En…voel je je al een beetje ‘kerstig’?
Of ben je, net als zovelen, gewoon moe?
Door de jaren heen heb ik vrienden en collega’s gehad
die als ware feestvierders de decembermaand indoken,
onvermoeibaar op zoek naar kerstfilms,
kerstgerechten en kerstliedjes,
en genoten van alles wat voor hen een soort
zachte, magische sfeer oproept die alles helderder maakt.
De lichtjes gaan aan, de kerstliedjes beginnen te spelen
en hun stemming lijkt mee te stijgen met de feestdagen.

Dit heeft me altijd verbaasd.
Daar zit je dan straks, op kerstavond,
in een tochtige kerk te wachten
tot de middernachtdienst begint.
De kaarsen flikkeren in de duisternis
die ze nog niet heeft overspoeld;
maar de duisternis is er nog steeds.
Je hebt het gevoel dat je er
maar net aan ben ontsnapt,
sterker nog,
je hebt haar misschien wel meegebracht.

Misschien komt dit gewoon
doordat feestdagen haaks staan
op jouw voorkeur voor rustige bijeenkomsten
met kleine groepjes mensen.
De specifieke eisen van december
betekenen dat voor veel mensen dat ze zich op de 24e
meestal helemaal niet meer in kerststemming voelen,
maar er gewoon helemaal klaar mee zijn.
Want morgen is weer een dag
en sta je onder druk om een feestelijk diner te bereiden
waar je niet bepaald zin in hebt,
noch om te koken, noch om op te eten.

Misschien is dan toch het kerkbezoek
niet meer dan een zelfzuchtige ontsnapping aan dit alles.
De boodschap is immers stralend, zelfs als je dat zelf niet bent.
God had de wereld zo lief dat Hij Zijn enige Zoon zond.
Dit is de hoop die door de eeuwen heen weergalmt:
de belofte dat God dichtbij is gekomen,
niet alleen tot degene die zich in kerststemming voelt,
maar ook (misschien wel meer)
tot degene die zich moe en overbelast voelt.

Toch kun je zelfs in de kerk
nog steeds geplaagd worden
door je eigen afstand tot de emotionele atmosfeer
die je lijkt te omringen.
Je kunt dan de woorden van geloof uitspreken,
de theologie bevestigen,
je kunt de schoonheid van het kerstverhaal erkennen
en toch voel je toch niets dieper dan je eigen vermoeidheid.
Je zingt de kerstliederen die je zo graag zingt,
maar de woorden klinken hol.
Hoeveel doet dit er eigenlijk toe?
Ja, je wordt ertoe aangezet om me dat af te vragen.

Iemand schreef eens vanuit een christelijk perspectief openhartig
over haar ervaringen met depressie.

‘…als God werkelijk de God van de Bijbel is,
dan eist hij onze aanbidding en gehoorzaamheid,
ongeacht hoe we erover denken,
of over onszelf, of over anderen.’

Deze uitspraak grijpt me, niet omdat ze streng klinkt,
maar omdat ze waar klinkt.
De kern van haar betoog is
de overtuiging dat de ziel wordt gedefinieerd
als ‘het zelf in relatie tot God’.
Met andere woorden, onze aanbidding
gaat niet primair over hoe we over God
of over Kerst denken,
maar over het feit dat we bij God horen,
dat we ons gevoel van eigenwaarde ontlenen
aan Gods achting voor ons,
en dat we ons steeds opnieuw op God richten,
ongeacht de feestdagen in december.

Dit inzicht komt op mij over
als een glimp in de decemberduisternis:
hier voel ik eindelijk een klein sprankje hoop.
Als mijn ziel mijn zelf is dat zich tot God richt,
dan doet mijn emotionele vlakheid niets af
aan die relatie, integendeel,
ze versterkt die juist.
In die koude kerk zitten is geen daad van egoïstisch escapisme.
Het is een moment waarop je er bent
voor een God die er voor jou is geweest,
en jouw onvermogen
om een kerstsfeer op te roepen
verandert niets aan de betekenis
van die roep en het antwoord.
Hierin mag je de geruststelling vinden
dat het gebrek aan emotie
geen teken van een geestelijk tekort is
– sterker nog, het zou wel eens
het tegenovergestelde kunnen zijn.

