En…voel je je al een beetje ‘kerstig’?
Of ben je, net als zovelen, gewoon moe?
Door de jaren heen heb ik vrienden en collega’s gehad
die als ware feestvierders de decembermaand indoken,
onvermoeibaar op zoek naar kerstfilms,
kerstgerechten en kerstliedjes,
en genoten van alles wat voor hen een soort
zachte, magische sfeer oproept die alles helderder maakt.
De lichtjes gaan aan, de kerstliedjes beginnen te spelen
en hun stemming lijkt mee te stijgen met de feestdagen.

Dit heeft me altijd verbaasd.
Daar zit je dan straks, op kerstavond,
in een tochtige kerk te wachten
tot de middernachtdienst begint.
De kaarsen flikkeren in de duisternis
die ze nog niet heeft overspoeld;
maar de duisternis is er nog steeds.
Je hebt het gevoel dat je er
maar net aan ben ontsnapt,
sterker nog,
je hebt haar misschien wel meegebracht.

Misschien komt dit gewoon
doordat feestdagen haaks staan
op jouw voorkeur voor rustige bijeenkomsten
met kleine groepjes mensen.
De specifieke eisen van december
betekenen dat voor veel mensen dat ze zich op de 24e
meestal helemaal niet meer in kerststemming voelen,
maar er gewoon helemaal klaar mee zijn.
Want morgen is weer een dag
en sta je onder druk om een feestelijk diner te bereiden
waar je niet bepaald zin in hebt,
noch om te koken, noch om op te eten.

Misschien is dan toch het kerkbezoek
niet meer dan een zelfzuchtige ontsnapping aan dit alles.
De boodschap is immers stralend, zelfs als je dat zelf niet bent.
God had de wereld zo lief dat Hij Zijn enige Zoon zond.
Dit is de hoop die door de eeuwen heen weergalmt:
de belofte dat God dichtbij is gekomen,
niet alleen tot degene die zich in kerststemming voelt,
maar ook (misschien wel meer)
tot degene die zich moe en overbelast voelt.

Toch kun je zelfs in de kerk
nog steeds geplaagd worden
door je eigen afstand tot de emotionele atmosfeer
die je lijkt te omringen.
Je kunt dan de woorden van geloof uitspreken,
de theologie bevestigen,
je kunt de schoonheid van het kerstverhaal erkennen
en toch voel je toch niets dieper dan je eigen vermoeidheid.
Je zingt de kerstliederen die je zo graag zingt,
maar de woorden klinken hol.
Hoeveel doet dit er eigenlijk toe?
Ja, je wordt ertoe aangezet om me dat af te vragen.

Iemand schreef eens vanuit een christelijk perspectief openhartig
over haar ervaringen met depressie.

‘…als God werkelijk de God van de Bijbel is,
dan eist hij onze aanbidding en gehoorzaamheid,
ongeacht hoe we erover denken,
of over onszelf, of over anderen.’

Deze uitspraak grijpt me, niet omdat ze streng klinkt,
maar omdat ze waar klinkt.
De kern van haar betoog is
de overtuiging dat de ziel wordt gedefinieerd
als ‘het zelf in relatie tot God’.
Met andere woorden, onze aanbidding
gaat niet primair over hoe we over God
of over Kerst denken,
maar over het feit dat we bij God horen,
dat we ons gevoel van eigenwaarde ontlenen
aan Gods achting voor ons,
en dat we ons steeds opnieuw op God richten,
ongeacht de feestdagen in december.

Dit inzicht komt op mij over
als een glimp in de decemberduisternis:
hier voel ik eindelijk een klein sprankje hoop.
Als mijn ziel mijn zelf is dat zich tot God richt,
dan doet mijn emotionele vlakheid niets af
aan die relatie, integendeel,
ze versterkt die juist.
In die koude kerk zitten is geen daad van egoïstisch escapisme.
Het is een moment waarop je er bent
voor een God die er voor jou is geweest,
en jouw onvermogen
om een kerstsfeer op te roepen
verandert niets aan de betekenis
van die roep en het antwoord.
Hierin mag je de geruststelling vinden
dat het gebrek aan emotie
geen teken van een geestelijk tekort is
– sterker nog, het zou wel eens
het tegenovergestelde kunnen zijn.

