Hoop heeft met toekomst te maken.

Eeuwenlang werd hoop in de christelijke traditie uitgelegd

als hoop op God, hoop op een hiernamaals.

Als wij nadenken over de toekomst

dan gaat het niet zozeer of niet alleen

om een leven na dit leven,

maar om de toekomst van onze aarde,

de toekomst van onze samenleving.

En daar vinden de christelijke en de niet religieuze mens elkaar.

Hoop op een betere wereld.

Er gaat van hoop op iets in de toekomst een kracht uit,

een oproep, in het heden.

Wat iemand hoopt,

daarvan zou je nu al iets moeten kunnen zien.

Als je hoopt dat de klimaatverandering stopt,

dan ga je zelf ook anders denken en doen.

Als je hoopt op vrede,

als je hoopt dat de liefde wint,

dan bepaalt dat jouw gedrag nu al.

Hoop is de rode draad door alle Bijbelse verhalen.

Hoop dat nochtans, ondanks alles wat je om je heen ziet

het goede zal overwinnen.

Een toekomst van vrede en gerechtigheid:

Een toekomst vol van hoop.

het beloofde land, het koninkrijk van God.

Hoop op een andere toekomst

maakt dat mensen opstaan en op weg gaan.

Zoals Abraham en Sara, zoals Mozes.

Op het moment dat mensen de eerste stap zetten

op weg naar Gods toekomst

komt die toekomst met elke stap dichterbij.

Is die toekomst al onder ons.

In zekere zin kun je dus zeggen

dat die toekomst al bestaat.

Hoop is een sterke kracht in mensen.

Emily Dickinson verwoordt dat mooi in dit gedicht.

Met een subtiele verwijzing naar een vogel.

Misschien naar de vogel Gods, de Geest?

 

Hoop is dat ding dat veren heeft

en neerstrijkt op de ziel,

en zijn liedjes zonder woorden zingt

en nooit stopt,

helemaal nooit.