Het koor komt binnen, de dienst begint.
We zingen samen het kerstlied ‘Stille nacht, heilige nacht’,
dat op treffende wijze de worsteling weergeeft
met de spanning tussen wereldmoeheid
en de boodschap van hoop waarin we belijden te geloven:

Stille nacht, heilige nacht,
Davids Zoon, lang verwacht,
die miljoenen eens zaligen zal,
wordt geboren in Bethlehems stal,
Hij, der schepselen Heer,
Hij, der schepselen Heer.

Hulploos Kind, heilig Kind,
dat zo trouw zondaars mint,
ook voor mij hebt Ge U rijkdom ontzegd,
wordt Ge op stro en in doeken gelegd.
Leer me U danken daarvoor.
Leer me U danken daarvoor.

Stille nacht, heilige nacht,
vreed’ en heil wordt gebracht,
aan een wereld, verloren in schuld;
Gods belofte wordt heerlijk vervuld.
Amen, Gode zij eer!
Amen, Gode zij eer!

Het lijkt erop dat het echte kerstgevoel
wordt ervaren door degenen
onder ons die verdoofd,
moe of uitgecheckt aankomen.
Het kerstverhaal is immers een verhaal
over God die nabij komt,
niet naar mensen die zich heilig en hyperactief voelen,
maar naar een vermoeide wereld vol mensen
die zich gewoon, genegeerd en uitgeput voelen.
God verscheen niet in een zachte, magische omgeving,
maar in een stal (sic!);
de minst emotioneel geënsceneerde setting
die je je kunt voorstellen.
Daar, net als hier,
waren duisternis en kaarslicht
in een wankel evenwicht.
Maar daar werd een kind geboren,
en daar mag jouw ziel haar waarde weer ontdekken.

 

Eén van de kersttradities die wij thuis hebben
is het kijken van 1 of meerdere delen
van Home Alone.
We leven elke keer weer mee met Kevin McAllister;
de jongen die ongewild in z’n eentje Kerst viert
en samen met een inbrekersduo
in allerlei avonturen belandt

Is hij gewoon een jongen?
In de Bijbel is dat zeker de indruk die we krijgen
– de enige indruk – van Jezus
tussen de kindertijd en de volwassenheid.
Er is weinig geschreven over de jonge Jezus
en dan vrijwel alleen in de apocriefe geschriften.
en er zijn ook overeenkomsten van Kevin McAllister van Home Alone
met Lucas’ verslag van Jezus in de tempel op twaalfjarige leeftijd.

Toegegeven, er waren geen ‘sticky bandits’,
noch een John Williams-soundtrack;
maar denk eens aan Jezus’ ouders
die hun zoon achterlieten tijdens een feest.
Toen ze terugkwamen uit Jeruzalem
voor het feest van Pesach, zoals ze elk jaar deden,
realiseerden ze zich dat ze de Messias kwijt waren.

Oeps!

Stel je voor dat Maria de naam van haar zoon schreeuwde,
en de ongemakkelijke driedaagse tocht
om erachter te komen waar hij was.
Ze vinden hem uiteindelijk in de tempel,
en licht geïrriteerd vragen
ze hem waarom hij daar was.
Hij was gehoorzaam aan hen
(het vermelden waard)
en vertrok naar huis.

Maar zijn antwoord op die vraag
laat zien hoe Jezus thuis begrijpt,
terwijl het idee van
‘thuis zijn voor de feestdagen’
voor ons omstreden kan zijn.
Hij antwoordde:
‘Wist je niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn’,
of ‘bezig moest zijn met de zaken van mijn Vader?’
Dit is echt sterk. Wat een lef.
Niet alleen dat hij twaalf jaar oud is
als hij met zijn ouders praat,
maar niemand zou God ‘mijn Vader’ noemen.
Het is buiten deze plek,
of beter gezegd deze relatie,
waar Jezus ‘[groeit] in wijsheid en gestalte, en in gunst bij God en de mens.’

