Het is deze week de week van de euthanasie. Je wordt hier niet alleen door de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillige levensEinde (NVVE) aan herinnert, ook in de media wordt hier ruim aandacht aan besteed. In het actualiteitenprogramma Brandpunt bijvoorbeeld kwam de heliummethode voorbij. In een instructiefilm werd uitgelegd hoe je uit het leven kunt stappen met behulp van vrij verkrijgbare zaken zoals onder andere helium (bekend van het opblazen van ballonnen), flexibele slangen en dus ook een groot formaat braadzak die je ook kunt gebruiken voor het bereiden van voedsel. Strekking  is dat je met een beetje handigheid zo een euthanasieapparaat kunt maken, zodat je het tijdstip van je eigen overlijden kunt bepalen als jij vindt dat je leven voltooid is.

Eerlijk gezegd staat deze ontwikkeling in een lange traditie van de voortschrijdende menselijke autonomie. Nu de mens God de deur heeft gewezen eigent hij zichzelf de stoel van God toe. Zowel het begin als het einde van het leven ligt volgens veel mensen in eigen handen. Menselijke autonomie en individualisme in optima forma! Ooit schreef de VVD in 1981 het volgende:

in de eerste plaats heeft de mens feitelijk niet de vrije keuze over leven en dood. Ziekte of ongeval zullen voor een belangrijk deel het tijdstip bepalen waarop hij zijn leven zal beëindigen. Bovendien leeft de mens in een gemeenschap en draagt hij verantwoordelijkheid jegens de andere leden van de gemeenschap. Hij zal zijn rechten alleen kunnen uitoefenen in het licht van die verantwoordelijkheid.(…) Aangezien hij voor de beëindiging van zijn leven de hulp van een ander of anderen inroept, betrekt hij deze medemensen bij zijn levenseinde en maakt hen mede verantwoordelijk. Ook hun belangen en gevoelens moeten dus geaccepteerd worden

Hoewel deze argumentatie zich vooral richt op het intermenselijk aspect zet het het sterven wel degelijk in een breder aspect. In heel zijn leven leeft de mens in sociale verbanden die aan het eind van het leven niet zomaar ophouden. Als christen zou ik daar nog het volgende aan toe willen voegen: als geboren en sterven beiden tot de goede schepping horen, en als wij door het geloof beide weer als weldaad weten te ervaren, dan moeten we ook aanvaarden dat God ons op zijn tijd het – natuurlijke – einde aandoet. Hiermee wordt  het sterven verheven tot een ars vivificandi, stervenskunst, een onderdeel dat bij de kunst van het leven hoort.

Ik denk dat we als kerk, als christenen juist hierin een goed voorbeeld moeten geven en  kunnen laten zien dat het leven in een gemeenschap met je medemens en met God leeft in een wederzijdse verantwoordelijkheid en om elkaar bekommert. Zo kunnen we anderen laten zien wat zijzelf wat ze nou eigenlijk aan het doen zijn.

Op 15 juli 2009 werd het nieuws openbaar dat het Britse dirigentenechtpaar Sir Edward Downes en zijn vrouw Joan samen een einde aan hun leven hebben gemaakt in de Zwitserse kliniek Dignitas. Deze ‘duozelfdoding’ zoals de NRC dit beschreef, kwam voort uit het feit dat de der lichamelijke conditie van de 85-jarige Sir Edward de laatste jaren achteruit was gegaan. Zijn gezichtsvermogen was sterk achteruitgegaan en hij werd steeds dover. Bovendien liep hij slecht. Het dirigeren had hij drie jaar geleden moeten opgeven. Belangrijker voor Downes was dat zijn 74-jarige echtgenote, die hem de laatste jaren had verzorgd, aan leverkanker leed en volgens artsen nog hooguit enkele maanden te leven had.
Zo’n bericht zet me er toe om mij als christen weer een te verhouden tot euthanasie. Want steeds vaker en meer worden argumenten die destijds ook in het ‘Brongersma-arrest’ werden gebruikt, op een bredere schaal geaccepteerd en normaal gevonden. We kunnen er toch alle begrip voor op brengen die iemand die een goed leven heeft geleefd op een zelf gekozen tijdstip en plaats uit het leven stapt.  Leve de zelfverwerkelijking!  Leve de autonomie!!
arts

Als christen meen ik dat ik het leven uit Gods hand ontvangen heb – het zogenaamde leengoed, een begrip dat ik bij de Duitse theoloog Karl Barth vandaan heb – en ik meen dat tot een mensenleven ondermeer ook het lijden valt en dat dat niet ontvlucht moet worden. Het is volgens mij zelfs een roeping het leven te leven zoals God dat geeft en dit niet voortijdig af te breken. Het grootste goed is niet het leven maar trouw aan God. Mijns inziens kan er vanuit een christelijke visie geen sprake zijn van eigenmachtige levensbeëindiging omdat dit volgens mij een ingrijpen is in het handelen van God met de mens. Doordat de mens ingrijpt in – de lengte van – het leven, betekent het dat de mens op de stoel gaat zit van de Schepper. Dit is volgens mij twijfel aan de God die een weg gaat met de mens, ook door lijden heen. De dood en het lijden moeten worden gezien als laatste hindernis waartegen verzet moet worden gepleegd. Het lijden dient in geloof te moeten worden gedragen. Liefde tot jezelf of de medemens kan er niet uit bestaan het leven te bekorten. Het leven moet worden geleefd, de beker moet worden geleegd, ongeacht haar inhoud.