Het koor komt binnen, de dienst begint.
We zingen samen het kerstlied ‘Stille nacht, heilige nacht’,
dat op treffende wijze de worsteling weergeeft
met de spanning tussen wereldmoeheid
en de boodschap van hoop waarin we belijden te geloven:

Stille nacht, heilige nacht,
Davids Zoon, lang verwacht,
die miljoenen eens zaligen zal,
wordt geboren in Bethlehems stal,
Hij, der schepselen Heer,
Hij, der schepselen Heer.

Hulploos Kind, heilig Kind,
dat zo trouw zondaars mint,
ook voor mij hebt Ge U rijkdom ontzegd,
wordt Ge op stro en in doeken gelegd.
Leer me U danken daarvoor.
Leer me U danken daarvoor.

Stille nacht, heilige nacht,
vreed’ en heil wordt gebracht,
aan een wereld, verloren in schuld;
Gods belofte wordt heerlijk vervuld.
Amen, Gode zij eer!
Amen, Gode zij eer!

Het lijkt erop dat het echte kerstgevoel
wordt ervaren door degenen
onder ons die verdoofd,
moe of uitgecheckt aankomen.
Het kerstverhaal is immers een verhaal
over God die nabij komt,
niet naar mensen die zich heilig en hyperactief voelen,
maar naar een vermoeide wereld vol mensen
die zich gewoon, genegeerd en uitgeput voelen.
God verscheen niet in een zachte, magische omgeving,
maar in een stal (sic!);
de minst emotioneel geënsceneerde setting
die je je kunt voorstellen.
Daar, net als hier,
waren duisternis en kaarslicht
in een wankel evenwicht.
Maar daar werd een kind geboren,
en daar mag jouw ziel haar waarde weer ontdekken.

 

Laatst werd er in een enquête aan respondenten gevraagd
wat ze leuk en niet leuk vonden aan Kerst en de resultaten waren opvallend.
Mensen vonden de kosten en uitgaven rond Kerst het meest vervelend.
De drie meest voorkomende antwoorden
in de categorie ‘niet leuk’ hadden betrekking op geld.
De klachten waren dat het ‘te commercieel’ is, ‘het duur is’
en dat het te druk is.

Daarentegen genieten mensen ervan
om tijd door te brengen met dierbaren
tijdens de feestdagen
(hoewel ‘spanningen met de familie’
ook op de lijst met ‘niet leuk’ voorkwam.
Geen verrassing daar).

De adventstijd is de periode waarin we
ons voorbereiden op de feestdagen.
De adventsdagen verstrijken terwijl de takenlijst groeit.
Hoe dichter we bij 25 december komen,
hoe groter de druk wordt om alles gekocht te hebben,
eten te bestellen
en contact op te nemen met familie.
Of je doet het natuurlijk allemaal al in november;
hoewel respondenten ook vonden
dat Kerst ‘te vroeg begint’.

Maar het is moeilijk om er niet door meegezogen te worden.
Kijk maar naar de reclames op tv.
Het verhaal dat ze vertellen is ambitieus:
het gaat over verbondenheid met familie en vrienden
en het vieren van die verbondenheid, met lekker eten.
Ze tonen een geromantiseerde kerstdag:
een prachtig versierd huis,
klaar om onvergetelijke herinneringen te creëren.
De druk is hoog voor mensen
om hun verhaal van verbondenheid waar te maken.
Dat is immers wat we volgens onderzoek het meest waarderen.

Dit is niet per se een slecht verhaal:
het idee van familie en plezier, spelletjes en vreugde is goed.
Maar de druk om dit beeld
van feestelijke pracht te creëren is potentieel enorm.
Het kost een hoop geld
om een huis te versieren,
naar verre familie te reizen
en gasten te ontvangen.
Het kost ons ook mentaal veel
om te plannen en voor te bereiden.
Voor mensen zonder familie
of die recent een familielid hebben verloren,
voor mensen die zich eenzaam voelen,
het financieel niet breed hebben,
ziek zijn of onder werkdruk staan,
kan het een emotioneel zware tijd zijn.

Wat is er mis met zulke planning en commercialisering?
Waarom hebben de respondenten
van het onderzoek er een hekel aan?
Misschien is het de gestage afdwaling van de kern
van wat Kerst werkelijk betekent.
Want de ‘ware betekenis van Kerst’
wordt elk jaar aangedragen als oplossing hiervoor.
Het is misschien dat ‘liefde overal is’
of iets dat te maken heeft met familie en vrienden.
Alleen als je een kerk binnenstapt,
hoor je misschien dat het gaat
om de geboorte van een verlosser.

