Ross onderscheidde in het rouwproces 5 fasen.

De indeling die zij hanteert is als volgt:

• Ontkenning
“Dit gebeurt niet bij mij.”
Ontkenning is een bewuste of onbewuste weigering
om de realiteit onder ogen te zien.
Het is een natuurlijke vorm van zelfbescherming.
Het helpt om zelf te bepalen in welk tempo
het verdriet wordt toegelaten.
We laten niet meer binnen dan we aankunnen.

• Woede
“Waarom met mij?”
Als de waarheid tot iemand is doorgedrongen
ontstaat er vaak boosheid. Onder de woede ligt de pijn.

• Marchanderen
“Ik beloof een betere persoon te worden als…”
In deze fase probeert men te onderhandelen.
Men belooft het één te doen
als er iets anders tegenover staat.

• Verdriet en depressie
“Ik geef het op.”
Wanneer men de realiteit begint te accepteren
komen gevoelens van verdriet, spijt,
angst en onzekerheid naar boven.

• Aanvaarding
“Ik ga verder met mijn leven.”
Als iemand voldoende tijd en vaak ook enige hulp
heeft gehad om door de genoemde fasen te gaan
begint men de realiteit te accepteren.
Het is het verlies een plaats geven in het leven
en verder gaan.

Vanuit deze fases van de rouwverwerking van Kübler-Ross
wil ik in komende blogs mij buigen
over het omgaan met met de coronacrisis.