Als ander argument voor levensbeëindiging zou het argument van barmhartigheid kunnen worden aangevoerd. Mensen kunnen het een teken van barmhartigheid vinden, wanneer zij een ander of zichzelf helpen het leven te bekorten. Hierdoor wordt het sterven niet meer gezien als een proces dat bij het leven hoort, maar dat in eigen – of andermans – hand kan worden genomen. Degene die doodt op verzoek, plaatst zich in de rol van de Verlosser (of je wordt je eigen Verlosser). Men bereflecteert het gebeurde niet in termen van tragiek, maar in termen van de goede dood, dankzij hem bewerkt. Maar euthanasie is een responsief handelen.

Tegen bovenstaande argumenten blijken echter ook veel tegenargumenten te zijn. Het argument van eerbied voor het leven in dat God dan wel als Gever van het leven mag worden beschouwd, maar dat wil nog niet zeggen dat we niet zelf mogen beslissen over het moment waarop wij,weloverwogen, willen sterven. Zelfbeschikking zegt niets over onze verhouding met God, maar over onze verhouding jegens anderen. Het draait hier vooral om de idee van autonomie: mag ik mijn leven in eigen hand nemen. De huidige discussie rondom euthanasie is in Nederland verschraald tot een stoelendans rond de autonome zelfbeschikking die op dit moment gemeengoed is in onze cultuur. Ik meen echter dat dodend handelen een responsief handelen is. rolstoelOp dit moment wordt het debat over de wenselijkheid van het koesteren van een doodswens niet gevoerd, omdat men vindt dat het recht op zelfbeschikking van een individu te allen tijde moet worden gerespecteerd. Maar dodend handelen een responsief handelen is tussen de doodswens van het individu en hetgeen een samenleving toestaat. Er is sprake van een sterk gesubjectiveerde oordeelsvorming en dat lijkt me een doodlopende weg. Ik pleit dan ook voor het ontwikkelen van standaarden over het goede leven en de goede dood waaraan individuen hun opvattingen kunnen toetsen. Wij dienen woorden als ‘ontluisterend’ en ‘mensonwaardig’ te herijken, waar ze nu vaak in het debat rond euthanasie worden gebruikt als angstig voorland waar een ieder zijn eigen nachtmerries over heeft. Actief-initiërend handelen optreden bij een euthanasieverzoek door artsen en andere hulpverleners wordt gelegitimeerd onder de vlag van ‘barmhartigheid’ in een situatie die zij interpreteren als ontluisterend, uitzichtloos of mensonwaardig. Artsen, maar ook andere hulpverleners, zien zich als een Verlosser, die hun handelen als daad van barmhartigheid beschouwen. Hier treedt een verschuiving op op het medisch-ethisch gebied bij het handelen van artsen. Waar vroeger de medische traditie het in dubio abstine hoog hield, treedt een aantal artsen ten onzent op als evidente actor in alle levensprocessen. In feite treedt dan een arts ook op als Verlosser die doodt op verzoek, en de goede dood bewerkt. Maar wat je in feite ook doet bij een ethanasieverzoek is dat je de ander die je opdraagt jouw wil uit te voeren, maakt tot het instrument waarmee jij jezelf doodt. Je kunt niet zomaar zeggen dat het bij zelfbeschikking alleen maar draait om jouw verhouding tegenover de ander. Ook je verhouding met God als Gever van het leven komt hier in het geding. In essentie gaat hier om het idee dat het leven aan de mens gegeven is en dat hij zodoende er zelf over mag beslissen. Dit is mijns inziens geen argument, maar eerder een voorstelling van zaken: je kunt erin geloven dat het leven ons eigendom is, of je kunt erin geloven dat je het leven ontvangen hebt. Ik geloof het laatste. Mijns inziens maakt het uit hoe je dood plaats in het door God gegeven leven. Ikzelf denk dat de dood een onderdeel uitmaakt van het door God gegeven leven en dat het tot de ars vivificandi hoort, en dat we ook het sterven en de dood niet in onze hand mogen nemen. Dit betekent niet dat we geen gebruik mogen maken van de door de medische wetenschap ons aangereikte hulpmiddelen om het lijden te verzachten middels sedatie. De arts dan dan nog altijd het doel voor ogen om het lijden van de patiënt te verlichten en hoeft niet in een ‘conflict van plichten’ te verzeilen. Naast het sterven en de dood meen ik dat ook het lijden een plaats heeft in het leven dat God ons toebedeeld.

Goede Dood?