De oplossing is om het verhaal van Advent
te transformeren van een verhaal van voorbereiding
naar een verhaal over een reis.
Christenen gebruiken tijden en seizoenen in het jaar
om het verhaal van God aan zichzelf en anderen te vertellen.
Je voorbereiden om Jezus te ontmoeten
en deel te nemen aan het kerstverhaal
is een heel andere reis
dan de reis die ons naar de winkels brengt,
naar het einde van onze to-do-list.

We herinneren ons de reis
die Maria, Jozef maakten
om zich te laten registreren voor de volkstelling.
Ze zoeken een plek om te overnachten
en ontdekken dat er niets anders beschikbaar is
dan een lege stal.
Dan is er de eerdere reis van Maria,
die een tegengeluid vormt
tegen de overheersende thema’s
van begin december.
Ze krijgt het nieuws
dat ze een heel belangrijk kind verwacht.
De engel die het nieuws brengt,
probeert haar gerust te stellen (‘wees niet bang’),
maar dat lijkt geen effect te hebben.
Maria haast zich
om haar bejaarde nicht Elizabeth te bezoeken,
die op haar oude dag ook een kind verwacht;
een langverwacht kind.
Elizabeth had in een maatschappij
die dat van haar eiste,
geen kind kunnen krijgen.
Angst was haar dus niet vreemd.

Maria arriveert bij Elizabeths huis
en wordt hartelijk verwelkomd door haar nicht.
Beide vrouwen,
wier levens vol druk en onzekerheid zijn,
begroeten elkaar met de verwachting
dat er iets hoopvols gaat gebeuren.
Elizabeth zegt bij het zien van Maria
dat ze gezegend is.
Geen standaard kerstgroet,
maar waarschijnlijk wel geruststellend
voor de overweldigde Maria.
Vervolgens wordt Maria het huis van Elizabeth
binnengebracht en verzorgd.
Maria zingt een loflied voor God
over wat komen gaat met de geboorte van haar kind.
In dat lied, bekend als het Magnificat,
beschrijft ze de transformatie van de samenleving
die op het punt staat te beginnen.
De geboorte van het kind zal het begin inluiden
van een ander soort gezin,
waar mensen erbij horen,
ongeacht hun status, macht of rijkdom.

Of je nu dus van Kerst houdt
of het verafschuwt,
Maria’s reis naar de veiligheid van Elizabeth
is een verhaal waar we allemaal deel van kunnen uitmaken.
Wanneer we ons zorgen maken
over de commercialisering van Kerst,
de overmatige uitgaven,
het falen dat inherent is
aan het nastreven van onze status,
kunnen we het verhaal
dat we over onszelf vertellen opnieuw ontdekken.
Het aftellen naar Kerst
kan gaan over de verwachting van iets hoopvols.
Niet alleen over prestatiedruk.

 

Het Evangelie verkondigen houdt in dat je
in eenvoudige en nauwkeurige woorden getuigenis van Christus aflegt, zoals de apostelen dat deden.
Het is echter niet zinvol om overtuigende gesprekken te verzinnen.
De verkondiging van het Evangelie kan ook gefluisterd worden,
maar zij gaat altijd gepaard met de onthutsende kracht
van de schande van het kruis,
en ze volgt altijd al de weg die in de brief van de apostel Petrus
aangeduid wordt als eenvoudigweg
‘rekenschap afleggen van de hoop aan anderen’.
Hoop die in de ogen van de wereld aanstootgevend en onnozel blijft.
In de 1e Petrusbrief is er vanuit de omgeving sprake van
spot en hoon, intimidatie, bedreiging, uitsluiting.
En Petrus dringt erop aan daar priesterlijk mee om te gaan.
Een priester doet geen kwaad en scheldt niet terug
maar verspreid om zich heen liefde en verdraagzaamheid.
Is een toonbeeld van vriendelijkheid, geduld en compassie.
Me dunkt dat in onze tijd van onbehagen
met veel korte lontjes en verbaal geweld
onze wereld misschien wel meer dan ooit priesters nodig heeft. Priestertypes met heilige eerbied en passie voor God.
Priesters met een warm en ruim hart voor mensen.
Priesters met handen die zegenen, genezen en bevrijden.
Omdat zij in deze wereld de handen mogen zijn van Jezus.