Thuis is waar we onszelf kunnen zijn,
maar ook onze hoede kunnen laten varen,
vragen kunnen stellen
en het vertrouwen hebben
om de wereld in te gaan,
zeker van wie we zijn.

En omdat dit het enige inzicht is van een groeiende Jezus,
die leert, studeert en vragen stelt,
is er misschien ook inzicht in
hoe we als mensen kunnen groeien,
wat we onder thuis verstaan
en hoe we ons tot God kunnen verhouden.
In veel opzichten zou Jezus’ volwassen leven nomadisch zijn,
maar zijn gevoel van thuis ging niet over geografie,
maar over een relatie met zijn Vader,
waarin hij vrij kon zijn om nieuwsgierig te zijn.

In tegenstelling tot Macaulay Culkin (Kevin McAllister),
is onze blijvende indruk van Jezus
misschien niet die van een jongen.
En de tijd (advent) die zijn komst aankondigt,
is een tijd geworden om ons te verdiepen
in onze roots en om naar de toekomst te kijken.
Maar misschien nog wel meer dan we ons realiseren,
geeft de jonge Jezus
ons een hint dat er geen plek is als ‘thuis voor de feestdagen’.

We waren er al aan gewend in Nederland: veel christelijke feestdagen zijn volledig gecommercialiseerd. Het kerstfeest is volledig ingepakt door de commercie en het paasfeest is vruchtbare inspiratiebron voor de reclamewereld. Maar nieuw in Nederland is het feit dat ook een islamitisch feest als de ramadan een zoete ‘inval’sbasis is voor de marketeer:

Winkelketen C&A zorgt tegen het eind van de ramadan voor een uitgebreidere collectie feestkleding voor het Suikerfeest, de afsluiting van de ramadan zo kopte de NRC. Voorzichtig spelen bedrijven nu in op de vastenmaand. C&A heeft zelfs een ramadancollectie. Voor miljoenen moslims is het weer zover: dit weekeinde staat geheel in het teken van het begin van de ramadan, de jaarlijkse islamitische vastenperiode. RamadanTraditioneel is de ramadan, de jaarlijkse islamitische vastenmaand een periode van spiritualiteit, gebeden en daarna het gezamenlijk verbreken van het vasten. Maar, zo wordt steeds vaker gesignaleerd in islamitische landen, ook van overdadig consumeren.

Tsjonge, dat overdadig consumeren, waar kennen we dat van? Was het niet zo dat veel sportscholen zich juist in januari mogen verheugen op veel nieuwe leden?

Zelfs postbedrijf TNT Post wil ook wel iets met de ramadan. Het bedrijf is zich aan het beraden op een speciale ramadanservice. Bijvoorbeeld voor kaarten. Nu zijn er alleen thema’s als ‘beterschap’, ‘huwelijk’ en ‘geboorte’. Een woordvoerder vertelt dat TNT het assortiment mogelijk gaat uitbreiden met ramadanproducten. „Zo zouden we onze cadeauwinkel kunnen inzetten rondom dit islamitische feest. Mensen kunnen dan bijvoorbeeld tijdens het Suikerfeest elkaar feliciteren door een doos met chocolade te versturen.” Tsja, waar doet zo’n kaart ook al weer aan denken? Het is interessant dat het Nederlandse bedrijfsleven nu tot het besef komt dat er serieus iets valt te verdienen aan de de islamitische feestdagen. Ik ben benieuwd wanneer het holifeest van de hindoes  en het kathinafeest van de boeddhisten  worden aangevat voor een serieuze commerciële activiteit?

Ten slotte even een vraagje: betekent dit meteen ook dat de integratie van de islam in de Nederlandse samenleving is geslaagd?