Onlangs las ik: ik ben blij dat Thomas in de Bijbel voorkomt.
Hij stelt namelijk de vragen die mij ook telkens bezighouden.
Daarin staat de schrijver kennelijk niet alleen.
We komen de naam Thomas ook nogal eens tegen in gedichtenbundels.
Thomas met zijn pessimistische kijk op de dingen, met zijn twijfel,
altijd wat somber gestemd,
vertolkt kennelijk de gevoelens van vele gelovigen.
Hij lijkt wel de meest moderne van de discipelen, echt iemand van onze tijd.
Een van die mensen die te vaak ontgoocheld zijn in hun leven
en daardoor teleurgesteld zijn geraakt in mensen.
Ze zijn met mooie hoogdravende woorden verkeerd uitgekomen.
Ze hebben ook in de kerk hun teleurstellingen gehad, ambtsdragers vielen tegen:
vandaar dat pessimisme.
Maar aan de andere kant is daar in hun hart
ook vaak de hunkering naar het echte geloof.
Ze zijn bang dat hun hoop opnieuw beschaamd wordt met nieuwe pijn.
Daarom moet je reëel en nuchter zijn, vinden ze.
Dat zie je telkens in het optreden van Thomas.
Als de Here Jezus in verband met het sterven van Lazarus naar Judea wil gaan is zijn reactie:
‘Laten wij ook gaan om met Hem te sterven.’
Het zal daar in Jeruzalem wel op zijn dood uitlopen.
Er komt van Christus’ mooie idealen toch niets terecht.
Hij is een ervaring rijker, maar een illusie armer.
Het leek zo prachtig te worden maar het werd een groot debacle.
Al zijn verwachtingen ziet Thomas stukslaan op de harde werkelijkheid.
Er komt van de kerk van Christus niets terecht.
En hij had het zo graag gewild; daarom is zijn teleurstelling zo groot.
Het is opnieuw Thomas,
die in de zaal van het avondmaal met zijn opmerkingen de sfeer doorbreekt.
De Here Jezus spreekt over weggaan en wil zijn discipelen troosten.
En dan komen die nuchtere woorden:
‘Wij weten niet eens waar u naartoe gaat, Heer,
hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?’
Een erg kritische, bijna cynische opmerking.
De woorden van een man die het moeilijk had met
wat hij zag als de afloop van het werk van Jezus.
En dan op de paasdag is het nog erger. Hij heeft wel gelijk gehad.
Nu is het tijd om de werkelijkheid onder ogen te zien. De bittere werkelijkheid!
Figuren als Thomas lopen er zo veel rond. Zijn wij soms ook niet ontgoocheld?
Wat is er terechtgekomen van onze jeugdige en gelovige idealen?
Wat zien we soms in de kerk gebeuren?
We missen het elan, het loopt op niets uit.
Onze kinderen of kleinkinderen krijgen we niet mee op de weg;
we zijn teleurgesteld in mensen.
Vooral in kerkmensen.
Dat kan je bij tijden maken tot een mens als Thomas.
Je twijfelt aan het belang van veel zaken.
Je twijfelt aan de toekomst van de kerk.
Je wordt een beetje bitter.
Heb je daarvoor je krachten gegeven?
En ook de Here handelt wel eens anders dan je zo zielsgraag had gewild.
Dat maakt het weleens moeilijk om niet cynisch en kritisch te worden.
Wat ben je dankbaar dat je deze Thomas tegenkomt
die de vragen stelt en de opmerkingen maakt die ook op het puntje van jouw tong liggen.
En als je dan ziet dat de Here Jezus hem met alle geduld en liefde komt opzoeken,
dan weet je:
er is ook voor mij toekomst.
Ook met mij heeft de Here geduld.
Elke keer komt Hijzelf naar je toe, gehuld in gewaad van het Evangelie.
En we tasten het met onze handen: een gebroken lichaam.
We zien het met onze ogen: vergoten bloed.
We proeven zijn liefde.
Dan is er – ondanks alles wat misschien moeilijk te begrijpen is
toch maar één naam over:
‘Mijn Here en mijn God.’