De zaaier

Laatst preekte ik over het verdriet van ouders
die zien dat hun kinderen schijnbaar niets meer
met het geloof te maken wilden hebben.
Ik vertelde dat wat juist wat je juist wel doet
dat dat misschien ooit opgepikt wordt.
Misschien zoals een zaaier tijdens het zaaien niet weet hoe het verder gaat.
Zo gaat het ook met Woord van God.
Het Woord wacht totdat het wordt opgepikt.
Kennelijk wil God ons de keus laten:
kennelijk wil Hij ons zo zeer de keus laten
dat Hij ook geen al te aannemelijke verhalen vertelt
en mensen ook niet met gladde praatjes en sluitende betogen
wil verleiden iets te vinden wat we eigenlijk niet vinden.
Kennelijk is hier Iemand die op zo’n manier van ons houdt
dat Hij niet smeekt om onze liefde, dat Hij niet soebat.
Kennelijk is hier Iemand die niet om ons draait,
maar zelf Iemand is en zijn eigen gang gaat. Hij is God.
Hij is degene om wie alles draait.
Hij is de koning wiens eer het is een zaak te doorgronden.
En Hij zegt het zo dat er bij ons uit komt wat er in zit.
Hij wil zien wat uit ons komt.
En dus vertelt Hij zo’n gelijkenis als deze
over die iemand die naar zijn land ging om te zaaien.
En zelfs tweeduizend jaar later
kruipt het verhaal me nog onder de huid.
Straks gaat het verder, in mijn eigen leven.
Nergens anders, niet in theorie, niet in woorden. Wat zal mijn rol zijn? Blijken te zijn?
Vandaag en morgen en overmorgen en weet ik hoe lang ik nog krijg.
Ik weet het niet.
Wat ik wel weet is wat Jezus wil dat mijn rol zal zijn:
die goede grond, en zo. Het is niet neutraal. Goede grond.
En hoe meer ik denk dat dit leven is wat het is,
hoe meer ik het gevoel heb dat alles een gesloten systeem is
van oorzaken en gevolgen,
hoe meer ik in een gesloten wereld leef, zonder God en zonder zijn Zoon, des te meer wordt zo’n stukje Marcus explosief:
kun je wel denken, maar bij Jezus wordt alles wat verborgen is openbaar, wat geheim is onthuld. En dat begint nu, vanaf nu.

Als ouders zaai je in het leven van je kind
en je weet niet wat het zal brengen,
God belooft dat het niet voor niets zal zijn,
zelfs een enkel zaadje kan genoeg zijn
Al ligt dat 50 jaar te rusten in de grond van ons hart.
Het kan ontkiemen op Gods tijd.

Het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben.
Want voor hen is Gods nieuwe wereld. BGT Matteüs 5,3
Zalig zijn de armen van geest,
want van hen is het Koninkrijk der hemelen. HSV Matteüs 5,3

Arm zijn betekent accepteren dat we geen meester zijn over ons leven.
Een van de ziektes van het moderne Westen
is dat we alles onder controle willen houden, alles plannen,
kiezen en onderwerpen aan de menselijke wil.
Het is duidelijk dat dit onmogelijk is,
hoe groot de technische vooruitgang ook is.
Die pretentie van almacht kan slechts leiden tot teleurstelling en angst.
We moeten daarentegen geloven dat de omstandigheden
die ons het meest doen groeien,
juist die situaties zijn waar we geen zeggenschap over hebben.
Wanneer we de uiterlijke omstandigheden niet kunnen veranderen,
worden we uitgedaagd onszelf te veranderen.
Dat is waar het uiteindelijk om gaat.
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn.’
Dat is de eerste gelukwens, de eerste zaligspreking.
Er volgen er nog zeven. Ze vormen samen een reeks.
Ze schetsen een geestelijk groeiproces voor een kind van God.
Ze vormen het profiel van een christen.
In Jezus’ mond klinkt het als een roeping. Die een duidelijke richting wijst. In zijn mond klinkt het ook als een belofte.
Dat je Hem als kind van God bent aangenomen.
En in zijn mond klinkt het als een zegen.
Dat Gods Geest je op deze weg leidt en verder brengt.
Als kind van God, aan de hand van Vader, midden in deze wereld.

Het evangelie van Jezus Christus,
het goede nieuws van het hemelrijk begint hier:
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.’

