In het blad Visie van de Evangelische Omroep staan sinds lange tijd interviews met min of meer Bekende Nederlanders,al dan niet christelijk. Eén van de vragen die hen bijna altijd wordt gesteld is: ‘Wat zou u kiezen: eeuwig leven of eindeloze rijkdom?’ En wat me de laatste tijd opvalt is dat heel wat mensen dan kiezen voor eindeloze rijkdom. ‘Want’ zo verduidelijken ze hun keuze ‘eeuwig leven lijkt me zo saai worden, terwijl je met eindeloze rijkdom ook nog veel andere mensen in je omgeving helpt’.
Als je erg goed over nadenkt verbaasd je het uiteindelijk helemaal niet. Als doorgewinterd christen ben je groot geworden met het idee dat je uiteindelijk materiële rijkdom niet het allerbelangrijkste in je leven moet zijn, maar als je de reden voor de andere keuze hoort dan kun im me er iets bij voorstellen. Onmetelijke rijkdom waardoor je het zelf op deze aarde (financieel) goed hebt en dat ook met anderen kunt delen. Jammer is dan wel dat mensen die deze keuze maken dan niet kunnen delen in het in gezang 477 bezongen ‘eeuwigheidsleven’, wat dat dan ook mag zijn. Alhoewel, de mensen die kozen voor onmetelijke rijkdom in het hier en nu vinden eeuwigheid toch een behoorlijk saai vooruitzicht. Waarschijnlijk denken mensen die de materialistische keus maken aan mensen als Bill Gates die beloofd hebben een deel van hun rijkdom in te zetten voor ‘goede doelen’. Toch lijkt het me ook een feit dat mensen zich nog enigszins kunnen voorstellen bij onmetelijke rijkdom en dat ze denken en hopen dan van al hun sores af te zijn (en daarbij ook nog anderen kunnen helpen) en dat eeuwigheid een te abstract begrip is voor velen, want alles wat lang duurt wordt op het laatst erg saai, toch?
Eeuwigheid: het blijkt een begrip dat veel mensen tegenwoordig niet meer goed kunnen duiden. Werk aan de winkel dus om zo’n uitgesleten begrip te actualiseren en daardoor opnieuw inhoud te geven.
Sommige daarvan willen voortrazen over de grote mediasnelweg, meegaan met the flow zonder het eigen geluid te laten verstommen. Anderen willen juist alleen dat eigen authentieke, misschien nostalgische geluid blijven horen en zo snel mogelijk van die snelweg afkomen om in eigen tempo (onder luid gejubel) rustig een B-weg te berijden: bekende omgeving, geen plotselinge zaken die je kunnen opschrikken. En daar zit hij dan, de man langs de snelweg; E(HB)O-tasje bij de hand voor het letsel dat wordt geleden, om wonden te verbinden, pijn te verzachten. WC-rol in de buurt om strepen en kaders die door anderen worden getrokken eventueel uit te vegen, openingen er in te maken. En terwijl hij daar zit is hij ingedut… het maakt hem zo moe dat dilemma: hoe moeten we weer invoegen op deze mediasnelweg, moeten we weer invoegen en hoe houden we in die kruiwagen vol kikkers al die beesten binnenboord.