Als kerk hebben we natuurlijk de tien geboden.
En we hebben het grote gebod:
heb de Heer uw God lief en je naaste als jezelf.
Maar, er is nog een belangrijk gebod.
Het meest voorkomende gebod in de Bijbel. Het staat er zo’n 400 keer in. Meer dan één keer voor elke dag.

En dat gebod is: Wees niet bang.

En als iets zo vaak in de Bijbel genoemd wordt,
betekent dat dat het heel belangrijk is.
Maar als ‘wees niet bang’ 400 keer in de Bijbel staat,
dan betekent dat ook dat wij het heel moeilijk vinden
om er naar te luisteren en er van overtuigd te raken.

En we hebben ook heel veel om bang voor te zijn.
Nu bijvoorbeeld dat coronavirus wat de hele wereld in haar ban houdt. De besmettingen dalen stijgen per dag.
Je bestaanszekerheid kan zomaar onder druk
We weten werkelijk niet waar we aan toe zijn.
Als je baan op de tocht staat of je bedrijf op omvallen staat.
Als je bang bent voor je financiële toekomst.

‘Ga maar vast met de boot naar de overkant,’
had Jezus tegen zijn discipelen gezegd.
Hijzelf zou de menigte, die daar was, wegsturen.
Jezus neemt afscheid van de menigte en dan wordt het eindelijk stil.
De avond valt, de mensen zijn vertrokken
en de discipelen zijn het water opgegaan.
Na een lange, drukke dag is stilte een zegen.
Even alleen zijn en tot rust komen.
Jezus gaat de berg op, schrijft Marcus,
en dat betekent dat Hij God opzoekt,
want ‘de berg’ is in de Bijbel niet zomaar een plaats.
De berg is de plaats van de nabijheid van God.
Een plek te zoeken waar je in alle rust samen kunt zijn
met God en verder niemand.

Intussen bevinden de discipelen zich in een totaal andere situatie:
midden op het meer van Galilea is de wind plots gaan waaien.
De golven worden steeds groter en het schip steeds kleiner.
Geen prettige toestand, maar deze mannen zijn wel wat gewend.
‘Als Jezus zegt dat ze naar de overkant moeten, dan
zullen ze er komen ook!’ – En ze geven niet op.
Maar het is al avond, en het begint nu toch donker te worden.
Bezorgde gezichten kijken elkaar aan.
De moeheid slaat toe en de wind gaat niet liggen.
De zee wordt onstuimiger, het water vliegt hen om de oren.

Het is goed om je te realiseren dat zulke plekken dus bestaan.
Plekken waar je onveilig bent, waar je machteloos staat,
overgeleverd aan de onvoorspelbare krachten van het kwaad,
overgeleverd aan de grillige deining van de golven.
Ik stel die vraag, omdat ik denk dat dit nog niet zo vanzelfsprekend is
om daar rekening mee te houden.
Onze westerse maatschappij is ver gekomen in het handhaven van de orde,
we alles goed voor elkaar lijken te hebben: verzekerd van wieg tot graf.
Het zijn allemaal dingen waar we dankbaar voor moeten zijn. Het maakt ons leven veiliger.
Maar we denken vaak ook dat we het risico van het leven
hebben afgekocht, dat we het kwaad onderschatten of weg relativeren.
De zee is in de Bijbel een beladen begrip.
De zee als domein van de chaos is er ook altijd,
en zal er ook altijd zijn tot op de jongste dag.
Er kunnen van die momenten in het leven zijn dat je uitroept:
‘Is God er werkelijk bij?’ Er staat te veel in de weg om dat mee te maken. Er is te veel om Jezus te herkennen op de golven van de zee.
Het is niet eenvoudig om God te herkennen
wanneer een stormwind opsteekt.
Het leven is zo verraderlijk als de zee.
En God verandert daar niets aan voor je gevoel, omdat je hem niet herkent, omdat alles wat gerust moet stellen je bevreemdend in de oren klinkt.

In het Bijbelgedeelte uit Marcus waait de wind waait nog steeds
en golven slaan tegen het schip
en in het geweld van de zee loopt Jezus de discipelen … voorbij.
Ze schreeuwen het uit. Jezus hoort zijn discipelen roepen.
Hij ziet dat ze in paniek raken van zijn verschijning.
Ze zien hem wel, maar ze herkennen hem niet.
Ze snappen niet dat ze nu veilig zijn, omdat Jezus hen voorgaat.
Jezus is er wel, maar het komt niet tot een werkelijke ontmoeting.

Dan doet Jezus iets, wat ik echt bijzonder vind. Ontroerend eigenlijk.
Hij loopt naar het schip en kalmeert zijn leerlingen.
Als Hij wandelend over de zee niet herkent wordt, dan komt Hij dichterbij. Als angst de kop opsteekt, klimt Hij aan boord.
Als God in de hoge te ver weg is, dan daalt Hij af naar beneden.
Jezus komt aan boord en dan zien ze het pas: het is hun Heer!
‘Wees niet bang’ zegt hij tegen zijn discipelen en ook tegen ons.

Ja, ook ons bootje wordt dan geteisterd door diezelfde golven.
En ja wij kunnen soms moeite hebben om onszelf drijvend te houden.
En ja soms raken we behoorlijk uit koers.
Maar Jezus belooft dat hij ons op deze weg niet alleen laat.
Hij draagt ons in zijn gebeden.
Hij is dichterbij dan wij vaak vermoeden of durven hopen.
Hij vraagt niet van mij om dan dat laatste stukje zelf te overbruggen.
Hij loopt helemaal door tot hij mij vindt waar ik ben.
En brengt daar iets van vrede, te midden van de golven.

naar aanleiding van Johannes 14

‘Wees niet ongerust maar vertrouw op God en vertrouw op Mij.’ Jezus zegt dat tegen z’n discipelen. En wij kunnen ons denk ik wel wel voorstellen waarom. Want de discipelen moeten zich op dat moment natuurlijk ook heel ongerust gevoeld hebben.
Immers, er is een grote verandering op komst, dat voelen ze wel aan. Jezus’ heeft het over een vertrek, een afscheid, alsof Hij binnenkort van plan is weg te gaan. En waarom dan? Waarom kan het niet blijven zoals het is? Waar gaat Hij naar toe?

En in die situatie van angst en spanning
zegt Jezus tegen hen:
‘Wees niet ongerust.
Maar vertrouw op God en vertrouw ook op Mij.’
Het zal je maar gezegd worden
op zo’n moment dat alles in je leven
op losse schroeven komt te staan.
‘Wees niet ongerust. Maar vertrouw op God en vertrouw op Mij.’
Kun je dat?
Want, laten we wel wezen
wij kunnen in ons leven ook van die situaties meemaken
dat alles opeens op losse schroeven komt te staan.
Je gaat voor onderzoek naar het ziekenhuis.
De uitslagen komen en het is niet goed.Je bent ernstig ziek.
Als zzp-er zie je door de crisis
je orderportefeuille volledig opdrogen.
Buffers om dat op te vangen heb je niet
en de vaste laten lopen wel door…
Je komt op je werk en wordt bij de manager geroepen.
Van het één op het andere moment krijg je te horen
dat je niet meer nodig bent vanwege een reorganisatie.
Over een paar maanden is het over en uit.
In één klap ziet je leven er totaal anders uit.
Of je kunt te maken krijgen met spanningen in je huwelijk,
in je gezin, in de familie, in de kerk.
Nooit gedacht dat het jou zou overkomen.
‘We zijn zo mooi met elkaar begonnen!’
Maar nu kijk je elkaar aan
en voel je dat er ongemerkt een diepe kloof is ontstaan.

Vragen beroven je van je rust. ‘Hoe ter wereld is het mogelijk?’
Het lijkt wel alsof alles wat er ooit aan liefde en trouw was, in één klap weggevaagd wordt.
Donkere krachten lijken je leven in z’n greep hebben
en opeens tonen ze hun ware gezicht.

Hoe ter wereld is het mogelijk?
Voel die ten diepste zelfde situatie
waarin de discipelen zich op dat moment in bevinden.
Met een knoop in hun maag en een wurgende onzekerheid
over de toekomst.
Alles wat veilig en vertrouwd leek,
staat opeens op losse schroeven.

En in die situatie zegt de Heere Jezus dan:
‘Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en vertrouw op Mij.
Hoe kan dat nu een troost en een bemoediging zijn
als wij in ons leven met veel angst en onzekerheid te maken hebben?
Wordt het dan niet snel een doekje voor het bloeden: ‘Stil maar wacht maar alles wordt nieuw’?
Vooral die woorden van de Heere Jezus die volgen:
‘Ik ga heen om voor jullie een plaats gereed te maken’
Is dat werkelijk een bron van kracht zijn voor ons nu?Want als wij denken aan de hemel, het eeuwige leven, het Vaderhuis met z’n vele kamers
dan ligt voor ons het accent vaak vooral op later.
Als je komt te overlijden dan hoop je dat je daar welkom bent.
Er voor jou ook een plaats gereed gemaakt zal zijn.
Als wij denken over de hemel denken we vooral in termen van tijd. Nu op aarde. Later in de hemel. En dat worden dan al heel snel gescheiden werelden.
Maar als Jezus hier zegt ‘Ik ga heen om jullie een plaats te bereiden….’
dan bedoelt Hij niet te zeggen dat Hij vanaf dat moment alles in de hemel klaar gaat zetten.
Als het in het Nieuwe Testament over de hemel gaat,
dan gaat het niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats over tijd – nu nog niet, straks hopelijk wel – maar dan heeft de hemel in het Nieuwe Testament vooral te maken met bereikbaarheid, contact.
We mogen in de hemel kind aan huis zijn. Nu al.
Laat ik dat ook praktisch proberen te maken. Anders blijft het een mooie fantasie.
Hoe werkt dat nou – dat de hemel de aarde begint te raken –
hoe kun je dat ook in je eigen leven steeds meer zo gaan ervaren?
En dan zegt dit Bijbelgedeelte: ‘Door te bidden in Zijn naam’. Zo gaat de hemel open.
Misschien wel op de puinhopen van heel veel wat eerder kapot is gegaan, van de wanhoop en onzekerheid
Dat er dan toch opeens bloemen beginnen te bloeien waar je het helemaal niet meer verwacht had. Nieuw leven in je huwelijk, in je gezin, in je familie, in de kerk.

Elk jaar rond Kerst organiseert 3FM het “Glazen Huis’: een aantal dj’s sluit zich in een bepaalde stad voor een aantal dagen op in een glazen huis en ze ‘vasten’ dan. Terwijl ze dat doen kunnen mensen voor een goed doel geld geven onder meer door plaatjes aan te vragen. Zo langzamerhand begint het voor mij iets te krijgen van het massaal afkopen van een schuldgevoel dat mensen bevangt, zeker rond de Kerstdagen. We doen te weinig voor een ander en door geld te geven kunnen we door dit moderne ‘aflaatsysteem’ onszelf weer in het reine brengen met de wereld.

Inmiddels wordt rond Pasen alweer enkele jaren ‘The Passion’ opgevoerd. Jaarlijks in een andere stad, ditmaal in Groningen. The Passion kun je zien als een evenknie van de opvoering van ‘de Mattheus’ in Naarden. Daar komt toute Bekend Nederland bijeen om zich te laven aan de prachtige verklanking van de Mattheüspassie gecomponeerd door J.S. Bach. Gelovig, ongelovig, het maakt niet uit, wat kunnen we toch genieten van de muziek. Is ‘Naarden’  zo zou je kunnen zeggen, voor de upper-class, The PassionThe Passion is voor het overige deel van het volk georganiseerd. Ooit is het met de oprechte intentie van onder andere de Evangelische Omroep bedoeld om het verhaal van het lijden en sterven van Jezus Christus in een modern jasje weer onder de aandacht te krijgen van een breed publiek.  Met behulp van populaire liedteksten, gezongen en geacteerd door bekende zangers en televisiepersoonlijkheden wordt het lijdensevangelie uitgebeeld.

Echter, wat bij mij begint te schuren is dat The Passion zo langzamerhand tot een zelfde event verwordt als ‘Naarden’. ik heb het idee dat het doorgeven van de inhoud van het lijdensevangelie is ondergesneeuwd onder een dikke laag van ‘volksvermaak’. Net als het geven aan het Glazen Huis waar je je geweten weer even mee in slaap kunt sussen begint The Passion helaas ook soortgelijke tekenen te vertonen. Staan de etalages rond het Glazen Huis vol met allerlei Kerstdecoraties, tot mijn stomme verbazing zag ik dat sommige etalages in Groningen zich nu tooien met een miniversie van het markante kruis van The Passion!!

Als het kruis van Christus al tot (city)marketing tool wordt gemaakt waar blijft de inhoud dan nog? Zal het op  de prettig in gehoor liggende deuntjes meehossende publiek straks de diepere inhoud van het evangelie echt meekrijgen?

Misschien moet het Glazen Huis van The Passion eerst aan gruzelementen worden gegooid om het ware ongemakkelijke kruis te voorschijn te laten komen!